Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 70

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 70

10 minuten leestijd

2

AD VALVAS — 28 SEPTEMBER 1979

Enquete kinderopvang VU en AZVU Vervolg van pagina 1 rie van 6 weken tot 4 jaar of wensten zij geen gebruik te maken van kinderopvang op of nabij de VU-campus. Bij een andere groep kon worden vastgesteld, dat de behoefte aan kinderopvang pas na het afstuderen (of dat van de partner) zou ontstaan. Uiteindelijk bleven er 368 bruikbare respondenten over. Dat is ruim 5 procent van het VU-personeel en 1.2 procent van de studenten. Bij het AZVU reageerden slechts 38 personeelsleden (1.5 procent). Dat relatief te laag uitgevallen percentage moet volgens het rapport geweten worden aan de (ontoereikende wijze van) benadering van het AZVU-personeel, dat niet zoals op de VU thuis een brief kreeg maar op het werk een extra editie van het huisorgaan. De rapporteurs hebben de indruk, dat op het AZVU alleen „de mensen in nood" hebben gereageerd als gevolg van deze benadering. Zij hebben nu de behoefte maar volgens VU-verhoudingen geschat, hoewel ze zich ervan bewust zijn dat de schatting dan wat „konservatief" uitvalt omdat er op het AZVU relatief meer vrouwen werken. Dat de behoefte aan het AZVU aanwezig is demonstreerde vorige week de hoofdverplecg'kundige mevrouw DijkhuisVan Hoegee, die een kort ge-

ding aanspande tegen het ziekenhuis. Dit wilde namelijk niet toestaan, dat mevrouw Dijkhuis haar pasgeboren zoon, die zij wel op het werk mag zogen, ook de rest van de dag op het ziekenhuis houdt omdat anders haar studerende man teveel ,tijd kwijt is met halen en brengen van het kind. Het ziekenhuis vindt, dat dit teveel besmettingsgevaar oplevert voor het kind. Mist 't AZVU een crèche in enkele andere ziekenhuizen (in Amsterdam en Utrecht is een dergelijke voorziening wel aanwezig. (Zie voor de uitslag van het kort geding pag. 3). Dan nu wat gedetailleerder ingegaan op de enquête-resultaten. Een kwart van de respondenten maakt, zo blijkt, thans gebruik van een of andere vorm van kinderopvang. Een derde deel brengt het kind bij familie of kennissen. En ook een derde deel maakt gebruik van crèches, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven e.d. Zo'n tien procent benut beide vormen terwijl de overigen een andere oplossing hebben gevonden. Over het algemeen is men wel tevreden met de nu gehanteerde vorm van kinderopvang. Niettemin noemt bijna 90 procent van de respondenten een kinderopvang op of nabij de VU-campus een (zeer) goed alternatief voor de huidige opvang. De belangrijkste reden (in 69 procent van de gevallen) om gebruik te gaan maken van kinderopvang is de werkkring of de studie. Wat de vestigingsplaats van de opvang betreft spreekt ruim de

Het wimA menens Wel, wel, het Eeuwfeestprogramma is nu eindelijk echt klaar. Alle gegevens zijn definitief. De ontwerper heeft zijn tekeningen ingeleverd. De drukker is aan de slag. Over drie weken heeft iedereen het resultaat in de bus, een beknopte agenda van de Eeuwfeestactiviteiten. De Eeuwfeestkrant moet u zelf gaan halen. Deze ligt op 12 oktober klaar bij de bakken van Ad Valvas. Als iedereen het programma thuis heeft en de uitgebreide toelichting in de krant heeft nageplozen, kan de zaak gaan rollen. Op 22 oktober a.s., om half een 's middags, bij het amfitheater naast het scheikundegebouw. Daar planten we een linde, weet u nog wel? Die bescheiden, aardige en toch waardige happening. Na 22 oktober even studeren, en dan, op 14 maart 1980, de Ouverture, en daarna verder. Wat moet iemand doen, die geïnspireerd wordt door programma plus krant? In de eerste plaats: rustig blijven. Voor een aantal projecten kan iedereen zich inschrijven. In de eeuwfeestkrant staat hoe het aanmelden in zijn werk gaat. Maar misschien wil iemand voorlopig alleen een informatief praatje maken. Er zijn twee adressen: Het Eeuwfeestsecretariaat, het beleidscentrum en de coördinatie van de projectteams: kamer lA-22, . tel. (548)6918, bemand door: Bep Korevaar — algemeen; Jelle Hekman — financiën. Daarnaasi bestaat de Eeuwfeestwerkplaats, het centrum van uitvoering, o.a. publiciteit, perscontacten e.d., vormgeving, affiches etc. afspraken over tentoonstellingen, organisatie van het theaterproject op 5 sept. 1980. Vooral de projectteams doen een beroep op de werkplaats. Maar ook individueel is iedereen welkom voor een informatief praatje, en voor alle contacten, die nodig zijn voor activiteiten in het kader van het Eeuwfeest. Kamer IA-12, tel. (548)6931, bemand door: Jan Timmerman — organisatie: Hanno Niemeijer — publiciteit; en Carel Bos — vormgeving. O.K.? Kom maar op! t »OPMAR VRUF UNIVERSITFIT

