Ad Valvas 1978-1979 - pagina 177
5
AD VALVAS — 1 DECEMBER 1978
Klaas van Urk over politicologie
op onderwij saktiew eek:
Dogmatisme vaak oorzaak problemen bij ontwikkelen van alternatieve studie De problemen, waarmee de afgelopen jaren liet projektmatig thema-gericht onderwgs by politicologie kampte zijn voor een belangrijk deel te verldaren door een te dogmatische wetenschapsopvatting van de progressieve studenten en te weinig aandacht voor het plezier en de voldoening die je in de studie moet kunnen ervaren. Overdreven dogmatisme heeft vaak geleid tot uitzichtloze theoretische diskussies, frustraties bü studenten en docenten en erg moeizame verhoudingen met de laatste groep. Dat zijn een paar belangrijke punten, die bq je blijven hangen als je anderhalf uur een evaluerend betoog aanhoort over de ervaringen bg het projekt(matig)onderwys bq politicologie de afgelopen jaren. Klaas van Urk, SRVU- en Mundus-aktivist „van het eerste uur" (maakte de bezetting van '72 nog mee) en gestaald in de strijd voor een alternatieve studiepraktijk bg politicologie hield vorige week ter gelegenheid van de onderwysaktieweek van het LOG een heel bezonnen verhaal, waar zeker wat mee te doen valt. Hij baseerde zijn verhaal vooral op zijn eigen ervaringen als zevendejaars politicoloog maar er zaten zeker ook elementen in verwerkt van strategiediskussies, die door faculteitsvereniging Mundus zijn gehouden. Het betoog was verder opgehangen aan de ervaringen met de drie ..speerpunten" bij de opbouw van de alternatieve studie de laatste jaren: de Projekten staatstheorie, imperialisme en stadssanering. 0\ er het dogmatisme zei Klaas, dat het marxisme gezien werd als een apart afgescheiden tegenover de burgerlijke wetenschap staand iets. Er werd een dikke scheidsmuur opgetrokken tussen beide. Het was te krampachtig óf, óf. Het enige wat je aan burgerlijke theorieën had was dat ze zinvol zijn in het kader van je kwalificatie tot wetenschapper. Als je iets van het (burgerlijk) funktionalisme afweet weet je hoe je tegenstander denkt en het is ook leuk bij sollicitaties. Maar als kennisbron hadden burgerlijke theorieèn geen waarde.
door Jaap
Kamerling
Een derde methodologisch probleem vormde vaak de grote moeilijkheid om bij een onderzoek theorie en empirie op een juiste manier op elkaar betrokken te krijgen. B)j het Imperialisme-projekt bv. wilde in het kader van het Indonesiëonderzoek over de boeren en hun r'jstproduktie Peter Idenburg, staflid, vooral uitgaan van de belevingswereld van de boeren zelf, een nogal fenomenologische benadering dus fen burgerlijk). De studenten in dit onderzoek wilden echter vooral een theoretische benadering vanuit het marxisme. Aan die fenomenologische benadering, die sterk praktijkgericht is wilden ze niet toegeven. Toen maar eens een marxistisch georiënteerd staflid geraadpleegd, dat goed thuis is op methodologisch gebied. Die vond echter, dat je ervoor moet uitkijken, dat het theoretisch kader niet zodanig gaat overheersen, dat je die boeren zelf niet
'Ook burgelijke theorieën kunnen kennisbron zijn' Nd kijkt hij daar, milder maar niet minder strijdbaar, wat genuanceerder tegenaan. De scheidslijnen zijn niei zo sterk, zegt hij. Met de kritiek van burgerlijke theorieën in je achterhoofd kun je soms best zinvolle kennis halen uit burgerlijke theorieën. Het is niet zo, dat het marxisme direct ideale theorie geeft. Aan elk marxistisch onderzoek kleven bezwaren en problemen en soms haal je er minder kennis uit dan uit burgerlijk onderzoek. Hij konkludeert daar uit, dat het best mogelijk is bij bepaalde onderwerpen samen te werken met „burgerlijke" docenten.
goed meer ziet. Toen kwam er uiteindelijk een kompromis uit, waarbij theorie en empirie beter op elkaar werden betrokken.
Empirisme Het probleem werd nu echter, dat volgende generaties studenten, die minder theoretische bagage bij zich hadden, tot empirisme gingen vervallen: het opeenhopen van empirische feiten zonder theoretisch frame. De grote klus blijft hoe theorie en empirie goed op elkaar betrokken te houden. Daar hebben we nog
Overtrokken economisme Als tweede theoretische fout noemt Klaas het vérgaande economisme bij de invulling van de marxistische benadering. Dit komt er in het geval van de politicologie op neer, dat van alle politieke verschijnselen de verklaring wordt gereduceerd tot economische factoren. Dit is te simpel vindt hg nu. Het burgerlgk parlementaire systeem is niet exact de uitdrukking van de economisch bepaalde klassen; de heersende en de onderliggende arbeidersklasse. Er zijn middenklassen en er zgn ook tegenmechanismen werkzaam. Hel is dus niet zo, dat de economische onderbouw volledig bepalend is voor de bovenbouw (het ideeële). De bovenbouw werkt ook in op de onderbouw. Er is een dialectische wisselwerking. Totnutoe verhinderde het overtrokken economisme vaak het doen van zinvol onderzoek. Er ontstonden eindeloze theoretische diskussies over een fgne en rekkelgke interpretatie van het economisch determinisme. Burgerlijke benaderingen werden als volstrekt waardeloos beschouwd. Burgerlijke docenten werden soms bijna overspannen, studenten gefrustreerd en het echte onderzoek, daar kwam men helemaal niet aan toe.
