Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 227

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 227

9 minuten leestijd

AD VALVAS - 18 JANUARI 1980

'Nederlandzal anders steeds verder achterblijven'

KNAW-commissie dringt aan op vrijer DiVA-onderzoek De gevaren van proeven met het overplanten van erfelijke eigenschappen in bacteriën, waardoor nieuwe wezens ontstaan, zijn overschat. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat deze zgn. recombinant DNA-experimenten tot catastrofes voor mens en milieu zouden kunnen leiden. Bovendien neemt de belangstelling voor dit type onderzoek in ons land bij universiteiten, industriële ondernemingen en andere instanties toe. Nederland zal steeds verder achterop komen op dit terrein van het moleculair biologisch onderzoek als er niet snel een laboratorium voor ook de op een na hoogste gevarenklasse in ons land wordt ingericht (een zgn. C 3 lab; C = containment, inperking) waar kan worden geëxperimenteerd met in bacteriën ingebouwde eigenschappen van warmbloedige dieren en mensen. Ook moet worden voorkomen dat het DNA-onderzoek door strenge regels aan banden wordt gelegd zonder dat daar goede redenen voor zijn. Ze moeten flexibel blijven en gemakkelijk kunnen worden versoepeld als dat door nieuwe wetenschappelijke informatie kan. Jaarlijks zou moeten worden bekeken of daar aanleiding voor is. Aldus de visie en het klemmende pleidooi van de 'Commissie belast met het toezicht of genetische manipulatie', een club van deskundigen/belanghebbenden, Ingesteld door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), in haar vorige week verschenen eindverslag. De KNAWcommissie werd in december na een driejarig bestaan opgeheven. Haar taak is voor wat de technische aspekten betreft overgenomen door een regeringscommissie, de 'Commissie ad hoc recombinant DNAwerkzaamheden'. De daarnaast al voor 1979 geplande zgn. brede regeringscommissie voor de bestudering van de ethische en maatschappelijke aspekten is er nog niet.

'Lab in hogere risicoklasse noodzakelijk' De KNAW-commissie meent dat, als er nu niet spoedig zo'n C 3-laboratorium wordt gebouwd, de gevolgen daarvan nog lang kunnen doorwerken bij bijvoorbeeld het onderzoek naar kankerverwekkende virussen of erfelijke afwijkingen. Ook de ontwikkeling van Industriële toepassingen zal er onder lijden. Goede onderzoekers zullen door betere faciliteiten naar het buitenland worden weggezogen. Al in haar eerste jaarverslag (1976) had de commissie op de realisering van een C 3-laboratorium aangedrongen. (In de Europese kontrelen Advertentie

DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 714754 en 723366 Fil.W. de Zwijgerlaan 101 Telefoon 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens waaronder: FORD - VW - Slt^CA - OPEL ; NIEUWE

MERCEDES VRACHTWAGENS TOT 26 M3 EN 5 TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten 10 procent korting

Jan van der Veen is er een lab voor de hoogste risicoklasse C 4. Het Is het Europese Laboratorium voor Moleculaire Biologie in Heidelberg. Nederlandse onderzoekers kunnen daar terecht, omdat het mede door de Nederlandse overheid tot stand kwam). Voor laboratoria m de beide laagste risicoklassen C 1 en C 2 waren de mogelijkheden aanwezig of konden eenvoudig worden verwezenlijkt. In de periode mei 1978 tot september 1979 werden goedkeuringen door de commissie afgegeven voor zowel C1 als C 2-laboratoria. Voor C 1: de Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit, de Landbouwhogeschool in Wageningen en het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid in Bilthoven. Voor C 2: de rijksuniversiteit Groningen, de Vrije Universiteit, de Katholieke Universiteit Nijmegen en het Unilever Research Laboratorium in Vlaardingen. De commissie wijst op een grotere interesse in het DNA-onderzoek. In september vong jaar waren er in totaal 78 onderzoeken bij de commissie gemeld (vrijwillige aanmelding op advies van de commissie), waarvan er één niet werd goedgekeurd. Begin mei 1978 was dat aantal nog maar 35 en december 1976 bedroeg het zeven.

