Ad Valvas 1979-1980 - pagina 270
AD VALVAS —
10
8 FEBRUARI 1980
Beleggers zien geen brood in technologische Nederland haast zich om haantje de voorste te zijn als het gaat om het vervaardigen van de allernieuwste industriële Produkten. Innovatie is het wondermiddel waarmee 's lands ekonomie weer op de been geholpen gaat worden. De gehele Nederlandse denktank concentreert zich op het verzinnen van de allernieuwste technische snufjes en de grootste technische hoogstandjes. Die worden vervolgens in veelvoud door ondernemend Nederland geproduceerd en op de internationale markt gebracht. Dat de prijs van die Produkten om uiteenlopende reden hoog zal zijn mag niet beletten dat ze toch gekocht zullen worden. Dat is een oude wet die zegt dat waar de concurrentieslag om de prijzen verloren wordt, er op het gebied van de kwaliteit nog te winnen valt. Om de animo van denkend en producerend Nederland wat aan te moedigen zal de Overheid een financiële injectie geven zonder daar al te stringente voorwaarden aan te verbinden. En zo komt het dat de innovatie het ehxer is dat de zieke patiënt in de gedaante van de nederlandse ekonomie, weer op de been helpt. En daarbij is de technologie de inhoud van de spuit waarmee de patiënt wordt ingeprikt als panacee op weg naar algemeen herstel. Zelfs de grootsten onder de optimisten zullen gaan twijfelen bij zo'n rooskleurig beeld. Dat is te mooi om waar te zijn. En toch is het de filosofie die op elke bladzijde is terug te vinden in de nota 'technologische innovatie' die de nederlandse regering een paar maanden geleden het licht heeft doen zien. Desondanks heeft de regering er veel waarderende woorden voor geoogst. Alleen al het feit dat er überhaupt een nota op tafel ligt, blijkt de nodige complimentjes waard te zijn. Altijd beter dan het vooruit schuiven van de problemen, zingen de kritici in koor. Want de hand moet aan de ploeg, dat is precies het credo van de nota en de innoveerders. Lof ook voor de heldere analyse die de nota (met name in het tweede hoofdstuk) zou geven van de ekonomische malaise. En om de lofzang te completeren krijgen de verantwoordelijke ministers. Van Tner (wetenschapsbeleid). Van Ardenne (ekonomische zaken) en Pais (onderwijs en wetenschappen) een mooi rapportcijfer voor het feit dat
Hoofd bouwzaken benoemd bij GITM Bij de dienst GITM is als hoofd bouwzaken ir. I.RJ.C. Meijer benoemd. De heer Meijer, 42 jaar oud, is civiel ingenieur en volgde zijn ingenieursstudie aan de TH te Delft. Zijn laatste werkgever voordat hij in dienst trad van de VU, was de NOS, waar hij hoofd van de afdeUng bouwtechniek was. De benoeming van Meijer is het gevolg van een verbijzondering in de organisatiestruktuur van GITM. Voor de leiding van bouwzaken (een onderdeel van GITM) is nu een aparte zelfstandige funktionaris gekomen, die rechtstreeks verantwoording van zyn werkzaamheden zal afleggen aan het college van bestuur via een rapportageUjn met het college. De bedoeling is dat hiermee het funktioneren van GITM wordt versterkt. Zoals bekend is er nog niet zo lang geleden door het instituut voor Toegepaste Psychologie een studie verricht naar het funktioneren van de dienst, waar het rapport-Van de Berg uit resulteerde. Mede op grond van dit rapport werd besloten tot de organisatori^he wijziging. (Red.)
