Ad Valvas 1979-1980 - pagina 205
aimf in d r", i iteed
It zowel op bijdragen van wetenschappers als van amb iren. Vooral politicologen moeten het ontgelden. Die zijn ;ens hem veel te beleidsgericht bezig waardoor ze de orisehe achtergronden buiten beschouwing laten. A ls rbeeld noemt hij de studie van A quina over „Beleids a va enschap en wetenschapsbeleid". Politici en ambtenaren usse :n hun tijd volgens Brookman teveel opslokken door uele gebeurtenissen waardoor ze niet verder komen dan iptoombestrijding. leäei Ie e 1 proefschrift is trouwens uit een overheidsrapport ont schie in. Enige jaren geleden, vlak n a zijn doctoraal examen chiedenis, schreef hij op aandrang van o.a. de toenmalige lister Trip van wetenschapsbeleid een „Terreinverken atiscl g van het Nederlandse wetenschapsbeleid in Europees ätudi spectief". Het vormde de aanzet tot zijn dissertatie, die r de Nederlandse Organisatie voor ZuiverWetenschap lelei^jk Onderzoek CZWO) is gesubsidieerd. Wij spreken met oververmoeide Broolunan op de late avond na de mid ij. H van zijn promotie.
,ijn
enw( e m igroe igd n te
ext( yij^ oojg, 'ens( ' te
Je moet ook kunnen grasduinen, gewoon in het vrije veld gaan kijken' ;ens 't Humboldtiaanse idee Ie wetenschap kom je door ioen van belangeloos on )ek vanzelf op resultaten 1 ^^^ ^^^^ prsiktisch nut af 'fiQ. dat kun je niet voor en. Als j e voor een bepaal
me culturele spanning. Zo zie ik ook de uitbarsting in Iran als een 'culture shock'. Het is een reaktie op tien jaar westerse beschaving. Ze willen nu hun eigen revolutie, hun eigen wijze van denken. Zo zijn misschien
Drs. M. W. J. M. Peijnenburg (f 1979) (CD A, KVP): 19 de cember 19771 april 1979.
Prof. dr. ir. A. A. Th. M. van Trier (CD A, KVP): 4 mei 1979 heden.
Binnen een samenleving dient ruimte te zijn voor verschillen de soorten gemeenschappen. Deze grotere en kleinere ge meenschappen moeten in de ge legenheid gesteld worden een institutionele struktuur te cre ëren voor h u n visie op de we tenschap. De overheid moet ei gen initiatieven van de bevol king steunen, mits ze levens krachtig zijn. Het grote voorbeeld voor Broolonan is de Vrije Universä teit. Een geheel ander voor beeld is de 'Kleine A arde'. De
Andere universiteiten hebben naar zijn zeggen ook gepro beerd aan een soort 'gemeen schapsidee' gestalte te geven. In de Wet op het wetenschap pelijk onderwijs van 1960 staat een vage formulering over het opleiden tot maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat bleef een dode letter totdat op een gegeven moment de stu dentenvakbeweging en de Bond van wetenschappelijke arbei ders het maatschappelijk be wustzijn als kernthema gingen beschouwen.
tl gericht op technische 'know how' sllouwelijke'know why' veel op het eerste gezicht onre delijke houdingen van derde wereldlanden te verklaren'. In onze ontwikkelingssamen werkingsprogrammas moeten we volgens Brookman's visie dan ook meer uitgaan van de culturele verschillen. Hij stelt: „Bij de opbouw van een ont wikkelingsprogramma moeten w e ons in de eerste plaats ver diepen in de levensstijl, de denkstruktuur en het priori teitenpatroon van het betref fende land. Stuur er maar wat cultureel Einthropologen en filo sofen heen. Pas als wij op hun golflengte zitten kunnen we hulp verlenen, eerder niet. We moeten er niet zomaar medicij nen, voedsel en technische ap paraten heensturen. Dat brengt alleen maar een ontwrichting van een organisch gegroeid ge heel teweeg. Ook in onze relatie met de der de wereld moeten we een so kratische dialoog voeren'.
ontwikkeling van wetenschaps winkels moet in d e visie van Brookman eveneens gestimu leerd worden. 'Eigenlijk is de VU als een soort wetenschaps winkeltje begonnen', zegt hij. Het bqzonder onderwijs is in zijn opvatting bijzonder akta eel.
