Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 299

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 299

12 minuten leestijd

AD VALVAS — 22 FEËRUARI 1980

11 er in zo'n procedure «een plaajs was voOr'énig^e recbtsbijiïaiid of^' voor een mogelijkheid van beroep tegen het uitgesproken vonnis. In de overwegingen bij de Criminele Ordonnantlën werd vermeld dat hiermee het behandelen van vagebonden, lediggangers 'ende degenen levende op den armen huisman' eenvoudiger werd gemaakt. Bij een plakkaat van de Staten van Holland van 1718 werd nog bepaald dat ten aanzien van 'dieven, landlopers, vagebonden en straatschenders die al eens gestraft waren' een bekentenis niet meer nodig was om een vonnis te kunnen uitspreken. Met dit alles werd de strafprocedure overgang van het accusatoire naar Deze ordonnantlën gaven de burop maat gemaakt voor een groep het inquisitoire strafrecht. gers dezelfde voorrechten ten oppotentiële bedreigers van de openDe overheid werd, door de taak wel- zichte van vreemdelingen als het bare orde, een groep die als het ware ke zdj op zich nam, gedwongen een oorspronkelijke stedelijke recht. De voortdurend onder verdenking strafrechtelijke beleid te gaan voe- vreemdelingen werden - in tegenstond. ren. stelling tot de burgers - als verdachDe belangrijkste kenmerken van ten onderworpen aan de zogenoemHoewel er sprake was van enige het beleid dat de overheid ging voe- de extra-ordinaire procesvoering uniformering in het recht in de ren zijn terug te voeren op de oor- waarin zij vele rechten die de burNederlanden, waren er toch kluchsprong van de stad, de gemeen- gers wel hadden, moesten ontbeten van buiten nodig om tot een schap van vrije burgers, de poor- ren. algehele herziening en organisatie ters. Op het overheldsmonopolie De Nederlandse opstand die de gete komen: de komst van de Fransen van gevangenneming bestond één schiedenis mglng als de tachtigjariin 1795. algemene uitzondering: in geval ge oorlog, betekende het voorlopig Na de overwinning van de patriotvan betrapping op heterdaad ten op de oranjegezinden wilden de mocht iedereen de verdachte/dader _ overwinnaars eerst afrekenen met aanhouden. Ten aanzien van de vijand. De plunderingen van de vreemdelingen gold echter dat deze oranjegezinden werden als een polizonder meer in hechtenis genomen tieke daad opgevat. Het tweede promochten worden wanneer zij verbleem in de Franse tijd was de codidacht werden van een strafbaar ficatie van het recht. Naar Frans feit. Ten aanzien van de burgers voorbeeld werden naast een grondgold dan nog de min of meer accusawet een burgerlijk wetboek en wettoire procedure, waarbij de verboeken voor staats-, straf- en prodachte in zijn waarde bleef, maar cesrecht opgesteld. ten opzichte van de vreemdeling Het grote Justitiële probleem na de werd een inquisitoire procedure geFranse tijd waarvoor men in Nevolgd waarbij de verdachte voorderland stond, was dat van de werp werd van onderzoek en waaropenbare orde. Achter elke woebij hem vele rechten onthouden ling zag men het begin van een werden. De burgers genoten bovenrevolutie. Dit blijkt vooral uit de dien nog het - accusatoire - voorgespannen reactie van de Nederrecht om een zaak af te doen door landse autoriteiten op tal van woeschikking, de compositie, zonder lingen in de 19de eeuw, met name ' dat er een vonnis werd uitgesproin Amsterdam en Rotterdam. Op ken. instigatie van Com. Felix van Maanen werd in Nederland een Kenmerkend voor de verschillende geheime politie ingevoerd. rechtskringen en m.n. voor de ste- Drs. H. A. Diederiks, RU Leiden. De autoriteiten vreesden ook elk den - die him stadsrechten op een verschillend moment en op vereinde van de tendens tot centralisa- spoortje van kritiek in de pers, schillende voorwaarden van de tie, hoewel de Ordonnantlën nog gezien de vele dmkpersprocessen landsheer kregen - was hun relatietot + 1800 hun geldingskracht be- van omstreeks 1839.' In zaken van ve autonomie (tot en met de zgn. hielden. Het inquisitoire element oproer echter volgde de rechter de hoge jurisdictie). Vanuit Brussel van het strafrecht dat al bestond in wetgever in zijn angst voor revoluwerd er door de Habsburgse vorsten de berechting van vreemdelingen, tie: echter aangedrongen op centralisawerd meer algemeen. In de extra- Twee punten uit de meer recente tie en uniformering. Dit streven ordinaire procedure die nu de norgeschiedenis maken ook duidelijk kwam tot uitdrukking in een bevel male werd, was de verdachte uitdat er vanuit de politiek-maattot optekening van de rechtsge- . sluitend voorwerp van onderzoek. schappeljjke ontwikkeling om een woonten door de verschillende geDit onderzoek, dat geheim was, strafrechtelijk beleid gevraagd westen en in de uitvaardiging van was erop gericht om de verdachte werd. Het eerste is de vraag hoe of de zgn. Criminele Ordonnantlën, desnoods onder foltering - tot een die voorschriften bevatten met bebekentenis te brengen, of liever, te trekking tot de strafvervolging. dwingen. Het zal duidelijk zijn dat Vervolg op pag. 15

