Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 61

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 61

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 22 SEPTEMBER 1978

Initiatief

daartoe van subfaculteit

Tandheelkunde

verwacht

Tandartsen en tandprothetici straks samen om één tafel ? Voor het eerst in de tandartsenwereld hebben tandartsen nu eens openlgk verklaard, dat het in de prothetische zorg allemaal niet zo lekker zit. Dat dit nu eens erkend is, is Een wezenlijk resultaat van dit kongres. Dat zegt Warner Kalk, organisator van het lustrumkongres van Tandheelkunde 'Tendens', met wie we nog even nakaarten over het kongres. Op het kongres werd een controverse uitgevochten over de wettelijke erkenning van de tandprotheticus tussen de IVIaatschappiJ tot bevor­ dering der Tandheelkunde en de Organisatie van Nederlandse tand­ prothetici. De oplossing voor de problemen rond de prothetici lijkt nog geen stap dichterbij gekomen en daarom wil de subfaculteit Tand­ heelkunde van de VU proberen mee te werken aan een oplossing. Prof. dr. P. A. E. SUIevis Smit zei vrydag op het kongres, dat het goed zou zfln als de subfaculteit het initatief zou nemen de partUen samen aan tafel te kragen en te praten over een figuur waarbinnen de prothe­ ticus kan werken. Zoals bekend wees vorige week voorzitter Schoemaker van de Maatschappij officiële erkenning van de tandprothetici radicaal van de hand terwijl de heer Brou­ wer van de Organisatie van tand­ prothetici hier juist op aandrong. De prothetici kregen het op het kongres niet zo makkelijk. Zo deelde de heer R. Tohneijer van de Vereniging van Laboratorium­ houdende Tandtechnici een ste­ vige prik uit door op te merken dat de tandtechnicus over het al­ gemeen veel plezier in z'n werk heeft en dat het jammer is, dat er een aantal gefrustreerde tand­ technici (de prothetici red.) is, die meer willen. De meeste tand­ artsen en Tolmeijer waren van mening, dat tandtechnici moeten werken onder leiding en toezicht van de tandarts. Tolmeyer: 'De opleiding van de tandprotheticus is veel te technisch en niet ge­ richt op het kontakt met de pa­ tiënt.'

Opleiding

onvoldoende

Het kongres was unaniem van mening, dat de prothetici in de huidige situatie onvoldoende wor­ den opgeleid en dat het heel on­ duidelijk is, als de tandprotheti­ cus en de tandarts in één mond werken (de verantwoordelijkhe­ den liggen dan heel moeilijk). Wel zag het kongres de behoefte aan samenwerking in een nieuwe struktuur. Tandprothetici hebben een ver­ dere opleiding dan tandtechnici en vinden op grond daarvan, dat zij wel degelijk met patiënten kunnen werken. Bovendien noe­ men 23j een patiënt waarvan alle tanden en kiezen zijn getrokken en by wie de wonden zijn gene­ zen, geen patiënt meer, maar ge­

door Jaap

Kamerling

bitsinvalide. De voorzitter van de ONT, P. Brouwer, vergeleek deze mensen met andere invaliden waarvan een arm of been Is ge­ amputeerd. Invaliden worden door de chirurg verwezen naar de orthopedische instruanentmaber, die bijvoor­ beeld een­ kunstarm aanpast. Zo kan een tandprotheticus volgens Brouwer ook werken. Als het ge­ bit getrokken is en de mond is gesaneerd door de tandarts, is het de taak van de protheticus een kunstgebit aan te meten en de mond verder te controleren. Als er zich dan afwijkingen mochten voordoen, dan kan de technicus de patiënt altijd weer terugverwijzen naar de tandarts. De tandartsen voelen niets voor een dergelijk zelfstandig opereren van de tandtechnici, omdat juist als het hele gebit getrokken is, de mond voortdurend verandert. Er bestaat tussen de tandartsen onderling wel onenigheid over de mate waarin een tandtechnicus kan worden ingeschakeld.

het beroep van tandarts uitge­ hold, vindt liij. Kalk is het daar mee eens en vreest ook dat zo de tandarts teveel wordt uitgekleed. Wel vindt Kalk, dat de tandarts meer in teamverband moet gaan werken en dat er een struktuur moet komen, waarbinnen dan ook de assisterende medewerker een plaats heeft. Ook vindt hiJ, dat in het zieken­ fondspakket een betere prothese moet worden opgenomen. De Zie­ kenfondsraad is daar niet tegen maar wil dan wel de garantie, dat er dan ook inderdaad betere pro­ thesen worden gemaakt. Wat dan zou kunnen gebeuren via kwali­ teitscontrole. Kalk vindt het ook hoog nodig, dat er voor het bespreken van dit soort maatschappelijk relevante zaken een overlegstruktuur komt tussen universiteiten en de Maat­ schappij. Ook moet in samenwer­ king met de Maatschappij onder­ zoek verricht worden naar de vraag wat je in een kunstgebit moet steken om iemand optimaal te laten funktioneren. Een andere konklusie van het kongres is, dat duidelijk werd, dat de tandheelkundige zorg voor gehandicapten in speciale cen­ tra (niet alleen universitaire) zal moeten plaatsvinden met spe­ ciaal opgeleide tandartsen, dus

