Ad Valvas 1979-1980 - pagina 189
AD VALVAS — 14 DECEMBER 1979
5
Buiten hekkesluiter PAW - beslist vandaag - gaan overige fakulteiten
akkoord
Vier fakuheiten zullen interne meerjarenafspraak niet tekenen Vier van de achttien (sub/mter)fakalteiten zullen de interne meerjarenafspraak 1980-1984 met het universiteitsbestuur in elk geval niet ondertekenen: geneeskunde, wiskunde, biologie en sociaal-culturele wetenschappen. Ook zijn er twee die weliswaar akkoord gaan, maar daar een „mits" aan hebben verbonden: geologie/fysische geografie (verenigde subfakulteiten) en psychologie. Eén subfakulteit heeft nog niet gereageerd. Dat is pedagogische en andragogische wetenschappen (PAW), waarvan de raad vandaag, vrijdag 7 december bijeenkomt, voor een beslissing. Voor het overige zullen de fakulteiten de mja ondertekenen. Kort geleden werden de voorbereidingen voor de ini:eme meerjarenafspraken afgesloten en werden deze naar de fakulteiten verzonden, die omstreeks 1 december moesten hebben besloten of ze er ja of nee tegen wilden zeggen. De interne meerjarenafspraken zijn de vertaling van de externe mja tussen de VU en het ministerie, waarin een afstemming van taken en middelen is geregeld. De afspraken worden telkenjare bijgesteld. De fakulteitsraad geneeskunde heeft unaniem besloten de interne mja niet te ondertekenen. Aanleiding hiertoe w^aren de verschillen van inzicht die tussen de fakulteit en het coUege van bestuur nog steeds bestaan, met name op de volgende punten: de druk die de patiëntenzorg legt op onderwijs en onderzoek, en de huisvestingssituatie van de fakulteit. Wat betreft de patiëntenzorg vindt de medische fakulteit dat het CvB de minister teveel ruimte heeft gelaten: bij de vorig jaar gemaakte externe meerjarenafspraak had het college zich tevreden laten stellen door een toezegging van de minister dat hij zou trachten additionele middelen te vinden ter financiering van de autonome groei van de patiëntenzorg; nu is de minister met de mededeling gekomen dat zijn pogingen op dit punt zijn mislukt. Voorts heeft het CvB een verhoging van de vaste voet voor patiëntenzorg, waar de fakulteit allang op had aangedrongen, gekoppeld aan een even grote verlaging van de vaste voet (basisvoorziening) voor onderwijs en onderzoek, waar de fakulteit het weer niet mee eens is. Inzake de huisvestingssituatie vindt de medische fakulteit dat haar nog onvoldoende garanties zijn gegeven die een behoorlijke voortgang van het nieuwe curriculum mogelijk moeten maken. De w^eigering van de fakulteit is met name bedoeld om bij deze punten nogmaals het licht te houden. Overigens bestaat er bij het fakulteitsbestuur, aldus verzekert ons de abactis dr. ir. F. Schutte, ook waardering voor de vele inspanningen die men zich in de bestuursvleugel van het CvB heeft getroost om tot een overzichtelijke cijferopstelling te geraken. De subfakulteit biologie heeft eveneens de ondertekening van de interne mja geweigerd. De biologen hebben daarvoor vier redenen opgevoerd: er is geen overeenstemming tussen het imiversiteitsbestuur en het bestuur van de subfakulteit over de normen en kriteria van het formatieverdelingsmodel; evenmin over de hoogte en wijze van vaststellen van het minimumpercentage onderzoek; en ook niet over de oorzaak van het feit dat de subfakulteit de taakstelling van 25% onderzoek niet haalt; en tenslotte vindt zij dat het universiteitsbestuur de ruimtenood waarin biologie verkeert, niet erkent. De subfakulteit licht haar standpunt toe met de opmerking dat de bepaling van de hoeveelheid onderzoek als restpost principieel onjuist is en een geflatteerd beeld van de werkelijkheid oplevert. Biologie komt, zelfs bij deze wijze van bepalen, aan de 25% waarom het CvB gevraagd heeft niet toe. Het CvB vindt dat biologie haar onderwijsprogramma moet
