Ad Valvas 1978-1979 - pagina 83
AD VALVAS — 6 OKTOBER 1978
Onderwijsonderzoeker
Rob Heintjes: 'Student leert te weinig
vaardigheden'
Gesukkel met schrijven doktoraal-skriptie toont te kort in voorafgaande onderwijs aan Teveel intellektuele vaardigheden die studenten in bun toekomstige werkkring èn voor het maken van een doktoraalskriptie moeten kunnen beheersen, komen in de studie onvoldoende aan bod. Er is geen duideiykheid over de doelstellingen van de skriptie en daardoor evenmin over de wijze van beoordeling. Docenten hebben dikwijls moeite met de begeleiding van skriptieschrijvers. En tenslotte zijn studenten als ze aan hun skriptie werken te geïsoleerd bezig. Zo luiden de belangrijkste konklusies van Rob Heintjes van de afdeling onderwijsresearch aan de VU in een onderzoeksrapport over de problemen rond de doktoraalskriptie aan de SKW-fakulteit (sociaal-kulturele wetenschappen). Hü komt met een viertal aanbevelingen, die op korte termijn verwezenlijkt kunnen worden: het invoeren van skriptiekontrakten, te bevorderen dat doktoraalskripties in het kader van grotere Projekten gemaakt (kunnen) worden, het instellen van doktoraal-diskussiegroepen en het samenstellen van één of meer handleidingen over (onderdelen van) het maken van een doktoraalskriptie. Het is één van de eerste keren dat in Nederland onderzoek is gedaan naar de ingewikkelde onderwijskundige problematiek rond het onderwerp „skriptie". Rob Heintjes vermoedt dat zijn bevindingen in grote lijnen opgaan voor ook veel andere fakulteiten, waar van de studenten een doktoraalskriptie als verslag van (literatuur)onderzoek wordt verlangd. Alleen al aan de VU blijkt (dan ook?) een grote belangstelling voor_ zijn rapport te bestaan. In de eerste helft van 1977 werd de afdeling onderwijsresearch te hulp geroepen door een verontrust subfakulteitsbestuur politikologie. (Skripties liepen niet zelden uit van de geplande vier maanden tot negen maanden ä een jaar.) Omdat de doktoraalskriptie binnen véél studierichtingen problemen oplevert werden, om het onderzoek een grotere algemene geldigheid te geven, ook de twee andere subfakulteiten binnen SKW (t.w. sociologie en niet-westerse sociologie/kulturele antropologie) gevraagd aan de interviews mee te doen. Als probleemstelling werd gekozen: Welke zijn de mening van docenten en studejiten, de problemen bij het maken van een doktoraalskriptie en in welke richting moeten mogelijke oplossingen gezocht worden? Dat lijkt een wat beperkte probleemstelling maar daarachter ging expliciet de wens schuil om te komen tot een optimale regeling van het hele skriptiegebeuren. Formeel gezien is de steekproef van geïnterviewde studenten nogal klein: niet meer dan drie per subfakulteit. (Vooral afgestudeerde skriptieschrijvers waren moeilijk te pakken te krijgen.) Maar dat is volgens Heintjes geen bezwaar. „Na drie studenten wist ik al wat de vierde zou gaan zeggen en de vijfde, zesde en verder waren eigenlijk al niet meer nodig." Ook onder de docenten bleek een grote mate van overeenstemming. „Bijna altijd kon ik termen als „vrijwel iedereen" of „meer dan de helft" gebruiken, waardoor het makkelijk was om saaie cijfermatige vergelijkingen achterwege te laten." Opmerkelijk is overigens dat hoe-
doorjohan
de Groot
wel vrijwel iedereen vond dat het niet goed zat met de skriptie, er nauwelijks systematisch in vakgroepen of subfakulteitsraden over gesproken is behalve noodgedwongen in het kader van de herprogrammeringsdiskussies.
