Ad Valvas 1979-1980 - pagina 333
5
AD VALVAS — 14 MAART 1980
Exposorium-tentoonstelling 'Schoon en Vroom'van half maart tot half april
Protestanten bouwden kerken eeuw geleden niet als cultuurbarbaren De tentoonstelling 'Schoon en Vroom' geeft een momentopname van het denken over de liturgisch bestemde ruimte - het kerkinterieur -100 j a a r geleden. Om de ideeën van toen te interpreteren moeten we ze plaatsen tegen de achtergrond van geschiedenis en theorie. We zullen ons vrij moeten maken van de vaak voorkomende simplificatie dat de protest a n t e n - en met name de calvinisten - als een soort van cultuurbarbaren genoegen nemen met 'platvoetige vergaderruimten, zo volgestouwd met mensen dat God er niet meer bij k a n ' (Overduin, geciteerd door architect Leo de Jong in: Aspecten van Kerkbouw, Aalten, 1961). Dit vooroordeel is overigens zo oud als het protestantisme zelf. Ook in het buitenland. Heine b.v. heeft eens snierend gesproken over de lege van God verlaten (leere. Gottverlassene) kerken van de protestanten. Het komt wel voor dat de protestant in zijn kerkgebouw niet meer ziet dan een dak boven het hoofd: de vorm doet er niet toe. Wie zal ontkennen dat hier menigmaal sprake Is van geestelijke armoe. Als we eerlijk zijn zullen we moeten erkennen dat er vaak ook een diepere achtergrond meespeelt: de godsdienst wordt dan gezien als een zaak van innerlijke beleving; het evangelie schrijft eenvoud voor; in de eerste kerk die van de Apostelen te Jeruzalem, - de enige ware - kwam men bijeen in huizen en loodsen, zonder ceremoniën. Al vóór 1517 waren er, ook in Nederland, in de sfeer van het katholicisme stromingen die opteerden voor soberheid gebaseerd op geestelijke inkeer: de Moderne Devotie, de Sacramentisten. In het Protestantse kamp vonden ze hun opvolgers in de Doopsgezinden.
Zw'mgli: operationele ruimte De ideeën van Zwingli gaan in die nchting. De 'Grossmünster' in Zürich, zijn 'huiskerk', was een soort van operationele ruimte voor het Woord en voor degenen die ontvangend en creatief - als men wil recreatief - met dat Woord bezig zijn. De ruimte zou, bij wijze van spreken, puur zwart kunnen zijn, of puur wit, dat wil zeggen abstract, met aanwezig. Hij kwam tot puur wit, maar hij begreep dat dit een doorslaan was dat nog wel eens zou moeten worden bijgesteld en voor menig gemeentelid een teveel aan geestelijke benadering. De moderne onderzoekers plaatsen er dan ook de kanttekening bij dat hij midden m de strjjdf ase sneuvelde (hij kwam om in een veldslag in de godsdienstoorlog) terwijl hij met zijn liturgie nog in de fase van het experiment en de opbouw was.
Men mooie kerk Luther heeft lang genoeg geleefd om tot een mtgebalanceerd oordeel te komen. Ook hij kende een eerste fase van afreageren tegen laat-mid-
lif i
i-t
's
Prof, dr. C. Ä. van Swigchem deleeuwse rooms-katholieke overwaardering aan uitwendig schone vorm. Je kunt desnoods kerk houden in een zwijnenstal is een uitspraak van hem uit die periode. Later sprak hy anders. Hij vond een mooie kerk alleen maar toe te juichen, maar dan ontdaan van alles wat aanleiding kan geven tot 'afgoderij'. Wat afbreuk doet aan de kracht van het 'sola fide' (zaUgheid alleen door het geloof in Christus), wat te maken heeft met het streven naar eigen verdienstelijkheid voor Grod offeenberoep op de verdiensten en voorspraak van heiligen is uit den boze. Afgezien daarvan echter is er alle reden om aan kerkinterieur en liturgie zorg te besteden. Ook beelden en schilderijen zijn geoorloofd, waarom niet. De profeten hebben volop geschilderd met hun taal en de predikant doet in wezen vaak niet anders; waarom zouden we dan in ons kerkinterieur ook niet mogen preken met schilderingen; aldus een van zijn uitspraken (waarmee de kwestie aangeroerd is van de innerlijke verwantschap van de taal en de beeldende kunst, zo oud als de geschiedenis van de kerkbouw en het kerkinterieur).
