Ad Valvas 1978-1979 - pagina 367
AD VALVAS — 6 APRIL 1979
Syfnpóstüm langdurige
3
evaluatie WUB''^ademische diskussie
Raad
sfaflscHot"
Geen stormloop tegen ciePolak, wel kritische geluiden Het symposium van de Academische Raad over de ongeveer tien jaar geldende demokratische bestuursstrulituur aan de universiteit, dat vorige week woensdag en donderdag zo'n 150 universiteitsbestuurders e.a. in Amersfoort bijeenbracht, heeft geen storm van protest opgeleverd tegen het harde oordeel dat de commissiePolak over de universiteiten heeft geveld en haar daarop gebaseerde voorstellen. De deelnemers lieten overigens hier en daar wel kritische geluiden horen over de voorstellen, waarin gepleit wordt voor meer invloed van beroepsbestuurders en het wetenschappelijk personeel in vaste dienst die de studenten, het weten schappelijk personeel in tijdelijke dienst en het nietwetenschappelijk per soneel zouden moeten inleveren. Scherp was wel de kritiek van een paar vertegenwoordigers van het Landelijk Overleg Grondraden, de gezamen lijke studentenvakbonden, die vonden dat de ciePolak de democratisering om zeep wil helpen. Het bleef al met al bij een eerste gedachtenwisseling zonder konklusie. De deelnemers spraken ieder voor zich en de meningen liepen uiteen over wat er in 1982 zal moeten gebeuren als de Wet Uni versitaire B estuurshervorming afloopt. In het najaar brengt minister Pais al zijn voorontwerp van wet voor een definitieve bestuursstruktuur uit en op de perskonferentie donder dagsmiddags werd dan ook ge vraagd of het symposium niet wat laat kwam, terwijl bovendien de meningen verdeeld waren. De voor zitter van de Academische Raad, prof. Brenninkmeijer, antwoordde „dat we natuurlijk niet met een blanco situatie zitten". Consensus over hoe de dertien universiteiten en hogescholen erover denken zal er wel komen, voorspelde hij. „De regel is dat de universiteiten eerst uitvoerig voorstudies verrichten. De
Dr. G. Brenninkmeijer, voorzitter van de Academische Raad: „C on sensus zal er wel komen". deelnemers aan dit symposium zit ten hier als individuele personen. Konklusies worden nog niet ge trokken." De commissie evaluatie WUB van de Academische Raad, naar haar voorzitter kortweg de commissie Maas genoemd, komt deze maand met preadviezen over de voorstellen van de commissiePolak, waarover de universiteiten zich kunnen bera den. Voor deze preadviezen vormt het symposiumresultaat het een en ander aan basismateriaal. Op 29 juni volgt dan het eindadvies van de Academische Raad. De diskus sie gaat daarna verder als het voor ontwerp van wet van Pais er is na de zomer. Tot omstreeks de, jaar wende, waarna in het voorjaar van 1980 het wetsontwerp er zal zijn .. . Er zal nog heel wat worden afge praat. Met het symposium werd als het ware het startschot voor de lang durige diskussie gegeven. Tien hooggeleerde inleiders hadden voor af elk een van de tien ruimte laten de vragen van de commissieMaas ter beantwoording mee naar huis gekregen. Aan de hand van hun (dus) uitvoerige uiteenzettingen —
Advertentie
DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat.278, Amsterdam(Z). Telefoon 714754 en 723366 . Fil.W. de Zwijgerlaan 101 . . Telefoon 183767 ; 400 nieuwe luxe en bestelwagens 'waaronder: FORDVW,SIMCAOPEL , , NIÉUWE
MERCEDES VRACHTWAGENS TOT 26 M3 EN 5 TON {groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten 10 procent korting
Jan van der
Veen
bij elkaar een velletje of negentig — werd in tien groepjes gediskussi eerd, wat tenslotte in totaal zo'n twintig velletjes rapportages op bracht, waarover alle deelnemers tesamen aan de praat gingen op de tweede dag.