H.A. Diederiks over het opsporingsbeleidin historisch perpectief

Strafvervolgingsbeleid ademde angst voor revolutie 'Het optreden van de Nederlandse autoriteiten in de 19de eeuwse woelingen reflecteerde een angst voor revolutie. De wetgever voerde met betrekking tot de handhaving van de openbare orde een conserverend beleid en de rechterlijke macht moest daarbij behulpzaam zijn', aldus drs. H.A. Diederiks, die vorige week sprak in het kader van het Studium Generale: Tussen misdaad en straf. Een opsporingsbeleid k a n volgens hem niet zonder meer gezien worden als een beleid ter voorkoming van criminaliteit. Diederiks,,die sociaal historicus t e Leiden is, wil het strafvervelgingsbeleid niet los zien van de tijd waarin dat beleid gestalte krijgt. Het strafrecht beschouwt hij als één van de middelen tot sociale controle door een overheersende groep, die daarmee een min of meer aanvaarde code a a n de lidmaten van een samenleving wil opleggen. Diederiks gaf in zijn bijdrage a a n het Studium Generale in een compacte inleiding een overzicht van het Nederlandse strafvervolgingsbeleid in historisch perspectief, vanaf de late middeleeuwen. Het stedelijk recht in Nederland had in de late middeleeuwen nog sterk de trekken van het a^rarischfeodale recht zoals dat tussen de 'vrijen' gold, msiar dit oorspronkelijke karakter van het stedeUjke recht ging verloren naarmate de steden uitgroeiden. In de steden groeide - met de bloei van handel en nijverheid - een koopmansklasse, en, meer algemeen, een stedelijke burgerij. De economische opbloei van de steden trok veel mehsen aan van bulten, de vreemdelingen,

Vervolg vanpag.

3

gens het verwijt. De berichtgeving over de affaire-Kolko acht hij onverteerbaar. 'De meest absurde verhalen worden opgedist 'tot schtide van zowel sollicitanten als de subfaculteit geschiedenis.' Tenslotte doet hij een aanval op Polia-redakteur Ton EUas, die, gebruik makend van kennis, die hij op een borrel verkregen had in zijn kwaliteit als redakteur, zich een fraaie kamer liet toebedelen waarmee andere huisvesting toekende studenten een slag voor was. Het maandblad Student schreef daar 'aardige artikelen' over. Folia alleen ingezonden stukken. Een redakteur zou zich in zulke zaken uiterst terughoudend dienen op te stellen en zichzelf of zijn 'rotgenoten' niet moeten bevoordelen. Konklusie: Folia is gewoon geen fatsoenlijke krant. Dus wil hij, niet bij machte dit ten goede te veranderen, geen enkele verantwoordelijkheid meer voor het blad dragen. De redaktle reageert bij wijze van uitzondering uitvoerig op dit geëmotioneerd schrijven. Ze wijst erop, dat Weill Intussen Inderdaad IS bijgedraaid: de redaktle heeft de kritiek ter harte genomen. De benoeming van de nieuwe redakteur is in overleg - en - uiteindelijk - in overeenstemming met de redaktieraad geschied. Het probleem was, volgens de redaktle, dat de door de redaktieraad in de sollicitatie-kommissie gesteimde kandidaat in de ogen van de redaktle niet acceptabel was onder meer omdat hij niet op de hoogte bleek van de universitaire verhoudingen, wat volgens het redaktiestatuut een vereiste Is. Ze betreurt het, dat Broekmeljer zich niet blijkt te kunnen neerleggen bij een in overleg tussen redaktieraad en redaktle gekozen oplossing. De kwalifikatie van zijn nieuwe redakteur noemt Polla op zijn minst beledigend. Publikatie van de 'affaire' vond zij niet nodig gezien de haar Inziens correcte procedure in deze kwestie. Anders Ugt dat bij de affaire-Kolko. 'Over benoemingskonflikten aan de universiteit wordt door Polla bericht voorzover

