Ad Valvas 1979-1980 - pagina 477
AD VALVAS — 20 JUNI 1980
fnterview met minister Üe Koning over subsidiëring van universitaire ontwildcelingssamenwerking
'Wij kunnen slechts honoreren wat er bij ons binnenicomt van geïnteresseerde lieden' Simon Kooistra
Universitaire betrekkingen met ontwikkelingslanden k u n n e n de gemoederen behoorlijk in beweging brengen. Een voorbeeld? Aan de VU hoefje de naam 'Gerrit Jongkind' maar te laten vallen. Deze sociaal-geograaf bracht in maart j.1. vriend en vijand in beroering met zijn doktoraalscriptie over samenwerking van de VU met de Indonesische Universitas Gadjah Mada (UGM). Hij voerde een pleidooi voor verbreking van elk kontakt met 'het paradepaardje van het generaalsregiem'. In de daarop volgende diskussies poogden de betrokken medewerkers de ontwikkelingsrelevantie van hun Projekten in Indonesië a a n te tonen. Ontwikkelingssamenwerking dient officieel ten goede te komen aan de allerarmste bevolkingsgroepen. Over de bereikbaarheid van deze groepen voor universiteiten in binnen- en buitenland bestaat nogal wat twijfel, welke toeneemt naarmate het bewind, waaronder de samenwerking plaatsvindt, repressiever van karakter is. Toch hebben de achtereenvolgende mimsters van ontwikkelingssamenwerking sinds 1969 gemeend gelden ter beschikking te moeten stellen voor 'hulp' of 'samenwerking' via instellingen voor hoger onderwijs, ook a a n landen met in demokratisch opzicht minder betrouwbare regeringen. Redenen genoeg om eens te gaan praten met de huidige minister van ontwikkelingssamenwerking drs. J a n de Koning. Een hoge prioriteit heeft universitaire samenwerking in het overheidsbeleid nooit gehad. In de ruim tien jaar dat er in de begroting van ontwikkelingssamenwerking geld voor is gereserveerd, is de rijksbijdrage gestegen van twee tot bijna veertien miljoen gulden. Een schijntje, zeker in vergelijking met de ruim dne miljard die dit jaar voor het totale ontwikkelingsbeleid is uitgetrokken. Het specifieke belang van universitaire samenwerking ligt volgens minister de Koning in de overdracht van wetenschap en technologie. ' D a ^ n zün de universiteiten en hogesCTioigff onmisbaar', zegt hij. Kennisoverdracht is zijns inziens nodig voor versterking van de ekonomie en uiteindelijk voor de 'self reliance' (zelfstandigheid) van de ontwikkelingslanden. Dit laatste is één van de twee doelstellingen van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Bescheidener is volgens de bewindsman de bijdrage van wetenschappelijke instellingen aan de allerarmste bevolkingsgroepen, de andere - reeds genoemde - doelstelling. 'Wel kiezen we universiteiten en Projekten die zo groot mogelijke zekerheid bieden uiteindelijk aan die armsten ten goede te komen', stelt hij. Als voorbeeld dat hij deze doelstelling serieus neemt noemt hij de recente keus voor een samenwerkingsovereenkomst met de Hasanuddin-universiteit op het afgelegen Celebes ten koste van de samenwerking met het Institut Teknologic in Bandung op het centraal gelegen Java, beide in Indonesië. 'Dat hebben we gedaan om de meest achtergebleven regio's te bereiken', zegt De Koning, 'hoe pijnlijk het ook was voor Bandung waarmee we al langer samenwerkten'.
