Ad Valvas 1979-1980 - pagina 139
3
AD VALVAS — 9 NOVEMBER 1979
Prof. dr. A. J. Vermaat in economische analyse van salarissuggesties:
Inleveren deel salaris voor extra plaatsen economisch heel goed haalhaar Als je de suggesties die op de VU zijn gedaan om de inkomensverschillen te verkleinen (via gedifferentieerd inleveren) ten gunste van meer arbeidsplaatsen louter economisch bekijkt dan valt het oordeel hierover voor de VU-econoom prof. A. J. Vermaat per saldo positief uit. Op zichzelf zijn de suggesties heel goed mogelijk en het aantal positieve economische effecten is groter dan het aantal negatieve. Erg belangrijk zijn wel de manier waarop tot zo'n operatie zou worden besloten en welke vormen je daarbij kiest. Zo luidde vorige week de konklusie van prof. Vermaat op de tweede lezing over de suggesties van een groep van 37 VU-medewerkers voor andere salarisverhouding^n op de VU teneinde hier werkgelegenheid te scheppen. Vermaat zette de zaak economisch keurig op een rijtje nadat een week eerder de Groninger ethicus prof. Roscam Abbing de ethische kanten uitvoerig had belicht (zie AV van 2 november). Hij deed dit door zo ongeveer alle denkbare economische effecten aan het oog voorbij te laten trekken en daarbij te kijken hoe positief of negatief het er dan allemaal uitzag. Wie de zaak een beetje gevolgd heeft weet, dat de suggestie op de VU is om het inleveren terwille van meer arbeidsplaatsen gedifferentieerd te laten geschieden: naarmate je meer verdient meer inleveren zodat er ook duideUjk sprake is van nivellering. De huidige verhouding tussen laagste en hoogste inkomens van 1 op 3,4 veranderen in 1 op 3 zou 272 extra plaatsen opleveren volgens de berekeningen van drs. Van Noord. Volgens Vermaat is het werkgelegenheidseffect zonder meer duidelijk. J e moet echter wel met een paar dingen rekening houden. Het scheppen van extra' arbeidsplaatsen hoeft nog niet te betekenen dat daarmee de geregistreerde werkloosheid navenant daalt. Het kan immers best zo zijn, dat liefhebbers voor die extra plaatsen op dit moment nog niet staan geregistreerd als werkloze. Ook lijkt het aantal van 272 extra plaatsen Vermaat wat tè mooi. Er zijn natuurlijk naast salariskosten ook andere kosten. Daar komt bij, dat sommige afdelingen op de VU misschien al kompleet zijn. Als voorzichtige raming kwam hij echter H;och nog altijd op zo'n 200 extra plaatsen uit. Een tweede effect, dat je in het oog moet houden, is de vraag of de extra mensen, die je in dienst wilt nemen er wel zijn en of ze als werkloze staan ingeschreven. Misschien moeten ei dan wel mensen worden aangetrokken waaraan al een tekort bestaat op de arbeidsmarkt. En dat zou de problemen ot> die markt juist vergroten. Je moet dus goed nagaan welke mensen je wilt gaan aantrekken en of die beschikbaar zijn. Anders kon het arbeidsmarliteffect wel eens minder gunstig uitvallen. In principe kan het effect voor de arbeidsmarkt best goed zijn als je maar r e kening houdt met dit gegeven.
Jaap
Kamerling
het VU-voorbeeld navolging zou vinden in ons land zou dat dan goed zijn voor het funktioneren van de arbeidsmarkt? De inkomensverhoudingen zijn slechts ten dele bepalend voor de verhoudingen op de arbeidsmarkt. Voor een ander deel zijn het de institutioneel gegroeide verhoudingen die deze markt bepalen. Voorzover dat het geval is kun je salarisverscliillen verminderen zonder dat daarmee de werking van de markt wordt aangetast. Maar je moet er dus rekening mee houden dat wanneer je zo maar lukraak inkomensverschillen vermindert de arbeidsmarkt wordt tegengewerkt. Vermaat denkt daarbij niet zozeer aan de vormen waarover op de VU wordt gedacht maar aan bepaalde beroepen op de ai beidsmarkt waarvoor het aanbod schaars is. Eigenlijk zou je daar, vindt hij, de inkomensverschillen zelfs moeten vergroten in plaats van ze te verkleinen om de vacatures vervuld te krijgen. Op de VU toegepast: kijk uit welke mensen en beroepen je in de operatie betrekt en scheer niet alles over een kam. Anders zouden er op langere termijn ook ongunstige effecten verwacht kunnen worden (schaarste aan bepaalde specialismen bijvoorbeeld j.k.).
