Ad Valvas 1978-1979 - pagina 277
AD VALVAS — 16 FEBRUARI 1979
Prof. ir. Herman Hertzberger
tijdens Studium Generale-lezing
over wonen:
'Architecten horen woonkader te scheppen dat de mensen zelf verder invullen' „Hoever de ontwerper ook gaat, de gebruikers zullen nadat ze het bouwwerk hebben overgenomen, het verder gaan afmaken. Ze interpreteren het bouwwerk naar eigen wijze en naarmate het zich op meer uiteenlopende manieren laat afmaken, zullen meer mensen zich beter kunnen thuisvoelen." „De wereld die dóór ieder zelf beheerd wordt, en niet vóór hem, zal klein van schaal zyn, dat wil zeggen opgebouwd uit kleine afmetingen, namelijk die van werkbare eenheden, niet groter dan wat iemand aankan en verzorgen kan met de toewqding die hij zelf kan opbrengen." Twee uitspraken die de opvattingen van de bekende Amsterdamse architect prof. ir. Herman Hertzberger in een notedop weergeven. Vorige week donderdag was hij op de VU om er in het kader van het Studium Generale „Wonen tussen utopie en werkelijkheid" wat dieper op in te gaan. Geen, wat je noemt, wetenschappelijk betoog met koele distantie gebracht door iemand die erg lang op de studeerkamer heeft doorgebracht. Wel een gevoelsmatig-creatief verhaal van iemand die vanuit een scherpe intuïtie tot de overtuiging is gekomen dat men de bewoners niet kan en mag vergeten als er gebouwd gaat worden omdat het anders fout zal gaan. Daarom een verhaal dat de vele aanwezigen die naar de grote zaal van KC-07 waren gekomen boeide. „Ruimte maken, ruimte laten" was het motto dat de tweede lezing in de cyclus van het Studium Generale meekreeg. Tegelijkertijd is daarmee puntig verwoord de opdracht die Hertzberger elke architect op het hart zou willen binden. Over de huidige architectenopleiding laat hij het nodige aan kritiek horen. Als alles wat er te bouwen
Vervolg van pagina 3 Tan was daarmee gerekend. Mede daarom werden 400 leden van het technisch en administratief personeel voor de enquête benaderd en slechts 100 van het wetenschappelijk personeel, hoewel de circa 3000 personeelsleden aan de V U voor de helft tot de ene en voor de helft tot de andere categorie behoren en op zichzelf aannemelijk was dat dan ook de helft van de 500 enquêteformulieren naar de helft van de ene en idem van de andere zou worden verstuurd. Een andere reden voor de keuze 400 technisch en administratief personeel en 100 wetenschappelijk personeel was, aldus Reggy Tan, dat het onderzoek iets meer op de eerste groep personeelsleden was gericht. De psychologische student heeft met zijn onderzoek niet gespeurd naar oorzaken van tevredenheid of ontevredenheid bij het personeel. Als verklaring daarvoor geeft hij dat het onderzoek, hoewel het er interessanter op zou zijn geweiden, dan in het kader van zijn scriptie te uitgebreid zou zijn geworden. Het onderzoek is düs beperkt gebleven tot een signaleren van een bettaande situatie. H o e ervaren personeelsleden hun werk etc? Reggy Tan voegt daaraan toe: „In hoeverre bepaalde resultaten van de enquête overeenstemmen met de objectieve werkelijkheid is in wezen van minder belang dan hoe men een en ander subjectief beleeft." Bij de dienst personeelszaken heeft nicn nog geen oordeel over de enquête en het idee om geregeld zoiets te houden, zo bleek ons. Voorstelbaar is bijvoorbeeld dat periodiek gemeten wordt hoe het met de tevredenheid van het VU-personeel staat. Het resultaat zou meegenomen kunnen worden in het Sociaal Jaarverslag, dat onlangs voor het eti-st verscheen. Over het matige enthousiasme dat het VU-personeel blijkens de enquête voor ontwikkelings- en prowotiemogelijkheden kan opbrengen, zegt drs. C. Jonker van personeelszaken (personeelsbegeleiding): »Daar mag niet zomaar de konklusie aan worden verbonden dat die niogelijkheden ook inderdaad slecht 'ijn. Je kunt konstateren dat de score laag is. Onderzocht moet worden of er een grond van waarheid in zit. Dus het is mogelijk een indicatie die ons extra zal stimuleren om de al bestaande plannen "^et name voor de TAS te gaan volvoeren." Met dat laatste wijst hij op de enige tijd geleden in de universiteitsraad behandelde informalieve nota's „Vorming en opleiding" en „Bevorderingsbeled niet-wetenschappelijk personeel".