Jan van der Veen Hans Schumacher aanpassen, maar de biologen zelf vinden dat er ook naar bijstelling van het begrotingsmodel moet worden gekeken. Wat betreft de huisvesting bij biologie staat in de interne mja dat „de verplichtingen aangaande opneming van bepaalde aantallen studenten nagekomen kunnen worden binnen de huidige lacoties". De biologen zijn het daarmee volledig oneens; ze vinden dat er gesproken moet worden van een „in het oog lopende beperking van het aantal toe te laten studenten door de beschikbare ruimtelijke voorzieningen". De subfakulteit sociaal-culturele wetenschappen heeft ook nee tegen het ondertekenen van de interne mja. 'Belangrijke en voor de subfakulteit S.C.W. wezenlijke specifieke bedingen' zijn niet in de meerjarenafspraak opgenomen, schrijft zij het CvB terug. Dit heeft tot gevolg dat in de komende vier
Twee zeggen: 'Ja, mits...' jaar niet kan worden voldaan aan de verplichting voor een jaarlijks minimum-percentage van 25 aan wetenschappelijk onderzoek te zorgen. Uit een bijgevoegde berekening laat de subfakulteit het college zien dat in 1984 nog slechts 20,1% van de wetenschappelijke staf voor onderzoek kan worden ingezet. De subfakulteit heeft als voornaamste bezwaren dat in de door het CvB gepresenteerde meerjarenafspraak geen rekening is gehouden met haar claim op enige formatieplaatsen wegens de nogal verspreide huisvesting van de subfakulteit (dislokatie-effekt); en dat het begeleiden van promoties door het college van bestuur wordt gerekend tot 'onderzoek' en 'overige taken', terwijl de subfakulteit vindt dat dat bij haar vrijwel in alle gevallen losstaat van het eigen onderzoek van de betrokken hoogleraar of lector en dus als onderwijsaktiviteit moet worden bestempeld; ook in dit laatste geval gaat het om enkele formatieplaatsen. Dr. G. P. Noordzij, sekretaris van het subfakulteitsbestuur: 'Het zou onverstandig zijn een kontrakt te ondertekenen, als je weet dat je er als subfakulteit niet aan kan voldoen. Er zal opnieuw overleg met het CvB nodig zijn. Overigens gaan de zaken natuurlijk gewoon door bij SCW, maar we vinden het zuiverder als we niet teke-
De subfakulteit wiskunde zal de interne mja ook niet tekenen. De subfakulteit spitst haar kritiek geheel en al toe op de gehïinteerde definitie van het begrip „onderzoek" en het daaraan verbonden getal van 25%, het te besteden percentage onderzoek waartoe de fakulteit zich zou moeten verplichten. De hoeveelheid onderzoek wordt in de mja's bepaald als een restpost: d.w.z. dat onderzoek alles is wat overblijft na aftrek van de onderwijs-, bestuurs- en beheerstijd. In deze kategorie worden dus werkzaamheden gesteld die velen niet tot onderzoek zouden rekenen (bijwonen van lezingen en congressen, beoordelen van manuscripten, bijhouden van vakliteratuur, promotiebegeleiding), en de post wordt nog vergroot door puur begrotingstechnische effekten als openstaande vakatures en ziekteverzuim. De omvang van deze restpost ligt bij de meeste fakulteiten óp 35 tot 40%. Volgens het CvB is 25% voldoende om te voldoen aan de externe meerjarenafspraak (VU-ministerie). Het CvB zegt uitdrukkelijk dat het daarmee geen uitspraak wil doen over de aanvaardbaarheid van die 25% als minimumnorm; maar de subfakulteit wiskunde wil zo'n uitspraak nu juist wel en wel zo dat gesteld wordt dat 25% onaanvaardbaar is als dit getal wordt gekoppeld aan „onderzoek" zoals dat momenteel wordt gedefinieerd. Volgens wiskunde is intern binnen de VU dat percentage van 25 niets waard, omdat daarmee