Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 3

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 3

9 minuten leestijd

"3

AD V A L V A — 31 AUGUSTUS 1979

PKV-fraktie

doet serie voorstellen voor nu en later

Universiteitsraad gaat zich over Jcamernood eerstejaars buigen Ook dit jaar spannen de Stichting Studenten Huisvesting aan de VÜ (SSH) en de Dienst Studenten Huisvesting aan de Universiteit van Amsterdam (DSH) zich gezamenlijk in om de meest dringende kamernood voor eerstejaars van beide Amsterdamse universiteiten te lenigen. Dartoe zijn andermaal noodvoorzieningen getroffen waarover beide huisvestingsdiensten gelijkelijk kunnen beschikken en waarvan de kosten worden gedeeld. De situatie is echter in vergelijking met vorig jaar zowel kwalitatief als kwantitatief ongunstiger te noemen. Momenteel zijn er ongeveer 1000 aanstaande studenten die nog niet over passende woonruimte beschikken. Eerstejaars voor wie de afstand tussen woonplaats en universiteit het grootst is komen als eersten in aarunerking voor noodhuisvesting. Deze is van tijdelijke aard en na verloop van enige maanden krijgt men permanente SSH-woonruimte toegewezen. Hoe was de situatie in 1978? In dat jaar werd een door hotel Cok aangekocht pand (aan de Koninginneweg) van 1 september tot 1 maart gehuurd en was het Provisorium III (barakken midden op de VU-campus) voor vier maanden beschikbaar. De UvA had — vanwege de ongunstige ligging — destijds geen interesse voor de noodhuisvesting op het VU-terrein: dit project werd derhalve geheel voor SSH-rekening geëxploiteerd. Zo'n veertig VU-studenten vonden er een tijdelijk onderkomen. Met de ongeveer twintig VUstudenten die een plaats in het pand van hotel Cok vonden, betekende dit vorig jaar dus noodhuisvesting voor zestig eerstejaars van de VU. SSH en DSH beschikken dit jaar wederom over het pand van hotel Cok, maar daarnaast is er voor 17 studenten woonruimte gehuurd in hotel Paap aan de Keizersgracht. Het Provisorium III staat niet meer ter beschikking, maar deze leemte heeft de SSH proberen op te vullen met een andere voorziening: het voormalige scheikundegebouw aan de De Lairessestraat. In dit pand, dat onlangs werd ontruimd kunnen vanaf 3

Warner Bruins Slot Jan van der Veen Het voormalige scheikundegebouw van de VU, waarvan de definitieve bestemming thans nog onzeker is, is voor zover mogelijk gezuiverd van alles wat aan de vroegere bestemming herinnert. Veel is echter gebleven en menige eerstejaars zal zich te ruste moeten leggen op een SSH-bed dat staat opgesteld tussen laboratoriumtafels, gaskranen en -leidingen. Ander e n weer, slapen getweeën of gedrieën op een grotere kamer, hetgeen de privacy niet, maar de gezelligheid stellig wel ten goede zal komen. Eén (koude) douche, voldoende toiletruimte, uiterst sobere wasgelegenheid en 8 kookplaten in de gemeenschappelijke ruimte completeren het beeld van een in korte tijd klaargestoomde noodvoorziening. Geconfronteerd met deze ietwat sombere beschrijving van de omstandigheden ter plekke stelt SSH-secretaris Cees Lammes terecht: „Het blijven noodvoorzieningen". Vele eerstejaars zullen blij zijn dat ze in