Als ik Brookman vraag in hoe verre zijn proefschrift kan bij dragen aóin een beter weten schapsbeleid, in zijn visie een beleid dat meer aandacht zal moeten schenken aan de le vensbeschouwelijke aspekten de loiow w h y van de weten schap, zegt hij dat hij niet aan moralistische geschiedschrijving wil doen door eenduidige be leidssuggesties te geven. Hij wil slechts de beleidsmensen het besef bijbrengen dat de vraag stukken waar ze mee bezig zijn historisch gegroeid zijn. Bij het oplossen van konkrete vraag stukken is een eerste vereiste dat je weet waarom ze tot pro bleem zijn geworden. Hij hoopt dat zijn proefschrift
Pluriformiteit Brookman zegt in een plurifor miteit van maatschappelijk be leven te geloven. Hij wil geen opgelegd systeem, geen keurs lijf. In een samenleving, zowel op nationaal, Europees als mon diaal niveau, heeft men bepaal de belangen gemeen en moet men open oor hebben voor de verschillen in belangen en denkwijzen. Het gesprek terugbrengend op het niveau van ons nationale wetenschapsbeleid erkent Brookman dat gevestigde in stellingen concessies zullen moeten doen om een plurifor miteit van denkbeelden moge lijk te maken. 'Onderzoeksin stellingen met een grote naam krijgen vaak geld op grond van prestaties in het verleden zon der dat er naar de prioriteiten van nu wordt gekeken', zegt Brookman. Maar hij waar schuwt ook voor linkse dogma tici die tegen het establishment aan willen schoppen en hun ideeën als alleenzaligmakend beschouwen. Ook zij zijn een bedreiging voor de pluriformi teit.
F. H. Brookman: „The making of a science policy. A historical study of the institutional and conceptual background to dutch science policy in a westeuro pean perspective". Uitg.: A ca demische Pers B.V. Prijs: f 30,—
PAN-mteracademiale
Know why
ma\ nschappelijk medewerker op de VU
tij Baatschappelijke groepering oek Irzbek doet word j e te veel rongen in een bepaalde ing te denken en te doen. seriiii '^t ook kunnen grasdui 2est gewoon in het vrije veld [ig gl kijken. De overheid heeft ijten] ' besef hiervan. Daar is • die ' voor. tuet de andere kant zijn er zul tensc iiijpende problemen dat ; ^el Is dringender beroep wordt s gj an op Tvetenschappers om y ^ daarop te richten. In de ge ; djsi denis zie je ook dergelijke 's ^, igestelde opvattingen. De van aristische wetenschapsbe nene '"^S riep bijv. een reaktie rook '^^ 'la science pour la e we '^^'• 's* ' jt^ d inschap is cultuurgebon .j^gj Elke wetenschapper moet jjieei hiervan bewust zijn. De ami SP waarin Brookman rd lo vorig jaar als wetenschap iggn K medewerker werkzaam van »ef'hiedenis en maatschap up.la (ke aspekten van de natuur ite. ensLhappen' (GMA N), be dt veel aandacht aan de ds '^ ^^ ^^j ** ^ huidige '^j van denken en weten j^j ) bedrijven zijn gekomen. nu '^^ onderzoeksprogramma V | GMA N van mei '79 wordt j ^ ^ [esteld dat deze vakgroep j lelijk de enige in Neder iloci '^ waarin de historische en Iet 1 f^^^^Sse aspekten van de ^ ie natuurwetenschap/ A.OI l^^PPiJ een geïntegreerd ^rdei i vormen'. Een optimale dus om de cultuurgebon [y_ eid van de wetenschap te sooB ^^"^ken. van kman: 'In onze samenle vitei hebben wij een technische iran is ontwikkeld die van in et V« is op andere culturen. Wij , hel 1 onze kennis door aan an a. 1 landen zonder voldoende j zi( e staan bij hun wijze van ïijnl en. Kijk n a a r India waar Ie E ensen veel minder dan bij lotiï en vooruitgangsidee koes rhoi . Ze zien alles cyclisch, indii denk je niet zo streberig ït i 'ij hier in het westen. Zij loroi n andere prioriteiten, psbe worden wel steeds meer ichai ifronteerd met de produk latsi an de westerse beschaving. itdii ïeeft natuurlijk een enor
een systematisch inzicht biedt in de struktuur van het Neder landse wetenschapsbeleid. Hij zegt: 'Belangrijk is voor beleids mensen vast te stellen dat het wetenschapsbeleid bepaald wordt door verschillende vast staande elementen. Er is een wedijver tussen de verschillen de landen. Er is een competitie strijd tussen de verschillende departementen. Er zijn mensen die wetenschap om de weten schap willen. En er zijn men sen die wetenschap zien als middel voor iets anders. Dit zijn vier constanten die in de maatschappij w^erkzaam zijn en bepaalde verhoudingen tus sen de belangengroeperingen als resultaat hebben. Deze ver houdingen zijn zichtbaar in de strulrtuur. Mijn taak is geweest de struktuur zichtbaar te ma ken en de constanten en varia belen aan te w^ijzen die er werkzaam zijn. Op grond daar VEin kun je dan kijken in hoe verre je de gegroeide situatie kunt verbeteren'.
