Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 290

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 290

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 22 FEBRUARI 1980

Brieven Houd uw reakties kort. Over bijdragen langer dan 300 woorden is kontakt met de redaktie nodig. De redaktie kan bijdragen bekorten.

Bidden op de VU, moet dat zo? De universiteitspastor ds. S.A. Boonstra schrijft ons: Met ontsteltenis las ik de oproep van de heer Louis Boer om naar de door hem georganiseerde bidstond te komen. Ik heb daar echt geen ander woord voor. Wat is dit erg! Misschien heeft niet ieder, die dit protest leest de oproep gelezen. Daarom het volgende: Om te illustreren, dat het gebed een persoonlijke aangelegenheid is, wordt door de heer Boer een agent van de geheime dienst van de SowjetUnie opgevoerd, die zich heeft binnengedrongen in een christelijke kring. Hij heeft de christelijke formules goed geleerd en kan zich vlot bewegen in de taal van de gelovigen. Maar één ding zal hem, volgens de heer Boer, niet gelukken: Het persoonlijk bidden in de kring. Dan valt hij door de mand. In het verhaal is verder sprake van een gastheer, die gespannen nagaat hoe de infiltrant het geestelijk spltsroeden lopen volbrengt. Een mooie gastheer! Wat onder vele dictaturen uit mensen getrolücen wordt door felle lampen en andere torturen, dat wordt in christelijke lering tot stand gebracht door een verdachte persoonlijk te laten bidden. De heer Boer voegt aan dit verhaal toe, dat het gebed niet primair bedoeld is om een ander te testen. Maar zijn illustratie-materiaal maakt duideUjk, dat hij deze tekst wel ziet als een secundaire of tertiaire fimctie van het gebed. Nogmaals, ik ben ontsteld over dit verhaal. Ik heb in een pastorale praktijk van 28 jaar veel vreemde dingen meegemaakt, maar iets dergeUjl^ nog niet vaak. Ik kan me dan ook niet voorstellen, dat er enige wervende kracht van deze oproep tot gebed uitgaat. Als deze test een functie van het gebed is, dan deugt ook de primaire functie niet: Het spreken met God. Wanneer in de bijbel gesproken wordt over een test, dan gaat het om vruchten, waaraan een boom gekend wordt;

anders' gezegd, dan gaat het om daden van gerechtigheid en liefde. En dat is heel iets anders. Een tweede zaak, die mij zorgen geeft, is de manier waarop de heer Boer de formuliergebeden van de tafel veegt. Ik heb mij afgevraagd of het Onze Vader daar ook onder valt. Een lapidaire zin als: 'Bidden is persoonlijk tot God spreken en niet formuliersgewijs' doet voor het gebed, dat Jezus zijn discipelen leerde, het ergste vrezen. Heeft de heer Boer ooit de mogelijlcheld overwogen, dat er gebeden bewaard zijn gebleven uit de traditie van de christelijke gemeente, die we heel persoonlijk kunnen meebidden? Als ik in een vesperdienst het avondgebed van Luther hoor bidden, dan lean ik dat als mijn gebed meebidden. Ik beleef het als een uitdrukJdng van een diepe nood in voorname taal, die in veel opzichten mijn gebrabbel onder kritiek stelt. Bovendien behoren christenen zich in een gebed te verenigen en is een biduur niet de gelegenheid om uiteen te spatten in een veelheid van persoonlijke expressies. Er is ook nog zoiets als een binnenkamer, waarheen Jezus zelf ons verwijst. Ik heb een ogenblik geaarzeld om deze reactie te sclirijven. Bidden is een tere zaak en het hart van het christeUjk bestaan. Men is liier al heel gauw te grof. Ik meen echter als universiteitspastor dit niet te kunnen laten gaan. Daarbij is het niet mijn bedoeling de vrijheid van de heer Boer aan te tasten om met een aantal, hopeUjk niet groot, mensen, gelijkgezinden, bijeen te komen. Ernstig bezwaar maak ik echter tegen een voorstelling van het gebed, zoals die in de oproep naar voren komt. We moeten ons goed realiseren, dat velen aan de VU niet meer bidden of nooit gebeden hebben, zy zullen als ze van het evengelie iets verwachten, dat goed en betrouwbaar is, zeker niet gepakt worden door een oproep, waarin het geljed, zij het niet primair, wordt voorgesteld als e 'methode' die werkt om KGB-agenten te ontmaskeren. Onbegrijpelijk! Omdat ik naar het voor velen bekende avondgebed van Luther verwees, laat ik het voor hen, die het niet kennen, hier volgen:

Heer, blijf bij ons, want het is avond en de nacht sal komen. Blijf bij ons en bij Uw ganse kerk aan de avond van de dag aan de avond van het leven aan de avond van de wereld. Blijf bij ons met Uw genade en goedheid met Uw troost en segen met Uw Woord en Sacrament. Blijf bij ons wanneer over ons komt de nacht van beproeving en angst de nacht van twijfel en aanvechting de nacht van de strenge, bittere dood. Blijf bij ons in leven en sterven in tijd en eeuwigheid. Amen.

Ook bij Nederlands herbezinning op filosofie

kanttekeningen gemaakt bij het filosofieprogramma, zoals dat nu in de kandidaatsfase van de studie Nederlands wordt aangeboden. En nu de diskussie over het filosofieonderwijs toch op alle fronten lekker draalt, dachten wij dat het goed zou zijn om ook een steentje bij te dragen, door nog eens goed uit de doeken te doen, wat er in onze ogen mis is met filosofie en hoe we daar binnen de VVN zoal op gekomen zijn.

Anton van Aerten Toon Boot van de Vereniging van Neerlandici schrijven OTts: Nog vóór de filosofietaakgroep van <de SBVU middels 'een boekje open _' van zich deed spreken en de diskussie (ook in Ad Valvas) over het filosofieonderwijs aan de VU aanzwengelde, hadden de leden van de Vereniging Van Neerlandici die aktief zijn in de Studieinhoud- en onderwijsgroep, al hun

De twee al eerder genoemde werkgroepen hadden enkele maanden geleden besloten hun krachten te bundelen om, met het oog op de toekomstige herprogranmiering (è. la 1975), het nieuwe studieprogramma te formuleren. Daartoe ging men alle studieonderdelen (dus ook filosofie) inschatten en waar nodig aanpassen. Er werd gewerkt vanuit een visie waarbij met name 'de nadruk op het

ontwikkelen van vaardigheden om opvattingen en inzichten op het vakgebied krities te toetsen op hun waarde' werd gelegd. Dit ten einde te komen tot een programma, waarin de eindtermen van de studie Nederlands beter te realiseren zijn, dan in het huidige, waartegen vooral het anoniem studeren en het konsumptie-karakter als bezwaren worden aangevoerd. Bij de evaluatie van filosofie, konkludeerden de leden van genoemde werkgroepen, dat het huidige programma niet deugt. Men meende dat dit essentiële bijvak door een aantal faktoren, zoals de werkvorm (massale hoorkolleges), gedegradeerd is tot niets anders dan een soort weggeeftentamen, waarvoor het voldoende is om gedurende een dag of anderhalf een syllabus in te kijken om een zes te skoren. En zo wordt het vaak gedaan, mede omdat het kollege niet of nauwelijks dieper inzicht in het eigen vakgebied geeft (zeker de eerste twee jaar). Want wat biedt het filosofieprogramma ons nu? Wel: in het eerste jaar, de geschiedenis van de filosofie; in het tweede jaar, wetenschapsleer, en tot slot in het derdejaar, taalfilosofie. Dit programma wordt afgedraaid tijdens massale hoorkolleges, die gezien het bezoekersaantal weinig interessant, gezien de tentamenresultaten weinig noodzakelijk zijn. Het grootste bezwaar bij dit alles geldt de weinig oppositionele presentatie van de wetenschaps- en vakfilosofie. Op de kolleges wordt zelden ingegaan op l)enaderingen van de wetenschap, die niet te vangen zijn onder de doelstelling van de Vrije Universiteit. Na overdenkingen en na wikken en wegen kwam men vervolgens tot de volgende richtlijnen voor een Ijeter filosofieprogramma: In het eerste jaar een inleidind kollege dat de stof van het huidige eerste- en tweede j£iar omvat (d.wjz. de geschiedenis van de filosofie en wetenschapsleer); de wetenschapsleer zal meer oppositioneel gepresenteerd moeten worden, m.a.w. de diverse stromingen moeten meer tegenover elkaar gesteld worden; in het tweede en derde jaar moet dieper worden ingegaan op taalfilosofische problemen en letterkundemetodologie. Een dergelijke aanpak zou de omstreden en nlet-bevredigende rol van het filosofieonderwijs wegnemen, omdat die past bij het tieeld dat men binnen de W N heeft van studie in het algemeen en van de studie Nederlands in het bijzonder.