Lid Wien Marcus waardoor de mensen in de stad elkaar minder goed kenden. In deze ontwikkeling bleek het systeem van privaatrechtelijke conflictoplossingen niet meer te voldoen. De overheid ging de rol van klager op zich nemen, bij ontstentenis van een private klager. Strafvervolging werd een publiekrechtelijke aangelegenheid. Hier lag de achter de strijd om personen een strijd om wetenschapsinhoudelijke zaken schuil gaat. Zoals bij deze kwestie dus. Dat de redaktle zich 'keer op keer gewillig laat gebruiken of zelfs misbruiken' (beschuldiging van Broekmeljer) vermag zij niet in te zien. Immers voortdurend worden vóóren tegenstanders aan het woord gelaten. Waarbij tevens enige afstand wordt bewaard zodat men in Polla nimmer een kandidaat als 'absoluut onmogelijke paranoïde fanaat' ziet afgeschilderd. Dat de berichten over de zaak niet meer dan de 'meest absurde verhalen' zouden zijn heeft de heer Broekmeljer tot nu toe niet kunnen waarmaken in de redaktieraad, zo repUceert Folia. En over het ijetrekken van een pand aan de Vondelstraat door 'nieuwbakken redakteur Elias' is niet alleen in 'Student' maar ook door Polla zelf gepubliceerd, onder meer door het afdrukken van Ingezonden brieven en door het verslaan van de UR-behandeling van deze kwestie, (een flitsende reportage door de Polia-redaktie zelf kan men hier ook nauwelijks verwachten. Red.) Natuiu'lljk doet een redakteur er verstandig aan zich terughoudend op te stellen en niet zelf een onderwerp van nieuws te worden. Maar het is - binnen de verhoudingen tussen redaktle en redaktieraad - niet de taak van redaktieraadsleden toe te zien op de morele kwaliteit van de privé-handel en wandel van Folla-redakteuren, meent Folia. Het is dus ook niet de taak van een redaktieraadslid hieraan ultimata te verbinden (Broekmeljer: 'ófwel het pand opgeven óf aftreden'). Van redaktieraadsleden wordt enkel verwacht, dat zU - naast hun rol in procedures van benoeming en ontslag - toezien op naleving door de redaktle van de doelstelling van het blad. Jammer, dat Broekmeijer dat onderscheid niet wil maken, vindt de redaktle, die konstateert, dat de man zich altijd er?; heeft ingespannen voor de redaktieraad van Polia. 'Met de manier waarop hadden we niettemin wel eens wat moeite' en de lezer kan volgens Folia nu begrijpen waarom. Tot zover de perikelen bij ons zusterblad. (J.K.)

Vrouw-vriendelijke VU nodig' Vervolg van pag.