antwoorde probleemstelling. Hij wordt daarbij begeleid en beoordeeld door een docent op wiens vakgebied het gekozen onderwerp betrekking heeft. Het is mogelijk een onderwerp te kiezen dat aansluit bij de stage en de student is in beginsel vrij met meerdere mensen aan eenzelfde onderwerp te werken. Op grond van het onderzoeksrapport laat zich het volgende beeld schetsen: De meeste studenten beginnen enthousiast aan hun skriptie: het betekent bezig zijn met een interessant onderwerp, een studieonderdeel dat „zichtbaar" resultaat oplevert en, vooral, eindelijk een kans datgene wat je geleerd hebt toe te passen en verschillende losse stukjes kennis met elkaar in verband te brengen. Lastig is wel, dat je zeker in de begintijd, nauwelijks een beeld hebt van wat er allemaal gebeuren moet (welke stappen genomen moeten worden en in welke volgorde). Waardoor je niet syste-
uioet weten, hij heeft immers zyn vakliteratuur bügehouden, is naar ktmgressen en lezingen geweest, is niet voor niets aan het eind van zyn studie... In onderwüskundige termen betekent dat dat zo'n docent de skriptie als toetsingsproces beschouwt. Een andere opvatting, die ook wel door sommige docenten in praktyk wordt gebracht, is dat de doktoraalskriptie in de eerste plaats een leerproces moet zya. Dat betekent niet dat de skriptie niet beoordeeld wordt maar wel dat bij de beoordeling, behalve met het eindprodukt met name met de wyze waarop het proces is verlopen, rekening wordt gehouden. Idealiter wordt er dan zelfs regelmatig tussentijds „getoetst" om te kijken of de student op het goede spoor zit. Overigens is het voor docenten ook moeilijk omdat er geen duidelijke afspraken of voorschriften zijn over hoe de skriptie beoordeeld moet worden. Dat dit beter kan is één van de 27. „oplossingen en verbeteringen" die Rob Heintjes in eerste instantie op een rij heeft gezet. Deze zijn echter onderling verweven, overlappen elkaar grotendeels, wat het doen van zinvolle aanbevelingen bemoeilijkt. Een tweede moeilijkheid zijn de zgn. randvoorwaarden: „heel vage en heel praktische dingen, zoals de stand van zaken bij de herprogrammering, beschikbare docententijd, de mogelijkheid een nieuwe opzet in te passen, machtsposities binnen de fakulteit, allemaal dingen die je eigenlijk niet uit kunt spreken." Maar „er kan toch gekonstateerd worden dat een en ander zich voldoende duidelijk aftekent om te kiezen vóór het aanpakken van de gesignaleerde problemen, het realiseren van de gedane aanbevelingen, en niet voor het instellen van nader onderzoek."
De afdeling onderwijsresearch aan de VU zal zich tot het eind van het jaar op drie zwaartepunten richten. De analyse en evaluatie van onderwijsvormen (zoals de doktoraalskriptie) is daar één van. Waarschijnlijk zal binnen dit zwaartepunt de eerste jaren het aksent op de herprogrammering komen te liggen. De „papieren herprogrammering" is voorbij en de programma's worden langzamerhand daadwerkelijk gerealiseerd. De Wet Herstrukturering schrijft daarbij voor dat de (sub)fakulteiten na afloop van de propedeuse aan de student advies moeten uitbrengen over de voortgang van zijn studie en de eventuele verwijsmogelijkheden. Tevens zal aan de minister verslag uitgebracht moeten worden over de ervaringen met de nieuwe programma's. Zaken waar de fakulteiten nauwelijks ervaringen mee hebben. Aangezien de mankracht van Onderwijsresearch niet toelaat in alle gevallen dat daarom gevraagd wordt daadwerkelijke hulp te verlenen heeft de afdeling een zoveel mogelijk zelf-instruktieve handleiding samengesteld met vooral praktische aanwijzingen voor deze evaluatie. De andere twee zwaartepunten zijn: trainingen van docenten en studenten, een kursus studievaardigheden voor eerstejaars is in de maak, en het ontwerpen, beproeven en evalueren van multi-media studiesystemen die zoveel mogelijk zelfinstruktief van aard zijn. Zelfinstruktie betekent daardaarbij niet per definitie individuele studie, er wordt ook gedacht aan de mogelijkheid van studie in kleine groepjes van twee of meer studenten.
Isolatie
De aanbevelingen, die op korte termijn verwezenlijkt kunnen worden zijn, zoals gezegd: skriptiekontrakten, grotere projekten, doktoraaldiskussiegroepen en het maken van handleidingen. Het woord skriptiekontrakt is minder kommercieel dan het lijkt, het betekent het schriftelijk vastleggen van een aantal wederzijdse (!, dus ook van de docent) verplichtingen, die echter soepel gehanteerd mogen worden. Bij grotere projekten zouden verschillende studenten aan één onDrs. Rob Heintjes derwerp werken maar daarbinnen wel ieder zelfstandig een eigen (deel)probleemstelling uitwerken. In de doktoraalskriptie moet de matisch te werk gaat en later de Groot voordeel van deze opzet is student zelfstandig via (meestal liweinig hapklare brokjes tot een lo- het tegengaan van de isolatie van teratuur)onderzoek antwoord vingisch geheel moet zien te verwer- skriptieschrijvers. den op een wetenschappelijk verken. Doktoraalskriptie-diskussiegroepen Vrij veel zaken blijkt de student ge- dienen hetzelfde