Studenten roeren zich aan Gadja Mada Gerrit Jongkind schrijft ons: - 'Afgelopen maand Is het rumoerig geweest aan de Gadja Mada Universiteit in Yogjakarta. Met deze universiteit heeft de Vrije Universiteit (natuurkunde, fysische geografie, sociale geneeskunde en niet-westerse sociologie) een zesjarig samenwerkings kontrakt gesloten in 1978. Studenten ageerden tegen de door de regering afgekondigde "normaliseringsmaatregelen" (NKK), die een feitelijk verbod op politieke aktivitelten op de universiteiten inhouden, de handhaving van de Akademische Statuten op de UGM en de censuur door de rektor prof.dr.R. Sukadji Ingesteld. Nog steeds geldt voor Gelora Mahaslswa, de studentenkrant aan de UGM, een verschijningsverbod. Deze breidel werd het blad op 21 sept. j.l. opgelegd en gemotiveerd met het argument dat feiten en

Middagpauze Elke donderdagmiddag van 1313.30 uur in de kericzaal op de 16e etage van het hoofdgebouw. Voorganger op 28 februari is ds. Syb. de Lange.

Recente foto van het Regimen Mahasiswa op de campus van de Gadja Madauniversiteit. Dit is een regiment aan deze universiteit van studenten, die sich als verkUkkers hebben laten inhuren door de Staatsveiligheidsdienst van admiraal Soedomo. Hun voornaamste taak: informatie versameien over sttidenten-activiteiten. interpretaties niet duidelijk gescheiden werden in het blad. De UGM is momenteel de enige universiteit waar de studentenkrant niet mag verschijnen in Indonesië. Nadat twee rektoren van het Insti-

tuut Technologie Bandung (ITB) afgelopen jaar wegens hun te tolerante houding tegenover het studentenprotest hun congé kregen aangezegd, is Sukadji wat meer tegemoet gekomen aan eisen uit het regeringscentrum Djakarta.'