gebruik zou willen maken. Het gemiddelde ligt volgens hen rond de zes dagdelen (AZVU 6.5; VU 6.08; studenten 5.95). helft een voorkeur uit voor de VU-campus. Voor de rest is een plaats buiten de campus even acceptabel. Ruim een kwart vindt vijf minuten loopafstand tussen de kinderopvang en de VU-campus wel het maximum, terwijl bijna de helft van de respondenten tot tien minuten lopen wil gaan. De openingstijd om 7 uur 's ochtends wordt door de helft van de respondenten te vroeg gevonden. De andere helft vindt dit een juiste tijd. AZVU-werknemers blijken steviger dauwtrappers te zijn want zij zijn minder geneigd te zeggen dat 7 uur te vroeg is. De eindtijd van de morgen (12.30) wordt door bijna driekwart van de respondenten als juist ervaren, de begintijd van de middag (12 uur) ook door ruim driekwart. De eindtijd van de middag (17.30) ontmoet hetzelfde percentage instemming. De meeste anderen vinden dat te vroeg. Over het algemeen wordt sluiting in de weekends niet bezwaarlijk gevonden. Maar van de AZVUwerknemers vindt 13 procent dat wel een bezwaar (i.v.m. weekenddiensten). Op de regel, dat een kind minimaal vijf dagdelen naar de kinderopvang moet wordt nogal verdeeld gereageerd. Ruim de helft wenst in het geheel geen minimum en een kwart acht dit geen bezwaar. Driekwart wil graag een ander minimum. Omdat de respondenten in meerderheid op dit punt geen opgave hebben verstrekt moeten de cijfers, die alleen betrekking hebben op de mensen, die dat wel deden, natuurlijk voorzichtig worden geïnterpreteerd. De onderzoekers zijn niettemin vooralsnog geneigd te konkluderen, dat zo'n 75 procent van de respondenten vijf of meer dagdelen van de kinderopvang

Kosten Tot slot iets over de kosten, die toekomstige gebruikers willen maken. De respondenten konden zelf aan de hand van een begeleidend schrijven vaststellen in welke betalingsklasse zij zouden vallen volgens de voorstellen van de werkgroep kinderopvang. Zo'n 20 procent valt in klasse 1, de laagste klasse; 12 procent in klasse 2, 11 procent in klasse 3; 13 procent in klasse 4, 10 procent in 5 en 33 procent in 6. Van de studenten valt 40 procent in de laagste klasse en van de VU-werknemers de helft in de hoogste klasse. De gemiddelde bijdrage per dagdeel zal ƒ5,91 bedragen. Voor het AZVU ƒ 5,99, voor de VU ƒ 7,47 en voor de VU-studenten apart ƒ4,12. Zeventig procent van de respondenten ervaart deze bijdragen als „juist goed", een kwart vindt haar te hoog (21 procent te hoog, 5 procent veel te hoog). Vier procent is van mening, dat de bijdragen, die een volledige verzorging incl. voedsel, beddegoed, luiers e.d. betreffen, nog wel hoger mogen.Nogal wat bezwaar ontmoet tenslotte het uitgangspunt, dat dagdelen de rekeneenheid zullen zijn bij de berekening van de bijdragen. Dat betekent namelijk, dat ook wanneer men een kind een deel van een dagdeel brengt niettemin betaald moet worden als gold het een heel dagdeel. Studenten, die maar een college van een uur moeten lopen voelen zich dan wat gepakt. Toch kan ruim de helft van het totaal aantal respondenten met deze regeling instemmen. De realisering van de kinderopvang op de VU zelf gaat niet van een leien dakje. Met name het punt van de huisvesting ligt

niet eenvoudig. Het vinden van een lokatie vlakbij de VU-kampus levert problemen op. Het CvB meldt dat aan de universiteitsraad, die op haar eerstvolgende vergadermg een tussentijdse rapportage van de werkgroep kinderopvang bespreekt. Gisteren heeft het CvB zichzelf over de "kinderopvang gebogen. Het CvB zal zijn definitieve standpunt over de kinderopvang bepalen nadat de werkgroep haar eindrapport heeft uitgebracht. Die verschijnt over ongeveer een maand.