1'

opslagfinanciering, is net geia oat door de universiteit naar eigen inzicht mag worden benut voor onderzoek, het verwerven van deskundigheid of het op peil houden ervan, o.m. om wetenschappelijk onderwas van kwaliteit te verzorgen. Volgens de regeringsnota zal de invoering geleidelijk moeten verlopen. De nieuwe financieringsregeUng zou dan in 1990 voUedig moeten werken. Tijdens de UR-zltting noemde Van Deursen (WP) een strikte onderzoeksplanning eigenUjk onmogelijk. 'Er moet ruimte blijven voor vragen die van buitenaf op je af komen om daar alert op te kunnen reageren,' zei hij. Hij vond het sturingsinstrument van de voorwaardelijke financiering ook ondoelmatig gezien de in de BüOZ-nota erkende blijvende samenhang van onderwijs en onderzoek. Juist vanwege die samenhang zou je voor opslagfinanciering moeten kiezen. De overige raadsfrakties verklaarden zich, met uitzondering van de TAS, ook tegen de grotere invloed die de regering op het universitaire onderzoek wil krijgen. TAS-woordvoerder De Smit vertolkte de overwegende mening van zijn club: vóór invoering van de voorwaardelijke financiering. 'Hoe kun je anders als overheid goed wetenschapsbeleid voeren?', zei hij. Prof. StahUe (CvB) konstateerde met instemming dat de raad het er in het algemeen mee eens is dat het door de gemeenschap betaalde onderzoek ook aan die gemeenschap moet worden verantwoord, maar

dat de voorwaardelijke financiering nog niet mag worden ingevoerd. Het CvB dacht er net zo over. Het advies aan de minister dat de Academische Raad op 28 maart zal vaststellen is een ongevraagd advies: de vorig jaar oktober verschenen BUOZ-nota werd met voorbijgaan van de Academische Raad rechtstreeks naar de Tweede Kamer gestuurd door minister Pais, die daar kenneUjk geen zin meer in had en vond dat de zaak maar snel door de kamer heen moest. Maar het gaat allemaal niet zo (snel) als Pais wil. Op maandag 28 april zullen de vaste kamercommissies voor onderwijs en wetenschappen en voor het wetenschapsbeleid de nota in een gezamenlijke openbare vergadering onder de loupe nemen.

Vrouwen Tijdens de üR-zltting ging de raad ook akkoord met een wat haastig in elkaar getimmerd amendementje over de vrouwenemancipatie. De imlverslteitscommissle onderwijs en onderzoek had het voorbereid. In het CAVWO-commentaar werd er met geen woord over gerept. De raad deelde, naast de in het amendementje genoemde instemming met de ministeriële aandacht voor de vrouwenemancipatie op de universiteit, de twijfel van de PKVfraktie over het succes dat de in de BUOZ-nota voorgestelde maatregelen zullen hebben. De PKV zag daarmee haar voorstel tot aanvulling in die geest gehonoreerd. Voor de vrouwenemancipatie stelt de BU02t-nota voor: positieve discriminatie in het aanstelllngsbeleid van de universiteiten; het houden van een enquête onder academisch

gevormde vrouwen om de behoefte aan post-academisch onderwijs te peilen; de instelling van een leerstoel emancipatievraagstukken; positieve discriminatie bij de toelating van vrouwelijke studenten tot de tweede fase. Vorig jaar nam de regering al het besluit een voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatieonderzoek in te stellen. Het punt vrouwenemancipatie bracht twee vrouwelijke raadsleden in het geweer voor een krachtig pleidooi voor een vrouw-vriendelijke universiteit en met name een VU met dat imago. S m a Treurniet (PKV) kondigde aan dat haar fraktie voor dat laatste met voorstellen zal komen. En:' de commissie klankbord zullen wij voorstellen de nota emancipatiebeleid uitputtend te behandelen.' Ze doelde op de ministeriële beleidsschets voor emancipatie in onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van mei vorig jaar. Mevr. KraanWielenga (Vereniging): 'De universiteit is nog steeds "hls story".' Beide raadsleden waren er niet zo over te spreken datde, een velletje of zes tellende reaktle van het Interfakultair Vrouwen Overleg VU en de SRVU-Vrouwengroep over het BUOZ-hoofdstukje vrouwenemancipatie maar weinig aandacht had gekregen. Bovendien was de reaktle niet aan de raadsleden toegestuurd. (Ad Valvas gaf er op 8 februari een samenvatting van.) 'Ik zie dit alweer als een symptoom van de gebrekkige belangstelling voor de plaats van de vrouw binnen deze muren,' aldus een verontwaardigde mevr. Kraan-Wielenga. En daarmee konden de voor het overgrote deel mannelijke raadsleden het doen.(J.v.d.V.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 299

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's