Behoeftepeiling Om de behoefte aan een C 3-laboratorium te peilen hield de commissie een simpele enquête bij onderzoekers en instellingen die mogelijk de komende vijf jaar zoiets nodig zouden hebben. Veel meer dan de helft van de respondenten (nl. 55 op een kleine honderd enquêteformulieren, die bijna allemaal ingevuld werden) had er op deze termijn geen behoefte aan. Veel ondervraagden antwoordden dat ze moeilijk konden zeggen of ze in de naaste toekomst C 3-facilitelten zouden ontberen. Er was er maar één die zei dat hij veel van dergelijke faciliteiten gebruik zou maken. En ook nog één die in plaats van 'veel' over 'incidenteel' sprak. Vijf personen gaven op onderzoek op C 3-nlveau in het buitenland te doen. De commissie meent overigens uit deze uitslag toch voldoende èteun te kunnen filtreren voor haar standpunt dat er zo'n C 3-laboratorium er nu toch echt wel moet komen. 'Uit het gegeven dat het aantal onderzoekers dat voor zijn onderzoek naar het buitenland ging, betrekkelijk gering is, mag niet geconcludeerd worden dat de achterstand die het moleculair biologisch on-

derzoek In Nederland op dit gebied heeft opgelopen, gering zal zijn.' De overheid is terughoudender. Eerst wil zij meer inzicht in de risico's van het C 3-onderzoek zien te vergaren. Wel wil zij daartoe een C S-laboratorium inrichten, maar vooralsnog alleen als traningsinstituut voor onderzoekers van DNA van mensen en andere hogere organismen, alsook voor het testen van proeven op C 1 en C 2niveau. Duidelijk is uit het eindverslag dat het de commissie om het inlopen van de door haar gesignaleerde achterstand gaat. Vorig jaar januari werden met dat doel de door haar opgestelde Nederlandse richtlijnen - de strengste ter wereld - herzien en meer in overeenstemming gebracht met de richtlijnen in de andere Europese landen en de Verenigde Staten. Dus versoepeld. Zowel in Amerika als in Engeland overweegt men een verdere versoepeling van de richtlijnen. Het streven naar internationaal gelijkwaardige richtlijnen voor het DNA-onderzoek heeft tot nu toe weinig resultaat opgeleverd, aldus de commissie. Veel landen volgen de (herziene) richtlijnen van het Amerikaanse National Institute of Health.

Eén negatieve real(tie 'Het is opvallend dat, gezien de discussies in Nederland in de voorgaande jaren, nauwelijks positieve of negatieve reacties op de nieuwe richtlijnen binnenkwamen,' schrijft de commissie. In feite was het er slechts één. De blochemicus dr. Lucas Reijnders, in Groningen werkzaam als miheu-onderzoeker nu. Hij was toch maar zo vrij geweest een reaktle naar de kommissie te sturen, hoewel deze niet publiek om kommentaar had gevraagd, wat elders bij vergelijkbare instanties in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wel gebeurt. De nieuwe richtlijnen deugen op een aantal punten beslist niet, schreef Reijnders in zijn als bijlage bij het eindverslag opgenomen brief. Dat de commissie meent dat DNA-experimenten op betrouwbare wijze in nsico-klassen kunnen worden Ingedeeld berust wetenschappelijk op drijfzand. Ook keurt hij proeven met bacterieel DNA in dieren af evenals de 'globale richtlijnen voor veiligheidsmaatregelen' van de commissie. De commissie vindt het blijkbaar acceptabel, aldus Reijnders, dat er zo 'een niet verwaarloosbare kans op een moeilijk stuitbare vlrus-epidemle onder dieren of mensen' ont-

In het Europese Laboratorium voor Moleculaire Biologie in Heidelberg (Bondsrepubliek) is een lab in de hoogste risicoklasse C 4 ingericht, waar Nederlandse onderzoekers ook terecht souden kunnen, omdat het mede door ons land werd gefinancierd

staat. Trouwens, voor dergelijke richtlijnen Is een volksvertegenwoordiging het enige juiste adres. Die mag ze alleen geven. De commissie antwoordde Reijnders en zei inderdaad niet publiek om commentaar te hebben gevraagd. Het opstellen van de richtlijnen Is 'dermate complex dat dit alleen door deskundigen in de desbetreffende vakgebieden kan worden gedaan'. Maar reakties van ahdere deskundigen zijn natuurlijk altijd welkom. Alle risico's van het DNA-onderzoek berusten op veronderstellingen, aldus de commissie verder. Aantoonbare risico's ontbreken immers. Daarom kun je ook niet anders dan een indeling op papier maken. De commissie zegt heus wel in te zien dat er nog witte plekken in onze kennis zijn, maar dat de gevolgde lijn het beste aansluit bij de huidige stand van de wetenschap. Volgens de commissie heeft Reijnders echter geen argumenten aangevoerd die de wetenschappelijke basis van de huidige richtlijnen ondergraven.

