Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 176

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 176

10 minuten leestijd

„Wat zullen de Nederlandse arbeiders doen, die oorlogsschepen bouwen voor Indonesië, als we vragen om een wapenembargo tegen dit land?" Dit was één van de vragen, die Abilio Aréujo, vertegenwoordiger van de bevrijdingsbeweging van Oost Timor, het Fretilin, aan de orde stelde op het kongres „Internationalisering van de klassenstrijd", dat vorige week op de VU gehouden werd. Sprekers van drie bevrijdingsbewegingen, het Fretilin, het Polisario uit WestSahara en de New Peoples Army van de Philippijnen, marxistische theoretici en vele belangstellenden uit de universitaire- en actiewereld hielden inleidingen en diskussieerden over de problemen en perspektieven van de bevrijdingsstrijd in de Derde Wereld. Alles bij elkaar kwamen zoveel problemen en ideeën aan de orde dat het onmogelijk is een volledig verslag te doen. Onze medewerkers Wim Crezee en Dick de Hoog konden niet meer dan een aantal aspekten en indrukken weergeven van dit overigens zeker geslaagde en boeiende kongres.

„We zien dat het imperialisme zijn eigen tegenstellingen overbrengt naar de derde wereld, waardoor vroegere kolonies nu onderdrukkers worden. Indonesië onderdrukt nu de bevolking van Oost-Timor. Het imperialisme slaagt erin een nieuw type van overheersing te kreëren. We moeten ons dan ook afvragen of er een tegenkracht tegen dit wereldwijd imperialisme te ontwikkelen is. Onze strijd voor nationele onafhankelijkheid is een ondersteuning van alle mensen, die vechten tegen onderdrukking en uitbuiting door de macht van multinationale ondernemingen. Daarom is de arbeidersklasse in het westen onze natuurlijke bondgenoot. Maar wat zal het antwoord zijn als de arabische landen de olietoevoer naar Amerika stopzetten in hun strijd tegen economische, politieke en ideologische onderdrukking? Zullen we dan tegen elkaar vechten, zoals nu de soldaten van Marokko vechten tegen het volk van West-Sahara? Ik hoop van niet, maar dan zal er wel iets moeten veranderen!" Met deze woorden geeft Araujo het belang aan, om de voorwaarden van de bevrijdingsstrijd in de derde wereld, de rol van het westen en de theorieën over het imperialisme te heroverdenken. En dan zitten we middenin de problematiek van dit kongres. Welke bijdrage kan een zich vernieuwende marxistische theorie leveren aan de bevrijdingsstrijd?

Eenheidsdroom is voorbij Vrijdagavond vond een forumdiskussie plaats tussen theoretici en vertegenwoordigers van de bevrijdingsbewegingen. Balibar, een Franse marxist, stelde dat de situatie de afgelopen jaren in de wereld drastisch veranderd is. De droom is voorbij dat de arbeidersklasse in het Westen, de bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld en de socialistische landen een hechte tegenkracht tegen het imperialisme vormen. Dit betekent, volgens hem, dat, niet in de laatste plaats theoretisch, de bevrijdingsstrijd in de Derde Wereld in nieuwe termen moet worden begrepen. Zo moet nagegaan worden welke vormen van klassenstrijd in alle drie de werelden bestaan en in hoeverre de doelen overeen komen. Er kunnen belangentegenstellingen bestaan tussen de arbeidersklasse in het Westen en andere delen van de wereld. Grote delen van de arbeiders-

Konklusie kongres Intematioi ^ v

Kontakten universiteiten en hhII beweging zullen bijvoorbeeld in hun strijd tegen de werkloosheid niet de eis ondersteunen van het sluiten van wapenfabrieken. Een andere vraag is op welke wijze het imperialisme werkelijk wereldwijd is. Er wordt wel gepraat over drie werelden, maar het zijn geen drie op zichzelf staande delen. Ze zijn op elkaar betrokken en afhankelijk van elkaar, waarbij het imperialisme de overheersende struktuur is, waaraan ook de socialistische landen zich niet kunnen onttrekken. De drie delen zijn niet gelijkwaardig. Het kapitalisme, als oorsprong van het imperialisme, is nog steeds het machtscentrum van de wereld.