doel, zij het dat vroonweg niet geleerd te hebben en iedere student aan zijn eigen onmoet zij of hy zich maar al aan- derwerp werkt. Andere aanbevelinmodderend eigen zien te maken. gen zijn nog: het indien mogelijk Nauwkeurig formuleren van een koppelen van skriptie en stage, Geregeld worden colleges gemist probleemstelling, selekteren en skriptiemakers bij voorkeur door systematisch opslaan van informa- twee docenten laten begeleiden (de tie, toepassen van methoden en eerste blijft verantwoordelijk, de technieken van literatuuronderzoek tweede fungeert als „meelezer") en en het schrgven van een verslag. skriptiebegeleiders beter op hun Dat zyn vaardigheden waar de taak voorbereiden. meeste studenten moeite mee heb- Kernprobleem blijft volgens onderben. Soms schiet ook de kennis te zoeker Heintjes dat de doelstellinkort. gen van de doktoraalskriptie onvolDe Stichting Het Nederlands Studenten Sanatorium, Büro NSS, Amsterdoende zijn uitgewerkt. De onduidam (karH^r OA-29) wil via Ad Valvas een oproep doen aan alle automo- baar komt bij dat erg veel studen- delijkheid die daarvan het gevolg is ten in de laatste fase van de studie bilisten en schrijft het volgende: nogal in hun eentje bezig zijn. Ze ligt ten grondslag aan de meeste 1 Regelmatig bereiken ons klachten van de kant van gehandikapte studenten, komen nauwelijks meer op de fa- andere problemen. Hij konstateert 'at zij niet in staat zijn hun kolleges en praktika in het VU hoofdgebouw kulteit en zien weinig medestuden- dat de doktoraalskriptie vroeger tt volgen, omdat zij hun auto niet op één van de negen parkeerplaatsen ten. Die hebben immers hun eigen vrijwel het enige studie-onderdeel voor gehandikapten kunnen parkeren. Deze parkeerplaatsen zijn n.l. voort- skriptieonderwerp. Het is gebruike- was waarin de student een aantal durend bezet door auto's, die hier in feite niet zouden mogen staan. lijk dat de motivatie in de loop van vaardigheden, die hij of zij in de latere beroepspraktijk nodig zou Veel automobilisten schijnen niet te weten, dat bet alleen geoorloofd is de de tijd behoorlijk afneemt. hebben, kon oefenen. Later werden auto op één van bovengenoemde parkeerplaatsen neer te zetten, wanneer langzamerhand een aantal van demen in het bezit is van een speciale invalidenparkeerkaart met daarbij bei e zaken in het kurrikulum — in horende parkeerschijf. Leerproces of werkstukken, papers, werkgroepen, Zo'n parkeerkaart wordt alleen uitgereikt aan personen die niet in staat etc. — ingebouwd. zijn zonder hulp van anderen 100 meter te lopen, en aan mensen die roltoetsproces? Maar omdat dit principe van intesJoelberijder zijn. V kunt zich voorstellen, dat het voor deze groep mensen van het grootste Het is te hopen voor de student dat gratie-in-het-kurrikulum niet systebelang is, dat zij hun auto zo dicht mogelijk bij de VU kunnen plaatsen. hy een docent getroffen heeft die matisch werd uitgewerkt (niet alle Baarom zouden wy u dringend vrillen verzoeken: laat de negen parkeer- hem een beetje vril stimuleren. Er vaardigheden komen aan bod, als plaatsen voor gehandikapten vrij voor de mensen, voor wie ze ook be- zyn ook docenten die vinden dat de ze wel behandeld worden gebeurt stemd zijn." gemotiveerde student het na maar dat niet nadrukkelijk genoeg, ze
Parkeerplaatsen gehandicapten ¥aak ten onrechte bezet
Onderwijsresearch VU: drie zwaartepunten tot eind dit jaar
worden niet getoetst, etc), werd onduidelijk welke rol er nu voor de doktoraalskriptie overbleef en kwam deze in een halfslachtige positie te verkeren. Heintjes: „Een en ander betekent dat een herbezinning op de doelstellingen van de doktoraalskriptie eigenlijk een herbezinning op de opbouw en inhoud van het kurrikulum zal moeten inhouden.
Skriptie
afschaffen...
Bij dat laatste lijkt het zinnig alle noodzakelijk geachte vaardigheden, stuk voor stuk, in een logische volgorde en geïntegreerd in werkstukken, papers, e.d. aan de orde te stellen en te toetsen. Dit betekent dat bij het bepalen welke werkstukken, papers, e.d. er gemaakt moeten worden er niet langer alleen uitgegaan mag worden van vakinhoudelijke eisen, maar ook (misschien méér nog) van de vaardigheden die tot de doelstelling van de opleiding behoren. Eigenlijk zou het hele denken over de inrichting van de stiidie meer vaardieheden-gericht moeten worden, waardoor een aantal zaken die nu soms in de kantiyn van de interviews met de docenten naar voren kwamen („studenten kunnen vaak niet systematisch werken, niet helder denken, niet logisch redeneren, zyn niet kreatieP') ook meer aandacht zouden krSgen. Een kurrikulumopbouw als hierboven geschetst impliceert dat de doktoraalskriptie een duidelijker en zinvoller doel zou kunnen krijgen (bijvoorbeeld: de student nog één keer in de gelegenheid stellen om eerder eigengemaakte kennis en vaardigheden integraal in praktijk te brengen in een poging een antwoord te vinden op een wetenschappelijk relevante probleemstelling) of, wellicht, zou kunnen worden afgeschaft..."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's