Ad Valvas 1978-1979 - pagina 360
AD VALVAS — 30 MAART 1979
12
Bijdrage aan integratie
HBO-WO
Goedkoop studeren aan Open Universiteit voor dertigduizend studenten
maatschappelijk leven buiten de beroepsuitoefening en dienstig moeten zijn aan de wetenschappelijke of culturele vorming van de student. Met deze concrete invulling van het onderwijs aan de Open universiteit poogt de commissie tevens een aansluiting te creëren op de door het vorige kabinet geformuleerde beleidsdoelen van de Open universiteit.
Binnen twee en een half jaar nadat daartoe door het parlement het licht op groen is gezet, kan in ons land de Open universiteit de eerste studenten een nieuwe vorm van hoger onderwijs aanbieden. De studie aan deze Open universiteit, waarvoor men om toegelaten te worden, in beginsel geen diploma's nodig heeft, zal leiden tot een doctoraaldiploma, dat men in de toekomst binnen vier jaar aan een „normale" universiteit kan behalen. Voor wie geen zin heeft om in totaal 5400 studie-uren aan het doctoraal van de Open universiteit te besteden, staat de mogelijkheid open met 3600 studie-uren een licentiediploma te verkrijgen, dat gelijkgesteld kan worden met het einddiploma van één der huidige HBO-opleidingen of met de Aigelsaksische bachelors degree. Daarnaast zal de Open universiteit een rol kunnen gaan spelen in de verzorging van postdoctorale opleidingen en in het post-academisch onderwijs, de twee sluitstukken van de door minister Pais voorgestelde twee-fasenstructuur voor het hoger onderwijs in ons land. De studierichtingen, die door deze enige Open universiteit, die het Rijk zich zal kunnen permitteren, zullen worden aangeboden, zijn op licentiaatsniveau: organisatiekunde, technische wetenschappen en de natuurwetenschappen, terwijl op doctoraal niveau bestuurskunde en bedrijfskunde worden onderwezen. Voor beide niveaus te zamen is de keus wat ruimer: onderwijskunde anglistiek, gedragswetenschappen, recht, economie en maatschappijwetenschappen (vooral geschiedenis en sociaal-culturele wetenschappen). Aldus enkele hoofdpunten uit het eindrapport van de Commissie voorbereiding open universiteit, dat afgelopen woensdag 21 maart door de voorzitter van die commissie, prof. dr. R. A. de Moor, is gepubliceerd. De Moor maakte tijdens een persconferentie duidelijk, dat in .,\olgroeide toestand" de Open universiteit 20.000 studenten zal tellen, die zich op het halen van een diploma voorbereiden, terwijl daarnaast nog onderwijs zal kunnen worden gegeven aan circa 10.000 studenten, die slechts losse cursussen volgen. Is deze situatie eenmaal bereikt, dan zullen voor de overheid de kosten jaarlijks 82 miljoen gulden belopen, dat is 4000 gulden per student per jaar. De kosten voor de centrale vestiging van de Open universiteit worden begroot op 29 miljoen gulden. D e student zélf zal voor het volgen van het onderwijs 100 gulden per cursus van 100 uur moeten neertellen, oftewel één gulden per uur. De kenmerken van het onderwijs aan de Open universiteit worden door de voorbereidingscommissie als volgt omschreven: bij de toelating wordt niet gelet op diploma's behalve als het gaat om gegadigden die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt. Aan deze categorie wordt de eis gesteld, dat ze ten minste een HAVO- of MBO-diploma op zak moeten hebben, dat in het normale dagonderwijs toegang geeft tot een HBO-opletding Als één van de redenen voor deze beperking wordt in het eindrapport aangevoerd,' dat „anders het gevaar zou ontstaan, dat sommige jongeren zich in het voortgezet onderwijs onvoldoende zouden inspannen vanuit de overwe;ging, dat het, ondanks het gemis aan het einddiploma, toch mogelijk zal zijn onmiddellijk hoger onderwijs te gaan volgen". Een tweede kenmerk van het onderwijs aan de Open universiteit is, dat het studietempo geheel vrij wordt gelaten: aan de student wordt overgelaten wanneer hij