Ad Valvas 1979-1980 - pagina 223
11
AD VALVAS -11 JANUAR11980
Theoloog Gerrit Manenschijn promoveert op proefschrift over Thomas Hohbes en Adam Smith
Moraal bedenkt men niet De theologische ethiek heeft zich in het algemeen weinig aangetrokken van de problematiek van eigenbelang en moraal. De theologie heeft wat dat betreft meer te leren d a n voor t e schrijven. Zo luidt een van de belangrijkste conclusies van de dissertatie 'Moraal en eigenbelang bij Thomas Hobbes en Adam Smith'. De theoloog Gerrit Manenschijn promoveerde hierop aan de VU op 14 december tot doctor in de godgeleerdheid. Een theoloog die als ethicus optreedt zal eerst studie moeten maken van de bestaande moraal, voordat hij moraalregels gaat opstellen waarnaar mensen volgens hem moeten handelen. Hij zal rekening moeten houden met de feiten. Anders loopt hij het gevaar dat de afstand tussen wat behoort en wat k a n zó groot wordt dat de motivatie te doen wat behoort een utopie wordt. Hierbij is het noodzakelijk dat de theologie zich veel meer gaat richten op de gedragswetenschappen. De theoloog zou samen met de psycholoog of agoog normatieve gedragsvoorschriften behoren te ontwikkelen om de mensen een moreel juiste weg t e wijzen. Dat het dringend noodzakelijk is om eerst te gaan onderzoeken hoe de bestaande moraal het gedrag van de mensen beïnvloedt en hoe de bestaande moraal maatschappelijk bepaald is, verduidelijkt dr. Manenschijn aan de hand van een enkele jaren geleden gehouden en grotendeels mislukte actie 'Nieuwe Levensstijl'. Dit voorbeeld is daarom relevant omdat theologen meenden door het aanbieden van een bepaalde ethiek een oplossing te kunnen geven voor talloze problemen op maatschappelijk en economisch gebied. In 1975 werd als uitvloeisel van een beleidsconferentie van de Raad van Kerken de werkgroep Nieuwe Levensstijl opgericht, die de mensen wilde bewegen 'anders om (te) gaan met elkaar, met de natuur, met geld en met de tijd'. Een levensstijl gericht op een samenleving waarin het recht der armen voorop staat. Door een verandering van een verkwistende in een sobere levensstijl zou de westerse mens kunnen bijdragen aan de oplossing van wereldproblemen als dreigende energietekorten, structurele armoede en blijvende armoede in grote delen van de wereld. De actie ondervond nogal wat kritiek, niet vanwege zijn doelstelUngen, maar vanwege zijn uitgangspunten. Kritici meenden dat de actie teveel uitging van een utopie, nl. dat christelijke waarden en normen een dominante invloed zouden uitoefenen op het gedrag van Christenen. Is het niet eerder zo, stelden zij, dat de samenleving een belangenmaatschappij is, waarbij het gedragspatroon bepaald wordt door ~ Gespreksbijeenkomst. Onder auspiciën van de Raad van Kerken wordt op zondag 20 januari een gespreksbijeenkomst georganiseerd in de Bankraskerk, Max Havelaarlaan 435, Amstelveen. Prof. dr. ir. E. Schuurman houdt een lezing getiteld 'Moderne techniek en christeiyk geloof'. Na de koffiepauze gelegenheid tot diskussie o.l.v. drs. S.A. Boonstra. Aanvang 11.45 uur. Advertentie
DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 714754 en 723366 Fil. W. de Zwijgerlaan 101 Telefoon 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens waaronder: FORD - VW - SIMCA - OPEL NIEUWE.
MERCEDES VRACHTWAGENS TOT 26 M3 EN 5 TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten lO.procent korting
Cok de Zwart sociale factoren als afkomst, opleiding, werkkring, inkomen en dergelijke? De kritiek richtte zich vooral op het feit dat de actie Nieuwe Levensstijl sociale problemen trachtte op te lossen door beïnvloeding van de individuele gezindheid, door het verantwoordelijkheidsbesef te versterken, met het voorbijgaan van de vraag of mensen ooit wel uit andere motieven dan ont-
leend aan hun eigenbelang bereid zijn bij te dragen aan de oplossing van sociale problemen.
