Ad Valvas 1979-1980 - pagina 11
11
AD VALVAS — 31 AUGUSTUS 1979
Universiteitsraad akkoord met 'letter of intent'
VU wil kleine marges benutten met samenwerking Satya Watjana De VU zal een samenwerkingsverband aangaan met de christelijke Satya Watjana Universiteit in Indonesië. Dit heeft de universiteitsraad op 21 augustus jl. besloten na afweging van de vele voors en tegens. De vergadering droeg het karakter van een politiek steekspel, waarbij de progressieve studentenfractie PKV en de overige fracties lijnrecht tegenover elkaar stonden. Uiteindelijk waren er 28 stemmen voor samenwerking en 8 — de PKV-fraktie — tegen. Satya Watjana is de tweede universiteit in Indonesië waarmee de VU een samenwerkingsrelatie aangaat. Eerder werd een overeenkomst gesloten met de staatsuniversiteit Gadjah Mada in Jokjakarta. Het College van Bestuur heeft nu het mandaat om de zogenaamde „letter of intent" te ondertekenen, zij het dat de raad hem heeft opgedragen enkele kleine wijzigingen voor te stellen. Deze intentieverklaring voor samenwerking tussen de twee christelijke universiteiten was juist tevoren reeds aangenomen door de leiding van Satya Watjana. De verklaring bevat globaal de motieven en doelen van samenwerking. Er wordt in eerste instantie gedacht aan samenwerking op het gebied van vakken als economie en natuurkunde. Dit zal echter nader uitgewerkt worden in een nog op te stellen samenwerkingsprogramma. Ook deze financiering is nog niet rond. Aangezien het verdrag niet in aanmerking komt voor subsidie door het Programma van Universitaire Ontwikkelingssamenwerking (het PUO-fonds) zal steun bij onder andere zendingsinstanties gezocht moeten worden. Hoofdmoot van de raadsdiscussie vormde de vraag of Satya Watjana wel kritisch kan fimctioneren binnen de Indonesische samenleving. De mogelijkheid om bij te dragen aan „emancipatorische (bevrijdende) en structuurveranderende (marges verruimende) processen in de samenleving" is een van de randvoorwaarden die de VU aan potentiële partners stelt. Tevens dient er een redelijke mate van beslissingsvrijheid te zijn bij de inrichting van onderwijs en onderzoek en bij de benoeming v a r stafleden. Dit aUes staat in de Beleidsnota Internationale Samenwerking die de raad vorig jaar als uitgangspunt voor haar beleid gekozen heeft. Andere randvoorwaarden die daarin genoemd worden zijn de eis V£in voldoende wetenschappelijk niveau en de mogelijkheid om bij te dragen aan de oplossing van maatschappelijk relevante problemen.
Sfeer van angst De P K V twijfelt hevig aan de kritische functie van Satya Watjana. Er zou volgens deze fractie een sfeer van angst en achterdocht heersen aan de universiteit. Van openlijke oppositie zou weinig sprake zijn. In een tevoren verspreid stuk schrijft de PKV: „Het is (...) merkwaardig dat het afgelopen jaar in Satya Watjana alles is rustig gebleven (gehouden?), terwijl op veel andere universiteiten grote onrust ontstond, uitmondend in arrestaties van studenten en recentelijk in processen tegen studenten". „Dus de PKV-fractie is niet solidair met de studenten van Satya Watjana omdat ze niet gedemonsteerd hebben, niet door soldaten zijn afgeranseld en niet zijn gearresteerd" was de verontwaardigde reactie van drs. Brinkman (CvB). De gedachte van de P K V dat de overheid een sterke greep heeft op het toelatingsbeleid van Satya Watjana door het eisen van een zogenaamde zuiverheidsverklaring werd eveneens door Brinkman aangevochten. Deze verklaring van niet-betrokkenheid bij de „mislukte coup" van de communisten in 1965 -werd • tot 1973 inderdaad van elke
Simon
Kooistra
student vereist, maar zou toen zijn afgeschaft. De heer Brinkman zei over deze informatie te beschikken. De P K V is pessimistisch over de mate van onderzoeksvrijheid aan Satya Watjana. AUe projecten met veldwerk buiten de universiteit moeten door de overheid worden goedgekeurd, waarbij de kans groot is dat ze voor regeringsdoeleinden worden misbruikt, aldus de PKV. Als voorbeeld noemt ze in haar stuk het psychologie-project dat gebruikt bleek te worden voor de Indonesische veiligheidsdienst. Brinkman gaf toe dat overheidstoestemming en -financiering bij externe projecten vereist is, maar geloofde niet dat de universiteit daarmee ook doet wat de regering wil.