zijn studie wil onderbreken, en wanneer hij de draad weer wil opvatten. Ook de volgorde van de studie-onderdelen staat ter vrije keuze aan de studenten. Tenslotte geldt als kenmerk van het onderwijs, dat het weinig gebonden is aan plaats en tijd; er zal hoofdzakelijk gewerkt worden met schriftelijk cursusmateriaal, zo nodig aangevuld met audio-visuele hulpmiddelen en daarnaast een vorm van individuele studiebegeleiding, desnoods per telefoon. Voorts moet de zelfstudie aangevuld worden met onderwijsvormen als werkgroepen, practica, praktijkstages, onderzoeksprojecten en scripties. De losse opzei van het onderwijs aan de Open universiteit vindt zijn organisatorische neerslag in het feit, dat gewerkt gaat worden met zogenaamde cursusmodulen, eenheden van honderd lessen, die steeds worden afgesloten mei een tentamen, dat hoofdzakelijk schriftelijk zal worden afgelegd. Ieder met goed gevolg afgelegd tentamen le-
Gerbrand Feenstra Johan Kortenray (GUPD) vert, naast een certificaat, één studiepunt op. Zesendertig studiepunten geven het eerder vermelde licentiaatsdiploma, 54 studiepunten geven het doctoraal diploma. Voorzover die cijfers niet worden gehaald, worden de wel behaalde certificaten samengevoegd in een dossier, dat de grondslag vormt voor een zogenaamd dossierdiploma.
Niet voor geschikt
iedereen
Dat voor de toelating tot de Open universiteit geen officiële diploma's zijn vereist, wil nog niet zeggen, dat iedereen geschikt is om het onderwijs te volgen. Het niveau waarop de oriëntatiecursussen, die de student een inzicht moeten ge^en in wat de Open universiteit te bieden heeft, zich zullen bewegen is, aldus de voorbereidingscommis-
Prof. dr. Rudie de Moor sie, dat van het ingangsniveau van het huidige hoger beroepsonderwijs. „De open toelating betekent daarom niet dat een ieder geschikt is voor het volgen van cursussen", zo stelt de commissie ter verduidelijking. Specifieke voorkennis die voor het volgen van een bepaalde cursus nodig is wordt voorondersteld, evenals een „algemeen intellectueel niveau, dat voor hoger onderwijs noodzakelijk is". Het wegwerken van eventuele lacunes in de voorkennis ziet de commissie niet als taak van de Open universiteit. Daarvoor wordt verwezen naar de bestaande instellingen van avondonderwijs en schriftelijk onderwijs, die die ontbrekende voorkennis zullen moeten bijspijkeren. Als algemene doeleinden van de cursussen van de Open universiteit ziet de commissie, dat zij nuttig moeten zijn voor de beroepsuitoefening, voor de deelneming aan het
Naast het bieden van een tweede kans op hoger onderwijs zal de Open universiteit gaandeweg ook kunnen gaan functioneren als een tweede weg door het hoger onderwijs, waardoor de druk op de huidige vormen van dagonderwijs kan worden verminderd, terwijl daarnaast meespeelt, dat het onderwijs aan de Open universiteit een stuk goedkoper is. Het bestaan van de Open universiteit als zodanig zal vernieuwingen in de rest van het hoger onderwijs kunnen stimuleren. Dat de druk op het bestaande dagonderwijs zal kunnen afnemen, wil nog niet zeggen, dat de toelating tor de Open universiteit onbeperkt is; net als de universiteiten zal ook de Open universiteit, waar nodig, studentenstops kennen. De voorbereidingscommissie legt er in dat verband de nadruk op dat de Open universiteit „niet als een overloopsysteem voor de bestaande instellingen" moet worden beschouwd. De Open universiteit zal in dit opzicht alleen de reguliere instellingen uit de nood kunnen helpen als zij zich beperkt tot studies, waarvoor zich grote aantallen studenten melden. Alleen onder deze voorwaarde — de economie van de schaalvergroting — kan de Open universiteit naar de mening van de