Twee-fasenstruktuur Vervolg vanpag. 1 geven aan de kritiek vanuit de universitaire wereld op zijn voorstellen. Alleen in de manier waarop straks financiële middelen aan de imivei^iteiten worden toebedeeld, is een duidelijke en voor alle universiteiten geldende concessie gedaan. Stond in het Voorontwerp nog dat in de Ri]ksl>egroting in afzonderlijke artikelen zou worden vastgelegd hoeveel geld er beschikbaar is voor het onderwijs in de eerste fase, de tweede fase, voor het onderzoek en voor investeringen, in het wetsontwerp is die 'gescheiden financiering' verlaten. Om 'nodeloos centralisme te voorkomen en maximaal recht te doen aan de autonomie die de instellingen toekomt', wordt nu gewerkt met een 'onderscheiden financiering'. De verdeling van de middelen over de onderscheiden universitaire taken wordt nu in het - na afronding van het planningsoverleg op te stellen - Algemeen financieel Schema wordt vastgelegd. De universiteiten zijn overigens wel verplicht zich in hun eigen begroting aan dat schema, dat onderdeel van de Rijksbegroting uitmaakt, te houden. De minister kan daar via zijn goedkeuringsrecht van de universitaire begroting, op toe zien. In ditzelfde licht staat het verschil tussen voorontwerp en wetsontr werp dat niet langer de ministert zelf, maar de verschillende Colleges van Bestuur mogen uitmaken hoeveel studieplaatsen in de tweede fase kunnen worden l>ezet. De minister t)ehoudt echter wel de bevoegdheid richtlijnen te geven omtrent het aantal plaatsen per opleiding per universiteit. Daarbij houdt hij rekening met de maatschappelijke behoefte aan afgestudeerden, met de behoefte aan wetenschappelijk onderzoek, met de belangstelling en met de tieschikbare capaciteit. Bij de bijzondere universiteiten (de Katholieke Universiteit Nijmegen, De VU en de Katholieke Hogeschool Tllbnrg) maakt Pais een uitzondering. Voor hen geldt dat bij de toewijzing en bekostiging van de tweedefase opleidingen rekening wordt gehouden met de eigen aard en het bijzondere karakter van deze instellingen hetgeen in het voorontwerp niet geregeld was. 'Hard en doelmatig werken'. De student die aan de eerste fase begint krijgt, zo bUjkt verder uit het wetsontwerp, twee jaar de tijd om zijn éénjarige propaedeuse te halen. Slaagt hij daarin niet, dan bestaat niet langer de mogeUjkheid om nog 'als student' ingeschreven te blijven. Wel lean men zich in dat geval laten inschrijven 'anders dan als student', hetgeen tietekent dat dan 'op eigen kosten' alsnog een poging lean worden gewaagd het propedeaseexamen te behalen. Lukt dat, dan

resten voor het doctoraalexamen nog maximaal vier inschnjvingsijaren. Immers: de totale maximuminschrijvingsduur zal zes jaar gaan toedragen. Van iedere student verwacht Pais dat hij 'hard en doelmatig' zal werken, terwijl zijn studievoortgang jaarlijks door de faculteit moet worden gecontroleerd. In het wetsontwerp wordt de mogelijkheid geboden een studiepuntenstelsel in te voeren. Heeft een student de eerste fase met succes doorlopen en zou hij in aanmerking komen voor toelating tot de tweede fase, aldus het wetsontwerp, dan kan er niet in alle gevallen op gerekend worden deze te volgen in dezelfde universiteitsstad als waar men de studie aanving. Want niet elke studie zal overal een postdoctoraal vervolg kennen, zodat migratie noodzakelijk kan worden. Toelating tot de twee fase is overigens bepaald niet gegarandeerd: als er meer gegadigden zijn dan beschikbare plaatsen vindt Pais het 'acceptabel' dat niet iedereen kan doorstuderen. (GUPD, Folio Civitatis, ingekort Red.)

Oplage: 12.000 Redaktieraad ('Beleidsraad'): prof. dr. E. Boeker, vrz., dr. J. Davidse, E.A. Drost, B.L. de Jong, J. Knol, dr. G. Rietkerk, Th. van Tilburg. Sekretariaat redaktieraad: mr. H.A. Beek, kamer 2E-72, lioofdgebouw VU; tel. 020-5483633. Redaktie-adres: De Boelelaan 1105 of postbus 7161, 1007 MC Amsterdam; tel. 0205484330, b.g.g. 54869 Redaktlebureel: kamer OD-01, hoofdgebouw VU. Redaktie: Jan van der Veen (hoofdredakteur). Jaap Kamerling, Mathilde van Amstel. Medewerkers: Warner Bruins Slot, Wim Crezee, Dirk de Hoog, Simon Kooistra, Lldwien Marcus, Bart Muysson, Hans Schumacher, Harm Tllstra, Cok de Zwart en (nlet-red.) dienst Pers en Voorlichting. Fotografen: Mark van Dorp (AVC), Eduard de Kam, Peter Wolters (AVC). Tekenaars: Aad Meijer. G.U.P.D.: De redaktie werkt met andere universiteitsbladen samen in de stichting Gemeenschappelijke Universitaire Persdienst. Kopij, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) vóór maandag 10 uur ter redaktie binnen zijn. Voor mededelingenkopij: zie bovenaan rubriek. Advertenties: J.G. Duyker, Oostvierdeparten 50, 8392 XT Boill (Pr.); tel. 05612-541.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 290

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's