Schuld Brinkman konstateerde „een grondverschil van inzicht" tus-
sen de PKV en de rest van de raad. „De PKV wil niet samenwerken met welke Indonesische instelling dan ook, tenzij er mogelijkheden zijn om het regiem door die samenwerking te bestrijden", stelde hij. Hij noemde dit het „guilt by association" mechanisme (schuld door verbondenheid). „Hoe kan een instelling aan deze schuld ontsnappen?" vroeg hij zich af. „Alleen door zichzelf t e vernietigen", vervolgde hij. Hij zei bij zijn recente bezoek aan Satya Watjana gezien te hebben hoe zwaar de VU- en zendingsmedewerkers daar tillen aan de politiek van de regering Soeharto en aan de armoede in Indonesië. „Ze proberen daar op hun eigen manier wat aan te doen al is dat op universtair niveau wellicht nogal uitzichtloos", aldus Brinkman. Linschoten (VUSO) signaleerde dat iedereen het er wel over eens is dat het Indonesische regiem verwerpelijk is „met zijn weerzinwekkende processen tegen de studenten, met zijn politieke gevangenen en met de regeringscontrole op de universiteiten". Zijn konklusie hieruit luidde echter anders dan die van de PKV: „Als een universiteit met dit soort vreselijke zaken geconfronteerd wordt en daaronder lijdt moet je ze niet een trap na geven door ze internationaal te boycotten". De heer J. G. Knol (WP) vond dat je de landelijke en de imiversitaire politiek goed uit elkaar moest houden. Universi-
taire samenwerking mag z.i. niet beoordeeld worden naar de effectiviteit op de veranderingen van de maatschappelijke structuur, zoals de P K V wil. Het maatschappelijk kader is een gegeven waarbinnen de universiteit moet w^erken. Haar kritisch denken moet zich richten op lange termijn-processen en niet op korte termijn-verschijnselen. Tot zover de visie van Knol.
Schone
handen
Noorda (DAK) erkende dat het moeilijk te beoordelen is hoeveel speelruimte Satya Watjana heeft voor kritiek en in hoeverr e ze er gebruik van maakt. Hij was echter van mening dat de VU risiko's hieromtrent moest accepteren. Hij had wel vertrouwen in de christelijke minderheid in Indonesië die zich vanouds nogal kritisch tegenover de regering zou opstellen. Noorda benadrukte dat het profijt van samenwerking wederkerig zal zijn. „Wij kunnen hen vragen ons te bekritiseren", stelde hij. Hij verklaarde: „Wij zelf hebben weliswaar een grote vrijheid, maar maken er slechts marginaal gebruik van". Hij verwierp een schone handen-poUtiek tegenover Satya Watjana, waarbij de VU aan de kant zou blijven staan en de kleine marges onbenut laten. De heer J. Knol (TAS) was van mening dat de VU geen hulp kan en mag weigeren aan een daarom vragende christelijke instelling („een kleine VU in Indonesië"). „Hier is een mogelijkheid voor de VU om haar doelstelling praktisch waar te maken", aldus Knol. Mevr. KraEin (Ver.) was boos op de PKV, omdat deze fractie wederom de goede naam van de oprichter van Satya Watjana en de VU-eredoctor Notohamidjojo in diskrediet had gebracht. De P K V beschuldigt deze ervan meegewerkt te hebben aan de
zuiveringen op zijn universiteit na de machtsgreep van Soeharto in 1965. De fractie baseert zich daarbij nog steeds op een ooit door een Indonesische journalist geschreven Eirtikel. Mevr. Kraan beweerde dat studenten aanvankelijk buiten de leiding van de universiteit om werden opgepakt door militaire instanties en dat pas later een „screeningscommissie" werd ingesteld, waarin onder andere de conrector voor studentenzaken zitting had. Deze commissie heeft een aantal studenten gerehabiliteerd en een aantal VEin de universiteit verwijderd. Notohamidjojo zou er niets mee te maken hebben gehad. Van der Burgt (PKV) ontkende dat het om „sommige" verwijderde studenten ging. Volgens hem betroffen het er zeker tweehonderd. Brinkman (CvB) vond dat de PKV „onzorgvuldig en onbehoorlijk" met informatie over de „oude en zieke" eredoctor omgesprongen was. Hij nam het de progressieve studentenfractie kwalijk dat ze noch in de commissie buitenlandbeleid, noch tijdens het gesprek in juni jl. met de huidige rector van Satya Watjana vragen had gesteld over de betrokkenheid van Notohamidjojo bij de zuiveringen en nu plotseling met een onvoldoende gefundeerde beschuldiging op tafel kwam. Het CvB en het Bureau Buitenland waren door de korte tijdsspanne niet in staat gesteld de aanklacht te weerleggen.