geen reëel beeld wordt gegeven van de spanning tussen taken en middelen. Het is zelfs zeer gevaarlijk om dit getal naar buiten toe te gebruiken, aldus de wiskundigen, omdat de indruk zou kunnen worden gewekt dat de situatie van het ogenblik (met een restpost van 35 tot 40%) bijzonder florissant is. Wiskunde schreef hierover met het CvB, dat echter volgens de subfakulteit niet bevredigend antwoordde. Daarom dus nee tegen de interne mja. Het CvB nam voor psychologie een ander specifiek beding op dan de subfakulteit had gesuggereerd. Het college had er wel bij gezegd dat er nog geen overleg met de subfakulteit over was geweest. Dat beding, zoals het CvB dat in de interne mja opnam komt erop neer dat in de bijstellingsronde van deze mja in gezamenlijk overleg met de subfakulteit zal worden nagegaan of het technischer worden van de psychologie (bêta-karakter) voldoende m de daarvoor nodige personele ondersteuning is uitgedrukt. Psychologie vindt dat de vaste voet (basisvoorziening personeel) adequaat moet worden verhoogd. Het gaat om een handvol extra personeelsleden. Indertijd heeft psychologie om die reden al enige personele uitbreiding gekregen. De subfakulteit zegt wel ja tegen de interne meerjarenafspraak, maar alleen als aangenomen mag worden dat het overleg geen vrijblijvende zaak zal zijn, aldus dr. A. M. Verschoor, secretaris van de subfakulteit. Dus een ja, mits... het CvB deze interpretatie van het specifieke beding overneemt. Bij geologie en fysische geografie (verenigde subfakulteiten) heeft men voor de ondertekening van de interne mja een voorbehoud gemaakt ten aanzien van de ruimtelijke voorzieningen. Over de verdeling van de ruimte in 't gebouw van wiskunde en natuurwetenschappen bestaan nog een aantal vragen en de raad van de subfakulteiten heeft weliswaar ja gezegd, mits er een (voorlopige) zekerheid
Kleine plastieken vóór aula Tot 23 decev^ber is in de noodvoorziening van het Exposorium vóór de aula in het hoojdgebouw een tentoonstelling van kleine plastieken ingericht. De expositie is door de Exposoriumcommissie in samenwerking met de Nederlandse Kunst Stichting tot stand gebracht. Al eeuwenlang maken beeldhouwers beelden, plastieken, drie-dimensionale ruimtelijke vormen en al eeuwenlang houden mensen zich bezig met het verzamelen en bewaren van dit cultuurgoed op groot, kleiner en zeer klein formaat. Dit gebeurt bij mensen thuis (in de turn, de gang, de kamer, op de schoorsteennnantel), dit gebeurt buiten (op straten, pleinen, in parken, aan en op gebouwen) en het gebeurt in onze stedelijke en landelijke musea van oude en moderne kunst. Kenmerkend voor plastieken van klein formaat, het onderwerp van deze tentoonstelling, is dat men ze zonder problemen van alle kanten kan bekijken en ook dat ze kunnen worden aangeraakt. In tegenstelling tot de meeste beelden buiten kan de beschouwer bij kleine plastieken zeer ,.nabij" komen. Deze tentoonstelling geeft een globaal overzicht van de manier waarop Nederlandse en in Nederland werkende beeldende kunstenaars het begrip plastiek de laatste jaren inhoud, vorm en soms ook nieuwe betekenis gaven. Beeldjes van mensfiguren, dieren, bloemen of andere herkenbare vormen uit onze werkelijkheid zijn er niet meer bij: zulke afbeeldingen vormen nl. niet meer de problematiek van de moderne beeldende kunst. De bezoeker aan deze tentoonstelling van kleine plastieken wordt geconfronteerd met abstracte drie-dimensionale vormen die begrippen als „spanning", „veerkracht", „evenwicht", ,.geslotenheid", ,.illusie" verbeelden. Inlichtingen over de expositie zijn te verkrijgen bij John Vrieze, kamer OD-03 van het hoofdgebouw, tel. (548)4327.