kreativiteit opbrengen om voldoende Projekten voor te leggen, zodat men wel degelük keuzes kan doen die beantwoorden aan de kriteria voor universitaire samenwerking Bovendien heb je de NUFFIC en het departement die een projektvoorstel al dan niet goedkeuren en na een bepaalde periode evalueren. Het euvel van de losse Projekten is dat er weinig kontinuiteit m zit. Hoogleraar A maakt met hoogleraar B in een ontwikkelingsland een aardig opzetje en die krijgen daarvoor financiële steun. Maar als één van de twee weggepromoveerd wordt of onder de tram komt heb je kans dat 't in elkaar stort. Bovendien IS de waarde van die Projekten door buitenstaanders buitengewoon moeilijk te taxeren. In de nieuwe opzet moeten universiteiten zelf voortdurend Projekten tegen elkaar afwegen. Zij hebben meer ervaring en meer inzicht in de waarde van de projekten dan wij op het departement. Wy vinden het na dne jaar bezig zijn met projekten nieuwe stijl in elk geval veel te vroeg om dat schip te abandonneren (verlaten, red.) en terug te stappen op het ouwe schip dat ons niet beviel.'
Nieuwe opzet verbetering'! - Sinds een paar jaar worden Projekten ondergebracht in sogenaamde samenwerkingsverbanden, terwijl ze vroeger 'los' werden uitgevoerd. Is de kans niet groot dat Projekten in deze nieuwe opzet tamelijk kritiekloos door universiteiten worden aanvaard omdat ze toevallig binnen een samenwerkingsverband zijn opgenomen, ook al is het effekt voor de allerarmsten niet aantoonbaar? Dit wordt bijvoorbeeld beweerd door NUFFIC-medewerker Van der Molen, die daarom pleit voor een terugkeer naar de 'losse' Projekten. 'Dat hoeft toch niet. Je mag aannemen dat universiteiten genoeg
- Je hoort wel eens zeggen dat een juiste evaluatie door de NUFFIC problematisch ts omdat ze afhankelijk IS van de rapportages door de veldwerkers die wellicht rooskleuriger uitvallen dan gerechtvaardigd IS
'Onze ambtenaren zjjn er op getramd daar doorheen te prikken. Door de bank genomen lukt het wel in een vroeg stadium te ontdekken dat er iets mis gaat met een projekt. Veel hangt af van de voorbereiding. Een heldere opzet is de enige garantie dat ook de uitvoering redelijk zal verlopen.' - Zou u de universitaire samenwerking niet over meer landen moeten spreiden dan nu het geval is'' Ik heb het idee dat samenwerking nu min of meer toevallig tot stand komt, afhankelijk van de projektvoorstellen die worden ingediend.
,*J*5-
MmMr-
'Uit een aantal landen komen initiatieven en wanneer die goed zijn stappen we er m. Onze grootste klant in de hulpverlening is India met 235 miljoen gulden en daar is geen enkel universitair samenwerkingsverband. Dat IS ook met nodig, want India heeft een hoog ontwikkeld universitair peil. 't Is geen vast patroon. Hetzelfde geldt voor onze concentratielanden. Waarom hebben we de veertien die we hebben? We werken op enigerlei wyze samen met zestig landen. Waarom niet met de andere zestig? Ik had hier net een minister uit Kameroen die vroeg waarom we zoveel in Oost-Afrika doen en niks in W-est-Afrika. Dat moet hij mij niet vragen, maar mijn voor-voorganger. Overigens hoort de' verantwoordelijkheid voor universitaire samenwerking primair bij de universiteiten zelf thuis. Wij kunnen hier vandaan geen sanjenwerking opleggen. Wij kunnen alleen maar honoreren wat er bij ons binnenkomt van geïnteresseerde lieden. Dat is natuurlijk een heel willekeurige steekproef.'
