Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 444

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 444

15 minuten leestijd

AD VALVAS — 30 MEI 1980

10 IV voorstellen tot artikelsgewijze wijziging van bestaande c q invoeging van nieuwe bepalingen in het p r v u artikel 1 lid b. werkgever 1 het bestuur der vereniging voor a leden van het college van bestuur en van de directie van het academisch ziekenhuis, b werknemers van de universiteit die krachtens de „regelen voor de vrije universiteit" door dit bestuur worden benoemd, c werknemers van het bureau der vereniging 2 het college van bestuur voor de ovenge werknemers van de universiteit 3 de directie van het academisch ziekenhuis voor werknemers van het ziekenhuis artikel 1 lid c. werknemer ieder die krachtens arbeidsovereenkomst in dienst is van de vereniging artikel 3 voor de werknemer van de universiteit, die — krachtens de „regelen voor de vrije universiteit — door het bestuur der vereniging wordt benoemd, oefent het college van bestuur de bevoegdheden van de werkgever uit, behalve ten aanzien van de schorsing, het verlenen van verlof om gewichtige redenen en het ontslag toelichting artikel 1 leden b. en c. het brengen van hoogleraren en docenten onder de werking van het p f v u maakt enkele wijzigingen noodzakelijk in de „algemene bepalingen het begnp „werkgever is uitgewerkt in lid b artikel 3 krachtens het bepaalde in par 2 van de „regelen voor de vrije universiteit benoemt en ontslaat het bestuur der vereniging de volgende functionanssen — secretaris college van bestuur, — hoogleraren en docenten met een zelfstandige leeropdracht, • — bibliothecaris sinds het in werking treden van de nieuwe bestuursstructuur worden de meeste in het p r V u voorkomende bevoegdheden van de werkgever ook ten aanzien van deze functionarissen, reeds door het college van bestuur — en met door het bestuur der vereniging — uitgeoefend dit wordt thans in artikel 3 bevestigd een uitzondenng wordt slechts gemaakt voor die beslissingen waarbij de positie van betrokkene wezenlijk in geding is artikel 5 lid 1. bij de benoeming van een werknemer wordt door de werkgever in drievoud een arbeidsovereenkomst opgemaakt, welke door beide partijen wordt ondertekend Eerf exemplaar is bestemd voor de werknemer artikel 5 a. 1 de benoeming van hoogleraren, docenten en het overige wetenschappelijk personeel geschiedt met inachtneming van hetgeen terzake is bepaald in de „regelen voor de vrije universiteit' 2 de benoeming van gewone hoogleraren geschiedt voor onbepaalde tijd 3 de tjenoeming van buitengewone hoogleraren en van docenten met een zelfstandige leeropdracht geschiedt, tenzij daarbij anders is bepaald, voor de eerste maal voor met langer dan drie jaren 4 de benoeming van de bibliothecaris en het overige bibliotheekpersoneel geschiedt met inachtneming van hetgeen terzake is bepaald in hoofdstuk VII van het bestuursreglement artikel 5 b. 1 bij een t)enoeming tot lid van het wetenschappelijk personeel deelt de werkgever schriftelijk aan betrokkene mede, in welke (sub/inter)faculteit en bij welke vakgroep de benoeming plaatsvindt en eventueel welke leerstoel of welke leeropdracht de Ijenoemde zal vervullen 2 de inhoud van een in het vonge lid bedoelde mededeling kan door de werkgever op voorstel van, of gehoord de raad van de betrokken (sub/inter)faculteit en gehoord de tietrokkene zelf, worden gewijzigd tegen zijn wil kan een lid van het wetenschappelijk personeel met worden belast met het onderwijs en onderzoek in andere vakken dan waarvoor hij werd t)enoemd 3 ten aanzien van een lid van het wetenschappelijk personeel, dat in meer dan een (sub/ inter)faculteit zitting heeft, kunnen de betrokken (sub/inter)faculteiten in onderling overleg met dat lid zodanige regelingen treffen als nodig zijn om te voorkomen dat