Ad Valvas 1979-1980 - pagina 439
5
AD VALVAS — 30 MEI 1980
Voor recht student op bijstand zijn geen algemene richtlijnen te geven De Algemene Bijstandswet (A BW) is er om steun te geven a a n mensen die om de een of andere reden niet k u n n e n voorzien in h u n levensonderhoud. Het is de bedoeling dat de A BW bijspringt wanneer iemand niet op een andere manier dingen als eten, onderdak, kleding of verzekering k a n betalen, als er geen 'voorliggende voorzieningen' zijn zoals Sociale Verzekeringswetten of studiebeursregelingen. Wie bijvoorbeeld werkloos wordt n a het voltooien of afbreken van de studie, maar nog een behoorlijke spaarpot achter de h a n d heeft krijgt pas A BW als die reserve voor een groot deel is opgebruikt. En wie op een andere manier voor inkomsten k a n zorgen moet dat ook doen, bijv. door werk te zoeken of door een studiebeurs aan te vragen. Maar als er geen andere mogelijkheden zijn om in het levensonder houd te voorzien kan je n a a r de Gemeentelijke Sociale Dienst (GSD) gaan en bijstand aanvragen. Tenslotte hoeft in ons sociale paradijs niemand van ellende om te komen. Helaas zitten er aan de uitvoering van dit fraaie stukje sociale zeker heid een paar haken en ogen. Stu denten onder anderen willen er nog wel eens mee in de knoei komen. Leven van een bijstandsuitkering en studeren zijn zaken die elkaar moeilijk verdragen. Vaak is de com binatie niet mogelijk, hoewel het in bepaalde gevallen toch weer wel kan. Het is gebleken, dat onder stu denten onduidelijkheid bestaat over de mogelijkheden die de ABW hen biedt. Er komen dan ook stu denten bij de GSD, die tot de onaan gename ontdekking komen, dat ze geen bijstand krijgen, hoewel ze daar wel op hadden gerekend. Het is geen luxe om een overzicht te geven van de gevallen waarin wel en van de gevallen waarin niet bijstand zal worden toegekend. Misrekeningen van studenten over de kansen op bijstand zijn begrijpe lijk. De A BW is een vage wet, die weinig houvast geeft aan uitvoer ders en cUenten. In principe is het allemaal erg eenvoudig. Er geldt dat de kosten, voortvloeiende uit het volgen van een studie (waaronder begrepen de kosten van levenson derhoud tijdens de studieperiode) niet geacht kunnen worden te be horen tot de noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in arti kel 1 van de ABW. A nders gezegd, zolang je studeert krijg je geen bij stand. Niet om je studiekosten van te betalen, ook niet om van te leven.
Eric Le Gras vaag blijven wanneer dat het geval is. De tekst van de wet biedt weinig houvast, uitvoeringsbesluiten en jurisprudentie evenmin. De A BW formuleert zeer algemene normen waarmee je nog alle kanten uitkan. Hetzelfde geldt, zij het in mindere mate, voor de uitvoeringsbesluiten. De jurisprudentie is weer te speci fiek. Het gaat hierbij om gevallen waarin de aanvrager geen genoe gen nam met de beslissing van de GSD, d.w.z. met een afwijzing en in beroep ging. Bij zo'n beroep wordt echter ieder geval op zich bekeken en dat geeft weinig houvast voor andere gevallen, al lijken die erop. Vanwege het 'individuele' aspect van de ABW kunnen in gevallen die op het oog alleen in nuances ver schillen toch verschillende beslis singen vallen.