Caivijrt: sobere kerk Calvijn zit meer in de radicale hoek. Als de uitverkorenen bijeen zijn om God te loven en te dienen moeten ze zoveel mogelijk uit hun omgeving uitbannen wat de ontmoeting met God op een menselijke manier probeert te begeleiden of op te sieren. God heeft zich in zijn Woord willen openbaren en hy verbood het maken van beelden voorzover die in de praktijk van het godsdienstig leven een rol zouden kunnen gaan spelen.
Kerkinterieur in Otterloo, tekeng van prof. Van Swigchem.
ä4-UM^
^ ^^,jj;j,**«s*Ä."*K«\#^^ ï ^ K : r ^ .
'vn-.A
s jk* <
V'-K
*ww >jM;# 40SI* ,^*
Een van de kerkinterteuren die op de tentoonstelling 'Schoon en Vroom'veel aandacht krijgt: dat van de gereformeerde Keisersgrachtkerk in Amsterdam, ook wel genoemd de 'Kathedraal der Gereformeerden', de eerste kerk die in Amsterdam na de Doleantie van 1886 werd gebouwd (in 1888). Maak een kerk wel tot een waardig gebouw. Van een 'heilige' plaats is geen sprake, maar het is ook niet zomaar een plek. Als je versiert, doe het dan met het Woord. Zo deden dan ook de Hugenoten, zijn volgelingen in Frankrijk, en de calvinisten in Nederland na 1572: ze voorzagen het kerkinterieur van de 12 artikelen van de apostolische geloofsbelijdenis, het Onze Vader en de Wet van de 10 geboden (Geloof, Gebed, Gebod) en van Bijbelteksten op borden en muurschilderingen (overigens niet een uitsluitend calvinistische practijk).
Kayper: liturgie bepalend Ook bij Abraham Kuyper, hoe kan het ook anders, wordt de idee over het kerkinterieur bepaald door de opvatting over de liturgie, en die berust op de kerkleer. Hij baseert zich, zoals bekend, op het Calvinisme. 2;ijn uitgangspunt is dat het souvereine Woord van God basis en richtsnoer is om het streven op alle terreinen van het leven een gerichtheid te geven, de enig juiste. Deze pretentie voert tot de stelling dat de christen ook in het artistieke een taak heeft, en althans wat de strekking van zijn handelingen betreft, op dit terrein beter zal kunnen bezig zijn dan wie dan ook. KujTJer had niets tegen het interieur van de Domkerk te Utrecht, waar hij in 1867 zijn intredepreek hield, of tegen dat van de Nieuwe Kerk te Amsterdam, waar hü in 1885 nolens volens uit moest trekken. Toen hij als herder van zijn kudde moest zorgen voor een stal en aan het werk ging als 'bouwpastoor' heeft hij het artistieke gezichtspunt willen laten gelden op eigentijdse wijze, vertolkt door een goede architect. De resultaten, zoals de Keizersgrachtkerk ons die te zien geven, waren beperkt. Aan de versiering met 'woord-beeld' door de Hugenoten en Gereformeerden omstreeks 1600 toegepast, kwam hij in zijn kerk niet toe, laat staan aan Luthers 'preken met beelden'. Hij had dan ook rekening te houden met heel wat brokstukken purita-', nisme en piëtisme, om niet te zeggen beperkt conservatisme, in het denken over liturgie en kunst in zijn naaste omgeving. Kuyper heeft zich niet intensief bezig kunnen houden met de geschiedenis, de theorie en de practijk van de liturgische ruimte, het kerkinterieur, maar hij was in zijn belangstelling daarvoor zijn omgeving
vooruit. Sindsdien heeft het denken bij de Protestanten in Nederland zich verder ontwikkeld. Er zijn uitspraken die gaan in een richting waar Luther zichzelf in zou hebben herkend. Van Deursen: 'De gesproken woorden zijn niet de enige rechtmatige vertolking van het Woord'. 'Zelfs de kunst die de gemeente [in het kerkgebouw] omringt heeft deel aan het belydendverkondlgende karakter' [van de eredienst] (Aspecten van kerkbouw, Aalten, 1961). Voor zo'n ontwikkeling kunnen we slechts dankbaar zijn. Tegelijk heeft het katholieke denken over de liturgische ruimte in sommige kringen een sterk versoberingsproces ondergaan. Voor het streven naar neo-middeleeuwse kerkpracht 100 jaar geleden kan men historisch begrip op brengen en waardering, maar het wordt gezien als achterhaald. Zodat het kan gebeuren dat de katholieke en de gereformeerde kerkruimte, 100 jaar geleden mijlen ver van elkaar verwijderd en in zeker opzicht eikaars tegenbeeld, elkaar in uitdrukkingswijze nu heel dicht genaderd zijn.