Nieuwe Levensstijl Deze kritiek is, zo stelt dr. Manenschijn, terecht gebleken. Er is een onderzoek gedaan naar het effect van de Nieuwe Levensstyibeweging op milieubewuster gedrag. De stelling dat een hoge mate van milieubesef geen voldoende voorwaarde is voor milieuvriendelijk gedrag en dat godsdienstige normen en waarden een ondergeschikte plaats innemen in beslissingen over milieurelevante gedragingen werden niet weerlegd. De conclusies van het onderzoek dat overwegingen van elgenbelang bepalen hoe men zal handelen als het gaat om het realiseren van een algemeen belang stemmen overeen met de theorieën van Hobbes en Smith. De geschiedenis leert ons dat het nog steeds realistisch is om van deze theorieën uit te gaan en bij het opstellen van morele regels rekening te houden met dat eigenbelang als motief van handelen. Ten aanzien van de actie Nieuwe Levensstijl komt dr. Manenschijn tot de conclusie: 'De grondfout is dat aan het complexe verschijnsel van het morele handelen bijna geheel werd voorbijgegaan, zodat men tot de gedachte kon komen dat het voldoende was morele prescriptieven aan te bieden, die vanzelf het gewenste resultaat opleveren als er maar ideale mensen waren om ze ten uitvoer te brengen. Wat huiselijk gezegd: specialisten beschrijven het probleem en ethici (of theologen die als ethici optreden) bedenken er een passende moraal bij.'
Dr. Gerrit Maneschijn
Geslaagd voor EHBO-examen
Oud-medewerker VU P. Smeding overleden
De Bedrijfsgeneeskundige Dienst schrijft ons, dat alle examenkandidaten voor het E.H.B.O.-examen 1979 2ijn geslaagd. Het zijn: dhr. H. Albertema, dhr. F. Bekius, mevr. L. Boerrigter-Barendsen, dhr. E. Dael, mevr. H.J.M, van Genderen-Wakker, mevr. M. Glerum, dhr. H. de Haan, dhr. M. van Hemert, dhr. C. Keijzer, mevr. W.M.R. Kortekaas, mevr. S. Mannoe-Siewnath, dhr. F.J. Nabben, dhr. I. Onnekink, mevr. B. Schermij-Hiemstra, mevr. I. Schuil-Teunissen, dhr. J. Sikkers, dhr. F.D. Somers, dhr. H. van der Stroom en mevr. B.W.C, van der Ven.
Onlangs is overleden de heer P. Smeding. De heer Smeding kwam 1 septemaan de Keizersgracht. Op 16 december van dat jaar ging hij naar de huishoudelijke dienst in de Tesselschadestraat waar een deel van de administratie naar toe verhuisde. Vanaf september 1967 had hij met mevrouw Ekelmans de leiding van de kantine in het Provisorium aan de Boelelaan. In mei 1970 werd hij 65 jaar en keerde terug naar Friesland. De heer Smeding werd 74 jaar.
Speurtocht naar opvattingen over moraal en eigenbelang bij Hobbes en Smith 'Vind V het erg om iets te doen dat eigenlijk niet door de bengrel kan?' Een vraag uit een persoonlijkheidstest die niet zo gemakkelijk te beantwoorden Is. Volgens de algemeen geldende moraal zou het antwoord kort en krachtig 'neen' moeten luiden. Maar wat, wanneer je met die misleiding een voordeeltje kunt behalen? Wanneer het eigenbelang ermee gediend is? De meeste mensen zullen vragen over moraal en eigenbelang hoofdzakelijk bij het invullen van formulieren bij een persoonlijkheidstest tegenkomen. Dergelijke vragen maken echter ook deel uit van de materie, waarmee filosofische systemen worden opgebouwd. Ook in vroeger tijd. Zo hebben bijvoorbeeld Thomas Hobbes en Adam Smith zich in de 17de en 18de eeuw diepgaand met deze problematiek beziggehouden. De aan de theologische faculteit op de VU werkzame Gerrit Manenschijn heeft de kwestie van moraal en eigenbelang bU bovengenoemde schrijvers onderzocht. De resultaten van zijn onderzoek heeft hij, zoals in bovenstaand artikel al vermeld, neergelegd in een dissertatie - 'Moraal en eigenbelang bij Thomas Hobbes en Adam Smith' -, waarmee hü medio december de (theologische) doctorstitel verwierf.
ETHISCH EGOÏSME Beide denkers zijn representanten van een filosofische stroming die het ethisch egoïsme wordt genoemd. Dit ethisch egoïsme is gebaseerd op de idee dat ieder mens maar één morele verplichting heeft, namelijk het eigen hoogste goed na te streven. Met Thomas Hobbes, die leefde van 1588 tot 1679, is de kwestie van het eigenbelang eerst recht in de geschiedenis van de ethiek gekomen. Vreemd is het niet dat Hobbes zich over deze problematiek heeft gebogen. Hij leefde In een zeer bewogen periode van de Engelse geschiedenis: De 'Glorious Revolution', de daarop volgende reactie in de vorm,van de Restauratie, het optreden van Cromwell, de houding van Karel I. Gebeurtenissen, waarbij gruwelen, wreedheden en bloed niet geschuwd werden. Met eigen ogen heeft Hobbes kunnen zien tot hoeveel slechts de mensen in staat waren. 'Hoe kan de veiligheid in een samenleving nu het best gewaarborgd worden' was de centrale probleemstelling van Hobbes.