Stimuleringsfonds

De Open Huis­manifestaUe niet met zomaar afgestudeerde tandartsen. Omdat preventie bij deze zorg het meest essentieel is staat of valt zij met de medewer­ king van ouders, voogden of be­ geleiders.

Striptease Feestprogramma en de Open Huls­manifestatie van dit kon­ gres waren bijzonder geslaagd. Al­ leen het zeilen ging niet door (te­ veel wind). Mede door een uit­ zending van radio Stad trok het Open Huis erg veel mensen en wordt overwogen om elke twee jaar het Open Huis open te stel­ len voor iedere belangstellende. Het cabaret donderdagavond was ook 'af', vindt Kalk. De strip­ tease­scène van een medewerk­

voor maatschappelijk

dienstbaar

werd een groot succses. ster van Tandheelkimde bleek ove­ rigens minder pikant dan sommi­ gen hadden verwacht. Het meisje^ legde symbolisch toestanden en misstanden bij de subfaculteit bloot door vanachter een levens­ grote kies een heuse striptease te suggereren. Plotsklaps werd de kies weggewenteld en mocht de gespannen toeschouwer het meis­ je in witte tandartsenkleding aan­ schouwen. Daarmee aangevend, dat 'de reaUteit verder gaat'. Het hele cabaret is op de plaat gezet en voor een tientje te krijgen. Kalk wil tenslotte graag iedereen (2»'n 100 mensen) bedanken die aan de organisatie van dit groots opgezette kongres heeft' meege­ werkt en wil ook nog eens kwijt dat de uitgegeven almanak wel • héél erg goed is.

onderzoek

Stimuleringsbeleid nodig voor het sociaal­wetenschappelijk onderzoek

Delegeren L. Coppes van de universiteit van Amsterdam, vindt dat de tandarts veel meer moet delegeren. De tandartsenstudie in "Nederland is volgens hem te veel gericht op het boren, vullen en trekken. De tand­ artsen doen in hun dagelijkse praktijk allerlei routinehandelin­ gen. Hij noemt dat onverantwoordelijk, gezien de dure opleiding. Dat soort technische handelingen kan ook door anderen worden ver­ richt. Hii vindt dat een tandarts moet werken met een team van hulpkrachten: een assistente, een mondhygiëniste en een technicus. Op die manier heeft hq zelf meer tijd voor moeilijker zaken, waar nu ook in de opleiding weinig aandacht aan wordt besteed. Prof. Plögel uit Utrecht voelde niets voor dat delegeren en zag ook weinig heU in de samenwer­ king tussen technicus en theore­ ticus (tandarts). Hij vergeleek dit met het rijden in een auto, waar­ bij de chauffeur de technicus is met naast zich een verkeersdes­ kundige als theoreticus. De tand­ protheticus maakt het eetgereed­ schap maar houdt zich verder niet bezig met de emotionele en psychische problemen van de pa­ tiënt. De tandarts moet al die problemen onderkennen. Boven­ dien verschilt de moeilijkheids­ graad per kimstgebit of deel daarvan en kan het aanpassen en controleren niet worden overgela­ ten aan een protheticus met een erg eenzijdige technische oplei­ ding. Plögel vindt de gebitszorg zo'n ii^ewikueld gebeuren (één van de moeilijkste terreinen van de tandheelkimde), dat hij voor de prothetische tandheelkunde een specialist wenst en dus zeker geen protheticus.

Niet

uitkleden

Coppes waarschuwt juist t ^ e n specialisatie omdat elk vak, dat een specialisatie wordt niet meer grondig wordt geleerd in de basis­ opleiding. 'Op die manier wordt