Iran Op hetzelfde forum ontstond een diskussie over de situatie in Iran. Volgens Laclau, een van oorsprong Argentijns wetenschapper, is in principe elke nationale volksstrijd, die gevoerd wordt in een door buitenlandse machten overheerst land, antiimperialistisch. Door de natio-

Socialistische

landen

Op het kongres werd ruim aandacht geschonken aan de ontwikkelingen binnen de socialistische wereld. Niet ia. de laatste plaats vanwege een teleurstelling over de recente-konflikten en machtspolitieke manoevres tussen de jonge socialistische landen Vietnam, China en Cambodja. Marxistische analyses moeten echter verder gaan dan teleurstelling alleen, of het simpel partij kiezen voor één van deze landen. In één van de vele workshops tijdens de middaguren hield Kees van der Pijl, wetenschappelijk medewerker aan de subfakulteit politikologie van de Universiteit van Amsterdam, een inleiding over' een aanteil ontwikkelingen in de verhoudingen en tegenstellingen tussen socialistische landen. Door die tegenstellingen, die in een aantal gevallen zelfs tot oorlogen hebben geleid, is het perspektief van bevrijdingsbewegingen komplexer geworden. Het bestuderen van de geschiedenis van de politiek van de

Machtsstrukturen en elites hier verantwGordelijic voor situatie in Derde Wereld nale bCArrijding wordt gebroken met de direkte politieke onderschikking aan westerse belangen. Het probleem is volgens Laclau dat anti-imperialistische strijd niet vanzelf hand in hand gaat met een socialistische strijd. Vaak wordt voor de ontwikkeling van een nationale ideologie teruggegrepen op oude religieuze populistische ideeën, zoals blijkt in Iran. Deze ideologieën halen wel de nationale onafhankelijkheid naar voren, maar kunnen na de machtsovername omslaan in een legitimering van een uiterst reactionair regiem. Daarom is de rol van de ideologie in de analyses de laatste tijd meer naar voren gehaald, volgens Laclau, omdat de ideologie de vorm bepaalt, waarin de bevrijdingsstrijd gevoerd wordt. Balibar is van mening, dat we niet in de situatie verkeren om het Iraanse volk de les te lezen. „We moeten niet onderschatten hoe groot de invloed van de westerse media is. Het gevaar is dan levensgroot dat we samen met president Carter ten strijde trekken om de olie en de dollars veilig te stellen, en daar waarschuwde nu juist het Fretilin voor," volgens Balibar. Anderson, hoofdredacteur van het Engelse tijdschrift New Left Review, benadrukte dat het onjuist is een algemeen oordeel uit te spreken over de situatie in Iran. Gebeurtenissen moeten in hun historische omstandigheden begrepen worden. Anderson stelt, dat de omverwerping van het bewind van de sjah een uiterst belangrijke verandering binnen de internationale verhoudingen betekent, die niet gemakkelijk ongedaan gemaakt zal worden. Maar op dit moment kunnen we, volgens hem, niet anders stellen dan dat het regiem van Khomeini uiterst ondemokratisch en konservatief is, maar wel op een andere wijze dan het oude bewind van de sjah, omdat Iran nu een andere plaats inneemt binnen de imperialistische keten.

Sovj et-Unie is, volgens Van der Pijl, van belang om daarin iets te zien van van de „oervorm" van het soort betrekkingen wat een socialistisch land met andere staten onderhoudt. De Sovj et-Unie masikte tot de jaren '50 een periode door vein tijdelijke afsluiting van de wereldmarkt. Door kollektivisatie van de landbouw en een (geforceerde) industrialisatie werd getracht om binnenlands betere voorwaarden te scheppen om

Overzicht

weer aan die kapitalistische wereldmarkt deel te nemen. Deze periode van afsluiting ging gepaard met een sterk nationalisme en een ideologisch radikalisme, waarbij het marxisme als kritische wetenschap omsloeg in een allesbeheersende levensleer. In de vijftiger jaren wordt, onder invloed van verbeterde ekonomische omstandigheden, deze radikalisering weer teruggedraaid. In jonge socialistische landen, met een relatief onderontwikkelde agrarische ekonomie, zien we een dergelijk proces. Ook die staten moeten zo'n fase van afsluiting doormaken, en een ökonomisch ontwikkelingspeil proberen te realiseren, die hen in staat stelt deel te hebben aan de kapitalistische wereldmarkt op een manier die niet alleen neer komt op een permanent inleveren van grondstoffen zonder er iets voor terug te krijgen. Aangezien die landen op een verschillend moment een staatsmacht van socialistische signatuur krijgen, zullen ze ook op ongelijke tijdstippen de fase van versterkte ekonomische opbouw en dus van verhevigd nationalisme en radikalisme doormaken. Door dit proces van ongelijktijdige ontwikkelingen ontstaat er een skala van tegenstellingen en konflikten binnen de groep socialistische landen, die nu juist verenigd moeten zijn in de strijd tegen het imperialisme. Toen er in de Sovj et-Unie al sprake was van een verregaande „normalisering", was men in China nog van mening dat het rode boekje niet alleen een aantal stimulansen voor de socialistische opbouw bevatte, maar dat daar ook het geheim in stond voor het oprichten van bijvoorbeeld olieboortorens. Men was in China nog in de fase van het idee dat het marxisroe-leninisme de allesbeheersende ideologie was, aldus Kees van der Pijl.

van het kongres in de aula.

