Ad Valvas 1979-1980 - pagina 263
AD VALVAS —
3
8 FEBRUARI 1980
Dick Boonstra in proefschrift: Vormingswerlimbetafvan
van 'vormingswerkers' die geen band met de overheid willen? Boonstra: 'In mijn hart juich ik het toe. Het is veel gezonder als je niet van derden afhankelijk bent. Ik kan me evenwel voorstellen dat, als een groep een deskundige agoog nodig heeft, die zelf het salaris niet op kan brengen en gedwongen is zich tot de overheid te wenden. Maar een gesprekskring bijvoorbeeld, eens in de maand met een man of tien bij Jansen thuis, die proberen systematisch wat op te bouwen, dat vind ik pas een voorbeeld van goeie demokratle.'
onverdraagzaam-linlise imago'
'Onze overheid hecht te weinig belang aan politieice vorming' Heeft politiek vormingswerk altijd met linkse indoktrinatie te maken? Veel mensen schijnen dat inderdaad te denken. Dat is de ervaring van Dick Boonstra, politicoloog aan de VU en op 25 januari j.l. gepromoveerd op het onderwerp 'Politiek vormingswerk en jeugdbeleid'. Buren, kennissen en andere 'gewone' mensen waren n a a r zijn zeggen soms geschrokken van dit onderwerp, dat zij direkt gekoppeld hadden aan dogmatisch socialisme en radikale tegenbewegingen. Het politiek vormingswerk moet van het onverdraagzaam-linkse imago af, vindt Boonstra. Hij geeft in zijn proefschrift dan ook een zo neutraal mogelijke omschrijving van het begnp 'vorming' *) en stelt dat het vormingswerk zich niet moet presenteren als een soort tegenbeweging. Dit ontlokte een van zijn opponenten prof. Van Steegeren (sociale pedagogiek), tydens de promotie-plechtigheid de vraag of hij het politieke vormingswerk niet terugbracht op een beperkt terrein, waar niet het kritisch bewustzijn en de mondigheid van de burgers, maar de handhaving van de status quo centraal staat. Boonstra (40) vindt de suggestie van mevr. Van Steegeren onterecht. Hij heeft zich in zijn onderzoek beperkt tot het overheidsbeleid inzake het politiek vormingswerk, dat naar zijn opvatting met voor een bepaalde richting mag kiezen. Er moet in principe ruimte zijn voor elke ideologie en elke politieke opvatting. Ook tegenstanders van ons politieke stelsel passen in dat model, aldus de visie van Boonstra. Wel vindt hij dat het vormingswerk zich niet te ver moet verwijderen van het bestaande beleid en de bestaande opvattingen. 'Het vormingswerk moet wel een stap voorliggen, maar geen hele kloof teweegbrengen', zegt hij. 'Anders gaat het ten koste van de effektiviteit en werkt het zelfs averechts'. Boonstra acht een aktief overheidsbeleid ten aanzien van het politieke' vormingswerk dringend gewenst voor de burgers om de steeds ingewikkelder wordende maatschappelijke processen, met steeds meer overheidsingrijpen, te kunnen (blijven) doorzien. 'De duurzaamheid en de kwaliteit van een politiek stelsel wordt in belangrijke mate beïnvloed door het niveau en de richting van de politieke ontwikkeling van de staatsburgers', schrijft hij in zijn proefschrift. Hij heeft zich juist op de 'jeugd' Oongeren van 15 tot 25 jaar) gericht, omdat de ervaringen van de jongeren van belang zijn voor hun politieke vorming op latere leeftijd en omdat ze mede-verantwoordelijkheid moeten dragen voor hun toekomst.
Kompetitie volleybal Na het overweldigend sukses van vorig jaar, organiseert de ASVU ook dit jaar weer een interne volleybalkompetitie. Deze kompetitie wordt gehouden op de woensdagavonden. De eerste avond valt op 16 april; de laatste waarschijnlijk op 4 juni. De deelname aan dit gezellige evenement staat open voor alle leden van de vu-gemeenschap. De interne volleybalkompetitie is, evenals de binnensportdagen, bedoeld als een breedtesportgebeuren, waarbij de prestatie beslist niet voorop staat. Inschrijving is mogelijk tot vrijdag 4 april op werkdagen van 9.15 tot 16.00 uur by de sekretaresse van het sportcentrum Uilenstede. Voor de deelname wordt een borgsom van ƒ 25,- per team gevraagd.