Er zijn kortom geen algemene richtlijnen te geven over wie wel en wie geen recht op bijstand heeft. Het benaderen van iedere vraag als een uniek geval maakt dat on mogelijk. Dat leidt tot verwarring bij aanvragers (bijv. studenten), bij adviserende instanties (bijv. van uit de Universiteit) en ook bij de GSD zelf, waar men niet zelden moeite heeft om tot een beslissing te komen. Geen duidelijke richtlij nen dus, maar misschien kunnen De reden daarvoor is dat studenten niet kunnen voldoen aan één van de de volgende voorbeelden licht voorwaarden die de ABW stelt. Wie scheppen in de duisternis, waarin bijstand wil krijgen moet zich be de verhouding tussen studeren en schikbaar stellen voor de arbeids bijstand gehuld is. We zullen de Student(e) voor het gemak S noe markt. De aanvrager moet, indien mogelijk, weer zo snel mogelijk voor men. eigen inkomsten gaan zorgen. Dat S is bijna afgestudeerd, maar bui wil zeggen dat hij of zij verplicht is ten zijn/haar schuld niet binnen de zelf werk te zoeken en aangeboden termijn die Rijksstudietoelagen werk moet aanvaarden. Daarbij stelt. De beurs houdt op en S gaat wordt over het algemeen rekening naar de GSD om bijstand aan te gehouden met bijv. de opleiding. vragen voor de periode die nodig is Een student kan aan deze voor om af te studeren. Een dergelijke waarde niet voldoen. Het volgen aanvraag zal worden afgewezen, van een dagstudie kan niet samen want S kan geen volledige baan gaan met een normale volledige aanvaarden. Maar er zijn uitzonde baan. Beschikbaar stellen voor ringen mogelijk. Bijv. als S ge parttime werk is niet voldoende trouwd is, drie kinderen heeft, als voor de A BW. Omdat bijna elke het gezin voor het inkomen op S is student best zou kunnen werken als aangewezen en als S de studie op hij of zij niet zou studeren, oordeelt redelijk korte termijn (zeg een half de GSD dat studenten niet aan alle jaar) kan afronden. Er wordt dan voorwaarden voldoen en dus geen bijstand verleend, zeifs wanneer de bijstand krijgen. A vondstudie kan vertraging in de studie aan S zelf natuurlijk wel. Als je bent afgestu was te wijten. Voorwaarde is, dat S deerd, maar nog geen werk hebt binnen dat halve jaar afstudeert en gevonden kan je wel RWW krijgen. dat het uitgekeerde bedrag wordt Dat is allemaal nog duidelijk. Toch terugbetaald. De reden die de GSD zijn er studenten die leven van bij voor deze uitzondering noemt, is stand. Er worden dus uitzonderin dat S betere kansen krijgt op werk. gen gemaakt en dat is het punt M.a.w. als we er nu wat geld inste waar de onduidelijkheid begint. De ken, kost het later minder. ABW heeft een 'normerend' karak Ook in minder extreme gevallen ter, maar biedt ook de mogelijkheid wordt wel bijstand toegekend. Is S tot 'individualiseren'. ledere aan daarentegen 23, ongetrouwd en nog vraag moet apart worden bekeken maar 2 maanden van het afstude op eventuele uitzonderlijke om ren verwijderd dan zal de aanvraag standigheden. Zo kan het gebeuren worden afgewezen. Ergens tussen dat studenten onder bepaalde om deze twee extremen ligt de grens. standigheden toch voor bijstand in Waar die wordt getrokken en met aanmerking komen. Helaas moet welke omstandigheden rekening V
wordt gehouden wordt door de GSD van geval tot geval bekeken. Het lijkt dus verstandig om in dergelijke gevallen wel een aanvraag in te dienen en de beslissing af te wach ten. Ben je het met de uitspraak niet eens, dan is er nog altijd de mogelijkheid om in beroep te gaan. S is een alleenstaande ouder. Op zichzelf is dat niet genoeg om bij stand te krijgen. A fhankelijk van het aantal en de leeftijd van de kinderen wordt het mogelijk geacht om voor de kinderen te zorgen en daarbij tenminste een gedeelte van de dag te werken. Maar als S drie kinderen tussen de O en 4 jaar heeft, is werken niet meer een redelijke eis en wordt zonder meer bijstand ver leend. S kan doen in de spaarzame vrije tijd wat hij/zij wil, bijv. stude ren. De bijstand geeft overigens geen bijdrage in de studiekosten. En alweer zijn de richtlijnen vaag. Is één kind van twee jaar voldoende? Eentje van vijf? Twee van 4 en 6? Zijn er nog andere omstandigheden die tellen? Het blijkt dat S, nadat hij is afgestu deerd, een vakkenpakket heeft ge kozen waar hij, buiten één bepaalde instelling, weinig mee kan. Vanuit deze instelling is hy gestimuleerd om het desbetreffende pakket te kiezen en hij krijgt er ook een baan. De instelling wordt echter opgehe ven en S staat op straat. Hij wil nu een aantal aanvullende tentamens doen, zodat hij een betere kans op werk zal hebben. Hij krijgt daarbij geen steun van de GSD. Een ander voorbeeld. T is afgestudeerd na tuurkundige. Ondanks eerlijke po gingen lukt het hem niet om een baan te vinden. Een cursus van drie maanden kan zijn studie beter op de wensen van het bedrijfsleven aan passen. De GSD verleent steun ter wijl T de cursus volgt. Kort daarop vindt T een baan. Deze laatste twee gevallerT vertonen grote overeen komsten. Op je gevoel af zou je zeggen, dat S meer recht op steun heeft dan T, tenslotte is S het slachtoffer van de omstandighe den. Gezien vanuit de ABW ligt dat anders. S wordt geacht weer een dagstudie aan te vangen, die het hem vooreerst onmogelijk maakt om weer aan het werk te gaan. T daarentegen volgt een cursus waar hij direct mee kan stoppen als hij ergens aan de slag kan. S krijgt dus geen bijstand en T wel.
