Ad Valvas 1979-1980 - pagina 201
AD VALVAS — 14 DECEMBER 1979
Over rituele ernst, folklore, het gewicht van Olivier B. Bom mei en de strijd met de goede zeden
Stellingen bij een proefschrift: waarom eigenlijk nog? stellingen bij een proefschrift. Waarom eigenlijk nog? Lou ter omdat het nog steeds een wettelijke verplichting voor een promovendus is om tenminste zes nietj op het onderwerp van zijn werkstuk betrokken stellingen aan zijn proeve van wetenschappelijk kunnen toe te yoegen? Velen hebben in de loop der jaren gekonkludeerd dat het beter zou zijn als ze werden afgeschaft. De zeventiende en achttiende eeuw, waarin wetenschappers nog uitsluitend op een puike ver dediging van stellingen konden promoveren en stellingen de zaak vormden waar het om draaide, zijn reeds lang voor bij. Allang gaat het om de dissertatie. Stellingen zijn van ondergeschikt belang. Ze worden veelal op het allerlaatste moment door de doctores in spe opgeschreven omdat ze nu eenmaal mede het toegangskaartje tot de promotie zijn. Stellingen hebben „geen wezenlijke betekenis", schreef dr. ir. F. A. Heyn uit Delft in 1971 in NRCHandelsblad. „Het nut van stellingen bestaat vooral daarin dat de commissie leden, die het specialisme van de promovendus niet beheer sen, een keuze kunnen maken om over te discussiëren. De promovendus die gauw iets heeft gdleerd buiten zijn vakge bied kan geen beeld geven van zijn algemeenacademische vorming, zijn verdediging is een show."
Even terzijde. De hooggeleerde Heyn wilde zelfs verdergaan en het hele instituut proefschrift afschaffen. „Iedereen weet dat men niet meer op zijn eentje wetenschappelijk onderzoek kan doen. Men werkt samen in g r o e p e n . . . Bij het promoveren gaat men nog uit van de oude toestand, de onderzoeker die a l leen werkend grote dingen presteert. . . . Als middel om wetenschappeüjk werk te pu bhceren is het proefschrift on geschikt, verouderd." Toenmalig rectormagnificus van de VU, prof. mr. W. F. de Gaay Fortman, vond in 1963 dat stellingen „niet een weten schappelijke, doch een folklo ristische functie vervullen". En uit ervaring sprekend: „A ls promovendus en als promotor weet ik maar al te goed, dat het maken van stellingen een nodeloze last voor de promo vendus én voor zijn vrienden en verwanten betekent, zonder dat daar wetenschappelijk nut van enige betekenis tegenover staat." De vroegere prorector prof. mr. J. Valkhoff van de Universiteit van A msterdam in 1965: „Het is algemeen bekend dat de doel matigheid van het instituut stellingen bij academische proefschriften door velen wordt betwijfeld. Ook ik k a n niet in zien wat stellingen voor de w e tenschapsbeoefening thans nog te bieden hebben. De eisen die bij een dissertatie gesteld w o r den zijn reeds zwaar genoeg. Het is dan ook alleen het proefschrift dat voor het doc toraat in overweging wordt ge nomen. De stellingen leggen geen gewicht in de schaal." Dr. D. A . de Graaf u i t Goes schreef in 1971 in NRCHan delsblad dat het bij een promo tie eigenlijk maar om één en kele stelling zou moeten gaan. De probleenistelling waarop het proefschrift is gebaseerd. De bij de disserttatie aanpalende stel lingen leveren toch slechts een „onvruchtbare verdediging" op. Lang geleden diende de verde diging van stellingen om aan te tonen dat men als universeel geleerde kon worden aange merkt. Nu bungelen de stellin gen als een bosje ongeregeld aan het proefschrift van de Wetenschappelijke specialist. Serieuze stellingen, speelse stellingen, humoristische stel lingen, maatschappijkritische of juistbevestigende stellingen, zmnige en onzinnige stellingen, let komt allemaal voor.