Simon Kooistra Doel van het politiek vormingswerk moet zijn het ontwikkelen van mensen tot 'genormeerde burgers', zoals Boonstra het omschrijft. Daarmee bedoelt hij burgers, die willen en kunnen deelnemen aan het beleid. Daarbij dienen ze zich te laten leiden door beginselen, welke dan ook. 'Het gaat erom dat je de mensen in staat stelt een rustpunt te vinden. Daarmee bedoel ik niet een soort gezapigheid, maar het komen tot een overtuiging die hen in staat stelt een plaats in hun situatie in te nemen'. Politieke aktie In deze fase moet je mensen nog niet konfronteren met politieke aktie. 'Aktie en vorming kunnen op gespannen voet met elkaar staan. Bij een politieke aktie kap je alternatieven af, terwijl je bij vorming juist steeds naar alternatieven zoekt. Een aktie moet rechtstreeks en doeltreffend zijn, je kunt je geen zig zag-koers permitteren'. 'Stel je voor', zegt Boonstra bij wijze van voorbeeld, 'dat buurtbewoners die aktie voeren voor een zwembad in hun wijk zich af gaan vragen of een andere buurt het zwembad niet harder nodig heeft. Dan ondermijn je toch de effektiviteit van je eigen aktie'. Hoe Slet hij de relatie tussen onderwijs en vormingswerk? Boonstra: 'Politieke vorming vindt in eerste instantie plaats in het onderwijs. Ik heb dat niet onderzocht; dat laat ik graag aan anderen over. Het politieke vormingswerk mag daar geen overlapping van zijn, noch een korrektie ervan. Het kan wel een noodzakelijke aanvulling op het onderwijs betekenen'. Hij beaamt dat het vormingswerk gedifferentieerd moet worden naar verschillende groepen jongeren met verschillende opleidingen, die ze al dan niet achter de rug hebben. In zijn boek wordt het beleid echter nauwelijks gedifferentieerd naar deze verschillen. Waarom met? 'Dat is de taak van de gemeenten', zegt Boonstra. In zijn visie moet m het kader van de decentralisatie van het welzijnsbeleid ook het vorminsgwerk op gemeentelijk niveau gestalte krygen. In zijn proefschrift beperkt hij zich echter tot het beleid van de rijksoverheid, die wel globale normen moet opstellen - tenminste in zijn model - maar de invulling aan de gemeenten moet overlaten. Daarmee valt een belangrijk politiek aspekt grotendeels buiten zijn wetenschappelijke aandacht: de ongelijke verdeling van kennis en macht. Informatie is niet voor iedereen even toegankelijk. Boonstra: 'Ik heb wel gesignaleerd dat in het vormingswerk vooral mensen bereikt worden die toch al goed geïnformeerd zyn pTus vaak al lid zijn van een politieke partij Ook het sociaal-cultureel planbureau heeft onderzocht dat vooral de beter gesitueerden profiteren van de welzijnsvoorzieningen. Maar het was inderdaad beter geweest als ik er een aparte beschouwing aan gewijd had. 't Is dom van me'.
Gevolg van deze lacune is bijvoorbeeld dat Boonstra te summier ingaat op het probleem van de jeugdwerkloosheid. Een probleem waar je volgens de historicus dr. Ger van Roon bij het jeugdbeleid niet omheen kunt. Van Roon merkte dit op in zijn rol als opponent.
'Gewetensvraag' Om op de gemeenten terug te komen, heeft Dick Boonstra er wel vertrouwen in dat se een voor verschillende groepen uitgekristalliseerd beleid tot stand sullen brengen? 'Een gewetensvraag' bekent hij na een lange stilte. 'Ik denk het wel. Maar 't lukt alleen als er voortdurend op gehamerd wordt hoe belangrijk de politieke vorming is. Nu denken een heleboel gemeenten dat de politieke vorming niet thuishoort in een welzijnsplan. Belachelijk. Waarom? Omdat ze bij politieke vorming denken aan partijpolitiek Maar ik verwacht dat die houding wel doorbroken zal worden'.
eens dat er teveel versnippering is, te weinig koordinatie, gebrek aan systematische onderbouwing en dat er teveel 'witte plekken' m het beleid zyn. Toch komt het maar niet tot een fusie, volgens Boonstra om twee redenen. De eerste is dat het NCDB langzamerhand in de richting van het opbouwwerk is opgeschoven, terwijl het in tegenstelling tot de SBK en het PJK geen vertegenwoordigers van politieke partijen m het bestuur heeft opgenomen. De organisaties verschillen dus nogal van karakter.
*) Dick Boonstra definieert 'politieke vorming' als 'de ontwikkeling in een persoon van politiek relevante kennis, oriëntaties en vermogens ten gevolge van doelgerichte aktiviteiten van een aktor'. De volgende definitie van het Nederlands Centrum voor Volksontwikkeling wijst luj af als te normatief: 'een proces in de persoon, waarbij deze komt tot een beter verstaan van zichzelf en zijn situatie, tot een kritische waardering daarvan en tot een bewuste en gerichte hantering van de mogelijkheden van zijn samenlevingssituatie'.