Theo Potma het uitgestippelde beleid zo mooi samenhangt met het overige regeringsbeleid. In de nota wordt dan ook bij herhaling verwezen naar zaken als miUeubeheer, ekonomische groei, onderwijs e.d. Maar de kritici worden rap zuinig met hun complimenten als het gaat om concrete maatregelen. En dat is pijnlijk, want het is natuurlijk altijd nuttig om te weten hoe bepaalde problemen ontstaan en om die op te lossen moet je ze eerst onderkennen. Wat uiteindelijk alleen maar telt is toch hetgeen je er aan doet. En daar wringt duidelijk de schoen. De kritici buigen zich eerst in complimentjes (lofwaardig initiatief, grondige aanpak, samenhangend beleid) om vervolgens hun teleurstelling uit te drukken in termen als 'verkeerde keuzen, geen keuzen, peanuts, des-informatie, humbug etc' Waar gaat het om? We proberen de nota en de kritici te volgen en stuiten al snel op problemen. De ekonomische situatie verslechtert. Nederlandse Produkten zijn op de internationale markt onbetaalbaar duur geworden en die slag om de prijzen zal steeds meer in het nadeel van Nederland uitvallen. Bovendien stroomt de rijkdom in de vorm van aardgas onder onze broek het land uit en neemt de werkloosheid steeds grotere vormen aan. We zullen naar andere aktiviteiten uit moeten zien. En de regering kiest voor het op de markt brengen van hoogwaardige en unieke industriële Produkten die door de technici zullen moeten worden ontwikkeld. En met die keuze is wèl de industrie, maar lang niet iedereen gelukkig. De vakbeweging protesteert bij de verklaring van de verslechterde concurrentiepositie. Dat komt zeker niet alleen door het hoge Nederlandse loonpeil. Slecht management, het niet goed verkennen van de afzetmarkt, het schaarse handelskrediet etc. dragen daar ook toe bij en als die oorzaken niet worden aangepakt kunnen de problemen nooit worden opgelost. Bovendien is het maar de vraag of je alle kaarten moet gaan zetten op de industriële sektor. Per slot van rekening is de dienstensector in Nederland het belangrijkst en zou het dan niet wat slimmer zün om daar de aandacht wat meer op te richten? Nu hangt die er wat de innovatie betreft alleen maar een beetje bij te bungelen. Maar goed, we denken verder mee met de regering en richten ons op de industrie. Daar is het zaak om eerst iets unieks uit te denken (de WilUe Wortel-component, in de nota heet dat de 'kostenlijn'). Vervolgens moet het nieuw bedachte produkt gefabriceerd gaan worden. Dan komen er financieringsproblemen om de hoek kijken omdat er vooral bij nieuwe Produkten grote risico's genomen moeten worden (dat heet in de nota dan ook de 'risico-lijn', bij uitstek het terrein der fabrikanten en bankiers). Tot slot is er voor de Overheid een speciale
taak weggelegd in de verzorging van een goed 'klimaat' waarin dat allemaal moet gaan gebeuren. Organisatorisch moet de zaak op elkaar afgestemd worden, de Informatievoorziening moet goed zijn etc. Een hele infrastruktuur die in de nota dan ook wordt aangeduid met 'infror-lijn'. Op alle drie 'lijnen' wil de Overheid stimulansen geven.' Stimulansen geef je in de vorm van geld en daarom heeft de Overheid speciaal voor de innovatie een kleine vierhonderd miljoen uitgetrokken. En bij dat bedrag gniffelen de kritici. Wel wat aan de erg zuinige kant. Een 'peanut' zegt ' et bedrijfsleven. Maar ja, misschien is het een voorzichtige aanzet die later meer op gaat leveren. Maar daarmee zijn de problemen nog niet van de baan. Ook de besteding van het bescheiden bedrag ontkomt niet aan kritische opmerkingen. Wel is er van alle kanten lof over het feit dat de kleinere en middelgrote bedrijven in de aandacht en de subsidies van de overheid mogen delen. Daaruit bUjkt in de D.S.A. in verhouding heel wat innovatie vandaan te komen en bovendien worden daar de beste resultaten geboekt b« het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen. So far, so good. Het probleem komt bij de vraag: wie krijgt wat en waarvoor? Op dat punt wordt de regering zelfs inconsequent beleid verweten. We kijken even hoe de subsidie-vork in de innovatie-steel steekt. De subsidie in de kostenlijn (van de Willie Wortels) is vooral toegedacht aan het klein- en middenbedrijf, omdat daar te weinig onderzoek gedaan wordt. Bijna het gehele bedrag in de risicolijn (der fabrikanten en bankiers) gaat in de vorm van ontwikkelingskredieten naar de grote ondernemingen. 'Dat is beleid dat vloekt met zichzelf. Kosten en risico's behoren in eikaars verlengden te liggen' verzucht Unilever directeur en kandidaat-minister (D'66) voor wetenschapsbeleid in het tweede kabinet Den Uyl dr .ir. W. J. Beek in het speciale innovatienummer van het maandblad wetenschapsbeleid. En voor de derdelijn (infrastruktuur) heeft hij ook al geen goed woord over. Er worden wel twintig akties aangekondigd, maar de helft daarvan moet het doen met een budget dat gelijk is aan de kosten van één innovatienota (maar die was dan ook aan de dikke kant) terwijl de andere helft onderzoek gaat doen dat juist niet op de maatschappij is gericht. En daar is het de wetenschapsbureaucratie die ons staat aan te staren, bij uitstek ongeschikt om zulke ondernemende zaken als innovatie aan t e pakken.
