Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 321

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 321

11 minuten leestijd

AD VALVAS

7 MAART 1980

'eri^i stapje verder

Om de erfenis van Colijn 'Er valt een boek te schrijven over de verschillende manieren waarop velen die in de eerste jaren na 5 mei 1945 zijn geboren toch "de oorlog hebben mee­ gemaakt".' Zo luidt de achtste stelling bij 'Om de erfenis van Colijn. De AB P op de grens van twee werelden (1939­1952)', het proefschrift waarop drs. D.F«J. Bosscher donderdag 21 februari aan de Gro­ ningse rijksuniversiteit promoveerde. Een intrigerende stelling, niet alleen omdat zij ­ naar wij mogen aannemen ­ iets van de motieven laat doorschemeren, die Doeko B osscher ertoe ge­ bracht hebben de na­oorlogse worsteling van de Anti­Bevolutionaire Partij met de erfenis van haar grote voorman uit de dertiger jaren, Colijn, tot onderwerp van een uitgebreid historisch onderzoek te maken. Maar ook omdat ze wellicht enig verkla­ rend licht werpt op de opvallende belangstelling die er onder historici van de oorlogsgeneratie voor de na­oorlogse periode is ontstaan. Of zou het toeval zijn, dat er betrekkelijk kort na elkaar drie histori­ sche studies over de politieke ontwikkelingen in het tijdvak van vlak na de oorlog verschenen zijn? Eerder heb ik de afstudeerskriptie van Anet Bleich en Max van Wee­ zel: 'Ga dan zelf naar Siberië' beke­ HansKuné ken. In deze studie werd gedetail­ leerd beschreven op welke wijze het thans de gemeenschappelijke Inspi­ ontstaan van een communistisch­ ratiebron voor alle drie de studies socialistlsch­demokratisch een­ vormen. heidsblok, ondanks de vemieu­ wtngseuforie, waarin Unks Intellek­ Isolement tueel de oorlog uitkwam, in de mod­ der van de verzuiling en in de vries­ De centrale probleemstelling van kou van de Koude Oorlog vastliep. Doeko Bosscher's studie kan waar­ Sen overeenkomstig thema wordt schijnlijk het best onder woorden behandeld in het boek van Jan gebracht worden met de vraag: hoe Bank, 'Opkomst en ondergang van is het mogelijk dat de A RP in de de Nederlandse Volks Beweging eerste na­oorlogse jaren de erfenis (NVB)', getiteld. Het thema van dit boek werd in de kern van de zaak gevormd door het mislukken van de doorbraak van de sociaal­demokratie naar de confes­ sionele arbeiders­ en middenstand­ kiezers toe. En nu is er dus een derde boek over de poUtieke ontwikkelin­ gen in deze periode uit, want de ­"issertatie van Doeko Bosscher is al i, een handelseditie te verkrijgen, 'J.5nk zij de alertheid van uitgeverij «Hthoff.*) i .rtders dan in de eerste twee studies J­Taan hierin niet de frustraties van Oii'ensief Unies Nederland in de sfhijnwerper, maar die van het njeest in het defensief gedrongen stukje van rechts Nederland. Pre­ oss als beide eerste studies is deze eLiiter ook met dat speciale mengsel vwi invoelingsvermogen en betrok­ kenheid enerzijds en wetenschap­ pelijke distantie anderzijds ge­ schreven, dat garandeert dat er van Doeke Bosscher. veel meer dan van alleen maar par­ Bjgeschledschrijvlng sprake is. van Ck)lijn overleefd heeft? Deze Meer dan deze of gene politieke vraag kent drie aspekten. beweging, zijn het de strukturen In de eerste plaats gaat het om de van de Nederlandse politiek als zo­ vraag waarop Ck>Ujn's dubieuze (ianlg, die in alle drie de studies als houding tijdens de eerste maanden het eigenlijke Objekt van onderzoek van de oorlog terug te voeren is en naar voren komen. waaraan het toegeschreven dient te rifsnlijk zijn het alle drie studies worden dat de A RP na de oorlog over het verschijnsel van de Neder­ geen grotere terugslag van Colon's It idse politieke zuilen. In de na­ ­ flirtatie met het Duitse imperialis­ OTilogse periode werd tegelijkertijd me te verduren heeft gekregen. d.­ overleefdheid en de taaiheid van In de tweede plaats gaat het om de deze traditionele strukturen over­ verbondenheid van de partij met tu'gend aangetoond en het zijn de het Nederlands­Indische oliekapi­ wetenschappelijke vraagtekens taal. Welke zijn de effekten van "»aar deze historische paradox toe­ deze verbondenheid, die ook als deel gsleid heeft, die ­ volgens mij al­ van de erfenis van CoUjn omschre­ ven kan worden op het wel en wee van de partij in de Jaren dat de poli­ tieke verhoudingen in Nederland Advertentie voor zo'n groot gedeelte door de kwestie Indonesië gekleurd wer­ den? DIKS En in de derde plaats gaat het om de Autoverhuur bv filosofie van de staatsonthouding ,v. Ostadestraat 278, Amsterdam­(Z). die aan het denken van Colijn en I Telefoon 714754 en 723366 daarmee aan dat van de ARP in zijn '\ Fii: W. de, Zwijgeriaan 101 geheel inherent was. Hoe is het mo­ Telefoon 183767 gelijk dat de partij van de aanpas­ 400 nieuwe luxe­ en Bestelwagens singspolitiek, VEin de harde gulden waaronder; en van de sluitende overheidsbeg­ ':', FORD­VW­SIIVICÄ­OPEL rotingen­tegen­iedere­prijs, na ' NIEUWE aanvankelijk In het isolement te­ MERCEDES VRACHTWAGENS rechtgekomen te zijn, vanaf 1952 • . T O T 26 M3 EN 5 TON toch de weg naar de regerings­ (groot en klein rijbewijs) macht weer terug kon vinden, op Lage prijzen én studenten het moment dat de uitbouw van de 10 procent i<orting neo­Keyneslaanse begrotingstech­