Minimaal zes iet A cademisch Statuut stelt ilechts als voorwaarde dat het , r minimaal zes moeten zijn en tet ze niets mogen bevatten in trijd met de openbare orde n de goede zeden (contra eum aut bonos mores). Op de
Jan van der Veen v u is de regeling verfijnd: stellingen mogen ook niet strij dig zijn met de doelstelling der universiteit. StelUngen moeten net als dis sertaties zijn goedgekeurd voor het rituele spel van de promo tieplechtigheid k a n plaatsvin den. Promotor en copromotor treden, zo zegt het promotie
Promovendus
Theo Klebach zag
reglement van dfr VU, in eerste instantie op als keurmeesters van de stellingen. In laatste in stantie bekijkt het college van dekanen of de stellingen door de beugel kunnen. Vindt het college van niet, dan tracht het na overleg met de fakultaire promotiecommissie (bestaande uit in elk geval de hoogleraren en lectoren van de betreffende fakulteit) tot overeenstemming te komen met promotor en promovendus. De fakultaire promotiecommis sies kunnen nadere regels vast stellen met goedkeuring van de
fakulteitsraad en het college van dekanen. Mogelijkheden voor screening genoeg dus. In welke mate er gescreend wordt, hangt af van het belang dat men aan stel lingen hecht.
christendemocratische dan een socialistische politicus naar het buitenland ziet vertrekken." Klebach: „Die stelling was de weergave van een konstatering die ik had gedaan. Hij is een beetje kritisch en een beetje humoristisch. Bovendien niet zo geformuleerd dat je er kei Geduvel: een voorbeeld hard om moet lachen, anders zou je die stelling tekort doen. Ai en toe is er geduvel over Achtergrond ervan was dat je stellingen. Zo bijvoorbeeld eni ge tijd geleden op de subfakul politici en zelfs ook politicolo genkommentatoren — afge teit scheikunde. De organisch chemicus Theo Klebach raakte studeerde academici nota bene bitter gestemd over de afkeu — na elke verkiezingsuitslag de rende geluiden die in de pro meest waanzinnige redenerin gen hoort debiteren. Men pres motiecommissie over de helft teert het zelfs al heeft een par van de zes door hem ingele verde stellingen van diverse tij vijf zetels verloren, toch nog kanten opklonken. Ook zijn te verklaren dat de partij in promotor prof. F. Bickelhaupt feite nog gewonnen heeft, om dat de prognoses waren datie — voorstander van het af schaffen van stellingen: „Het er tien zou verliezen. In die is uit de tijd" — was niet te geest zou je dus ook een kon spreken over de stampei die klusie als in mijn stelling k u n nen trekken. Iemand kan dus over Theo's stellingen werd ge maakt. Hij had ze goedgekeurd. voor de televisie verklaren: Wat was er aan de hand? De mensen, het is duidelijk dat de drie gekraakte stellingen zou socialisten gewonnen hebben omdat het volk blijkens de Eu den een schertskarakter heb ropese uitslag liever christen ben en daarom niet afgedrukt democraten dan socialistische mogen worden. Het ging spe naar Straatsburg ciaal over stelling nummer zes. politici stuurt." Die zou met name tegen de goe de zeden ingaan. Lector anor ganische chemie dr. S. Balt was Diskwalifikatie van " die overtuiging toegedaan. De stellingen vier en vijf konden CDApolitici Hoe motiveerde dr. Balt zijn bezwaren tegen met name stel ling nr. 6? Desgevraagd zegt hij: „Om te beginnen vind ik het allemaal een storm in een glas water. Maar over die stel ling. A ls je die onbevooroor deeld leest krijg j e niet de in druk dat Klebach zich ermee tegen politici en kommentato ren verzet. Op een niet erg dui delijke en kinderachtige m a nier k u n je er in zekere zin een diskwalificatie van CDA poHtici in lezen. De k e r n was voor mij dan ook dat hij, als hij dat wilde zeggen van CDA politici, dat duidelijk had moe ten zeggen en niet via een der gelijke flauwe grap. Goede ze den betekent dat je zorgvuldig met mekaar moet omgaan en geen ergernis moet veroorzaken of schade berokkenen." En over de ook door hem afge keurde stellingen vier en vijf zegt hij: „Het aantal voorge schreven stellingen bij een proefschrift is minimaal zes. Daar horen volgens mij geen schertsstellingen bij te zijn. Wat je buiten die zes er aan toe voegt mag dat schertskarakter wel hebben. Een stelling is iets waarmee je iets poneert en waarop je kunt worden aange vallen. Kijk, de promotieplech tigheid zelf is maar spel, maar ik vind dat je dat spel serieus moet nemen. Het is zo langza merhand gewoonte geworden om grapjes onder de stellingen op te nemen. In mei hebben we aan de subfakulteit de oude traditie in ere hersteld dat stellingen vooraf worden toege stuurd aan alle leden van de promotiecommissie die er kom