is vantevoren tot in de details aan de tekentafels wordt uitgekiend, is dat een slechte zaak. De zachtgroene kleur van de wand in de kamer van een typiste is best een goede keus — ze bederft haar ogen die toch al zoveel te doen hebben zo niet —, maar veel belangrijker is dat ze die kleur niet gepresenteerd krijgt omdat die het beste zou zijn en zelf haar werkomgeving mee kan helpen bepalen. De omgeving hoort bij de mens die erin leeft. Zij zegt iets over zijn persoonlijkheid, zegt iets over wat die mens wil zijn tegenover zijn medemensen. Als je de dingen te „af" maakt, krijg je konfektie-architectuur waarbij er niets meer overblijft voor de mensen om hun
Prof. ir. Herman Hertzberger. (Foto Mark van Dorp) eigen omgeving in te vullen. Aan de hand van vele dia's verduidelijkte Hertzberger zijn filosofie. Mensen moeten zelf weten of ze hun tuin afschotten of niet, en hoe ze dat doen, een komplete kas op het platte dak van hun huis neerzetten, van een garageruimte een extra kamer maken. Sommige mensen denken dat de architect alleen wel bij machte is door alle regeltjes, wensen en voorschriften die ten aanzien van het bouwen van woningen en kantoorcomplexen gelden heen te breken. Hij moet 't maar opknappen. Maar een architect is ook slechts een mens. Daarom is het ook niet eerlijk om de architect de schuld te
De experimentele len.
woningen
in Delft: de bewoners
geven van alle ellende die we om ons heen zien, aldus Hertzberger.
Inspraak „Het is een groot drama waar we in zitten met de bebouwde omgeving. Je zou denken dat het betei is als de mensen het allemaal maar ieder voor zich zouden doen. Zonder architect." In de grond vindt Hertzberger dat de aangewezen weg. De samenleving is echter gecompliceerd en de bevolkingsdichtheid zeer groot. En ook komen de mensen er niet aan toe hun eigen huis te bouwen doordat ze zoveel andere dingen te doen hebben of hun specialisme op ander terrein hun aandacht opeist. Door die specialisering in de maatschappij kwamen er ook bouwspecialisten, aan wie men alles overliet. De architecten. Ze worden door de mensen beoordeeld. Die zeggen: wat jullie ervan hebben gemaakt is een puinhoop. Ze willen inspraak. Hertzberger: „Aan de ene kant is het natuurlijk fantastisch en vanzelfsprekend dat de mensen wat over hun omgeving te zeggen willen hebben. Maar aan de andere kant onderschat men de geraffineerde manipulatiemiddelen waarmee die specialisten voor de gek worden gehouden, buiten schot worden gezet." Ze hebben het inderdaad slecht gedaan. Dat neemt echter niet weg dat architecten maar aan de kant moeten worden gezet en de mensen als leken op eigen houtje aan de gang moeten gaan. Hertzberger: „Het gaat er niet om dat de mensen helemaal hun zin krijgen. Dat is de geweldige taxatiefout die inspraakorganen maken. Het gaat er in de eerste plaats om dat ze invloed hebben op het proces van vormgeving."
