Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 199

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 199

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 14 DECEMBER 1979

Dr. W.MJ. van Binsbergen in proefschrift over Zambia:

Hekserij

Religieuze verandering liangt samen met verandering van produictiewijze „In de vroege ochtend, als sommige toeschouwers nog slapen en anderen te dronken zijn om het mee te maken, beginnen de drums weer in het midden van het omheinde erf, in een andere armenwijk, die me nu helemaal vertrouwd is. Mary en Jenita, de twee Jonge vrouwen die we van de stedelijke Nkoya het best hebben leren kennen, zijn de hele nacht in de weer geweest met bezetenheidsdansen, op een korte onderbreking na, een paar uur voor zonsopgang. Nu maken ze zich op om toppen van extase te bereiken door hevige, lichamelijke rythme's. Haar gezichten verwrongen met wat meer dan wat ook, immense vrees lijkt. De blote borsten schudden wild. De vliegenmepper in de handen slaat in de lucht. Benen en knieën trekken sporen in de modder als ze langzaam op haar knieën zakken. Dan als de krisis afneemt gaan wij allemaal in een rij staan en persen, de een na de ander, het sap uit geheiligde, gekookte waterlelie-bladeren op haar blote ruggen en borsten, zo als het ware kollektief toestemmend in het louterend drama waar ze zojuist doorheen zijn gegaan, de verantwoordelijkheid delend." Eén van de „rondspokende, levendige beelden", beschreven in het voorwoord van zijn proefschrift, waaraan Wim van Binsbergen de inspiratie ontleende voor zijn werk als anthropoloog in Zambia. Geboren in Amsterdam, 1947, studeert hij tot 1971 culturele anthropologie/niet-westerse sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Tot 1973 doceert hij sociologie aan de Universiteit van Zambia en doet daar vervolgens een jaar veldwerk. Terug in Nederland, 1974, werkt hij aan de Universiteit van Amsterdam en de Rijksimiversiteit van Leiden. Sinds 1977 is hij sis onderzoeker verbonden aan het Afrika-Studiecentrum te Leiden. Hij promoveerde op 26 oktober, bij zijn vriend prof. dr. J. M. choffeleers aan de VU. Het proefschrift: „Religious Change in Zambia: exploratory studies". Waarom Zambia en waarom eigenlijk religie? „Voor de keuze naar Zambia te gaan is eigenlijk nauwelijks een reden. Ik solliciteerde naar een baan aan de Universiteit van Tambia en kreeg die. Voor religie ligt dat anders. Ik heb me heel sterk bezig gehouden met religie. In mijn doktoraal was het mijn voornaamste bijvak. Ik werd er al heel vroeg van overtuigd dat binnen ons vak hele belangrijke theoretische stappen steeds samenhingen met een konkrete verkenning van religie. Gepaard aan mijn persoonlijke belangstelling voor religie natuurlijk. Ik ben katholiek opgevoed, daar op een gegeven moment van afgestapt maar niet uit walging voor het uligieus verschijnsel als zodanig. Ik geloof dat als mensen met religie bezig zijn, dat ze met iets erg fundamenteels bezig zijn. Als je hun religieuze doen en laten zou kunnen begrijpen, zou je de opdracht van de anthropologie de mens in al zijn verschijningsvormen te begrijpen en te verstaan, behoorlijk vervullen."

Harm Tilstra worden opengebroken. Ik noem dat de versplintering van de mikrokosmos. De mensen krijgen dan behoefte aan bovennatuurlijke wezens van een schaal die niet meer beperkt is tot het dorp maar die van het kaliber zijn van de wijdere wereld waarin ze zich gaan bewegen. Dat is een zeer aantrekkelijk model dat ik toegepast heb in hoofdstuk 4." Daarna ontstaat de behoefte aan een theorie die oorzaken en basisprocessen aangeeft van religieuze veranderingen over meer dan één historische periode. De Centraal-Afrikaanse godsdienst blijkt in de laatste eeuwen sterk veranderd in nauwe samenhang met ekonomische en politieke veranderingen.

