Ad Valvas 1979-1980 - pagina 83
Oud-CvB-voorziUer
dr. Klaas van Nes blijft aktief: 'De week zit al weer vol'
'Nederlandse Universiteit ontzettend verstard' „Hoe een voorzitter op moet treden heb ik geleerd in kerkeraadsvergaderingen. Ik was nauwelijks dertig toen ik ouderling van de kerkeraad van de gereformeerde kerk Amsterdam-centrum werd. Nee, bij de Shell heb ik die ervaring niet zo opgedaan. In de kerkeraad had je wisselende voorzitters. Meestal mensen die het aardig konden. Die alle handigheidjes die ie in een vergadering kunt toepassen in hun ransel hadden zitten. Wat me toen opviel was dat de mannen met gezag die erin zaten altiid eerst zaten te luisteren en pas hun mond opendeden als het erop aankwam. Daar in die kerkeraad lag een belangrijk stuk scholing voor me." Dr. Klaas van Nes, die na zeven jaar per 1 september de voorzittershamer van het college van bestuur aan drs. Harry Brinkman overgaf en met pensioen ging — maar niet om stil te zitten —, over het begin van wat zijn dagelijks werk aan het worden was: leiding geven en besturen. In hoofd- en (vele) nevenfunkties. Na zijn opleiding aan de VU tot chemicus (1938), later afgerond met een promotie cum laude over het onderwerp „Benzoëzuur als ijkstof in de verbrandingscaloriemetrie" bü prof. J. Coops (1951), stapte hij het bedrijfsleven in. Tot mei 1965 was hij in dienst bij het Koninklijke Shell Laboratorium in Amsterdam. De band met de VU bleef echter op de een of andere manier steeds bestaan.
waardigerwijs veel met elkaar gemeen hebben. Samen met de Utrechtse bedrijfspsycholoog prof. Van Lennep, met wie hij tien jaar samenwerkte, werkte hij aan het vinden van kriteria voor de beoordelng van managers en onderzoekers. „Talent tijdig opsporen en zorgen dat je de loonbaan erbij krijgt die daar bij past." Van Lennep ontwikkelde toen de „helicopter-view". „Net als een bestuurder moet een onderzoeker zich kunnen verheffen boven het dagelijks geroezemoes om zich heen, er afstand van kunnen nemen. Naar locatie en tijd: heden en verleden. Om zo uiteindelijk zijn beleid voor de toekomst te kunnen vormen."
In een rustige VU-kamer van de economische fakulteit op de eerste verdieping van het hoofdgebouw, verscholen voor wie het niet weten dat hij er zit voor zijn laatste taak aan de VU als onbezoldigd voorzitter van de Eeuwfeestcommissie en ver weg van het dagelijkse bestuursgewriemel, praten we met hem over zijn levensloop, zijn ervaringen en zijn visie op het funktioneren van de universiteit. „Toen ik bij de Shell kwam werd afgesproken dat ik de helft van mijn tijd aan mijn dissertatie mocht besteden. Dat was iets heel bijzonders in de jaren dertig. Dat zoiets kon. In die crisistijd, 's Morgens was ik in opleiding op het Shell-laboratorium, 's middags zat ik achter de verbrandingscaloriemeter bij professor Coops. De oorlogsjaren kwamen er tussen, maar daarna ben ik met m'n dissertatie verder gegaan. Op een gegeven moment werd ik sekretaris van het Studiefonds, dat nu Vrije Universiteitsfonds heet. Professor Coops was er voorzitter van en hij vond mij wel geschikt. Bij dat fonds ging het toen om de vraag: wie komt er in het Hospitium en wie komt er in aanmerking voor een studiebeurs. Grote sommen die de direkteuren van de Vereniging ontvingen gingen naar dat tonds. Wie geholpen werd, betaalde later terug en zo konden er dan weer anderen worden geholpen.
„Een van de dingen die ik als afdelingschef al leerde was dat je een researcher nooit een opdracht moet geven. Nee, je kon hem beter wat vragen en hem dan proberen zover te krijgen dat-ie zei: ja, dat wil ik graag. Dus het werden altijd afspraken. Nou, dat kom je als bestuurder ook tegen." Van 1965 tot 1972 was dr. Van Nes direkteur-bestuurder van de Prins Mauritslaboratoria RVO-TNO te Rijswijk.