mentaar op kunnen geven en ze keuren. A anleiding daartoe er de aardigheid niet meer van in. was dat er bij een eerdere pro motie problemen waren gere zen. Sinds kort is er echter er volgens hem ook niet bij door, zo schreef hij prof. Bickel weer een nieuwe regeling. B e sloten is nu dat de kleine com haupt in een kort briefje. Stelling zes, op de fabricage missie van drie "uit de promo waarvan Theo Klebach nu juist tiecommissie die het proef zo zijn best had gedaan en die schrift beoordeelt in het ver volg ook de stellingen vooraf hij er beslist bij had willen ge had — hij voelde zich tenslotte gaat beoordelen." genoodzaakt die evenals de an dere twee te schrappen omdat Waanzinnig laat hij bang was zijn promotie te zien uitgesteld —, die stelling Prof. dr. R. Planta, ten tijde luidde: .,Naar aanleiding van van de promotie (boorberei de verkiezingsuitslag voor het dingg) van Klebach (eind sep Europese parlement zou men .tember) voorzitter van de kunnen concluderen dat het promotiecommissie: „De stel Nederlandse volk liever een Imgen van Klebach kwamen
waanzinnig laat binnen. Op het moment dat de man op het punt stond naar de drukker te gaan." Zegt dat zoiets praktijk is en noemt dat een probleem. Er is dan vaak helemaal geen tijd meer voor diskussie. A ls er bezwaren tegen stellingen zijn kiest een promovendus vaak — „door eigen schuld" — de g e makkelijkste weg en komt met nieuwe stellingen op de p r o p pen, wat Klebach deed. „Als voorzitter van de promo tiecommissie moest ik het pro bleem oplossen dat tachtig procent van alle commissiele den die er op dat moment w a ren bezwaren indienden. Drie schriftelijk en twee mondeling. Een hoge score op de zeven aanwezige leden. A lle bezwa ren waren gericht tegen de zelfde drie stellingen." Dat was teveel. Dat kon zo n i e t . . . Prof. Planta: „Er is geen sprake geweest van een boycot." Kle bach zou namelijk, zo had hij zelf gepland, direkt na zijn pro motie naar A merika vertrek ken en had dus geen tijd te ver liezen. Nee, de zaak zat anders en prof. Planta zegt er dit over: ,,Er is een aantal klachten in het college van dekanen en tijdens promoties uitgesproken over het Olivier B. Bommel achtige karakter van een aan tal stellingen, met name bin nen de subfakulteit scheikunde. (Olivier B. Bommel zou, ge tuige zijn uitlatingen, eerder als homoseksueel dan als hetero seksueel moeten wprden b e schouwd, luidde een stelling, vdV.) Stellingen die specifiek een persoon met naam en toe naam voor aap zetten door te verwijzen naar een of ander krankzinnig artikel van de b e trokkene in een voor ieder toe gankeUjk tijdschrift, bijvoor beeld het Chemisch Weekblad. Dat hebben w e vervelend ge vonden en toen is besloten het oude gebruik weer op te nemen en de stellingen vóór re pro motie te tonen aan alle leden van de promotiecommissie." Dat was de tot leven gebrachte regeling die gold toen Theo Klebach opging voor zijn pro motie. „De promotie van Kle bach is de eerste die nadien een probleem schiep." Dat de rege ling in oktober werd veranderd en nu drie leden van de p r o moticommissie bij delegatie stellingen beoordelen was een geste voor promovendi. „Wij willen ook niet meewerken aan een verlenging van de promo tiefase, dus de afronding van het proefschrift. Het is immers moeilijk om, als er m.eer leden van de commissie bezwaren hebben tegen stellingen, op korte termijn een hele g e sprekskring te vinden om er over te praten."
Zure gezichten en grenzen Theo Klebach: „Een van de andere twee als schertsstellin gen betitelde stellingen ging over chemie in het middelbaar onderwijs. Ongeveer als volgt: ,,Het laten bepalen van de pH door middelbare scholieren die geen wiskunde in hun vakken pakket hebben, leidt alleen maar tot zure gezichten." Dat „pH" is de zuurtegraad van bijvoorbeeld water. Ik kreeg die stelling van een leraar die dat merkte. Zoiets is een gevolg van de Mammoetwet en in die stelling gaf ik dat nadeel ervan op dit punt aan. Toegegeven, het is schertsenderwijs op pa pier gezet, maar waarom k a n dat niet op die manier?" Er zijn natuurlijk wel gren zen en niet elke stelling is aan vaardbaar. Maar bij de beoor deling ervan is het gevaar wel groot dat de een ze nauwer trekt dan de ander. Dus moet je bij eventuele afwijzingen wel zeer zorgvuldig zijn. Ik vind in het algemeen dat promovendi, nu ze toch stellingen moeten maken, die maar in het open baar moeten verdedigen. Dan merk je tenminste waar ze met hun opvattingen staan. A ls ze er niet in slagen, gaan ze maar de mist in en gaat de promo
Vervolg op pagina 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's