Indonesië - Het lijkt erop dat Indonesië wel wat oververtegenwoordigd is bij de universitaire samenwerkingsprojekten 'Dat komt door de historische banden tussen Nederland en Indonesië Er IS altijd een hele nauwe samenwerking geweest tussen Indonesische en Nederlandse universiteiten. Het overwicht wordt wel gaandeweg minder. We krijgen langzamerhand toch een tamelijk gevarieerd lijstje.' - Toch IS onder uw verantivoordelijkheid het samenwerkingsverband met Hassanudin erbij gekomen 'Gelet op onze relatie met Indonesië en gelet op het grote aantal individuele projekten vind ik dne samenwerkingsverbancjeeiiiptilndonesie. zoals we nu hebben, een redelijke zaak. Ik vond het destijds al heel moeilijk om de samenwerking met Bandung te stoppen '
-'-";
Alle door de overheid gesubsidieerde samenwerkingsprojekten worden uitgevoerd in het kader van het fonds voor een Programma voor Universitaire Ontwikkelingssamenwerking (PUO). Dit fonds werd in 1969 ingesteld door de toenmalige minister Udink als stimulans voor de universiteiten die zelf twee jaar eerder op een kongres hadden vastgesteld dat ze een eig3n verantwoordelijkheid hadden met betrekking tot de ontwikkelingsproblematiek. Hun taak zou vooral moeten liggen op het terrein van onderwijs, onderzoek en dienstverlening. In 1970 gingen reeds 22 projekten van start, gekoordineerd door de NUFFIC (Stichting der Nederlandse universiteiten en hogescholen voor universitaire samenwerking). In 1977 was het aantal opgelopen tot 90. Om wat meer lijn in de samenwerking te brengen werd onder minister Pronk besloten de projekten onder te brengen in zogenaamde samenwerkingsverbanden, die met een beperkt aantal i|niversiteiten zouden worden aangegaan. Op dit moment zijn er zulke verbanden in uitvoering of voorbereiding met instellingen in Botswana, Lesotho, Swaziland, Indonesië, Tanzania, Zambia, Sri Lanka, Vietnam, Peru, Opper Volta, Honduras en Nicaragua. De v u participeert in twee samenwerkingsverbanden, die met de UGM en die met de universiteiten van Botswana, Lesotho en Swaziland (Boleswa). Buiten het PUO om werkt de VU nog samen met de Indonesische christelijke universiteit Satya Watjana in Salatiga en bereidt ze samenwerking voor met Zuidamerikaanse instellingen, onder meer in Nicaragua. De Koning vindt het erg belangrijk dat universiteiten ook op eigen kracht relaties aanknopen met zusterinstellingen in de derde wereld: 'De universiteiten hebben een beetje de neiging alle kontakten ten laste te willen brengen van de begroting van ontwikkelingssamenwerking. Naar mijn mening behoren het verlenen van gastvrijheid aan studenten en hoogleraren uit ontwikkelingslanden en het er zelf werkzaam zijn tot de eigen taken van de universiteiten'.
^o'«''
- Welke rol spelen de mensenrechten bij uro besluitvorming met betrekking tot universitaire samenwerkingsprojekten'' 'De mensenrechten zijn randvoorwaarde voor alle vormen van ontwikkelingssamenwerking Met landen waar de mensenrechten in ernstige mate worden geschonden en waar geen verbetering, laat staan een verslechtering zichtbaar is, zul je op den duur geen ontwikkelingsrelatie kunnen handhaven. By Oeganda was het duidelijk dat we moesten stoppen. Er was ook geen ander kanaal. By Chili, het enige andere land waarmee de ontwikkelingsrelatie van de ene op de andere dag gekapt is, konden we doorgaan met omvangnjke hulp via partikuliere kanalen.'
- Is het uiteindelijk profijt voor de allerarmsten niet een moeilijk te meten doelstelling? De Koning: 'Soms wel, inderdaad. BIJ het landbouwkundig onderzoek bijvoorbeeld moet je al gauw rekenen met een periode van tien jaar voordat het op enigszins grotere schaal geïmplementeerd is. Op het terrein van de gezondheidszorg daarentegen is het effekt vnjwel onmiddellijk, zoals in het geval van een afgestudeerd arts die m de periferie in de eerstelijns gezondheidszorg gaat werken.'
Overheid, universiteit en derde wereld: iiet PUO - fonds
Mensenrectiten - Denkt u dat de universitaire samenwerking met Indonesië voldoet aan de ontwikkelingsdoelstellingen en aan de randvoorwaarde van de mensenrechten? 'Ik denk dat er verbetering gekomen IS de laatste jaren.-'t Is natuurDrs. Jan de Koning, minister van ontwikkelingssamenwerking. 'De verantwoordelijkheid voor de universitaire ontwikkelingssamenwerking ligt primair bij de universiteiten zelf '
Vervolg op pag. 11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's