instanties waarmee de mensen verkeren zijn hun voorouders. Die hebben het beheer over het kontakt tussen mens en natuur. Naarmate de mensen hun verwantschapsverplichtingen nakomen: de jachtbuit verdelen, harmonie in het dorp bewaren, elkaar niet uitmoorden enz. zijn de voorouders bereid het kontakt van het dorp met de natuur voorspoedig te doen verlopen. Omgekeerd, als de oogst is mislukt of de buit gering, dan is dat de schuld van mensen die de voorouders in hun verwachtingen hebben teleurgesteld. Voor allerlei vormen van ziekte en onheil worden ook de voorouders aangeroepen." „Er bestaan nog andere instanties die zich bezighouden met het hele levensproces, met succes, ziekte, dood. Eén groep daarvan is die van de bosgeesten, door wie jagers geslagen worden en hallucinaties over hebben. Een andere groep is die van de heksen. In deze maatschappij is geen Hoge God, een hoogste instantie die het lot van de mensen en vooral hun dood naar willekeur regelt. Dat is ook niet het werk van de voorouders. Dood en onverklaarbaar onheil moeten dan te wijten zijn aan menselijke schuld. Iedereen die doodgaat is vermoord. Soms door aanleg, erfelijkheid maar meestal door doelbewuste kwaadaardigheid doen mensen elkaar de vreselijkste dingen aan." „Wat j e nou ziet is, naarmate die domestieke produktiewijze wordt omgeven door andere produktiewijzen, een onmiskenbaar transformatie van het r e ligieuze systeem."

Domestieke produktiewijze

Slavenhandel

Uiteindelijk beschrijf je religieuze veranderifngen aan de hand van veranderingen in de produktiewijze. „Aan het eind van de achttiende eeuw is er in de dorpen nog altijd de domestieke produktiewijze. De domestieke gemeenschap, een dorp, leeft van de landbouw en van de jacht. De voornaamste bovennatuurlijke

Naast en in het verlengde van die domestieke produktiewijze ontstaat de tributaire produktiewijze, gebaseerd op schatplicht. „Er ontstaat een klasse van vorsten die bovenop de domestieke produktiewijze vormen van onteigening aanbrengen. Daardoor wordt een bepaald Produkt: buit, huiden, zout, ko-

reik. J e ziet een nieuw type eredienst rond vorsten. De claim die de voorouders hadden, van wij regelen het kontakt met de natuur, wordt overgenomen door de vorsten. Die bekleden zich met attributen waarüi regen, de zorg voor het land of de vruchtbaarheid, de groei van de nieuwe oogst gestalte hebben. Meer en meer wordt dat alles getrokken in de sfeer van koningsschap, koningsgraven, jaarlijkse koningsrites enz." „Mensen worden naar willekeur gemanipuleerd. Zonder enig gevoel voor verwantschapsrelaties verkocht als slaven. Slaven zijn jong, vorsten zijn oud. Zo is heel sterk de relatie tussen oud en jong verpest. Nadrukkelijker komt n u ook de hekserij op. De machtigen, de ouderen, de vorsten, dat zijn nu de heksen."

De lange afstandshandel komt tegelijk met die tributaire produktiewijze op. „De vorsten hadden het handelsmonopolie, waren voornamelijk degenen die met de handelaars kontakt hadden. Maar ook is duidelijk, dat die vorsten maar een heel klein deel van de wereld zijn, dat daarbuiten de handelaars zijn die eigen gebruiken, eigen kuituur, eigen ziekten zelfs meebrengen. Handelskapitalisme."

Wim van Binsbergen

tijdens

zijn promotie

op 24 oktober. (foto M. Wijzenbeek)

„Die religieuze genezingsbewegingen hebben niet alleen een nieuwe visie op ziekte, ook t r e den ze helemaal buiten de kaders van de domestieke gemeenschap. De deelnemers zijn ,wel dorpelingen maar ze komen niet samen omdat ze broers, zusters, familie van elkaar zijn. Zo'n beweging bestaat uit leden van verschillende dorpen, verschillende fami-

Een naamgevingsritueel: De in het midden zittende jonge vrouw krijgt de naam en het kind van een overleden tante. (foto W. V. Binsbergen)