voor de mindere tot ƒ 150,— voor de betere kamers. In deze bedragen zit ƒ 40,— als doorberekende dekking voor verbouwings-, energie- en schoonmaakkosten, welk bedrag door de SSH aan de VU dient te worden afgedragen. Voor Uilenstede-kamers is dit ƒ 37,—, terwijl de huren daar variëren van ƒ155,— tot ƒ190,—. Niet alleen is het aantal voorzieningen in de De Lairessestraat geringer dan op Uilenstede, daar komt bij dat het pand, ook al zouden er geen studenten een noodonderkomen vinden, toch ook verwarmd moet worden en de kosten daarvoor toch gemaakt worden. De SSH vindt het allemaal niet prettig, maar gezien de financiële mogelijkheden is het niet anders, aldus SSH-secretaris Cees Lammes. êêDe SSH subsidieert de huur van de hotelkamers extra met ƒ 4500,—, dat is het voordelige exploitatiesaldo van de noodvoorzieningen van het vorig j aar. Voor het overige moeten we werken met kostendekkende Projekten." Sinds de studentenhuisvesting niet meer onder het ministerie van onderwijs en wetenschappen valt, kan de SSH zich minder veroorloven (aandacht en geld moeten nu met ook niet-studerende jongeren worden gedeeld). Minister Pais van O. en W. meent weliswaar dat er nu geen universiteitsgelden aan

Vervolg op pag. 9

Vorige week woensdag heeft een delegatie van het UR-moderamen de situatie in het leeggekomen scheikundepand aan de De Lairessestraat bekeken om na te gaan of de huurprijs die de studenten zouden moeten opbrengen aanvaardbaar was gezien het schaarse aantal voorzieningen. V.l.n.r. mevr. KraanWielenga (Verenigingsfraktie), raadsvoorzitter Van Alphen met over zijn schouder heenkijkend Ruerd Ruben (PKV) en het WP-raadslid Bom.

Akademische Raad: WUB niet wijzigen ä la cie-Polak De Akademische Raad, het samenwerkingsorgaan van de Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs, voelt niets voor de bijstellingen en wijzigingen van het universitaire bestuur, zoals de Kommissie voor de Bestuurshervorming (de kommissie-Polak) in haar rapport „Gewubd en gewogen" voorstelt. De raad heeft dat niet onder stoelen of banken gestoken in een kommentaar, dat op zijn vergadering van 29 juni jongstleden werd vastgesteld. Het Kroonlid R. A. de Moor reageerde daarop met een uitval, waarin hij de raad een tekort aan zelfkritiek verweet. Volgens hem is de Akademische Raad overwegend gekoncentreerd op machtsverkrijging en machtsbehoud van groepen.

Deze foto, gemaakt

op de Dam, spreekt

september ongeveer 50 eerstejaars van V u en UvA overnachten. Zonder ons al te sceptisch uit te laten, overdrijven wij niet als wij stellen dat dit zo ongeveer het enige is wat de eerstejaars er zonder veel onge! mak kunnen doen. We hebben er een kijkje genomen. Al met al is het 100 studenten mogelijk gemaakt om al vanaf begin september Amsterdamse grond onder de voeten te hebben. Daar SSH en DSH op basis van gelijkheid alles eerlijk delen, leert de bekende eenvoudige rekensom dat er voor 50 VU-eerstejaars tijdelijke woonruimte beschikbaar is: in vergelijking met 1978 een achteruitgang van tien plaatsen. Het lagere aantal is veroorzaakt door het feit dat DSH voor de door de VU ter beschikking gestelde woonruimte van het vorig jaar geen belangstelling toonde, maar voor het pand aan de De Lairessestraat w£l.

voor

zichzelf.

elk geval een dak boven het hoofd hebben. De SSH pretendeert niet een volwaardig onderkomen te bieden. Het meest aantrekkelijke van het bewonen van een noodvoorziening blijkt dan ook niet het bewonen zelf te zijn, maar de zekerheid dat men na verloop van tijd in een degelijke SSH-woning terecht komt. Voorlopig echter, zal m e n zich al improviserend moeten redden, daarbij bijgestaan door twee ouderejaars die eveneens een kamer in het pand betrekken en door Lex Brans en Hetty Zalmstra die, gelijk een degelijk jeugdherbergouderpaar, het beheer over de noodhuisvesting voeren. Hoewel de kwaliteit van de behuizing in de De Lairessestraat niet overweldigend is, vormt deze op zichzelf niet het belangrijkste diskussiepunt. Het zijn de relatief hoge huren die desondanks worden gevraagd. De huren variëren van ƒ 130,—