voorbereidingscommissie „een goedkopere vorm van onderwijs zijn, zonder dat dit de kwaliteit schaadt" Uit het eindrapport blijkt dat de commissie uit de vier doelstelingen van het vorige kabinet vooral de nadruk heeft gelegd op de innoverende werking, die de Open universiteit voor het gehele hoger onderwijs moet hebben. De belangrijkste bijdrage die de Open universiteit hieraan zal kunnen bieden is, dat er geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen cursussen op HBOniveau en op WO-niveau. Met andere woorden: het onderwijs draagt bij tot de zo gewenste integratie van HBO en WO. Daarnaast stelt de commissie dat „het grote voordeel van de Open universiteit zal zijn, dat zij gedwongen wordt, door de keuze van vooral afstandonderwijs, de vraag van de beste combinatie van onderwijsvormen en onderwijsmiddelen systematisch ter discussie te stellen. „Zij zal daartoe", aldus de commissie, „de combinatie van onderwijsmiddelen, zoals schriftelijk cursusmateriaal, audiovisueel materiaal, boeken, docenten en onderwijsvormen als het college, het practicum, de discussiegroep moeten kiezen na zorgvuldige analyse van de onderwijsdoelen, die zij de studenten wil doen bereiken. In het bestaande onderwijs zijn de gebruikte onderwijsvormen en onderwijsmiddelen voornamelijk een zaak van traditie en zijn de organisatievormen waarbij 't accent ligt op de autonomie van de individuele docent, dikwijls een obstakel om tot de meest doelmatige onderwijsopzet te komen". Fen constatering, waaraan de comm.issie in het eindrapport de conclusie verbindt, dat „het door de individuele docent gegeven college het traditionele uitgangspunt voor het onderwijs is. Het is de docent", zo vervolgt de commissie haar betoog, „die kiest uit de mogelijkhe-
Vervolg op pag. 16
Kandidaten voor UR-verkiezingen Voor de universiteitsraadsverkiezingen van dit jaar zijn, zo vernemen wij van de centrale kieskommissie onderstaande personen kandidaat gesteld: WETENSCHAPPELIJK PERSONEEL 03 Geneesk. (incl. Tandheelkunde) + Lichamelijke Opvoeding geen 04 Wis.- en Natuurk. -t- Fys. Geografie prof. dr. J. Joesse; dr. T. Sminia. 05 Letteren prof. dr. A. Th. van Deursen; prof. dr. A. I. Kleywegt. 06 Economie + Actuariaat en Econometrie prof. dr. J. G. Knol; prof. dr. A. J. Vermaat. 07 Sociale Wetenschappen <geen 08 Centr. Interfac. -I- Soc. Geogr./Plan. + Bibl. dr. ir. J. H. Santema. TECHNISCH EN ADM. PERSONEEL (TAP) District 14 drs. L. F. A. B Bijlmer; mw. E. Manenschijn; drs. F. J. E. Snijders; mw. J. G. Westra, DAK; Th. C. M. Zeldenthuis, DAK; H. L. M. van der Zon. STUDENTEN D. 15 Godgeleerdheid — lijst 1 VUSO Harald Baayen; Gerard van Vliegen; Erik de Waard. lijst 2 PKV Erna Treurniet; Rijk Vlaanderen; Ineke Bakker; Nelleke Boonstra; l a n Edzes; Renske Oldenboom. D. 16 Rechten — lijst 1 VUSO Paul den Bleker; Annemarieken van Hespen; Sylvana Knaap; John Jaakke; Karin Breuker; Ronald Weesie; Helene van Schalk; Maarten Maartense; Robin Linschoten. lijst 2 PKV Jaap Korf; Hugo von Meijenfeldt; Karen Voors; Monique Marseille; Koos Kalkman; Harrie Tijselink; Anne-Huus van Rij; Guus Bronkhorst. D. 17 Geneeskunde' — lijst 1 VUSO Ids van der Schouw; Pieter Astro; Kees Schaap; Erik Kuitert; Gerhard Goedhart; Hein van Ingen; Frits Woonink; Ron Duquesnoy; Koert J. Korff; Nico Wolfswinkel; Jan Maarten Kruisbosch; Ad Tiggeler; Eric Groenewegen; Maarten Gallee. D. 17 Geneeskunde — L.2 PKV Dirk-Jan Veeger; Jos Wegman; Lietje Petri; Ben Goemans; Evelien Vlaanderen; Henk Waanders; Jolande Sanders; Disk Corstens; Annemarie van Elburg; M. J. van den Bent; F . J. M. L. Broekmans; Marie-Jose Thunnissen; Arko Oderwald. D. 18 Wis- -I- Natuurk. + Fys. Geografie — L.1 VUSO Alexander Mierop; Emiel Stolp; Paul Groeneveld; Peter Haring; Eric van Dijk; Nico van Eikema Hommes; Ronald van Zweden; Jos v. d. Mortel. L.2 PKV Gerke de Boer; Harry v. d. Zant; Nico van der Wel; Maarten de Hoog; Marlies Zonneveld; Toon Moene; Karin Ree; Sjors van Overbeeke; Jan Los; Peter Luyten; Kees Visscher; Martin Scholten; Peter Sprey; Douwe Tiemersma; Michel Kemper.