Handelskapitalisme

Het boek bestaat uit zeven studies die geschreven zijn tussen 1972 en 1979. De studies waren oorspronkelijk niet voor bundeImg bedqeld. Dat is te merken aan het verschuivend theoretisch kader waarbinnen Wim van Binsbergen de religieuze veranderingen in Zambia interpreteert. Hij noemt het boek een vertellende illustratie van de problemen van theorie en methode waarmee vele Afrikanisten hebben geworsteld in de zeventiger jaren. „Er zit een heel duidelijk kreatief moment in het boek, een hachelijk spel met hypothesen en generaliseringen Ik verdoezel dat niet, ik vind het ook niet erg Dat is de fase waarin de Afrikaanse religieuze geschiedschrijving zich bevindt." „Een standaardmodel in het begm van de jaren zeventig om religieuze veranderin'gen te beschrijven was het model van Horton: De maatschappelijke horizon verwijdt zich, dorpen

per, ijzer maar ook slaven en kinderen produkt van een investering, Produkt van arbeid. Dus met de opkomst van die tributaire produktiewijze t r e den allerlei vormen van slavernij op: Inspelend op de behoefte van transatlantische slavenhandel, die toen pas, begin negentiende eeuw, de binnenlanden van Afrika tjereikte. De domestieke gemeenschap wordt uitgeperst om aan de eisen van de tributaire parasitaire produktiewijze te voldoen." „Volgens Horton heb je nu religies nodig met een wijder be-

„Heel vaak spelen vorsten een rol in hekserij-uitroeiing, hebben daar ook alle belang bij. Om te kimnen geloven in dat nieuwe wereldbeeld, in die nieuwe manier van produceren, moeten ze een religieus systeem ontwerpen, dat voor onheil een andere verklaring geeft dan hekserij. Dat doen ze met die genezingsbewegingen als Bituma. Daarin komen de onpersoonlijke geesten, niet verwant met eigen stam of voorouders, je zomaar aanwaaien. Verwant aan de stiel van de handel."

„De wijdere wereld van handelskontakten. De plaats daarin van de goederen die handelswaar worden. De mensen die handelswaar worden, als ze als slaven worden verkocht. In dat kader zie ik de opkomst van religieuze bewegingen waarvan Bituma er één is. Bewegingen die Zambia overspoelden. Ze bieden een andere verklaring aan voor ziekte. Ziekte, zeggen ze, komt niet van voorouders, ook niet van de Hoge God (die is nog niet aan de beurt), zelfs niet van hekserij. Ziekte komt van geesten, vrij circulerende geesten, en die geesten doe je wel eens op, zomaar, toeval, kun je niks aan doen."

lies ook. Dat komt omdat het dorp in de nieuwe kapitalistische produktiewijze geen vitale maatschappelijke eenheid meer is. De groep is vervangen door een verzameling individuen." „De hele beweging gaat in op ziekte en werkt ook op die manier, individualiserend. De beweging gaat niet meer over de misoogst of een mislukte jacht. Omdat de nadruk zo sterk op die individuele ervaring ligt kan iemand die, als hij trekarbeider wordt, ook meenemen naar de beginnende koloniale stadjes. Daar kun je die individuele zorgen e n ziektes heel goed organiseren in zo'n rite. De rite werkt niet socialiserend. De deelnemers blijven individuen. Bituma wordt geen kerk."

Vervolg op pagina 14

Kerstzang in de foyer Op woensdag 19 decemlber a.s. zullen er kerstliederen gezongen worden in de foyer. Deze bevindt zich op de eerste etage van het hoofdgebouw, voor de aula. Medewerking wordt verleend door een „Instant-VU-koor", dat voor deze gelegenheid een aantal kerstliederen heeft ingestudeerd onder leiding van Daan Admiraal, de dirigent van het VU-orkest. De zang begint om 12.15 uur en zal ruim een half uur duren. Daarna zal er voor ieder koffie zijn. Iedereen is hartelijk welkom en dat niet alleen om te luisteren maar ook om mee te zingen. Blaadjes met teksten zullen worden uitgedeeld. De foyer is gekozen, omdat deze ruimte naar het idee van velen „heerlijk" zingt. Deze kertszang vervangt de bijeenkomst, die in voorgaande jaren gehouden werd in de aula.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 199

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's