Het kommentaar van de raad is een van de laatste gegevens die minister Pais nog wilde gebruiken voor zijn voorontwerp van v/et, dat de universitaire b e stuursorganisatie definitief moet regelen. Hij probeert dat ontwerp in september op tafel te krijgen. De universiteiten en hogescholen hebben in amper drie maanden hun op- en aanmerkingen moeten bundelen. Genoeg tijd evenwel om tot de slotsom te komen dat het onderzoek „belangrijke onderdelen van het funktioneren van de universiteiten onder de Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) buiten beschouwing heeft gelaten". Het beheer schoot erbij in en evenmin werd gekeken naar het resultaat van experimenten (artikel 55 van de WUB). Wat de overheid met de WUB heeft gedaan en de gevolgen ervan voor onderwijs- en onderzoekaktiviteiten, bleven eveneens duister. De vraag of de WUB-struktuur op de taakuitoefening van de universiteiten een gunstige of een slechte invloed heeft gehad, kan dan ook niet beantwoord worden, zegt de Akademische Raad. De evaluatie van de kommissie, die „gericht is op knelpunten, zonder zich in te laten met de positieve kanten van de WUB", heeft volgens de raad slechts een beperkte betekenis. De aanbevelingen die eruit voortvloei-

en, missen vaak een voldoende grondslag.

Terughoudend Waar de raad de kommissie wèl in kan volgen, is dat de Wet op het wetenschappeUjk onderwijs, de WUB en enige bijzondere wetten, in de toekomst moeten worden samengevoegd tot één duidelijke en overzichtehjke wet. Daarbij zal echter uiterste terughoudendheid moeten worden geboden wat betreft de samenstelling van de bestaande bestuursorganen en de verdeling van de bevoegdheden. De „bijstelling" die de kommissie aanbeveelt, zal door velen als een radikale breuk met het huidige stelsel worden beschouwd, waarschuwt de raad. Hij is vooral gekant tegen de grote invloed die de kommissie wil geven aan het wetenschappelijk personeel in vaste dienst. Helemaal niet bewezen is, dat zulk personeel beter bestuurt dan andere vertegenwoordigers van de universitaire bevolking. Evenmin is de raad te porren voor de benoeming van meer Kroonleden in de colleges van bestuur. Integendeel, de raad zou graag het aantal door de raden gekozen vertegenwoordigers uitbreiden tot de grootst mogelijke meerderheid. De mening van de kommissie dat door middel van de nieuwe

wet ook de voornaamste verkeerde bestuursgewoonten zijn te korrigeren, noemt de raad een illusie. Overigens vindt hij dat de bestuursorganen onder de vlag van de WUB in de meeste instellingen best in staat zijn gebleken het onderwijs draaiende te houden. De raad betreurt het dat de kommissie dit aspekt blijkbaar over het hoofd heeft gezien. De raad vraagt uitdrukkelijk aandacht voor de positie van het personeel in de dienstverlenende eenheden, voor wie de medezeggenschap principieel in de wet moet worden vastgelegd.

Doelmatigheid In zijn reaktie noemt De Moor het kommentaar van de Akademische Raad geen antwoord op de ernstige feilen die de kommissie heeft gekonstateerd. „Aan positieverdediging moet het te wijten zijn dat de universiteitsraden zo weinig de gevarieerde meningen binnen de universiteiten tot uitdrukking hebben gebracht." Terwijl bijna de helft van de universitaire bevolking een negatieve opvatting heeft over de WUB, konstateert nu de raad dat deze wet geen wijziging behoeft. De Moor vindt dat „een al te konserverende voorzichtigheid". Naar zijn mening kunnen de vertegenwoordigers van geledingen de doelmatigheid maar slecht dienen. Instellingsbelangen en personeelsbelangen verdienen een afzonderUjke behartiging. ,,Als de overheid haar vertrouwen in de universiteiten verliest," waarschuwt hij, „loop je de kans dat zij met gedetailleerde voorschriften de doelmatigheid probeert veilig te stellen." De huidige bestuursvorm van de universiteiten biedt volgens De Moor een bijna onoverkomelijke barrière tegen de ingrijpende veranderingen die gewenst zijn voor de komende jaren. (GUPD - Utrecht)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 3

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's