Studentenprocessen Nadat de raad de „letter of intent" had aanvaard werd een voorstel van 't DAK besproken met betrekking tot een PKVmotie over de aan de gang zijnde studentenprocessen in Indonesië. De PKV had in de motie
Vervolg op pagina 24
Op de fiets naar de VU: verbetering voorzieningen kost weinig Vervolg van pagina 7 hebben met laden en lossen. Maar er wordt daar erg veel „fout geparkeerd", zodat de fietser zich vaak onnodig in allerlei bochten moet wringen om de ingang te bereiken. Om van de profilering van de oprit nog maar te zwijgen. Gemakshalve gebruiken we dat woord maar bij observering van de situatie kunnen we echt wel zeggen, dat die term teveel suggereert. Sinds enige tijd mag de lokale politie hier parkeerboetes uitdelen maar die heeft daar veel te weinig tijd voor. En de parkeerwachters, die je hier af en toe ziet mogen de hier bedoelde foutparkeerders weer niet beboeten.
Waarom niet fietsen in twee richtingen? Een punt dat de kommissie niet aanroerde omdat haar opdracht beperkt was vormt de slechte bereikbaarheid van de grote stalling buiten vóór het hoofdgebouw en de andere stallingen. Wie vanaf Uilenstede het hoofdgebouw per fiets nadert vindt geen fietsoversteekplaats over de Buitenveldertselaan op zijn route. Wel is er een voetgangersoversteekplaats met stoplichten. Op zich niet zo gek want de oversteekplaats komt uit op een groot trottoir. Maar de fietsers, die naar de keiderstallingen door willen rijden moeten nu een flink eind lopen daarheen óf eerst de De Boelelaan oversteken en dan linksaf gaan waarbij ze twee keer voor een stoplicht komen te staan. Allemaal natuurUjk weinig soepeitjes geregeld. Er zou heel wat wachttijd vermeden kunnen worden wanneer op het fietspad langs de Buitenveldertselaan aan de V ü zijde fietsverkeer In twee rich-
tingen zou komen. Eén van onze zegslieden die deze suggestie weer eens vanonder het stof vandaan haalde voegt hieraan toe, dat de fietser vanuit Uilenstede dan bij de kruising met de A. J. Ernststraat kan oversteken zonder gehinderd te worden door stoplichten. Het fietspad is breed genoeg om twee richtingen toe te laten. Het zou in twee richtingen verlengd kunnen worden linksaf de De Boelelaan in zodat de fietser die z'n vehikel in de kelder wenst te stallen nog even door kan fietsen. Het brede trottoir voor het hoofdgebouw staat dat zeker toe. Onze zegsman, zelf in Buitenveldert wonend, heeft in de vervoerskommissie van het wijkorgaan aldaar gezeten en al eens op dergeUjke mogeUjkheden gewezen. De politie stond toen open voor de argumenten. Het is volgens hem een misverstand, dat de politie hiertegen zou zijn. Trouwens in feite komt invoering van tweerichtingverkeer op het fietspad langs de Buitenveldertselaan neer op legalisering van een voor velen al bestaande situatie. Bij de afdeling planning van de verkeerspolitie zei men, dat een en ander wel eens overwogen is. Zelf voelde de ambtenaar er niet zo veel voor. Hij zou het te onvailig vinden vooral 's avonds. (Ons spreekt dit argument weinig aan want het fietspad hier is erg breed en kan gemakkelijk verder verbreed worden. In het midden ervan zou een verlichte streep of rand aangebracht kunnen worden. Feit is. dat er regelmatig in twee richtingen wordt gereden en uitgaande daarvan moet je het dan zo veilig mogelijk maken. Red.)