THE 'TEHP Lt' Ot DUTCH SCIENCt P OLICY
De tempel van het Nederlandse wetenschapsbeleid In bovenstaande tekening heeft Henry Brookman de insti tutionele geschiedenis van het Nederlandse wetenschapsbe leid trachten weer te geven. De vier pilaren zijn de vier types wetenschappelijke instituten die samen de infrastruk tuur vormen. De data hebben steeds betrekking op het vroegste voorbeeld van elk type. A lleen 1815 is symbolisch gekozen als het jaar waarin het ministerie van onderwijs, kunst en wetenschappen werd opgericht. De eerste zuil is duidelijk. Met de tweede wordt de Konin klijke A cademie van Wetenschappen (KNA W) bedoeld. Met de derde de van de departementen afhankelijke onderzoeks instituten zoals bijv. het IJkwezen en het Vezelinstituut. Het vierde tenslotte heeft betrekking op de semioverheids onderzoeksinstellingen TNO en ZWO. Het dak van de tempel is de overkoepeling na de tweede wereldoorlog van de tot dan toe los van elkaar opererende instituten Pas dan begint er iets van een expliciet weten schapsbeleid te ontstaan. Verklaring der tekens: MPminister president; WBminister van wetenschapsbeleid; OWminister van onderwijs en we tenschappen; EKEerste Kamer; TKTweede Kamer; RWB Baad voor het Wetenschapsbeleid Cvan de ministerraad).
In 1980 worden de PA Ninter academiale muziekdagen weer georganiseerd. Ditmaal zal het festival in Delft plaatsvinden, van 10 tot 12 april. De deelne mers k a n n e n zich inschrijven op Projekten, die verschillende facetten van de muziek belich ten. PAN is ontstaan uit het con cours voor studentenmuziekge zelschappen, dat het Leidse „Collegium Musicum" ter ge legenheid van haóir 25jarig be staan in 1961 organiseerde. In ls»65 zijn de aktiviteiten gebun deld in de „stichting PA N", met als doel het bevorderen van de muziekbeoefening onder de Ne derlandse studenten. Aanvankelijk werden de festi vals opgezet als concours voor koren en orkesten, later werd kamermuziek erbij betrokken in de „kleinPA N"dagen. In de loop der jaren werden de con coursen met de daarmee ver bonden prestatiedrang uit het festival verwijderd. De nadruk kwam op het gezamenlijk mu siceren te liggen en de jurering werd vervangen door begelei ding. De deelnemers kunnen indivi dueel voor een hoofdprojekt in schrijven en daarnaast een paar nevenprojekten bezoeken. Ook wordt er ruimte opengehouden voor spontane aktiviteiten als kamermuziek en concertbezoek. Op zaterdag 12 april wordt een slotpresentatie van de hoofd projekten georganiseerd. De kosten voor deelname be dragen ƒ 10,— per dag, exclusief de vergoeding voor de gemeenschappelijke maaltijden. Meer informatie: PAN-vertegenwoordiger: Louwrens Langevoort, 3e Leliedwarsstraat 22, 1015 TE Amsterdam, telefoon 253250. (Red.)
Schrijf eens een kort verhaal of gedicht. Literaire prijsvraag Ad Valvas voor de VU-bevolking Zie editie van 7 december j . l .
^1
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's