Volgens Hobbes heeft de mens maar één verlangen, het verlangen om te overleven. Deze overlevingsdrift is de enige motivatie van de mens voor heel zijn doen en laten. En dat is hem volgens Hobbes niet eens kwalijk te nemen. De 'natuurlijke staat' van een samenleving is een situatie waarin een oorlog van allen tegen allen wordt gevoerd. Maar gelukkig heeft de mens verstand. Dat verstand zegt hem, dat het nastreven van puur eigenbelang, dat wU zeggen het realiseren van het individuele verlangen te overleven, een oorlog van allen tegen allen ontketent en de eigen kans op overleven evenredig verkleint. Dat verstand zegt hem ook dat er een niet-aanvalsverdrag moet worden gesloten tussen alle individuen. Zo sluiten de mensen uit eigen belang, om het ergste te voorkomen, een 'sociaal contract'. Op deze manier wordt moraal 'gemaakt'. Moraal bestaat uit wederzijdse afspraken, waarbij de mensen grenzen stellen aan hun eigen machtsstreven ten behoeve van de algemene vrede en veiligheid en bevoegdheden overdragen aan de
overheid, d.i. een absoluut vorst. Deze vorst behartigt het publiek belang (het handhaven van orde en veiligheid) niet uit morele overwegingen, maar uit puur eigenbelang (het handhaven van zijn eigen positie). Zo is de relatie vorst-onderdaan gebaseerd op eigenbelang van beide partyen. De motivatie om a a r moraal te doen is dus eigenbelang.
EIGENBELANGEN NAASTENLIEFDE Ook Adam Smith heeft zich met het probleem van het eigenbelang in de ethiek beziggehouden. Smith leefde van 1723 tot 1790, dus ruim een eeuw later dan Hobbes. Gedurende de ongeveer honderd jaar, die tussen leven en werken van beiden liggen is een hele ontwikkeling geweest. Om een link te kunnen leggen tussen Hobbes en Smith heeft Gerrit Manenschijn in zijn boek een hoofdstuk opgenomen, waarin die ontwikkeling wordt beschreven aan de hand van het denken van figuren als Samuel Clarke, Bernhard de Mandeville en David Hume. Dit te meer omdat Smith in zijn denken sterk door hen is beïnvloed. Een belangrijke stroming in die tussenliggende tijd is die van de zogenaamde moraalfilosofen, die de filosofie van het eigenbelang, zoals deze door Hobbes is geconstrueerd aanvallen. Zij bestrijden zijn opvatting dat alle naastenliefde vermomd eigenbelang is. Volgens deze moraalfilosofen zijn de mensen niet alleen uit op eigenbelang, ook 'benevolence' (naastenliefde, welgezindheid) is een belangrijke grond van menselijk handelen. Een ideale maatschappij ontstaat wanneer el-
genbelang en naastenliefde in harmonie zijn met het algemeen belang. Dit levert immers zowel voor het individu als voor de samenleving het grootste voordeel op. Maar hoe zag de maatschappelijke werkelijkheid er in het toenmalige Engeland uit? In de praktijk heerste zelfzucht, zich uitend in onbeperkt winstbejag. Grote armoede, structurele werkeloosheid, een diepe kloof tussen rijk en arm. Grote problemen die, volgens Smith in navolging van David Hume, niet kunnen worden opgelost door het bedrijven van naastenliefde en de filosofie van de harmonie tussen eigen- en algemeen belang. Armoede is zijns inziens te wijten aan maatschappelijke ohgeUjkheid en structurele schaarste die niet zijn op te lossen door een persoonsmoraal van naastenliefde. Hoewel Smith met de moraalfilosofen van oordeel is dat naastenliefde naast eigenbelang een motivatie voor het handelen van de mens kan zijn, meent hy dat een beroep op deze welgezindheid zinloos is op economisch terrein. Daar is het eigenbelang het enige motief om te handelen. Een bakker bakt immers brood niet uit welgezindheid jegens zijn medemens, maar uitsluitend uit eigenbelang. Het is echter wel een eigenbelang dat aan grenzen gebonden is. Zo dwingt bijvoorbeeld de rationaliteit van het marktprincipe rekening te houden met anderen en spelen normen van gerechtigheid een grote rol. Op deze manier tracht Smith het eigenbelang dienstbaar te maken aan een etiiische doelstelling: het opheffen van de armoede. (C. deZ.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's