nieken in volle gang gekomen was? In bet onderzoek laat Doeko Bos­ scher alle drie deze aspekten van deze vraag ruimischoots aan de orde komen, en wel op zo'n manier dat inderdaad enkele van de strukturen van de protestants­chrlstelljke zuil, waar de A RP deel van uitmaakt, zichtbaar worden. Het is uiteraard onmogelijk in het korte bestek van dit artikel aUe drie de aspekten van £>oeko Bosscher's onderzoek de revue te laten passe­ ren. Dat hoeft echter ook niet om een juist beeld van zijn werkwijze te krijgen; die Iaat zich ook uitstekend toelichten aan de hand van zijn behandeling van de misstappen van Ck>Ujn in de eerste maanden van de bezetting.

Colijn en de Duitsers Begin juli 1940 verscheen van de hand van de vereerde leider van de ARP een brochure, getiteld: 'Op de grens van twee werelden'. Het was, zo maakte Colijn op één van de eerste pagina's van dit geschrift duidelijk, een 'poging de fouten van het verleden te schetsen en enkele wenken te geven omtrent hetgeen wij thans in het belang van ons volk zouden kunnen verrichten'. Het ge­ schrift bevatte in de eerste plaats een 'lijkrede op de Nederlandse de­ mokratie', zoals Doeko Bosscher zich uitdrukt, en in de tweede plaats een pleidooi voor de aanvaarding van de Duitse suprematie over Eu­ ropa. 'Duitschland heeft', zo schreef Co­ lijn vlak na de capitulatie van Frankrijk, 'op één punt den oorlog reeds gewonnen. Hoezeer we ook overtuigd z^n van de taaiheid en de hardnekkigheid van het Brltsche volk, we achten de uitschakeling van Frankrijk als strijdende factor van zoveel beteekenls, dat een ne­ derlaag van Duitschland niet lan­ ger binnen de grens der mogelijkhe­ den mag worden gerekend. Maar daaruit volgt dan met o.i. onbe­ twistbare logica, dat op het vaste­ land van Europa de Duitsche in­ vloed voortaan overheerschend zal zijn en die van Elngeland in elk geval zal worden teruggedrongen, zoo niet geheel zal worden uitgescha­ keld'. Het Nederlandse volk diende volgens hem con amore aan de op­ bouw van het nieuwe Europa mee te werken, waarin met de leuzen van de Franse revolutie eindelijk afgerekend zou worden, en daar­ mee ook met de chaos die de parle­ mentaire demokratie met zich mee gebracht had. De Duitsers zouden in het vervolg als leermeesters op