Salarisgat niet vullen En dan het effect op de inkomensverdeling zelf: nivellering. Als je die ook wil is dat effect positief, wil je die niet, negatief. Toch ligt het met zo eenvoudig. Door de aandragers van de suggesties zal het nivelleringseffect ongetwijfeld positief worden beoordeeld (sommigen stellen het zelfs op de eerste plaats). J e moet er echter wel rekening mee houden, dat er mensen zullen zijn, die het niet toet de suggesties eens zijn en overgaan tot een aangepast antwoord d.w.z. de gevolgen ervan proberen te ontgaan. Deze mensen zullen misschien
Niet alle f unkties over één kam scheren Een derde effect dat je goed in de gaten moet houden is het allokatie-effect: de markt moet er voor zorgen, dat de mensen op de juiste plek terecht komen, dus daar waar ze het meest nodig zijn. Als nu de VU de salarisschalen eenzijdig aanpast bestaat het gevaar, dat er mensen zijn, die bij de VU weggaan omdat ze elders meer kunnen krijgen of dat bepaalde mensen de VU bij hun sollicitaties voorbij lopen. Zoiets is best denkbaar, meende Vermaat. Je moet dus voorzichtig zijn met de omvang van de salarisvermindering en verder zeker niet alle beroepen over één kam scheren. Vermaat schetste dit probleem ook in bredere zin. Stel dat
naast hun werk wat erbij gaan doen om het gat dat in hun salaris ontstaat aan te vullen of misschien wel hun ouderlingschap opgeven om maar eens een sociale aktiviteit te noemen. Een betaalde nevenfunktie (soms ook nog zwart) levert financiële compensatie op, een ouderlingschap niet. Anderen zullen hun vrouw aansporen een baantje te gaan zoeken wat anders misschien niet gebeurd zou zijn. J e krijgt dan een extra aanbod op de arbeidsmarkt en het is de vraag of je dat nu vanuit het oogpunt van werkgelegenheid positief moet beoordelen. Voor Vermaat is dan ook de mate waarin hij positief denkt over de gedane suggesties mede
afhankelijk van de vraag hoe de mensen erop zullen reageren en wat voor mensen er extra worden aangetrokken. Positief is voor hem als een langdurig werkloze die plaats gaat innemen maar als de vrouw van bijvoorbeeld een collega dat gaat doen slaat de balans om in zijn tegendeel. Er is ook nog het matigingseffect in het algemeen, dat uitgaat van de voorstellen. Hierin wordt niet genivelleerd in dia zin, dat de hoger betaalden inleveren ten gunste van de lagerbetaalden, nee: ieder matigt (behalve dan de laagste schalen). Voor de werkgelegenheid is dat volgens Vermaat zonder meer positief. Eén deel van de werkloosheid wordt namelijk veroorzaakt doordat arbeid te duur is en onze wijze van prijsbepaling opgehangen is aan bedrijfstakken, die goed lopen. Algehele matiging komt dus de werkgelegenheid ten goede omdat de loonkosten gedrukt worden.
sociologische en psychologische aard bracht hij nog ter sprake. Zo onderkende hij de mogelijkheid, dat er mensen zullen zijn, die zich teweer zullen stellen tegen eventuele realisering van de suggesties. Met de mond zullen zij zich er misschien wel achter stellen maar hun gedrag zal daarmee niet in overeenstemming zijn. Ze nemen wellicht een baantje erbij wat dan voor de werkgelegenheid weer een ongunstig effect geeft. De omvang van zulke reakties hangt volgens de hoogleraar
Tenslotte zal men ook willen weten hoe snel zo'n operatie in z'n werk zal gaan: in één jaar of in vijf of alleen voor de nieuwkomers. Een operatie van 1 op 3,4 naar 1 op 3 en daarna nog eens naar 1 op 2i? Wie neemt er beslissingen? De UR of het georganiseerd overleg. En wie beslist er over de besteding van het vrijkomende geld. Allemaal dingen die erg belangrijk zijn om de mensen te motiveren tot meedoen. Motieven om mee te doen kunnen trouwens zeer uiteen lopen. Er zijn mensen die het werkgelegenheidseffect voorop plaatsen. Anderen die ook zonder dat effect vóór nivellering zijn omwille van die nivellering zelf. Weer anderen kunnen redenelen uit eigenbelang omdat hun lage lonen ongemoeid blijven en daarmee relatief stijgen. Of omdat ze daardoor aan een baantje kunnen komen. Vormen van eigenbelang die overigens heel niet als negatief hoeven te worden bestempeld. Minder aan-