Het sociaal­wetenschappelijk onderzoek is een zwakke stee in het totaal van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland, vindt minister Peij­ nenburg van wetenschapsbeleid. Hij merkt dit op (het is trouwens al eerder gezegd) naar aanleiding van het Wetenschapsbudget 1979, dat hiJ op Prinsjesdag het parlement heeft aangeboden. Volgens Peijnen­ burg zullen losse maatregelen onvoldoende zijn om verbetering te bren­ gen in de onbevredigende situatie waarin het genoemde onderzoek in Nederland verkeert. .~T^*' Hij meent dat de mogelijkheden die de sociale wetenschappen hebben, niet worden benut. Er moet een meerjarig stimulerings­ beleid komen om het onderzoek op peU te brengen. Ook de over­ heid zal in eigen huis verbeterin­ gen moeten aanbrengen, door de sociaal­wetenschappelijke inbreng in haar beleid te versterken. Voor veranderingen zoals deze, zal minister Peijnenburg in 1979 de beschikking krijgen over vijf miljoen gulden in een stimule­ ringsfonds, dat hij 'maatschappe­ lijk dienstbaar' wil maken. Hij denkt dit geld vooral te besteden aan onderwerpen die voor meer dan één departement van belang zijn, aan onderwerpen op lange termijn en aan nieuwe ontwikke­ lingen die nog niet binnen de ge­ ijkte departementale financie­ rlngskaders passen. Het fonds zal, zegt de bewinds­ man met een duidelijke buiging naar zijn plannen voor sektorra­ den, een brugfunktie kunnen ver­ vullen tussen het onderzoek in de universitaire sfeer en de onder­ zoekers daarbuiten, bijvoorbeeld biJ het bedrijfsleven.

Meer voor

onderzoek

Peijnenburg is er bij de algemene bezuinigingsronde nog niet eens zo slecht afgekomen, zo blijkt uit de cijfers die zijn departement be­ kend heeft gemaakt. De over­ heidsuitgaven voor wetenschappe­ lijk onderzoek gaan in absolute zin zelfs met ruim 109 miljoen gulden omhoog, waarvan 75 miljoen bij de universiteiten en hogescholen te­ recht komt. Het streven van het kabinet is geweest, schrijft Peijnenburg, de

gie, ruimteonderzoek, aards mi­ lieu, gezondheidszorg, landbouw­ kundig onderzoek, komputerwe­ tenschap, sociaal en geesteswe­ tenschappelijk onderzoek en we­ tenschapsbeoefening in het alge­ meen. Voor het overige staat het depar­ tement tegenover de noodzake­ lijkheid een belangrijk deel van de gebouwen voor het Nederland­ se onderzoek, die tot stand zijn gekomen in de jaren vijftig en zestig, te vervangen. De investe­ ringen zullen de komende jaren een grotere druk op de kapitaal­ uitgaven gaan uitoefenen.

Arme

Minister

Peijnenburg

onderzoekkapaciteit zoveel moge­ lijk te ontzien en tevens mogelijk­ heden te scheppen voor nieuw be­ leid. De bezuiniging die in 'Bestek '81' in het vooruitzicht was ge­ steld, van 21 miljoen in 1979 op­ lopend tot 66 miljoen in 1981, kon worden omgebogen tot aanzienlijk lagere waarden. Het verlies aan arbeidsplaatsen zal gering zijn en via het natuurlijke verloop kun­ nen worden opgevangen. Met een Intensieve inspanning kan het onderzoek niet slechts ef­ fektief blijven, maar tevens nog in doelmatigheid toenemen, ge­ looft de minister. Hij hoopt dat het universitaire onderzoek zijn gang zal kunnen gaan, omdat de instellingen nog een belangrijke bijdrage hebben te leveren aan de oplossing van maatschappelijke problemen. Onderzoekgebieden die niettemin een veer moeten laten, zijn: ener­

landen

In het Wetenschapsbudget wordt' relatief veel aandacht besteed aan ontwikkelingssamenwerking en de mogelijkheden die wetenschap en techniek de armere landen en vin­ keren te bieden hebben. Volgens Peijnenburg ontbreekt het n<% aan struktuur, ofschoon menige Nederlandse wetenschapsman aan onderzoek in die richting bezig is. Een raad van advies heeft intus­ sen een vijftal onderzoekthema's aangegeven: gezondheidszorg, voedselproduktie, waterbeheersing, energie en makro­ekonomische processen. Zijn budget overziende, merkte Peijnenbui^ op, dat zijn uitgangs­ punt, handhaving van de kwali­ teit van de totale onderzoeksin­ spanning, niet of nauwelijks is aangetast. 'Wij hebben bij de hele bezuinigingsoperatie zorgvuldig nagegaan waar de uitgaven kon­ den worden beperkt met de mins­ te schade voor de beleidsdoelstel­ lingen en ik geloof dat we daar in redelijke mate in zijn geslaagd.' Wetenschapsbeleid heeft iets moeten inleveren, maar er is niet domweg met het rode potlood ge­ schrapt. Aan nieuwe wensen is nog gedeeltelijk tegemoet g n o ­ men. Hij meent dan ook dat on­ danks een financiële beperking van twee procent er nog goed te werken valt. (GUPD, Utrecht BX.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 61

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's