op hem te zware bestuurlijke verplichtingen komen te rusten artikel 5 lid 1. in artikel 5 a (zie hieronder) wordt gesproken van „benoeming van hoogleraren om eenheid in terminologie te bevorderen wordt voorgesteld om de in de huidige tekst van deze bepaling gebruikte term „het aangaan van een arbeidsovereenkomst' te vervangen door het woord „benoeming' artikelen 5 a en b. 1 in deze artikelen zijn de regels met betrekking tot de benoeming van leden van het wetenschappelijk personeel bijeengebracht, voorzover deze thuis horen in het p r v u in de tekst zijn ven/verkt de artikelen 18 en 28 vur 68, tenwijl voorts enkele bepalingen, te weten artikel 5a leden 1 en 4, en artikel 5b, lid 1, zijn ontleend aan artikel IV 1, IV 4 en IV 6 vur '72 de verdeling van de onderhavige materie over p r v u enerzijds en regelen/ bestuursreglement anderzijds, is destijds tot stand gekomen in overleg met de commissie splitsing vur (zie artikel II 16 e v regelen) in lid 3 zijn de leden 3 en 4 van artikel 18 vur 68 samengevoegd de nieuwe tekst geeft de praktijk bij dif soort iDenoemingen weer deze praktijk berust op een besluit van het toenmalige college van direkteuren van 27 januari 1971 2 het bepaalde in het derde lid van artikel 28 vur 68 is in artikel 5b, lid 3, uitgebreid tot het wetenschappelijk personeel in het algemeen op grond van de overweging, dat de last van bestuursfuncties met alleen op de schouders van hoogleraren drukt artikel 16 1 schorsing geschiedt door de werkgever voor een bepaalde termijn, welke ten hoogste eén jaar kan bedragen 2 de werknemer is van rechtswege geschorst, wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, genomen in het t)elang van de volksgezondheid 3 de werknemer kan worden geschorst a wanneer een strafrechtelijke vervolging terzake van misdrijf tegen hem is ingesteld, b wegens plichtsverzuim of wangedrag 4 van de schorsing wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de geschorste onder vermelding van de grond waarop zij is gesteld, alsmede van de datum waarop de schorsing ingaat en van de termijn der schorsing in de schriftelijke mededeling kunnen tevens bijzondere verplichtingen worden opgenomen, welke de geschorste in verband met de schorsing in acht dient te nemen artikel 16a 1 een werknemer kan niet geschorst worden dan nadat de werkgever hem heeft gehoord, of althans behoorlijk heeft opgeroepen, en het hoofd van de dienst, waartoe de werknemer t)ehoort, in de gelegenheid is gesteld van zijn gevoelens te doen blijken 2 alvorens over te gaan tot schorsing van een lid van het wetenschappelijk personeel hoort de werkgever het tjestuur van de (sub/inter)faculteit, waartoe hij behoort, alsmede — tenzi] het spoedeisende karakter der zaak dit met toelaat — het college van decanen artikel 16b 1 tijdens de schorsing kan de t)ezoldiging voor eén derde gedeelte worden ingehouden, na verloop van zes weken kan een verdere inhouding, ook van het volle bedrag der bezoldiging, plaatsvinden artikelen 16 en 16a en b (sctiorsing). de confrontatie van de schorsingsbepaling voor hoogleraren in de artikelen 32 en 33 vur 68 met het bestaande artikel 16 p r v u heeft geleid tot een wat meer verfijnde en uitgewerkte regeling van deze matene waarbij ook enkele bepalingen uit het arar zijn overgenomen de leden 1 en 2 van artikel 32 vur 68 vervallen, omdat deze materie reeds geregeld is in het tjestaande artikel 16 p r v u , met dien verstande, dat in artikel 16, lid 3 de schorsingsgrond „in het belang van de dienst' wordt vervangen door de in artikel 32 genoemde schorsingsgronden „plichtsverzuim of wangedrag' het motief „belang van de dienst' speelt meer bij het „verlof om gewichtige redenen" van artikel 16c (zie hieronder) het nieuwe tweede lid van artikel 16 is ontleend aan het arar hierin komt tot uitdrukking, dat er geen sprake