De tentoonstelling 'Schoon en Vroom', die van 17 maart tot en met 11 april wordt gehouden in de Exposoriumruimte in het VU-hoofdgebouw, geeft een beeld van de rol die de kunst bij de bouw en inrichting van de kerkenbouw door gereformeerden en rooms-katholieken in de laatste decennia van de vorige eeuw heeft gespeeld. Deze beide groeperingen manifesteerden zich op bijzondere wijze in hun kerkenbouw. Aandacht wordt vooral besteed aan de kerk van de Heilige Franciscus Xaverius (de Krijtberg) en de ongeveer gelijktijdig gebouwde Keizersgrachtkerk (de 'Kathedraal der Gereformeerden'). De tentoonstelling - de meest omvangrijke Exposorium-expositie tot nu toe - bevat o.a. een groot aantal bouwtekeningen, enkele heiligenbeelden, verschillende lii'.urgische voorwerpen en gewaden afkomstig uit deze en andere kerken, en een uitgebreide fotodokumentatie. In een 32 pagina's tellende en geïllustreerde katalogrus wordt dieper ingegaan op de achterliggende gedachtenwerelden. De tentoonstelling, die georganiseerd is in samenwerking met het Kunsthistorisch Instituut, wordt gehouden in het kader van het Eeuwfeest van de V.U. De tentoonstelling is van maandag tot vrijdag tussen 10.00-16.30 uur gratis te bezichtigen. De katalogus kost f 5,-. Inlichtingen over de tentoonstelling zijn verkrijgbaar bij drs. J. Vrieze, tel. (548)4327 of (548)2671.
Een situatie, die de vroege reformatoren allen maar zouden hebben toegejuicht: het ging hen niet om een nieuwe kerk naast de oude; om verschillende modellen, extreem in hun eigensoortigheid; maar om verscheidenheid van toon binnen één model, dat voldoende gezuiverd zou zijn van essentiële gebreken om voor iedereen een bruikbaar uitgangspunt te kunnen zijn. Een gedachte die, zo kunnen we wel stellen, nog steeds (of misschien moeten we zeggen: opnieuw) actueel is. Prof. dr CA, van Swigchem (geschiedenis en architectuur, VU) geeft leiding aan een onderzoeksproject 'Protestants Kerkinterieur'.
Pharetra mag niet in de brievenbus Het CvB schijnt weer eens de beschermende handen naar zijn personeel te willen uitstrekken door te voorkomen, dat de tere zielen onder ons thuis het eeuwfeestnummer van Pharetra in de bus krijgen en geconfronteerd worden met minder tedere verhalen van dit studentenblad. Aldus het UR-lid Noorda, die dinsdag in de raad vroeg waarom het CvB niet van plan is het adressenbestand van het VU-personeel ter beschikking te stellen van dit blad. Stabile van het CvB ('het is misschien wat paternalistisch, maar op mijn leeftijd is dat niet erg') gaf als argument, dat in het verleden herhaaldelijk is gebleken, dat enkelen in de VU-gemeenschap er geen prijs op stellen dat Pharetra zomaar in de bus te krijgen. En wij vinden, dat we dan geen aanstoot moeten geven. Wie het nummer wil hebben kan het hier uitgebreid krijgen. Als er ook maar één hier geen prijs op toezending stelt dan mógen wij dit adressenbestand niet ter beschikking stellen. Dat laatste met name
vond WP-er Bom al te dol. Dan kun je nooit meer iets rondsturen want altijd zal er wel iemand zijn, die iets tegen het geschrevene heeft. Een ander raadslid merkte fijntjes op, dat by eerdere gelegenheden het CvB wel minder scrupuleus was geweest (denk aan 'Studentenhaver' Red.) zo van 'we krijgen wel vaker rommel in de bus, die je toch direkt in de prullebak kunt gooien'. Noorda deed het CvB een aardige tussenoplossing aan de hand: een berichtje in Ad Valvas, dat wie verschoond wil blijven van het nummer tijdig uit het bestand kan worden gelicht voor de gelegenheid. Je moet de zaak niet omkeren zoals het college doet. Stabile (zelf Pharetra-abonnée) bleek weinig gevoelig voor de argumentatie maar wil het idee van Noordan nog wel eens bekijken in het college. Enkele jaren geleden heeft het CvB ook al eens geweigerd een adressenbestand ter beschikking te stellen toen er een jubileumnummer van Pharetra uitkwam. Het blad spande toen een proces aan tegen het CvB wat het won. (J.K.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's