Jan van der Veen die hij als zijn voorbeelden beschouwde. „Vlugter bijvoorbeeld, later hoogleraar in Delft en daarna in Twente, was de geestelijke vader van een boek dat ik heb geschreven over de constitutie van minerale oliën. Dat boek is zonder dat ik het wist ook nog in het Russisch vertaald. Ze waren daar in Rusland nog niet aangesloten bij de Conventie van Génève en dat kon toen nog zo maar. Later wilden ze me er nog vierduizend roebels voor geven, maar die heb ik nooit opgehaald." Vrijwel tegelijkertijd werd dé Shell-funktionaris Van Nes in
Vroeger en nu Nadat de heer Van Nes in 1971 president-curator was geweest, werd hij een jaar later onder de w^et universitaire bestuurshervorming voorzitter van het college van bestuur. Vroeger en
Bij de Shell deed dr. Van Nes tot 1953 onderzoek, de laatste vijf jaar met een eigen reseachgroep. „Daar heb ik alle zorgen van de onderzoeker meegemaakt. Zijn rapportageplichten, het opbouwen van internationale kontakten Of ik van plan was om researcher te blijven? Nou, ik heb toen helemaal niet aan iets anders gedacht. Dat deden anderen eigenlijk. Eind 1952 stierf plotseling het hoofd van de personeelsafdeling van het Shelllaboratorium. Toen vroegen ze mij. Ik heb er niet lang over nagedacht of ik het zou doen. Ik leerde toen wat een dienst eigenlijk is. Wat je rol moet zijn. Dat je je niet onder de voet moet laten lopen. Dat je een eigen inbreng hebt. En wat dienen is. Op die personeelsafdeling zaten een man of zeventig. Vaak woonde ik direktievergaderingen bij. En ik heb natuurlijk ook de nodige konfliktsituaties meegemaakt." In 1960 werd hij „coördinator externe research en kontakten universiteiten in Nederland en andere Europese landen". „Dat betekende praten met afgestudeerden en kijken of ze geschikt konden zijn voor indiensttreding bij de Shell. Toen leisde ik ook veel. Het ging om de vraag: uit welke universiteit komen de beste mensen. Ik kreeg zo een voortreffelijke scholing in kwaliteitsbeoordeling. Ik heb veel hoogleraren in hun werkplaats aan de slag gezien." In zijn eerdere tijd als Shellonderzoeker was hij er ook al vele tegengekomen. Mensen ook
kon in de jaren dertig nog wel. Maar in 1960, toen ik naar de VU kwam, dacht ik al: ik moet heel wat laten liggen, omdat ik er eenvoudig niet aan toekom." „Eerst was het vier tot vijf uur per week die ik aan het curatorschap besteedde. Eind van de :iaren zestig was dat al opgelopen tot twintig. We vergaderden eenmaal per maand op zaterdag. Eerst waren het morgens, later de hele dag." „Een ander voordeel is dat je nu gekanaliseerde inspraak hebt. Een klankbord van alle geledingen en disciplines. Allemaal hebben ze de mogelijkheid om hun lijn naar het bestuur op een behoorlijke manier te bespelen. Ook is het zo dat de
'Vereniging en VU moeten weer samen optrekken' diensten veel meer geprofessionaliseerd zijn dan vroeger. De direktiefunktie van de diensthoofden is veel duidelijker geworden." „Een voordeel van de oude struktuur was dat je als curatolen ook nog het hoogste orgaan in zaken van onderwijs en onderzoek was, wat aan de openbare instellingen de senaat heette. J e kon toen je neus in veel meer dingen steken dan nu." „Verder kon je de inspraak zelf regelen. We vroegen als curatoren destijds vaak een groep studenten, tassers of leden van de w^etenschappelijke staf om bij ons op de vergadering te komen nraten." „Wat de beheersstruktuur van de universiteit betreft zijn w^e in feite nog niet eens zoveel verder gekomen. Of het nu geholpen heeft dat er een college van bestuur kwam om er lijn in te brengen? Voor de diensten wel, vmd ik, maar voor het beheer van de fakulteitcn zijn we nog niet zoveel verder. Dat is een beetje als een zorg bij mij achtergebleven. Begin van de jaren zeventig zijn er taakomschrijvingen voor de adjunktsekretarissen gekomen, maar daarna bleef het wat stil. J e kunt ook niet alles." Dat laatste was een stevig stokpaard van Van Nes. Geregeld werd het van stal gehaald. Maar dan kreeg hij altijd te horen: andere dingen hebben 'n hogere prioriteit. Bij zijn afscheid was dat een aangevertje voor een grapgeschenk: een heus houten stolipaard.
'Deskundigheid honoreren' Dr. Van Nes ziet „heel duidelijk positieve elementen" in de koers die minister Pais op weg naar een nieuwe wet op het wetenschappelijk onderwijs ter vervanging van de WUB in 1982 vaart.
1960 curator van de VU. „Ja, dat liep ongeveer samen. De beslissing dat ik de baan van coördnator zou krijgen was net gevallen, toen Verdam mij opbelde of ik bij hem langs wilde komen. Ik wist van niets. Dat curatorschap trok mij wel aan. Achteraf zeg ik dat de Shell mij prima daarvoor had opgeleid . . . Al gauw kwam er het bestuurslidmaatschap van het ziekenhuis bij. Dat bleek een nogal moeilijke job te zijn."