Academische nieuwe stijl
Raad
De invloed van de overheid op de universiteiten, die er vanzelfspre kend wel moet zijn, mag niet ver der gaan dan het stellen van regels en voorwaarden, luidde het oordeel van sommigen. Er mag geen sprake zijn van gedetailleerd inhoudelijk overheidsdirigisme. De kontakten tussen het wetenschappelijk onder wijs en de overheid, zoals die nu plaatsvinden via dertien losse in stellingen, een Academische Raad die gezien zijn opzet niet geschikt is voor het ontplooien van nieuwe initiatieven, zouden moeten lopen via een nieuw gemeenschappelijk orgaan, bestaande uit met een ze kere onafhankelijkheid opererende deskundigen. Het besef dat er zo iets moet komen wint veld. Dat nieuwe orgaan zou zich niet mogen opstellen als een gemeen schappelijk front tegenover Den Haag, maar zou toch nuttig zijn om een overheersende overheidsbemoei enis op bepaalde terreinen tegen te gaan. Een dergelijke Academische Raad nieuwe stijl zou een uit eigen kring gekozen dagelijks bestuur kunnen krijgen. Als een van de mogelijke taken van het nieuwe orgaan — tegelijkertijd ook een nieuwe taak — werd ge noemd de selektie van hoogleraren en lectoren, die binnen met weten schappelijk onderwijs zelf zou moe ten gebeuren, zij 't wel met 'n lan delijke toetsing. Wat dus betekende dat men de benoemingen voor deze funkties door de Kroon wenste te zien afgeschaft. Bovendien zou de honorering van die wens een over bodig verschil tussen openbare en bijzondere instellingen wegnemen.
Sterke krachtig
universiteitsraad, bestuur
Andere deelnemers hadden zich be ziggehouden met het universitaire topbestuur( universiteitsraad en col lege van bestuur) en kwamen in meerderheid tot de slotsom dat op dat niveau een eenheid van bestuur dient te bestaan. Een universiteits raad die als een algemeen bestuur het hoogste orgaan is en belast is met de beleidsbepaling en daar i.aast een college van bestuur dat a!s dagelijks bestuur in het ver lengde daarvan aan het werk is, be last met de beleidsvoorbereiding en uitvoering. In het algemeen was men in deze werkgroep voor hand having van de bij de WUB aan UR en CvB tesamen gegeven taken en bevoegdheden. Een meerderheid vond dat wp'ers, lassers en studenten zonder onder scheid in principe lid van het col lege van bestuur zouden moeten kunnen zijn. Ook zouden CvBle den van buiten de universiteit kun nen worden aangetrokken. Sommi gen in de werkgroep vroegen zich
af of het wel reëel is om dat ook voor studenten te laten gelden. De meerderheid meende dat alle CvBleden door de universiteitsraad moeten worden gekozen en daar ook door moettn kunnen worden afgezet. „De beste garantie voor een open en krachtig bestuur vormt een universiteitsraad met grote be voegdheden", had inleider dr. J. C. P. A. van Esch (Leids URvoorzit ter) betoogd. Met zijn opvattingen wa.^ de werkgroepmeerderheid het in grote lijnen eens. Van Esch vond dat de WUB zoveel mogelijk in takt moet blijven en dat wie anders wil maar aan moet tonen dat het inderdaad dan beter zal gaan. De werkgroep vertolkte hiermee een mening tegengesteld aan die van de commissiePolak, die vindt dat het CvB een sterkere rol moet krijgen ten opzichte van de universi teitsraad. Het grootste deel van de werkgroep zag geen funktie meer voor een college van dekanen en een rector magnificus. Door de commissie(s) voor onderwijs en wetenschapsbeoefening op het top niveau is de inbreng van het mid denniveau voldoend verzekerd, oor deelde men. Fen derde werkgroep konkludeerde grotendeels dat de door de commis siePolak voorgestane verschuiving van bevoegdheden van faculteits raad naar faculteitsbestuur inder daad de slagvaardigheid van het be stuur op dit middenniveau zal ver groten. Een klein college kan snel ler handelen en bovendien is er het voordeel dat de bestuursleden veel minder met belangen van een bepaalde achterban hoeven te re kenen, zoals dat bij raadsleden meer het geval is. Deze werkgroep hikte evenals an dere deelnemers aan tegen de ster kere positie die de commissiePolak het wetenschappelijk personeel in vaste dienst wil geven. Daar bestaat geen aanleiding voor, vond men. De werkgroep was unaniem van mening dat het beste argument voor een sterkere positie zou moeten worden gezocht in de uitzonderlijke professionele deskundigheid van het w.p. in vaste dienst. Maar dat gaat in de praktijk niet op, zeker niet als je let op bestuursdeskundig heid, die helemaal niet tegelijker tijd in de bagage hoeft te zitten, zei men. Weer een andere werkgroep vond dat een geweldige verstarring dreigt
Directie
verwijderde
als het vakgroepbestuur bij de be staande vergrijzing van de univer sitaire bevolking voor minstens de helft uit wetenschappers in vaste dienst blijft bestaan. „Nieuwe ideeën krijgen geen kans meer, „risicodragend" onderzoek wordt vermeden, etc", aldus de werkgroep. In vaste dienst is een lechtspositionele term die nauwe lijks wat zegt over de al of niet professionele deskundigheid.