het ekonomische, sociale en staat­ kundige vlak geaccepteerd moeten worden; 'Alleen dan', zo vat Doeko Bosscher een hoofdkonklusie van CoUjn's brochure samen, 'kon een (gekwalificeerde) zelfstandigheid in een door Duitsland beheerst Euro­ pa worden gehandhaafd, zo moge­ Ujk met behoud van de koloniën'. Het is niet geheel en al onbegrijpe­ Ujk dat deze oproep tot defaitisme en steun aan de Duitse overheerser in brede krtng tot enige ontstem­ ming aanleiding gaf, temeer omdat ze van één van Nederlands meest gezaghebbende politicus afkomstig was. Bosscher vermeldt dat Chur­ chill iets als 'Met die man wil ik nooit meer iets te maken hebben' heeft gemompeld, toen de belang­ rijkste gedeelten van de brochiu:e voor hem vertaald waren, maar ook binnen de ARP zelf gaf het schrif­ tuur van de grote leider tot grote 'woelingen' aanleiding. Gerbrandy, de partijgenoot van CoUjn, die in Londen de regering in ballingschap leidde, sprak over CollJn als de Ne­ derlandse Pétain en onder de man­ nenbroeders in bezet Nederland zeU schijnt ook menige harde noot ge­ kraakt te zijn. Toch heeft, toen niet en ook na de oorlog niet, de A RP ooit duidelijk afstand genomen van de in de bro­ chure ontvouwde gedachten, onge­ twijfeld één van de oorzaken dat de party, ondanks het feit dat ze zich later in de oorlog als een belangrijke faktor In het verzet had doen ken­ nen, een (zij het klein) gedeelte van haar vooroorlogse kiezers verloor. De vraag is nu natuurlijk: waaraan is de tweeslachtigheid van de A RP ten opzichte van het fascisme nu te wijten? De werkwijze van Doeko Bosscher bestaat er uit, dat lUj, zon­ der zich nu expliciet in de felle, theoretische dlskussies te storten, die rond deze vraagstelling In de loop van de tijd zijn ontbrand, een wereld aan empirisch materiaal bij­ een brengt, op basis waarvan deze vraag op meer zinvolle wijze behan­ deld kan worden dan tot nu toe het geval geweest is. Het resultaat van deze werkwijze is in eerste instantie dat het scherpe beeld dat velen van de oorzaken van de wankelmoedigheid, die de man­ nenbroeders en vooral CoUjn in deze eerste oorlogsmaanden ten­ toon spreidden, ondermijnd wordt. Colijn en de door hem belichaamde vorm van corporatische Ideologie beroven de mensen weliswaar van de noodzakelijke 'knobbels' tegen het fascisme, maar maken de men­ sen daarom toch nog niet tot fas­ cist. Ook Colijn zelf wist zich later In de oorlog redeUjk te rehabilite­ ren, zosils Doeko Bosscher aan­ toont: zonder hem zou de ARP zich niet tijdig tot ondergrondse verzet­ spartij hebben kunnen konstitue­ ren. In tweede Instantie wordt het beeld echter meedogenlozer dan het ooit tevoren is geweest. Colijn, Ro­ meinen 13, de leer van de soeverei­ niteit in eigen kring, de liberale filo­ sofie van de staatsonthouding, de calvinistische ideeën over de socia­ al­economische, koloniale en inter­ nationale politiek en over de loop