is van schorsing van rechtswege indien iemand door „in quarantainestelling' van zijn vrijheid is Ijeroofd aan de in het arar opgenomen bepaling, dat iemand die krachtens rechterlijke machtiging — op basis van de „krankzinnigenwet" (daterend van 1884) —, in een „gesticht' is geplaatst wel is geschorst, bestaat geen behoefte In een dergelijke situatie kan gehandeld worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 40, lid 3 en lid 4 (regeling „bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte ) Het derde lid van artikel 32 vur 68, waarvan het equivalent in artikel 16 ontbreekt, wordt ingevoegd als artikel 16, lid 4, met dien verstande, dat in plaats van „bij aangetekend schnjven" wordt gelezen „schriftelijk en een tweede zin wordt toegevoegd Een hoorplicht van de werkgever ingeval van een voornemen tot schorsing, als opgenomen in artikel 33 vur 68 is voor alle werknemers op zijn plaats voor beide categorieën personeel IS een en ander uitgewerkt in artikel 16a artikel 16b is overgenomen uit het arar en komt in de plaats van het thans geldende artikel 16, lid 4 p r en artikel 39 vur 68 geen inhouding van bezoldiging vindt plaats ingeval van schorsing als gevolg van politiebewaring of inverzekeringstelling als bedoeld m artikel 57 van het wetboek van strafvordenng, mits niet gevolgd door inbewaringstelling 2 de ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan de werknemer worden uitbetaald indien de schorsing met gevolgd wordt door ontslag 3 het met ingehouden gedeelte van de bezolding van de geschorste werknemer kan aan anderen worden uitbetaald artikel 16c verlof om gewichtige redenen. 1 om gewichtige redenen kan de werkgever aan de werknemer, nadat deze is gehoord of althans behoorlijk is opgeroepen, ook tegen zijn wens voor een bepaalde termijn verlof

verlenen deze termijn kan worden verlengd 2 de werknemers, aan wie overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid verlof is verleend, behoudt zijn salans artikel 17. 1 ontslag wordt door de werkgever verleend 2 het ontslag wordt eervol dan wel zonder dit predicaat verleend 3 eervol ontslag niet op eigen verzoek kan in elk geval worden verleend a wegens het verstrijken van de termijn waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan, b wegens ongeschiktheid, c wegens opheffing van de functie of reorganisatie of inkrimping van de betrokken dienst indien binnen noch buiten die dienst een soortgelijke of vergelijkbare functie beschikbaar is, d wegens het blijvend verstoord zijn van de arbeidsverhoudingen artikel 16c artikel 35 vur 68, regelende het ,gedwongen verlof is met algemene gelding overgenomen in dit artikel, waarvan het tweede lid is ontleend aan artikel 40 vur 68 artikel 17 de ontslagregeling van hoogleraren in artikel 31 vur'68 is meer uitgewerkt en gesystematiseerd dan in het bestaande artikel 17 p r v u en komt in aanmerking voor generalisering artikel 17 is daarom herschreven met overname van een aantal elementen uit artikel 31 daarbij wordt erop gewezen dat het eerste lid van artikel 31 regelende de ontslagtermijn, typisch IS afgestemd op de arbeidssituatie van het wetenschappelijk personeel en daarom als zelfstandig artikel 19c (zie hieronder) is ingevoegd voorzover nodig kan een ontslag nimmer worden verleend zonder medewerking van het gewestelijk arbeidsbureau 4 met eervol ontslag kan worden verleend wegens plichtsverzuim of wangedrag of een dnngende reden tot ontslag op staande voet als bedoeld in artikel 1639p van het burgerlijk wetboek 5 0£ ontslag met op eigen verzoek wegens een van de in lid 3 onder b c en d en in lid 4 genoemde gronden is het bepaalde in artikel 16a van overeenkomstige toepassing 6 van het ontslagbesluit, waarin wordt vermeld of het ontslag al dan met op eigen verzoek IS verleend, ontvangt de werknemer schriftelijk bericht