Klaas van Urk, milder, maar niet minder strijdbaar. onvoldoende vat op, vindt Klaas al gelooft hij dat de franse marxistische school (Althusser e.d.) hier wel handvatten geeft. Van de drie Projekten waaraan het verhaal van Klaas was opgehangen zijn er twee over. Stadssanering is vastgelopen. Er was geen duidelijke inhoudelijke greep op de materie en ook ontbrak het aan continuïteit. Het Projekt staatstheorie is wel doorgedrongen. Het wordt erkend als een noodzakelijk onderdeel van de studie (hoewel niet als onderzoeksterrein) en biedt ouderejaars, die aan het eind van hun studie vaak sterk aan het individualiseren slaan een mogelijkheid gezamenlijk ergens mee bezig te zijn.
Maar er is onvoldoende begeleiding door de staf en er zijn nog te vee' eindeloze theoretische diskussies Het Projekt is nog steeds niet ,.gevestigd". Bij het projekt worden vragen gesteld als: waarom een overheid welke doeleinden heeft. Waarom ze bv. geen geleide of planeconomie heeft. In hoeverre ze uitdrukking is van de belangen van de heersende klasse. Het projekt biedt een tegenlicht tegen de gangbare politicologie aan de VU, die uitgaande van de bestaande verhoudingen beleid en bestuur centraal stelt, en technieken en vaardigheden doorgeeft aan de toekomstige (bestuurs)ambtenaar. In die gangbare politicologie-beoefening wordt gewerkt met het kritisch-rationalisme (neo-positivisme) en wetenschappelijk waarderelativisme (elk stuk wetenschap wel door waarden bepaald maar de keuze daarvan geschiedt grotendeels buitenv/etenschappelijk). Het Imperialisme-projekt heeft, zo is Klaas z'n indruk, nu een stevige plaats. Er zijn veel studenten bij betrokken. Toch knappen sommigen er nog op af. Soms weet je niet d.iidelijk wat je moet doen als je in een bibliotheek gaat snuffelen en de theoretische basis is nog onvoldoende.
Vereenzaming Als een van de grote problemen signaleerde Klaas de vereenzaming en individualisering van ouderejaars doctoraalstudenten. De werkgroepen hebben ze meestal het eerste gedaan omdat je dan met elkaar
Drie boze geesten voerde de SRVU ten tonele tijdens de onderwijsaktieweek vorige week. Ze belichaamderC de geest van de minister van onderwijs Pais, die deze week zijn nota voor een vierjarig WO met twee-fasenstruktuur verdedigde. In het kader van de aktieweek hield o.a. Klaas van Urk een lezing over de stand van zaken met het projektonderwijs bij politicologie (zie hiernaast). Er waren die week veel college-stakingen. In plaats van de colleges werden er meetings gehouden over de herstrukturering, en fora over vrouwenstudies, stadsontwikkeling, literatuuronderwijs, maatschappijgeschidenis etc. Er was een anti-Pais-cabaret en een politiek café. En op PH'31 werd de Maagdenhuisfilm nog eens vertoond. De demonstratieve rondgang over het VU-komplex vond een afsluiting bij de manifestatie hierboven. bezig bent en de individuele tentamens worden tot het laatst bewaard. En met de scripties is het aan het eind van de studie ook een geweldig getob o.a. door gebrek aan theoretische achtergrond. Deze studenten moeten met hun onvrede iets gaan doen in het kader van hun studie. En daarbjj denkt hq ook aan die studenten, die balen van de werkgroep, waarin ze zitten. Organiseer (gezamenlijk) je eigen studie zo luidde het motto van de SRVU bij het jubileum dit jaar.