'Helicopter-view' In die tijä kwam dr. Van Nes tot de ontdekking dat bestuurders en onderzoekers merk-
nu: hoe beoordeelt hij beide periodes in de zin van voor- en nadelen, verschillen en overeenkomsten? „Er is veel meer overeenkomst dan de mensen denken. De grote bestuurlijke problemen kwamen toen net zo goed als nu op tafel. De nieuwe struktuur bracht echter een paar belangrijke voordelen. Het eerste is dat bestuurders veel meer eigen tijd beschikbaar kregen om zaken aan te pakken, omdat het besturen van de universiteit hun dagelijks werk werd. Het was natuurlijk een volstrekt overleefd systeem dat je in je vrije tijd als curator een universiteit moest besturen. Dat
Volgens het voorontw^erp, dat half september bekend w^erd, zal o.a. het college van bestuur de positie van hoogste orgaan in de universiteit van de universiteitsraad overnemen. De laatste zal beperktere, limitatief opgesomde bevoegdheden krijgen. De fakulteitsbesturen en -raden zullen in meerderheid uit leden van de w^etenschappelijke staf in vaste dienst bestaan en ook in de vakgroepbesturen zal dat zo zijn. De invloed van studenten ZEJ een ander karakter krijgen. „Het belangrijkste positieve element vind ik het honoreren van de deskundigheid. De rol van de vaste wetenschappelijke staf en die van fuU-timebestuurders. J e moet erkennen dat die een heel
zwaar gewicht moeten hebben. Ik vind de voorgestelde wijzigingen helemaal niet zo ingrijpend. Dat het college van bestuur het hoogste orgaan zal worden is iets wat men m Nijmegen allang kent. Ze zijn daar van de WUB afgeweken. Lopen als het ware vooruit op wat er straks gaat komen. In zo'n nieuwe opzet kan voorkomen worden dat de universiteitsraad teveel tijd besteed aan dingen die je best aan het college van bestuur kunt overlaten." .,Het laatste jaar vooral vond ik in het funktioneren van de raad hier een serie voorbeelden waar ik mijn hart bij vasthield. Zonde dat de UR zijn tijd daaraan verspilde. Met de WUB is de slinger wat te ver naar de andere kant doorgeslagen. Wat ik bijvoorbeeld 'n tragisch besluit van onze UR vind is de beslissing over de commissie beleidsruimte onderzoek (nu uitgebreid met ook een student en een tasser, red.). Dat is te vergelijken met het uitreiken van rijbewijzen aan mensen die geen examen hebben gedaan. Het is kletskoek dat studenten en tassers beter over de maatschappelijke relevantie van Projekten kunnen oordelen dan de ervaren onderzoekers. Mensen lief!" „En ook dat gejongleer met de bemanning en de rol van de commissie onderwijs en onderzoek vind ik 'n dieptepunt. Het gevolg van dit soort dingen zal zijn dat de animo om in de universiteitsraad te gaan zitten voor bekwame mensen afneemt. Bij de laatste bestuurswisseling hob ik moeten meedelen dat er maar liefst vijf vakatures in de raad zijn. Dat is een op de acht zetels. Er wordt veel te veel gepraat over zaken waarvoor dat niet nodig is. Nijmegen vergadert eens per maand." ,,Het is ook een vergissing te denken dat de invloed van studenten in de toekomst zal worden verkleind. Minder zetels in de raad, nou ja, maar het zit hem niet in hot aantal zetels. Hun invloed krijgt straks een gepaste plaats in studiecommissies of studieraden. Daar zijn ze deskundig als degenen die naar de colleges zitten te luisteren. Ze kunnen zien wat hoogleraren verzwijgen. Of ze snertcolleges geven. Dan kunnen ze zeggen: zo gaat dat niet."
Voorstander van twee- fasenstruktuur De twee-fasenstruktuur. „Ik ben daar altijd een voorstander van geweest. Ik vind dat wij een armelijke organisatie voor ons wetenschappelijk onderwijs hebben. Armelijk in die zin dat alles over een kam wordt geschoren. De mensen zijn niet allemaal gelijk. Er is een geweldig verschil in begaafdheden, wil en doorzettingsvermogen. Meer variatie in de studiepakketten, daar moet Je heen. Dat koekoek, één zang wijs ik helemaal af." ,,Meer ingangen, maar ook meer uitgangen naar de maatschappij zullen er voor het wetenschappelijk onderwijs moeten komen. Vooral voor de studenten hoop ik dat de twee-fasenstruktuur er komt. Nu zijn een heleboel
Vervolg op pagina 4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's