Een schaduwsijde is natuurlijk wel dat de gemeenten bij decentralisatie een grote invloed op de inhoud van het vormingswerk sullen uitoefenen en al te kritische groepen kunnen uitsluiten van subsidie. Boonstra: 'Dat is een reèel punt. Maar ik heb vertrouwen in de werking van de demokratle. De centrale overheid kan overigens wel meer of minder harde kriteria stellen ten aanzien van de groepen die bereikt moeten worden. De gemeenten zijn dan verplicht daarover te rapporteren, zodat ze gecorrigeerd kunnen worden. Bovendien kan het rijk projektsubsidies ter beschikking stellen van bepaalde groepen zoals werklozen en gastarbeiders. Laten we de gemeenten daarom een kans geven'. In iiet onderzoek van Boonstra wordt het overheidsbeleid tot nu toe aan een analyse onderworpen. Ten eerste het beleid door het ministerie van CRM ten aanzien van drie grote landelijke instellingen op het terrein van de politieke vorming, te weten: het Nederlands Centrum voor Democratische Burgerschapsvorming (NCDB), de Stichting Burgerschapskunde (SBK) en het Politiek Jongeren Kontakt (PJK). Daarnaast wordt aandacht besteed aan het overheidsbeleid t.a.v. de politieke jongerenorganisaties en het politiek vormings- en scholingswerk van politieke partijen. Boonstra komt tot de konklusie dat de rijksoverheid met terughoudendheid heeft gereageerd op verzoeken tot financiële ondersteuning. Een uitzondering is gemaakt voor het politiek vormings- en scholingswerk door politieke partijen. Zonder ambtelijke voorbereiding heeft het kabinet-Den Uyl zeer snel besloten dit werk te subsidiëren.
Nazi-Duitsland
Boonstra is over dit laatste nogal verontwaardigd: 'De politieke partijen krijgen het meest, terwijl hun reikwijdte geringer is dan die van de drie organisaties', zegt hij. Het totale bedrag dat aan vormingswerk wordt uitgegeven is overigens zeer gering: ongeveer vier miljoen gulden per jaar. Boonstra: 'Het is onbegrijpelijk dat de overheid zo weinig belang hecht aan politieke vorming. In nazi-Duitsland en in de SowjetUnie hebben ze donders goed ingezien ho,e belangrijk politieke vorming is, al moet je je natuurlijk daaraan niet spiegelen'. Op het ministerie van CRM wordt al jaren gesproken over samensmelting van de drie genoemde organisaties voor vormingswerk tot een landelijk centrum voor politieke vorming. De drie zijn het erover
'
*
f t '~
-
'"
f
*>'
«
,~t~
.O" 'tft j i
'
Dick Boonstra: 'In nasiD uitsland en in de SowjetVnie hebben se donders goed ingesien hoe belangrijk politieke vorming is. al moet je je natuurlek daaraan niet spiegelen.' De tweede reden is dat de SBK een schuld van dne ton heeft opgelopen waarvan de andere twee instellin gen liever verschoond blijven. De huidige staatssecretaris Kraaye veldWouters overweegt de SBK tot landelyk centrum te verheffen Daarbij is met duidelijk wat er met de andere twee zal gaan gebeuren. Een landelijk centrum voor politie ke vorming zou een soort service instituut moeten zyn voor alle in stellingen en organen die zich rtiet politiek vormingswerk bezighou den, zonder onderscheid naar poli tieke richting. Ook wat dit betreft acht Boonstra de kans nihil dat kritische organisaties worden uit gesloten van de dienstverlening, tenzy fundamentele demokrati sche spelregels worden overtreden. Maar waar ligt de grens? Hy noemt de Duitse 'Bundeszentrale fur poli tische Bildung' die trouw aan de grondwet als mmimumvoorwaar de hanteert. Iedereen weet echter hoe verschillend dat in de Bondsre publiek geïnterpreteerd wordt. Door Boonstra's beperking tot het overheidsbeleid blijft het niet door de overheid gekoordineerde en/of gesubsidieerde vormingswerk bui ten beschouwing. Wel onderscheidt hy het door de overheid gesubsi dieerde partikuliere initiatief van hetzgn. geprivatiseerde partikulie re initiatief. Wat vindt hy eigenlijk
Dick Boonstra 'Politiek vormings werk en jeugdbeleid', sociale en cul turele reeks van Samson Uitgeverij Alphen aan den Rijn/Brussel Prijs f 39,50
Kampioenschappen zaalvoetbal De ASVU organiseert dit jaar op 12 en 13 februari (dinsdag en woens dag, overdag) de Nederlandse Uni versitaire Kampioenschappen Zaalvoetbal 1980. Hiervoor is door alle by de N.S.S.S. aangesloten uni versiteiten ingeschreven. Het zal zeker een spannend toernooi wor den, aangezien het peil van het uni versitair zaalvoetbal zeker op hoofdklasse nivo ligt. Het A SVUteam heeft inmiddels een paar oefenwedstryden tegen Amsterdamse hoofdklassers (Ne bigCruyff, Eurotex) gespeeld en deze ploegen ruim verslagen. In het ASVUteam spelen o.a. Marcel de Ree en Willem Lenglet, die ook m het Nederlandse Studenten elftal speelden by de Universiade in Me xico, waar dit amateurteam 3e werd van de 17 deelnemende landen. Het kampioenschap wordt bevoch ten in sporthal Uilenstede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's