Kanttekenkig Ook al maakt het onderzoek een goede indruk, toch wil de redaktie een kleine kanttekening plaatsen. Het blijkt, dat de onderzoekers de wensen van de mensen, die wél een opgave verstrekten over het verlangde aantal dagdelen hebben geè'q;trapoleerd naar de mensen, die geen opgave verstrekten m.a.w. met de natte vinger veronderstellen, dat die mensen dezelfde wensen hebben t.a.v. het aantal dagdelen. Extrapoleren van een minderheid naar een meerderheid lijkt echter wel wat riskant. Daar komt bij, dat de meerderheid helemaal geen minimum wenst. Er zou misschien wel eens verband kunnen bestaan tussen dit laatste gegeven en de meerderheid van hen, die niets opgaven. Dit verband is niet nagegaan en volgens de onderzoekers zijn daar ook geen aanwijzingen voor. Als men echter ook nog bed( -ikt, dat de huidige gebruikers van opvangfaciliteiten slechts drie tot vier dagdelen daarvan gebruik maken kan de konklusie, die de onderzoekers op dit punt trekken inderdaad niet voorzichtig genoeg (én met het nodige voorbehoud) worden getrokken. J.K.)

Veizet in IVicaragua: samen sterft tegen Somoza Dit tweede deel in de serie over Nicaragua gaat over het verzet tegen de Somoza-dictatuur. Het meest opvallende kenmerk van dit verzet is het massale karakter ervan. Naast de guerrillabeweging FSLN hebben ook grote groepen uit de burgerij zich verenigd in de strijd tegen Somoza. Samen sterk tegen Somoza is het parool.

Opkomst van het verzet De burgerlijke oppositie kwam op na de grote aardbeving van 1972. De bourgeoisie ging zich bedreigd voelen, omdat de Somoza-clan haar hebzucht niet meer kon beheersen en alle lucratieve opdrachten voor de wederopbouw in eigen hand hield. Zelfs de conservatieve partij vond dat Somoza het te bont maakte. In die j a r e n werd ook het FSLN steeds aktiever. Hoewel het front al in 1961 was opgericht, was het nog onbekend bij de bevolking. Enkele spectaculaire akties brachten daar verandering in. Zo haalde het FSLN de wereldpers, toen het op kerstavond 1974 op een exclusieve party hoge regeringsfunktionarissen en diplomaten gijzelde. Somoza was gedwongen alle eisen in te willigen en de Sandinisten wonnen de sympathie van het volk. Toch duurde het tot oktober 1977 voordat de steun aan het verzet massaal werd. Dan komt alles echter in een stroomversnelling. De bevolking radicaliseert in hoog tempo, het FSLN ontketent het ene offensief na het andere en een nationale staking legt het ekonomisch leven vrijwel lam. Onderlinge geschillen binnen het FSLN over de te volgen strategie worden bijgelegd ter wille van het gro-

te doel: de verdrijving van Somoza.

'Somozisme Somoza'

zonder

Het verzet onder de bevolking tegen Somoza was zo eensgezind, dat het gedwongen vertrek van de dictator niet lang kon uitblijven. Ook de Verenigde Staten beseften dat en volgden bezorgd de ontwikkelingen. Ze proberen dan ook het verzet

te breken. Het FAO (Breed Oppositie Front), dat in mei 1978 was opgericht en verschillende meer gematigde groeperingen omvatte, werd daartoe uitgekozen. En inderdaad, onder druk van Washington blijken enkele sektoren binnen het FAO, zoals de conservatieve partij, bereid met Somoza te onderhandelen. Ze waren kennelijk geschrokken van de aanhang van het FSLN en zagen meer in een 'somozisme zonder Somoza', het aftreden van Somoza met het voortbestaan van het huidige systeem. Voor het overgrote

deel van de bevolking was dit echter volstrekt onaanvaardbaar en de meer progressieve groepen binnen het FAO verlaten de organisatie.

Eenheid ook na

Somoza:

In het najaar van 1978 wordt een nieuwe stap gezet op weg naar de eenheid, de MPU (Beweging Verenigd Volk) wordt opgericht. Zij kan beschouwd worden als het politieke verlengstuk van het FSLN en is een coalitie van organisaties uiteenlopend van vrouwenbonden en politieke partijen tot vakbonden en studentenorganisaties. Deze massale volksbeweging heeft het tenslotte gewonnen van de terreur van Somoza en zijn Guardia Nacional. De dictator moest zijn biezen pakken. Wie het karakter van het verzet tegen Somoza kent, zal beseffen, dat met het vertrek van de dictator de problemen niet opgelost zijn. De vele groeperingen die zich verenigd hadden voor het ene grote doel, het verdrijven van Somoza, hebben dat doel bereikt. De vraag is nu of de eenheid ook na de strijd zal blijven bestaan. Duidelijk is in ieder geval, dat goede sociaal-ekonomische omstandigheden kunnen bijdragen tot het tot stand komen van demokratische politieke verhoudingen. Vandaar dat hulp op korte termijn zo belangrijk is en vandaar ook de aktie 'VU voor Nicaragua'. Giften zijn welkom op postgiro 283200 t,n.v. VU, afd. Financiën, Postbus 7161 te Amsterdam met vermelding 'VU voor Nicaragua'. Informatie bij het initiatiefcomité: tel. 945869.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 70

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's