over die ruimteverdeling kan worden geboden. De dakopbouwen A tot en met H die op realisering wachten hebben gevolgen voor latere ruimteverdeling. De voorlopige ruimteverdeling zal daarop moeten zijn afgestemd, vindt men. De verenigde subfakulteiten zitten nogal krap. De letterenfakulteit, die nu dus ja heeft gezegd, was oorspronkelijk niet van plan de interne mja te ondertekenen. De kritiek gold met name het verdelingsmodel. De letterenfakulteit is een typische groeifakulteit en aangezien de personeelsplaatsen op grond van het huidige verdelingsmodel minder snel toestromen dan de studenten is er voortdurend sprake van een achterstsmd. In het model is wel een zekere toets ingebouwd die de toewijzing stuurt n a a r aanleiding van te verwachten toekomstige ontwikkelingen, maar de fakulteit vindt dat hiervan nog te weinig effekt uitgaat. In een situatie waarin vanuit Den Haag niet meer middelen ter beschikking komen, leidt dit standpunt vrijwel onvermijdelijk tot een verhoging vEin het reallocatietempo (herverdeling van personeelsplaatsen); het getal van 5% is wel eens genoemd binnen de fakulteit, maar er is ook wel begrip voor de moeilijkheden die hieraan verbonden zijn. Ook op enkele andere punten had de fakulteit bezwaren. In een brief aan het college van bestuur werd een en ander uiteengezet. Het antwoord van het CvB bood weliswaar niet veel konkreet soelaas - we moeten leren leven met tekorten, was zo ongeveer de boodschap -, maar de fakulteitsraad was toch zo verheugd over het feit dat er althans enige diskussie ontstond, dat hij besloot alsnog de meerjarenafspraak te tekenen. Bijkomend argument was overigens dat het de eerste keer is dat zoiets gaat gebeuren en dat
er weinig gevolgen zijn verbonden aan het al of niet ondertekenen. De fakulteit handhaaft haar standpunt over het verdelingsmodel en vindt dat hierover - met inbegrip van de vaste voeten (student-onafhankelijke personeel) en de ratio's (verhouding staf-studenten boven de vaste voet) - een inhoudelijke diskussie gevoerd moet worden. Ze vindt verder dat er meer duidelijkheid moet komen over de toekomstige overlegstruktuur met betrekking tot de meerj arenaf spraken. De subfakulteit sociale geografie en planologie zal de interne mja ondertekenen. Specifieke bedingen zijn er in de mja niet opgenomen, maar in de antwoordbrief naar het CvB wordt wel de al eerder gedane opmerking gemaakt, dat het studentenaantal dit jaar veel lager is dan vorige jaren. Vorig jaar werden er 135 eerstejaars opgenomen, een getal vergelijkbaar met de jaren daarvoor. Dit jaar waren er maar net iets meer dan vijftig. De subfakulteit heeft het vermoeden dat de komende jaren op circa zeventig eerstejaars studenten moet wor-
Vervolg op pagina 12 — Uniforme regeling rechtspositie personeel. De universiteiten en hogescholen en de personeelscentrales hebben een ontwerp-rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs ontvangen. Minister Pais van onderwijs en wetenschappen wil daarmee de rechtspositie van hoogleraren en lectoren gelijk maken aan die van de rest van het personeel. De regelingen van de rechtspositie van het personeel van de bijzondere universiteiten in Amsterdam en Nijmegen en van de hogeschool in Tilburg dienen zo voel mogelijk overeen te stemmen met de rijksregeling. (ANP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's