Resultaat VU-aktie

Zestig mille voor getroffen Nicaragua De in november vorig jaar gehouden aktie 'VU voor Nicaragua' heeft volgens voorlopige gegevens ca. / 60.000,- opgeleverd. Aldus vernemen wij van de zijde van het aktiecomité, dat over dit resultaat bijzonder tevreden is. Binnenkort hopen wij het bedrag van de definitieve opbrengst te kunnen melden. (Red.) BEDRIJFSGENEESKUNDIGE DIENST Plaats van vestiging: De Boelelaan 1115 (provisorium I). Bedrijfsartsen: P. Ouwehand, hoofd van dienst; mevr. D. Methorst; S. T. Go; M. van Til. Spreekuur bedrijfsartsen: dagelijks van 8.30-10.00 uur; volgens afspraak; voor het maken van een afspraak gelieve u tel. (548) 3706-3708 te bellen. Spreekuur bedrij f sverpleegkundigen: dagelijks van 8.30-9.30 uur. Hiervoor behoeft men geen afspraak te maken. Ook zijn de verpleegkundigen dagelijks bereikbaar voor Eerste Hulp bij Ongevallen en acute ziekten van 8.30-17.00 uur. Zij zijn telefonisch bereikbaar onder nr. (548) 3705.

Centraal informatiepunt arbeidsmarkt voorgesteld

de laatste jaren op dit terrein zijn opgetreden'.

Afgestudeerde ziet positie op arbeidsmarkt steeds ruimer

Er moet ook naar gestreefd worden om onderwijsprogramma's en arbeidsmarkt zoveel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten. Er is by de studenten een grote behoefte aan beroepsvoorlichtmg, zo blijkt uit verschillende onderzoeken. De werkgroep zou het zinvol vinden als eens werd geprobeerd studievoorlichting en voorlichting over de arbeidsmarkt met elkaar te combineren. Te denken valt aan een centraal informatiepunt van de gezamenlijke instellingen. Ook de voorlichting 'naar buiten toe' zou meer aandacht moeten krijgen. Werkgevers en met name de kleine bedrijven moet worden gewezen op de kennis en vaardigheden van hoger opgeleiden. In Engeland heeft een dergelijke voorlichtingsaktie tot een grotere vraag naar academici geleid. De werkgroep doet de aanbeveling mensen uit de besturen van de instellingen aan te wijzen om zich met de arbeidsmarktproblematiek van afgestudeerden bezig te houden. Verder zou een buro opgericht moeten worden, dat de voorlichtingstaak op dit punt gaat voorbereiden. Een kommissie zou tenslotte al dit soort activiteiten moeten gaan coördineren. (ANP, Red)

Academici, die het tegenwoordig ook niet bepaald makkelijk hebben bij het vinden van een baan, pakken steeds vaker werk aan waarvoor zij eigenlijk niet zijn opgeleid. Hetzelfde geldt ook voor mensen, die een HBO-dipIoma op zak hebben. Dit signaleert een werkgroep van de Academische Raad, die heeft onderzocht welke problemen de afgestudeerden van deze onderwijsinstellingen in de toekomst te verwachten hebben en wat daar eventueel aan te doen is. Ook vroeger kwam het natuurlijk wel voor, dat de funktie, die een academicus In de maatschappij accepteerde niet direct verband hield met zijn opleiding maar de laatste tijd is dit verschijnsel duidelijk toegenomen. De maatschappelijke funktie van een academicus vindt steeds minder aansluiting bij haar of zijn afstudeerspecialisatie en soms niet eens meer bij de studierichting.

Deze ontwikkeling wordt voor een belangrijk deel in de hand gewerkt doordat het aantal voor hoger opgeleiden beschikbare f unkties achterblijft by de sterke stijging van de aantallen afgestudeerden (waarin overigens een kentering lijkt te komen gezien de jongste prognoses van te verwachten studentenaantallen van de zogeheten WORISON-groep van het ministerie van O en W: ruim tien procent minder instroom van eerstejaars in 1984 Red). De onevenwichtigheden op dit deel van de arbeidsmarkt zijn niet gering. Om de relatie hoger onderwijsarbeidsmarkt weer gezond te maken moet er veel meer gedaan worden aan de voorlichting van studenten, meent de werkgroep. 'Er moet worden voorkomen, dat studenten het hoger onderwijs ingaan of verlaten met onrealistische verwachtingen over de arbeidsmarkt. Daarom moet er informatie worden gegeven over de veranderingen die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 227

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's