Wijnen (onderzoek en ontwikkeling hoger onderwijs, RU Limburg) in zijn inleiding voor weer een andere werkgroep. Daarbij grondde hij zich op het meningenonderzoek. De stu denten moeten op alle drie de ter reinen onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening een sterke invloed kunnen uitoefe nen, zei deze werkgroep, die met name de studenteninbreng op vak groepniveau onvoldoende noemde.
Uitgaan van werkeenheden
Studenten dienen niet alleen gemo tiveerd aan hun studie te beginnen, die motivatie moet ook op peil voorden gehouden gedurende de studiejaren. Onderwijsvormen die nen dan ook daarop gericht te wor den. Uit onderzoek is gebleken dat er onder studenten onvrede bestaat over het onderwijs in hun studie richting. Kernprobleem is volgens deze werkgroep dat er vrijwel geen controle tn beoordeling van het onderwijs plaatsvindt. Die zullen er wel moeten komen en daarbij zal de invloed van studenten groot tot overwegend groot dienen e zijn. Bij de aanstelling van docenten zal verder meer op pedagogische en didaktische kwaliteiten moeten wor den gelet, aldus deze groep deelne mers. De constatering in het meningenon derzoek dat het nietwetenschappe lijk personeel het in de huidige situ atie laat afweten, mag er niet toe leiden het medebeslissingsrecht aan deze groep te ontnemen, zeiden weer andere deelnemers aan het symposium, zich daarmee kerend tegen het standpunt van de commis siePolak. De WUB kent nietw.p. weliswaar formeel medebeslissings recht toe, maar de algemeen onder geschikte positie die deze groep in de universiteit inneemt is daar nog helemaal niet mee opgeheven. De feitelijke macht van het wetenschap pelijk personeel, vooral op het ba sisniveau, is nog erg groot.
Het organisatiemodel van de univer siteit hoeft niet af te wijken van welke andere arbeidsorganisatie dan ook, beaamde een vijfde werkgroep.
Prof. mr. dr. J. M. Polak, voorzit ter van de commissie voor de be stuurshervorming (ciePolak), aan dachtig luisterend tijdens de ple naire diskussie. diskussierend over de redenering van prof. dr. P. J. van Strien, Gro nings hoogleraar in de arbeidspsy chologie. Deze vond dat je de uni versiteit volgens een arbeidsorgani saliemodel zou moeten opzetten en de raden niet meer uit de verschil lende geledingen moest gaan for meren, maar vanuit de werkeen heden binnen de universiteit. Hij zette vraagtekens bij een mede beslissingsrecht voor alle geledin gen op alle niveaus: je kan je af vragen of de universiteiten daar nog wel mee kunnen werken. De studenten kun je in een arbeids organisatiemodel tweeërlei plaats geven: als consumenten of als me dewerkers in de universiteit. Als je ervan uitgaat dat het consumenten zijn, dan kunnen ze meedraaien in raden voor de behartiging van hun consumentenbelangen. In het an dere geval zullen zij zonder meer medeverantwoordelijk voor de universitaire gang van zaken moe ten zijn.