Ongerief Esn punt apart vormt tenslotte de toegang tot het Wis- en Na-
tuurkunde-gebouw komende vanuit Zuid. Wie om in dit gebouw te komen niet een hele omweg wil maken via het weggetje naast het Provisorium kon vroeger gewoon op de Buiten\ eldertselaan rechtsaf afslaan. Maar nu is er de overigens fraai ogende tuin tussen hoofdgebouw en Wis- en Natuurkunde waartoe vanaf de Buitenveldertselaan een verhoogd pad toegang verschaft. Dat pad bereik je via een trapje en het eindigt ook ^veer met een t r a p je. Die hoogst ongelukkige t r a p jes als toegang tot het terrein hebben begin dit jaar Egbert Boeker in de universiteitsraad al tot een indringende vertolking van dit schrijnend ongerief, dat hij bijna dagelijks ondervindt, aangezet. Ook een ander raadslid gaf onlangs tegenover ons bUjk van misnoegsn hierover. Het verhoogde pad met de trapjes wordt tuinplanologisch verdedigd met het argument, dat daarmee het wandelkarakter van de tuin wordt benadrukt. Welnu de weinige fietsers die hier de campus binnenkomen w^illen daar best rekening mee houden. Het irritante is, dat zich naast het verhoogde pad eveneens een toegang bevindt, die wordt afgesloten door een maf hekje, dat altijd op slot zit. Alleen gehandicapten kunnen over een sleutel van het hekje beschikken. Maar genoeg hierover. Volgens Uitermark zou de toegang tot W en N voor de m e n sen, die uit de richting Amstelveen komen in elk geval vergemakkelijkt kunnen worden door aan de achterkant van W en N esn ingang voor fietsers te m a ken.
Capaciteit Tenslotte nog iets over de onvoldoende capaciteit van de stallingen. In beperkte mate zouden er volgens de kommissie extra rekken geplaatst kunnen
worden: in de binnenstalling een rek, in de buitenstalling (kelder) meerdere rekken en voor het hoofdgebouw een rek. Een deel van de buitenstalling in de kelder wordt momenteel voor bromfietsen en motoren gebruikt. Ze veroorzaken daar lawaai en overlast en nemen relatief veel ruimte in beslag. Het lijkt de kommissie beter voor deze vervoermiddelen naar een ruimte buiten de kelder om te zien: bijvoorbeeld een deel van de stalling bij het Provisorium. Deze stalling wordt maar mager benut omdat zij er erg onbeschermd bij ligt en de sociale controle in de buurt er nihil is. Ze staat er verder weinig florisant bij, wordt sterk verwaarloosd en is vaak slecht toegankelijk door de fout geparkeerde auto's, die er vaak staan. Wanneer maatregelen zouden worden getroffen om het gebruik van deze stalling te vergroten wordt indirect de stallingscapaciteit voor en onder het hoofdgebouw vergroot omdat fietsers, die niet in dat gebouw hoeven te wezen (maar bv. bij Tandheelkunde) hun fiets dan daar kunnen stallen. Er bestaan plannen deze stalling wat op te knappen en tweederde ervan te verplaatsen naar een centraler gedeelte van het binnenterrein. Op den duur moet op de huidige lokatie gebouwd worden (Transitorium III). Verplaatsing lijkt niet ongunstig omdat de sociale controle op het binnenterrein allicht beter is. De bromfietsen en motoren zouden volgens Uitermark op de verplaatste stalling ook een plaatsje k u n nen vinden. Alles bij elkaar bezien hjkt er met weinig kosten en wat goede wil veel te verbeteren voor de fietser, die door zijn wijze van verplaatsing zichzelf en de VU een goed hart toedraagt en daarom aanmoediging verdient.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's