/

van de wereldgeschiedenis: al deze relikwieën uit de ARP­cultuur ver­ schijnen als evenzovele vergeefse pogingen waarmee een maatschap­ pelijke groepering zich in de woe­ dende golven van onze eeuw heeft proberen te oriënteren, nu eens be­ lachelijk hooggestemde idealen, dan weer angstwekkend kleine kruideniersbelangen in het oog vat­ tend, maar nooit hl staat de draag­ wijdte van historische gebeurte­ nissen te begrijpen, op het moment dat ze zich daadwerkelijk voor­ doen. Ik denk dat deze geschiedschrijving van de ARP de theoretische analyse van de verzuiling (en trouwens ook van de ontzuiling) van de Neder­ landse politiek hierdoor inderdaad een stapje verder heeft gebracht. Het is nüj althans zo vergaan dat me bij het lezen van ieder van de drie in de aanhef van dit artikel genoemde boeken iets duidelijker werd wat zuilen elgenUjk zijn. (GUPD, Groningen) *)Om de erfenis van Colipi De ARP op de grens van twee werelden (1939­1952) Uitgeverij A W SiTthoff, Alp­ hen a/d Rijn, 480 blade.

: 100 JAAR VRIJE UNIVERSITEIT

HSl

Si COBS

> cc -}

o o

ri3±isa3AiNn ariHA awr ooi.:

Kamer/eden CDA:stringenter be/eidneveninkomsten nodig

Inkomsten publicaties wp'ers horen universiteKen toe De CDA­kamerleden Beinema en Lansink willen dat onderwijs­minister Pais een stringenter beleid gaat voeren ten aanzien van de neveninkom­ sten, die universitaire docenten verwerven met publikaties op hun vakge­ bied. In schriftelijke kamervragen wijzen zij er de bewindsman op dat het aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen nogal eens voorkomt, dat leden van het wetenschappelijk korps door henzelf geschreven en door commerciële uitgeverijen uitgebrachte publikaties als verplichte literatuur voor tentamens voorschrijven. De twee parlementariërs vinden dat aan deze praktijk een eind moet komen, omdat het volgens hen veel weg heeft van een systeem van 'gedwongen winkelnering'. Meer in het algemeen pleiten Bein­ ema en Lanslnk er voor, dat de minister een regeling treft, waarin het auteursrecht en daarmee de eventuele inkomsten van direct op het vakgebied geënte publikaties aan de instelling toevallen, waarbij de betrokken docent werkzaam is. De kamerleden dringen er bij mi­ nister Pais op aan, dat hy op korte termijn onderzoekt of in een derge­ lijke regeUng voorzien kan worden. Zelf denken Beinema en Lanslnk

aan een aparte bepaling over het auteursrecht in het nieuwe Rijles­ reglement Wetenschappelijk On­ derwijs, waarover de bewindsman het overleg met de instellingen nog deze maand hoopt af te ronden. Dit Rijksreglement, dat op 1 april van kracht moet worden, bevat in tegenstelling tot de huidige regelin­ gen rechtspositionele voorschrif­ ten die van toepassing zijn op alle personeelsleden van rijksuniversi­ teiten. Zo zal het door het van

kracht worden van dit Rijksregle­ ment mogelijk worden om ook voor hoogleraren en lectoren een werk­ tijdregeling te maken en paal en perk te stellen aan het verrichten van gehonoreerde nevenwerk­ zaamheden. De CDA ­kamerleden geven vooralsnog de voorkeur aan een regelmg via dit Rijksreglement omdat het een algemeen bindend rechtspositioneel karakter heeft. Beinema en Lanslnk voegen er in een schriftelijke toelichting op hun kamervragen echter aan toe, dat een regeling van het auteursrecht niet zo ver mag gaan dat de betrok­ ken instelling in alle voorkomende situaties tevens het reprorecht laat gelden op publikaties die in dienst­ betrekking tot stand zijn gekomen. Binnen de instelling zelf, zo schrij­ ven ze, moet het uitoefenen van reprorecht niet aan het verspreiden van dergelijke publikaties gekop­ peld worden. (GUPD. Foha Civitatvi, Red )

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 321

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's