wordt het ontslag met op eigen verzoek verleend, dan geschiedt de mededeling bij aangetekend schrijven onder mededeling van de grond van het ontslag en van de datum waarop het ontslag ingaat artikel 17a 1 een/ol ontslag met op eigen verzoek kan eveneens worden verleend aan de werknemer, die op grond van het bepaalde in artikel I 5 I regelen v u schriftelijk of mondeling heeft verklaard, in te stemmen met de doelstelling van de universiteit, indien hij later ervan blijk geeft deze verklaring met langer gestand te doen en het bestuur van de vereniging met bereid is te zijnen aanzien alsnog artikel 1 6 I regelen v u toe te passen 2 eveneens kan eervol ontslag met op eigen verzoek worden verleend aan de werknemer, van wie op grond van zijn uitlatingen en gedragingen de volgens artikel I 6 I regelend v u verleende dispensatie wordt ingetrokken 3 ontslag als bedoeld in de vorige leden, kan met worden verleend dan nadat de werkgever het advies heeft ingewonnen van de daartoe door het bestuur der vereniging ingestelde commissie ontslag tegen het advies van de commissie kan slechts worden vedeend, mdien het ontslagbesluit de ovenweging vermeldt waarom van het advies wordt afgeweken de commissie is samengesteld en werkt volgens de regeling door het bestuur der vereniging, gehoord de universiteitsraad, vastgesteld Voorts zijn de ontslaggronden van artikel 31, lid 2 sub a en c in artikel 17 lid 3, aangepast als nieuw element is ingevoerd een hoorplicht in geval van ontslag met op eigen verzoek deze bepaling is ontleend aan de schorsingsregeling voor hoogleraren in artikel 33 vur 68 zoals deze venwerkt is in artikel 16a gewezen zij tenslotte op de verplichting van de werkgever, opgenomen in het 6e lid, om in de schriftelijke mededeling omtrent het ontslag de grond van het ontslag te vermelden artikel 17a. ontslag wegens strijd met de doelstelling is alleen expliciet geregeld voor hoogleraren en docenten in artikel 34 vur 68 het ligt voor de hand deze regeling van toepassing te maken op iedere werknemer van wie ingevolge artikel I 5 regelen instemming met de doelstelling wordt vedangd hierbij zij aangetekend dat deze bepaling met kan gelden voor de werknemers van het ziekenhuis omdat een met artikel I 5 regelen vergelijkbare bepaling voor hen ontbreekt een regeling voor samenstelling en werkwijze van de in het derde lid genoemde commissie moet nog worden opgesteld artikel 18 1 de opzeggingstermijn bedraagt als regel een kalendermaand voor bepaalde functies kan een langere termijn van opzegging worden overeengekomen, welke echter niet meer dan dne kalendermaanden mag belopen de leden 1, 2, 3 en 4 van artikel 18 worden vernummerd tot 2, 3 4 en 5 artikel 19a 1 in afwijking van het bepaalde in artikel 19 wordt het dienstverband met een hoogleraar beëindigd door hem aan het einde van het studiejaar waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt emeritaat te verlenen emeritaat kan, op eigen verzoek, ook worden verleend tijdens dat studiejaar 2 op eigen verzoek kan aan een hoogleraar eveneens tegen het einde van of tijdens een studiejaar, het college van decanen gehoord, emeritaat worden verleend, wanneer hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt 3 indien een hoogleraar eervol ontslag ontvangt wegens ongeschiktheid tengevolge van ziels- of lichaamsgebreken kan hem, het college van decanen gehoord, eveneens ementaat worden verleend 4 de emeritus verklaarde hoogleraar behoudt de titel professor 5 de emeritus verklaarde hoogleraar is van elke verplichting tot dienstwerk ontslagen, doch behoudt het recht om, onder goedkeuring van het college van bestuur, door het geven van colleges door het optreden als promotor en anderszins als zodanig werkzaam te zijn 6 aan een emeritus verklaarde hoogleraar kan deze hoedanigheid worden ontnomen a wegens