Heeft de regering te lioog gegrepen? Het is de vraag of de regering misschien een beetje te hoog gegrepen heeft. Aan de ene kant wil ze op alle terreinen de helpende hand bieden terwijl die hand met weinig geld gevold blijkt te zijn. Bovendien kun je niet alles tegelijk op je nek nemen. Misschien was het verstandiger geweest als de overheid een keuze had gemaakt op welke van de drie aangegeven lijnen ze zelf een actieve (financierende rol wil spelen.
we Ir. Petri, voorzitter van de commissie onderzoek en ontwikkeling van de raad van de werkgeversbonden. Hü meent dat grote bedrijven de neiging hebben voort te borduren op bestaande patronen en datje voor iets nieuws juist bij individuen moet zijn, bij pioniers met een gezond stuk optimisme. Een duidelijk andere mening, maar belangrijker is wellicht zijn zorg voor de mogelijkheid om iets nieuws te lanceren. Nog afgezien van het vinden van kopers voor Produkten, moetje eerst de zaak geproduceerd zien te krijgen. Daarvoor is geld nodig en daar wringt de schoen in hoge mate. Want als er een klacht aan het adres van het Nederlandse bedrijfsleven terecht is, dan betreft het de angst om risico's te nemen. Dat er maar moeilijk geld los komt voor nieuwe ondernemingen of nieuwe Produkten. Om de cijfers na
beleggen, al is het wel erg snel teruggelopen. Maar de handelsbanken dan? Zelfde verloop. Die vluchten in de hypotheken. In 1972 nog 30% en 1977 opgelopen tot maar liefst 78% van de lang lopende leningen die ze verstrekten. D'66 fraktieleider Jan Terlouw geeft aan waar dat in verband met de zo geroemde innovatie naar toe gaat: 'Als de beleggers geen Projekten aandurven waaraan enig risico is verbonden, dan zullen we nooit kunnen doordringen tot de voorhoede van de industrie. En als er eens één miljoen verloren gaat, dan staat daar tegenover dat een ander miljoen twee miljoen oplevert. Zo heeft het kapitalisme altijd gewerkt, ja'. Als de Willie Wortels hun werk goed doen en er komen miraeuleuse Nederlandse uitvindingen, dan dreigt het plannetje van de Neder-
VÄ.
föSt^ï
te gaan bladeren we In een paar nummers van het weekblad Vrij Nederland van de afgelopen weken. Twee joumalistjes kregen voor elkaar wat de verzamelde ekonomische wetenschap in Nederland 6f niet kan öf angstvallig geheim weet te houden. De beantwoording van de vraag waar de nederlandse (institutionele) belegger zijn geld in belegd. In veel, maar niet in de soort waar de innovatie-nota op mikt. Een paar cijfertjes ter Ulustratle. De Nederlandse pensioenfondsen
landse regering nog niet te lukken als er geen kapitaal beschikbaar komt om de nieuwe Produkten te produceren. Het is niet ondenkbaar dat er op dit moment vooral bij kleinere bedrijven al heel wat goede plannen voor nieuwe Produkten liggen, maar dat die niet in prodnktie genomen kunnen worden omdat er geen kapitaal is. Premier van Agt beaamt het probleem: 'De beschikbaarheid van kapitaal is een van de grootste problemen voor bijna alle ondernemingen, maar wel heel speciaal voor de kleinere, in financiële kringen vaak minder bekende ondernemingen'. En zijn persoonlijk raadsadviseur drs. P.J. Kieboom vult dat aan: 'Heel goede en gezonde bedrijven in ons land kunnen geen geld krijgen'. Je zou dus verwachten dat de regering de poUtieke verantwoordelijkheid zou nemen en enige sturende invloed op het gedrag van de Nederlandse belegger zou gaan uitoefenen. Neen, wat dat betreft is het wachten op een initiatief wetsontwerp waaraan door het PvdA kamerlid Arie van der Hek wordt gewerkt. Terug naar de innovatienota. Een dikke nota waar, hoe langer je er naar kijkt steeds minder van overblijft. De werkgelegenheid is de belangrijkste zorg, ook van deze rege-
Innovatie en de strifil tegen de werkloosheid Wat vinden de mnoveerders daar zelf van? Directeur van het Projekt Industriële Innovatie Beckers, ziet vooral een overheidstaak in het aftasten van een markt. Bovendien zet hij vraagtekens by het creatieve vermogen van het midden- en kleinbedrijf. Velen zullen niet met geheel nieuwe dingen kunnen komen, maar het vooral moeten hebben van combinaties van oude dingen. Een geheel ander geluid horen
en levensverzekeringsmaatschappiiei> beheren 198 miljard hoUandse florijnen. In 1972 belegden zij nog 14 % van hun kapitaal in het Nederlandse bedrijfsleven. Dat Uep snel terug. Volgens directeur Droog van het Shell pensioenfonds in december 1979: 'Neemt u maar aan dat dat nu tot nul is gereduceerd'. Dat de animo niet groot is, is begrijpelijk omdat de pensioenfondsen nu eenmaal zo risicovrij mogelijk moeten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's