Vrouwenstrijd De inleidsters VEtn de workshop „Vrouwenstrijd en Imperialisme" hebben enige kritiek op de organisatie van het kongres. In hun inleidende paper staat: „uit de kongresbundel blijkt, dat de organisatoren vrouwen in de Derde Wereld gewoon niet zien". We vroegen Annemieke Hoogenboom, een van de schrijfsters van dit paper om een toelichting. „Wat we de organisatoren verwijten," zegt ze, „is dat je er niet aan voorbij kunt gaan dat een aantal bevrijdingsbewegingen zelf heel expliciet de vrouwenbevrijding in hun ideologie en praktische politiek opnemen. En dan is het een raar soort blindheid om daar verder geen konsekwenties aan t e verbinden. Bijvoorbeeld het Sandinistisch bevrijdingsfront bestond voor meer dan de helft uit vrouwen. En momenteel zie je binnen actiegroepen in Nederland vrouwengroepen ontstaan, die zoeken naar wegen om vorm te geven aan de internationalisering van de vrouwenstrijd. Er bestaan wel verschillen in positie van vrouwen hier en in de Derde Wereld. De huishoudelijke arbeid in „onderontwikkelde" landen is veel praktiser en veel meer betrokken op produktie voor het levensonderhoud. En taken, die in het westen door de staat zijn overgenomen, als gezondheidszorg, bejaardenzorg en onderwijs worden nog vaak door vrouwen in de famüie verzorgd. J e kan zeggen, dat vrouwen de ruggegraat zijn van de infrastruktuur in de Derde Wereld. J e ziet ook, dat de theorieën op dit kongres nog nauwelijks uitgewerkt zijn naar een analyse van de positie van de vrouw. Er wordt wel nadruk gelegd op de rol van ideologie, maar de overdracht van sexe gebonden rolpatronen komt niet aan de orde. Bijvoorbeeld dat op grote schaal het ideaal van het Amerikaanse gezin opgedrongen wordt aan de Derde Wereld.

reze

Hi

n ve polit

jn 01

een € ;r al ivaai van te m en c onkr igsbe aki bet iighe

itssti sam delljl rde V wore tnmi! ï gez ischa Ami n) en k, die »n v< illingi weeg

tloi

de < ngsbc enscl eerd it Ini We k bin

gres ze len leve jd ir 'g g« äasse ;enia jeën 3rde levei Ige 1 odox

Een ander probleem is, dat de bevrijdingsideologie vaak teruggrijpt op oude kulturele waarden, die door het imperialisme vernietigd zijn. Deze waarden kimnen voor vrouwen zeer onderdrukkend zijn, zoals in Iran, waar vrouwen weer gedwongen worden een sluier te dragen. Daarom denk ik, dat een autonome vrouwenbewe- pnde ging ook in de nationale bevrij- ^ebe dingsstrijd onmisbaar is," aldus pr v« Annemieke Hoogenboom. irzoe :r: ilier dog Taak universiteit nie Op zaterdag, de laatste dag van ;len. bin het kongres, werd in de aula gediskussieerd met de vertegen- 1 de woordigers van de bevrijdings- de pi bewegingen over de mogelijk- len I heden van de w^esterse univer- 'é ce siteiten om hun strijd te ondersteunen. De vertegenwoordiger 1 be( van Polisario, Karim Abdallah, tdt J stelde dat het op zich al van disk groot belang is dat bevrijdings- :riP! bewegingen worden uitgeno- n op digd op een westerse universigep teit om akademici en studenten i dia te kunnen vertellen over hun sitL situatie en problemen met de foor bevrij dingsstr ij d. om Hij voegde daaraan toe dat de fse ^ universiteiten hun bijdrage aan een die strijd kunnen leveren door n aa het onderzoeken van de kon- ier krete situatie waarin de volken Poor van de Derde Wereld leven kap „We hebben wel onze eigen in- liest zichten en strijdkoncepties, ipidat maar we staan open voor bij- tege dragen van kritische westerse iille wetenschappers" zei hij. bek Vanuit de zaal werd benadrukt Ind( dat er, ook in de marxistische me 1

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 176

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's