afwijking van de doelstelling van de universiteit, b wegens wangedrag artikel 19b aan een voor onbepaalde tijd benoemd docent met een zelfstandige leeropdracht wordt eervol ontslag verleend aan het einde van het studiejaar, waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt artikel 18 . een nieuw eerste lid wordt ingevoegd dat reeds voorkwam in een vroegere versie van het personeelsreglement, maar daaruit bij een herziening ten onrechte is verdwenen artikel 19a en b artikel vur 68 is ingevoegd als artikel 19a met enkele kleine wijzigingen de regeling spreekt voor zich het verlenen van emeritaat is zo specifiek, dat hiervoor een afzonderlijke regeling dient te worden gehandhaafd in artikel 19b is opgenomen het bepaalde in artikel 30 vur'68 het eerste lid van artikel 31 vur 68 is vervallen (de leden 2, 3 en 4 van artikel 31 vur 68 kwamen hiervoor bij artikel 17 aan de orde) artikel 49 1 indien beschikbaar is of wegens afwijking van de doelstelling als bedoeld in artikel 17a, wordt hem een wachtgeld toegekend overeenkomstig de bepalingen van het rijkswachtgeldbesluit 1959 4 ingeval van ontslag wegens afwijking van de doelstelling als bedoeld in artikel 17a kunnen om redenen van billijkheid door de werkgever boven het in het eerste lid bedoelde wachtgeld verdere voorzieningen worden getroffen artikel 51 1 de werknemer die voor de volle tijd in dienst is, behoeft voor de aanvaarding en wijziging van een gehonoreerde nevenfunctie of gehonoreerde nevenwerkzaamheden toestemming van de werkgever Hij is daarbij verplicht opgave te doen van de daaruit voortvloeiende vergoedingen 2 de werkgever kan aan het geven van toestemming voonwaarden verbinden c q deze voonwaarden wijzigen alsmede een verleende toestemming intrekken 3 het weigeren van toestemming, het stellen van vooraiaarden of het wijzigen van die voonwaarden, alsmede het intrekken van een verleende toestemming, kan alleen geschieden met het oogmerk (verdere) schade aan de belangen van de vereniging, de universiteit c q het ziekenhuis te voorkomen een zodanig besluit dient met redenen omkleed schriftelijk aan de werknemer te worden medegedeeld 4 de werknemer die een deeltijdse functie bekleedt, is met het het oog op de algemene burgerlijke pensioenwet en de sociale verzekenngswetten verplicht van aanvaarding van en wijziging in (andere) gehonoreerde (neven)functies en van daaruit voortvloeiende vergoedingen kennis te geven aan de werkgever indien en voorzover deze van belang zijn voor de uitvoenng van deze wetten artikel 49 deze wijzigingen zijn een gevolg van de invoeging van artikel 17a p r v u artikel 51 het huidige artikel 51 p r v u kent de werkgever de bevoegdheid toe, het verrichten van nevenwerkzaamheden te verbieden, indien daardoor de belangen van de werkgever worden geschaad deze vorm van repressief toezicht geldt ongeacht of het gaat om bezoldigde of onbezoldigde nevenwerkzaamheden de werKnemer is daarnaast verplicht, van de aanvaarding van nevenfuncties en van de daaruit voortvloeiende vergoedingen aan de werkgever kennis te geven met het oog op de uitvoering van de abp en de sociale verzekeringswetten artikel 26 vur 68 bevat voor hoogleraren een systeem van preventief toezicht voor alle gehonoreerde nevenfuncties de regeling van artikel 51 p r v u is primair geschreven — ook al valt ook het wetenschappelijk personeel minus hoogleraren onder deze bepaling — voor het taspersoneel aan enigerlei vorm van preventief toezicht bestaat bij deze categone personeel minder behoefte, omdat de regeling van de werktijd en de taakomschrijving feitelijk het vernchten van nevenwerkzaamheden in diensttijd uitsluit de nu voorgestelde regeling komt neer op een samenvoeging van de bestaande

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 444

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's