Meer invloed studenten, vooral in vakgroep studenten komen er maar bekaaid af, ze worden niet voor vol aange zien. Dat zei prof. dr. W. H. F.
affiches
in
hallen
AZVU koos zijn eerste ondernemingsraad Afgelopen woensdag heeft de AZ VU zijn eerste ondernemingsraad gekozen. De raad bestaat uit 19 personeelsleden. De directie zal een voorzitter aanwijzen. Nu al is be kend, dat dit het directielid de heer C. H. L. Kamsteeg wordt. Er was woensdag in het ziekenhuis een echte verkiezingssfeer. De uit slagen werden bekend gemaakt via een electronisch scorebord en de AZVUomroep zond op het televi siescherm interviews uit met de ge kozenen. De verkiezingsstrijd tevo ren was overigen niet geheel rim pelloos verlopen. Op de laatste vergadering van de personeelsraad een week vóór de verkiezingsdag deelde directeur Kamsteeg mee, dat in „AZVUin formatie" zou worden bekend ge maakt, dat de verkiezingsaffiches in de hallen van het ziekenhuis (met name de grote hal) zouden worden verwijderd. Naar de bezoe kers en patiënten toe was het geen gezicht al die affiches. Er zouden ook klachten over bin nengekomen zijn. Er zou met de
kandidaten overleg plaatsvinden hierover. Na afloop van de PRver gadering bleken echter in de hallen de affiches al verwijderd te zijn, zonder dat kiescommissie en kan didaten daarvan wisten, aldus de heer Boots. Er ontstond toen een hele rel. De kandidaten waren behoorlijk kwaad en verzamelden 150 handtekenin gen, die zij samen met enkele ver romfaaide affiches bij de directie deponeerden. Alsnog kwam er nu overleg tot stand tussen kieskom missie en directie en besloten werd, dat voor wat de hallen betreft er alleen affiches zouden mogen wor den opgeplakt op het grote offi ciële prikbord tegenover de kapsa lon. Óp de afdelingen waar overi gens de affiches niet waren verwij derd mochten ze gewoon blijven hangen. Inmiddels had kandidaat E. M. Boots ons in allerijl gebeld om nog te vragen of op zijn verkiezingsad advertentie in Ad Valvas de opdruk verschijnen kon „Van déze plaats kan de directie me niet laten ver
Publieke controle stimulerend Een groep deelnemers opperde dat er een soort „wetenschappelijke rekenkamer" zon moeten komen om publieke controle over het we tenschappelijke doen en laten mo gelijk te maken. Een dergelijke re kenkamer zou moeten worden be mand door een college van des kundige buitenstaanders. Als zo'n rekenkamer er eenmaal is, hoeft dat niet in te houden dat de vrij heid van handelen waarover de universiteiten tot op zekere hoogte beschikken, teloor gaat. Integen deel, zo konkludeerde men, want als er al publieke verantwoording wordt afgelegd, kan je die vrijheid zo laten als die is. De instelling van een publiek verantwoordings instituut zou kunnen bijdragen tot veranderingen of vernieuwingen in het beleid.
wijderen". Een aardige stunt. Ge noeg over deze kinderziekte, een zaak die niet opgeblazen moet wor den, meent AZVUvoorlichter D. de Joode. Wat de bevoegdheden van de raad betreft verder nog het volgende.
Minimaal zes vergaderingen De raad zal jaarlijks minstens zes keer bijeenkomen en voorts zo dikwijls als de voorzitter dat nodig vindt of tenminste 7 van de geko zen leden daarom vragen. In de raad kunnen alle zaken aan de or de komen ten aanzien waarvan het AZVUbestuur dan wel de raad overleg wenselijk achten. De raad is bevoegd over die zaken wensen en bezwaren kenbaar te maken en voorstellen daaromtrent te doen.
Recht op
informatie
Wat het recht op informatie be treft: het bestuur is verplicht de raad en de raadskommissies tijdig alle informatie te verschaffen, die deze voor de vervulling van hun taak „redelijkerwijs" nodig hebben. En het bestuur mag deze informa tie slechts weigeren indien „zwaar wichtige belangen" van de instel ling of de direct bij de instelling betrokken belanghebbenden zich daartegen verzetten. (J. K.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's