hebhen wat in te vul-
Een voorbeeld. Hertzberger noemt de experimentele woningbouw in Delft waar hij zich mee bezighield. Daar was niet precies bepaald waar de slaap-, eetkamer etc. waren gesitueerd. De mensen konden er zelf een beslissing over nemen. Eigenlijk heb ik daar, zegt hij, onaffe huizen, lege hulzen, gemaakt die de bewoners naar eigen believen konden afmaken, invullen. En wat het bouwmateriaal betieft, het gebruik van beton is prima. De mensen zeggen dan meteen als ze het zien: daar moet wat aan gedaan worden..., aldus Hertzberger. Voor de architect die het kadei schept en de bewoners die dat gaan invullen ligt echter een brede barrière van bepalingen zus en zo. Het zou, aldus Hertzberger misnoegd, al een revolutie betekenen als de inwoners van Amsterdam hun kozijnen in de kleur van hun eigen smaak zouden gaan schilderen. „Angst voor de chaos, angst voor de anarchie is wat dit land beheerst." Hertzberger geeft een nieuw voorbeeld. Een clean verpleeghuis, ruikend naar lysol en me* witte tinten. Zo hoort het denkt men. Hij schiep een ruimte waar de mensen zelf in terecht konden met hun eigen spulletjes, zodat ze zich thuis konden voelen: hoekjes in de gang, plankjes langs de wand. Een woonhuisatmosfeer. En dan hooi je de leiding van dat huis tegen de
Prof. ir. H. Hertzberger — geboren in Amsterdam in 1932 — studeerde bouwkunde in Delft. Startte daarna een eigen architectenbureau (Amsterdam), gaf jarenlang les aan de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam, was verscheidene malen gastdocent in Amerika en Canada en werd in 1970 buitengewoon hoogleraar aan de Technische Hogeschool te Delft. Bewoog zich op het terrein van de stedebouwkunde (o.a. Deventer, Amsterdam — Nieuwmarktbuurt, Kleine Gartmanplantsoen, Groningen — planning universiteit —) en de woningbouw (o.a. experimentele woningen te Delft, buurtvorming in Westbroek). Vooral echter ligt zijn werk op het gebied van het ontwerpen van grote gebouwen (o.a. het kantoorgebouw van Centraal Beheer in Apeldoorn, het bejaardencentrum in A'dam-west en het onlangs klaargekomen Utrechtse muziekcentrum).
bewoners zeggen: als je het zo inricht, of als je zo je gang gaat, nee hoor, dat mag niet van de architect . . . Ook als het gaat over het ontwerpen van openbare gebouwen, moet je naai de mensen toe denken, hoewel je daar niet met privé-bewoners te maken hebt. Richtpunt daaibij zal volgens Hertzbergei (die ei tenslotte nog een enkele opmerking aan wijdde) moeten zijn een zodanige kwaliteit van de luimte dat de mensen die er komen de mogelijkheid hebben te zijn wat ze willen zijn De laatste viei, vijf jaar werkte hij aan het pas gei eedgekomen muziekcentrum aan de Utrechtse Vredenburg. De bezoekers moeten er „rugdekking" (beschutting) en uitzicht kunnen vinden zegt hij, uiting kunnen geven aan hun emoties, praten over muziek e t c , want dat ze alleen maar komen om in een stoel naar muziek te luisteren en dat de omgeving er verder niet toe doet. is een fabeltje. Een architect moet volgens Heitzberger instrumenten maken, te vergelijken meteen viool: de gebiuikers moeten 'm gaan bespelen. ( / . V. d. V )
Advertentie
DIKS Autoverhuur bv v. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 714754 en 723366 Fil. W. de Zwijgerlaan 101 Telefoon 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens waaronder: FORD-VW-SIMCA-OPEL NIEUWE
MERCEDES VRACHTWAGENS TOT 26 M3 EN 5 TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten , 10 procent korting
Peter Faber Hl Bmodje Cultuur
Op dinsdag 20 februari komt Peter Faber naar de VU met zijn nieuwe soloprogramma. D e voorstelling vindt plaats in de aula en begint 12.30 uur. We kennen Peter Faber (zie foto') als lid van het Werktheater en als speler in verschillende films, zoals Max Havelaar, dr. Vlimmen en een Vrouw als Eva. Deze werkzaamheden heeft hij nu even opzij gezet om een eigen progiamma te maken. In een aankondiging van zijn show schrijft hij waarom: „Waarom nu alleen? voel ik je denken: heel simpel, vanaf m'n 16e tot nu, ongeveer 18 jaar dus, heb ik gereisd door pantomime-, toneel-, dans-, televisie-, film-, en ga zo maar door land, dus altijd materiaal met en van anderen. Nu wil ik iets voor mensen spelen waar ik zelf volledig verantwoordelijk voor ben." En in de Volkskrant (30 jan.)-
„Vraag me niet wat het programma precies is. Ik breng er van alles in onder wat ikzelf leuk vind. Clownswerk, goochelen, telepathie, gekke en ontroerende dingen." Faber heeft voor zijn programma een twintigtal ideeën uitgewerkt die als uitgangspunt voor zijn optieden dienen. Verder, alles wat maar in zijn hoofd opkomt. Het is in ieder geval geen „glitter-glamour-show". Peter heeft zo zijn eigen aanpak We zijn benieuwd wat er dinsdag allemaal gaat gebeuren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's