Lekker Op de organisatie van faculteitsvereniging Mundus heeft Klaas ook de nodige kritiek. Op de seminaars vindt slechts een te globale diskus-
Algemene discussie op ongezouten kritielc verpleegicundigen AZVU In het Academisch Ziekenhuis VU is een algemene schriftelijke discussie geopend als gevolg van de ongezouten kritiek die vijftien verpleegkundigen kortgeleden op de gedragingen van artsen tegenover de patiënten via een open brief in het ziekenhuisblad „Op de Hoogte" en een interview in Ad Valvas (17 november) naar buiten brachten. Bovendien heeft de directie een brief gezonden naar prof. C. van der Meer, het hoofd van de-afdeling inwendige geneeskunde waar het merendeel van de vijftien werkzaam is. Daarin geeft de directie het advies de zaak per interne afdeling ter discussie te stellen onder de artsen en verpleegkundigen. Waarnemend ziekenhuisdirecteur prof. F. G. Bouman: „De directie kreeg de indruk dat het ingezonden stuk kwam van een afdeling waar de discussie tussen artsen en verpleegkundigen niet naar behoren verliep. Het is vervelend dat de verpleegkundigen in hun verhaal de indruk wekten alsof het om een algemeen verschijnsel in het ziekenhuis gaat," Intussen is ook de afdeling personeelsontwikkeling ingeschakeld bij de discussies. De waarnemend directeur denkt er overigens niet aan om maatregelen tegen de verpleegkundigen te nemen. „Wij beschouwen de reactie van de verpleegkundigen als een noodkreet. Als zodanig willen wij de zaak bekijken." Vandaag heeft een gesprek plaats tussen hem, prof. Van der Meer en de drie door Ad Valvas geïnterviewde verpleegkundigen. Vorige week verklaarde prof. Bouman in het dagblad „Trouw" de zaak hoog op te nemen: „Deze manier is de verpleegkundigen onwaardig. Vooral door het verhaal in Ad Valvas is het vertrouwen in het medisch handelen ondermijnd. Dat is schadelijk voor de patiënt." Prof. Van der Meer toont zich verbaasd over de actie van de verpleegkundigen. Volgens hem functioneren er op verscheidene afdelingen van de interne kliniek al geruime tijd discussiegroepen met artsen en verpleegkundigen. Hij wil in het gesprek met de drie verpleeg-
sie plaats over de aanpak. Er had steeds een diskussie moeten' plaatsvinden over de konkretisering daar\ an. Ook is er te weinig continuïteit. Sommige mensen vallen weg uit Projekten en er wordt niets gedaan aan de opengevallen plaatsen. Er is te weinig uitwisseling van ervaringen. Er wordt te weinig doorgekoppeld naar activiteiten buiten de studie en scholingen. Er is volgens Klaas ook een te grote drang om alternatieve activiteiten altijd in het studieprogramma zelf te krijgen. Je moet die ook buiten het programma willen organiseren, in kombinatie niet de gewone studie. Tenslotte vindt hij, dat er niet alleen aandacht moet zijn voor de resultaten "an het werk. Als het lekker gaat is dat ook een resultaat. kundigen een duidelijker beeld krijgen en precies weten op welke afdeling(en) de kritiek zich toespitst. Hij voelt zich persoonlijk wel getroffen door de actie van de verpleegkundigen, te meer daar hij naar zijn zeggen zich sinds 1970 uitgebreid met de medische ethiek heeft beziggehouden en daarover nog onlangs in Intermediair heeft gepubliceerd. „Wat de zusters nu aan de orde stellen is juist datgene wat ik altijd geprobeerd heb te voorkomen," aldus prof. Van der Meer. Volgens enkele van de vijftien verpleegkundigen hebben zij zowel positieve reacties, ook van artsenzij de, gekregen als negatieve. (B.M.)
Minister
Peijnenburg:
'Meer internationale wetenschappelijke samenwerking nodig' De industrielanden moeten vernieuwings-intensief bezig zijn op die terreinen waar zij traditioneel en internationaal gezien steeds een vooraanstaande positie hebben ingenomen. Internationale samenwerking is hierbij van essentiële betekenis: niet alleen uit een oogpunt van kennisuitwisseling, maar zeker ook uit een oogpunt van kennisverwerving, vooral op terreinen waar kapitaal-intensieve investeringen zijn vereist. Aldus de minister voor wetenschapsbeleid drs. M. W. J. M. Peijnenburg in een voordracht voor het parlement van de Westeuropese Unie (WEU) in Parijs, vorige week woensdag. Minister Peijnenburg zei, dat het uit kostenoverwegingen vooral voor de kleinere landen noodzakelijk is tot internationale samenwerking te komen. De bereidheid daarvoor een stuk eigen belang op te offeren is bij die landen daarom wellicht ook het grootst. Het zal daarom van de grote landen afhangen of zij - van-
uit een gemeenschappelijk Europees belang - bereid zijn een hechte internationale wetenschappelijke samenwerking gestalte te geven. Die zal door een grotere besluitvaardigheid in de verschillende kaders voor internationale samenwerking tot uitdrukking moeten komen. Aan de hand van een overzicht van de Europese inspanningen op het gebied van het energie-onderzoek en het ruimte-onderzoek, terreinen waarop de internationale samenwerking duidelijk tot ontvrikkeling is gekomen, maakte de minister duidelijk dat ook op tal van andere onderzoekterreinen „grensoverschrijdende" activiteiten intensiever zouden kunnen plaatsvinden. Op de gebieden gezondheidszorg en -bescherming, menselijk milieu, landbouw en informatieverzorging wordt minder dan 10 procent van de totale bedragen die aan deze onderzoekgebieden worden uitgegeven in internationaal verband gedaan. Ook het sociaal-wetenschappelijk onderzoek vraagt een meer internationale aanpak, aldus de minister.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's