D. 19 Letteren — L.1 VUSO Emile Drost; Marijke Spiekerman; Hans van 't Hof; Ad Gideonse; JanPeter Balkenende; Jan van Essen. L.2 PKV Jelle Meindertsma; Leo Endedijk; Dick Verroen; Gijs Jonkers; Stef Pinxt; Maro Brenters; Marchien van Oostende; Emmy Kanon. D. 20 Economie + Actuariaat + Econometrie* — L.1 VUSO Kees Dullemond; Wim Merkens; Eric van Keulen; Bert ledema; Jaap van Willigenburg; Jan Marius Louwerse; Joens Visser; Myra Danièlson; Hugo Weidema; Gerard Snijders; Jaap Kuipers; Jaap Bankert; Peter Nientker, Willem Kadijk; Henri Corver; Hein Hijink; Ype Starreveld; Walter Schut; Frans van der Wel. L.2 PKV Jan Lanser; Arjen Vos; Olaf Cornielje; Ingrid van Poelgeest; Gertian Lankhorst; Marjan Theissling; Wim van Tol; Jaap Roos; Klaas Schuvt; Toby Neuman; Jeroen Steggink; Sim Kok. D. 21 Sociale Wet. — L.1 VUSO Ton Veugen; Peter Hoffmann; Nico Valk; Rien de Witte. L.2 PKV Theo van Tilburg; Mecheline v. d. Linden; Caro Beerhorst; Hans Nusselder; Ine Kruithof; Jurjen l a k ; Ank Streuer; Joost Paardekooper; Ankie Pastoors; Rob Klaassen. D. 22 C.I.F. + soc. geografie — L.1 VUSO Rudolf Bak; Peter Boer. L.2 PKV Arie de Jong; Hans Stolk; Renée van Riessen; Evert van Leeuwen; Margalith de Ruig; Adriaan Horrevorts; Hans v. Triest; Marijke Hermans. D. 23 Hele geleding — L.1 VUSO Emile Drost; Ton Veugen; Kees Dullemond; Paul den Bleker; Pieter Astro; Marijke Spiekerman; Wim Merkens; Emiel Stolp; Annemarieken van Hespen; Hugo Weidema; Jan Peter Balkenende. L.2 PKV Geert-Jan Haveman; Herman van der Meer; Maria Henneman; Piet de Vries; Guus Bannenberg; Willemien Boot; Rens Munnik; Eelco Folkerstma. Bij "äe Centrale Kiescommissie zijn geen beroepen binnengekomen. * Het is niet uitgesloten dat sommige kandidatenlijsten moeten worden ingekort vanwege de beperkte mogelijkheid van plaatsing op het stembiljet.
Op 20 april verschijnt
het
verkiezingsnummer
van Ad Valvas met een portrettengalerij de kandidaten (plus korte karakterisering) een samenvatting van de verkiezingsprogramma's.
van en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's