Verzekeringen Het komt verbijsterend vaak voor, dat studenten niet of onvoldoende zijn verzekerd. Natuurlijk is dat niet een specifiek studentenpro
bleem, maar het kan niet vaak genoeg gezegd worden: zorg dat je verzekerd bent. Ben je dat niet en word je ziek, dan kan je een beroep op de bijstand doen. De GSD is evenwel van oordeel, dat je door je eigen schuld in de problemen bent gekomen en vordert op grond van de ABW het uitgekeerde bedrag in principe terug. En dat kan fiks oplopen. In het ideale geval zou iedere student via het ziekenfonds automatisch verzekerd moeten zijn. Daar wordt aan gewerkt, maar het is nog lang niet zover en het is de vraag of het ooit zover zal komen. Problemen doen zich ook voor bij psychiatrische dag of nachtbe handelingen (dus niet bij een volle dige opname in een psychiatrisch ziekenhuis). Ben je via een studen tenpakket verzekerd, dan wordt de behandeling gedurende 90 dagen vergoed. Daarna val je in het niets, in een leemte in de verzekering. Je moet dan gebruik maken van de bijstand en dat kan met enige moeite (voor je) worden geregeld. Ideaal is dat niet, het zou beter zijn wanneer de he'e behandelings duur verzekerd zou zijn.
Gehuwden Als je gehuwd bent, word je voor de ABW een apart geval, want als je ouder dan 23 bent kan je boven je Rijksstudietoelage een gehuwden toeslag krijgen. In het hierbij afge drukte schema staat hoe het dan allemaal werkt. Daaruit blijkt, dat het meestal voordeliger zal zijn om samen te wonen dan om te trouwen. Dat zal zo blijven, zolang er nog geen nieuw systeem van studiefi nanciering is.
Student-assistenten Als je na het beëindigen van een studentassistentschap werkloos wordt, kan je wachtgeld aanvragen, dat is de WW voor ambtenaren. Dat wachtgeld krijg je een half jaar lang. Daarna zou je over moeten gaan naar de Wet Werkloosheids voorziening (WWV). Dat is de rege ling voor werklozen, die geen recht
meer hebben op een uitkering krachtens de WW of op wachtgeld. Nog niet zo lang geleden lukte dat. Maar sinds er nieuwe richtlijnen zijn gekomen vanuit Den Haag is het onmogelijk geworden. Wie dus mocht denken, dat na het wachtgeld automatisch ook WWV wordt toegekend vergist zich. Het feit datje wachtgeld hebt gekregen zegt nog niets. De ene werkloosheid is de andere niet. Of liever gezegd, je voldoet wel aan de criteria om wachtgeld te krijgen, maar dat wil nog niet zeggen dat je ook recht hebt op WWV. Wachtgeld is net als WW een verze kering, waaraan je hebt meebetaald toen je nog werkte. Als je werkloos wordt heb je recht op een uitkering in overeenstemming met het aantal uren dat je per week werkte. WWV daarentegen is een vorm van bij stand, betaald uit de schatkist. Daarvoor worden andere eisen ge steld, onder meer weer de eis van volledige beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. En daar kan je als student dus met aan voldoen. Ove rigens, als je bent afgestudeerd wanneer je wachtgeld ophoudt vol doe je wel aan de eisen van de WWV. Het is de moeite waard om dat in de gaten te houden. De uitkering van de WWV kan wel eens hoger zijn dan die van de RWW, die je nor maal als werkloos afgestudeerde knjgt.
Conclusie De hele situatie rond de ABW blijft vaag. Niet alleen voor studeren den, maar voor iedereen. Dat le vert problemen op voor degenen die met de wet te maken hebben, of het nu cliënten, studentendecanen of werknemers van de GSD zijn. Er ontstaan teleurstellingen en on derlinge irritatie, wat geen van de partijen ten goede komt. De hele ABW zou eigenlijk eens in de revi sie moeten, zodat een helderder, werkbaarder wet op tafel komt. Maar dat is vooral een kwestie van politieke wil.
Schematisch overzicht bijstand aan gehuwde/samenwonende studenten Omschrijving I. de man gaat studeren na eerst gewerkt te hebben II. studerend echtpaar de vrouw beëindigt haar studie en de man heeft een studietoelage van Rijk en/of de ouders IIÈituatie als onder II doch geen echtpaar, maar een samenleving die niet wezenlijk verschilt van een gezinssituatie IValleen de man studeert en de vrouw kan niet aan het arbeids proces deelnemen, terwijl nog geen aanspraak bestaat op een huwelij kstoelage (wel studietoe lage) omdat de man jonger is dan 23 jaar
Bijstandsberekening geen bijstand RWW mogelijk korten: maximale studietoelage korten: overige inkomsten bijstand mogelijk korten: de werkelijke inkomsten, dus niet het gefixeerde bedrag van de studietoelage bijstand mogelijk korten: de studietoelage en alle ove rige inkomsten jaarlijkse toelage voor ieder kind toevoegen
Voorwaarden n.v.t. inschakeling in het arbeidsproces van de niet studerende partner zie onder II
geen
V. man is kostwinner, vrouw gaat studeren, man krijgt RWW
man houdt RWW, vrouw krijgt eventueel studietoelage, welke ge kort wordt op zijn uitkering
zie onder II
VIstuderen zonder studietoelage buiten gevallen als onder I be doeld b.v. een student in het laat ste studiejaar
in principe geen bijstand doch dit individueel bezien
individueel bezien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's