Bevoorrecht In dit verband vroeg Vermaat zich ook af of ambtenaren als categorie niet in een bevoorrechte positie verkeren. Hij dacht daarbij aan het trendsysteem, de speciale kindertoeslagregeling voor ambtenaren en de welvaartsvaste pensioenvoorziening. Tot zijn verbazing was hem trouwens uit de enquête van Marianne Frantzen gebleken, dat de werknemers van de VU niet zo veel belang hechten aan dat uitstekende ABP-pensioen. Misschien dat daarop gekort kan worden om geld vrij te maken voor arbeidsplaatsen was daarom z'n suggestie. Maar hij voegde eraan toe, dat onder de respondenten van de enquête nogal veel jongeren zaten en de waardering van het pensioen is nu één keer recht evenredig met het aantal jaren dat je nog voor je hebt. Een effect, dat je ook niet moet vergeten is dat van de veranderingen m het bestedingspatroon die je kunt verwachten bij salarisvermindering. Hierover is weinig uit onderzoek bekend maar globaal meende Vermaat er w^el dit van te kunnen zeggen, dat de neiging tot vrijwillige besparing er door zal afnemen waar een zekere stijging van directe besteding tegenover staat. In een situatie van overcapaciteit is dat gunstig maar op langere termijn toch weer niet omdat ons land struktureel een te lage spaarquote kent. Dit effect schatte hij daarom in op een nul-effect: noch gunstig, noch ongunstig. Op het eerste gezicht negatief lijkt het effect voor de belasting- en premieheffing door de overheid. Hoe lager het inkomen hoe lager immers de belastingen en premies. Dat negatieve effect verdwijnt echter als je bedenkt, dat door het scheppen van extra arbeidsplaatsen de uitgaven voor de sociale verzekeringen en de rijksschatkist lager worden. Een punt waar je dan ook weer aan moet denken is dat van de vrijwillige afdracht via giften aan bv. liefdadige instellingen. Die zouden wel eens te lijden kunnen krijgen onder salarisvermindering. Uiteindelijk taxeerde Vermaat echter dit effect toch als positief zij het met een licht negatieve zijde.
Besluitvorming Dat waren dan de economische effecten, die Vermaat signaleerde. Ook enkele niet minder belangrijke effecten van meer
Prof. A. J. Verraaat niet alleen af van de houding van deze mensen maar ook van de methode van besluitvorming. Het maakt beslist verschil of je als werknemer wordt geconfronteerd met de uitkomsten uit het georganiseerde overleg van werkgevers en werknemers of dat je als kleine groep (als vakgroep bijvoorbeeld) tot konklusies komt. Dit soort besluiten moet je niet in grote groepen nemen want dan ontstaat de neiging zulke zaken weer af te schuiven of te ontsporen naar dubbelzinnig gedrag (wel ervóór maar als kompensatie nevenfunkties op je nemen) ^ Het' is ook erg belangrijk om na te gaan of men het op de VU werkelijk wil. Betrouwbare informatie hier over is een vereiste. Als je de mensen laat antwoorden op louter theoretische vragen zonder dat ze het gevoel hebben dat salarisverm.indering ook echt voor de deur staat zullen ze zich beter voordoen dan ze zijn. Verder kunnen ook externe factoren een rol spelen bij de overwegingen van mensen om vóór of tegen te zijn: gezinsomstandigheden maar in de makro-sfeer vooral de vraag welk regeringsbeleid er de komende tijd is te verwachten. Voor de mensen is daarbij zeker belangrijk of er een regeringVan Agt komt of een regeringDen Uyl. In het laatste geval weten ze, dat ze dan straks nog eens een aanzienlijke veer moeten laten, aanzienlijker in elk geval dan bij een voortzetting van de regering-Van Agt.
Waarheen? Tenslotte zal men zekerheid willen hebben over de vraag of het vrij komende geld ook werkelijk besteed zal worden voor het doel waarvoor het wordt vrijgemaakt: meer werkgelegenheid op de VU. Het risico bestaat immers, dat minister Pais de konklusie zal trekken, dat de VU wel met minder toe kan. Dat leidt dan tot reallokatie naar andere universiteiten wat natuurlijk niet de bedoeling kan zijn.
trekkelijk is het jaloezie-motief. Mensen zijn immersi geneigd hun inkomen te beoordelen aan de hand van inkomens in hun omgeving. Tenslotte is er ook nog het motief, dat men het gevoel heeft als werknemer met ambtenarenstatus in feite bevoorrecht te zijn boven mensen i n . het bedrijfsleven met een vaak onzekere rechtspositie. In dc' diskussie over deze materie zullen al deze motieven een rol spelen en daarom is het zinvol je ervan bewust te zijn. Het is overigens gezien de niet bijstor grote belangstelling voor de lezingen, nog rnaar de vraag of die diskussie flink van de grond zal komen.
Advertentie
met onze studentenpas komt u over de minimum loongrens De Vakaturebank
UITZENDBURO |Van Baerlestraat 45 - Amsterdam | Tel 020 - 765246 Vijzelstraat 55 - Amsterdam Tel 020 - 229214
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's