Ad Valvas 1979-1980 - pagina 451
5
AD VALVAS — 6 JUNI 1980
D. Th. Kuiper en H. £ S. Woldring presenteerden op symposium fiun boel< 'Reformatorisciie l\/faatscfïappijkritiel('
Een container vol calvinistische denicers 'Souvereiniteit in eigen kring.' Het was de titel van de rede, die Abraham Kuyper op 20 oktober 1880 uitsprak ter inwijding van de Vrije Universiteit. Vanuit een bezorgdheid over het terreinverlies van kerk en christendom in het 19e eeuwse Nederland, streefde hij n a a r een herkerstening van de kuituur. Daartoe moesten zijns inziens christenen zich organiseren in instellingen op de vele terreinen des levens; de pers, de politiek en het onderwijs. Een eeuw later staat de erfenis van Abraham de Geweldige tussen twee vuren. Het j a a r des Heeren 1980. Op de dag dat bekend wordt, dat prof. Goudzwaard afhaakt van de CDA-karavaan, presenteren de sociologen dr. D.Th. Kuiper en dr. H.E.S. Woldring op een symposium hun boek 'Reformatorische Maatschappijkritiek.") In overwegend stemmig grijs waren de m a n n e n broeders in de UR-zaal bijeen geschaard rond de nalatenschap van de vele denkers over kerk en maatschappij uit calvinistische kring. Ondanks het vele scheiden der wegen koesteren allen de gemeenschappelijke bronnen diep in het hart, wat toch weer heilsverwachtingen oproept: 'We moeten hoop bieden over de grenzen van de dood heen,' bracht een spreker devoot n a a r voren. Een verslag. De schrijvers van het boek zitten achteraf wat in hun maag met de titel 'Reformatorische Maatschappijkritiek'. D.Th. Kuiper tegen ons: 'We dreigen er een gevangene van te worden. Het is een containerbegrip: we hebhen niet geprobeerd een volledig uitgewerkt programma van reformatorische maatschappijkritiek te bieden, maar de diverse denkers uit de traditie van de reformatie naar hun eigen intenties weer te geven. Onze konklusie was, dat erg veel van die mensen op de een of andere manier kritiek op de samenleving hadden, zij het met nogal wat inhoudelijke verschillen.' Hoewel de titel van het boek die verwachting kan oproepen, betreft het hier dus geen verhandeling over progressieve protestanten. Zowel op konservatieve als op radikale wijze is vanuit de reformatorische kring protest aangetekend tegen de 'geest van de 19e eeuw', waarbij men zich beroept op bepaalde kernbegrippen uit de reformatorische traditie. De reformatorische maatschappijkntici, zoals verzameld door Kuiper en Woldring, vormen dus een uitermate pluriform en heterogeen gezelschap. Zowat iedereen die zich in protestantse kring over maatschappelijke ontwikkelingen heeft drukgemaakt, is door de twee schrijvers onder de loup genomen. Het register vermeldt ongeveer evenveel namen als het boek bladzijden dik is: zo'n 460. Op het symposium werd dan ook meermalen de vraag opgeworpen of er overeenkomsten tussen diverse maatschappijkritici zijn, die het rechtvaardigt hen bijeen te brengen in één boek. Prof. Klapwijk (filosoof aan de VU): 'Wat ik gemist heb in de aanpak van Kuiper en Woldring is een kwalitatieve analyse op grond waarvan je wilt gaan spreken over reformatorische maatschappijkritiek. Kun je nu achterhalen wat die kritiek inAdvertentie
DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 714754 en 723366 Fil. W. de Zwijgerlaan 101 Telefoon 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens waaronder: FORD-VW-SIMCA-OPEL NIEUWE
MERCEDES VRACHTWAGENS TOT 26 M3 EN 5 TON (groot en klein rijtiewijs) Lage prijzen en studenten 10 procent korting
Wim Crezee en Dirk de Hoog houdt, door te luisteren naar die veelheid van meningen van allerlei christenen, die zich hier en daar in de geschiedenis van de mensheid hebben geuit? Ik denk dat je moet beginnen met te proberen de algemene ontwikkeUngen in onze maatschappij scherp in het vizier te krijgen.'
drukking komen' (blz. 402). Genoemd worden onder andere de begrippen rentmeesterschap, solidariteit en gerechtigheid. Nogmaals Van Putten: 'De schrijvers hebben te kennen gegeven op een kritisch-solidaire wijze in de neo-calvinistische traditie te staan. Ik heb het idee dat deze solidariteit, en dan nog geeneens erg kritisch, hen bij hun werk het meest parten heeft gespeeld. Neo-calvinistisch, in die zin dat men gedacht heeft: "er moet toch zoiets zijn vanuit de reformatie, op grond waarvan je zegt, zo hoort de maatschappij in elkaar te zitten". Er ligt in de reformatie echter minder opgeslagen dan dat je zou denken. Dat geeft misschien weinig zekerheden, maar dat maakt het samenleven ook wel boeiend.'
Ontwenningskuur Kan het reformatorisch denken richtinggevend zijn voor het politieke en sociale handelen? Dr. W. Albeda, minister van sociale zaken en laatste inleider op dit symposium, achtte het zeer wel mogelijk om in het reformatorische gedachtengoed aanzetten te vinden voor een uitweg uit de maatschappelijke krisis van dit moment. Albeda: 'De grenzen aan de ekonomische groei treffen de welvaartsstaat in het hart, omdat allerlei vanzelfsprekendheden worden aangetast; zowel het funktioneren als de doelstelling ervan staan ter diskussie. De ekonomische groei was gelijk een soft-druk en kreeerde een wereld, die iedereen van alles belooft;
Tfieo/ogie niet gesciii/ct voor maatschappijkritie/c' Op dit punt sloot Van Putten aan bij hetgeen VU-theoloog prof. Kuitert in zijn diskussiebijdrage naar voren bracht. De theologie is volgens hem niet geschikt voor maatschappijkritiek, want de theologie heeft niet overal verstand van. Kuitert: 'Ik maak bezwaar tegen die theologen die hun onkunde over maatschappelijke processen verbergen door een beroep te doen op openbaring en geloof. Schijnbaar komt veel uit de theologie, maar alsje dat gaat uitpluizen, dan
de jaren '80 zullen de jaren van de ontwenningskuur zijn. Het denken dat verzameld is door Kuiper en Woldring biedt een aantal aanknopingspunten en laat zien dat we toch met helemaal hulpeloos staan ten opzichte van deze problemen.' Albeda signaleerde in de uitbouw van de verzorgingsstaat na 1960 een innerlijke tegenstrijdigheid: enerzijds meer perfektie, maar anderzijds minder beheersbaarheid. Daarnaast zag hij als 'tragische tegenstelling' in onze tijd het feit, dat
blijkt dat niet waar te zijn.' De bijdrage van de theologie is, volgens hem, historisch gezien er een van legitimering van maatschappelijke en politieke opvattingen geweest. Het Is volgens Kuitert dan de taak van de theologie deze legitimering kritisch te analyseren.
nog nooit zoveel mensen hebben willen meedenken over de maatschappelijke ontwikkeling en de centralistische tendenzen in het bestuur nog nooit zo sterk zijn geweest. 'Als men de term "souvereiniteit m eigen kring" uitlegt als een vraagteken achter centralistische tendenzen, dan blijft dat denken aktueel.' , Zijn politieke ervaringen van de afgelopen twee en een half jaar heeft deze CDA-minister echter wel emg cynisme bijgebracht: 'Respekt voor de verantwoordelijkheid van burgers in zijn georganiseerde verbanden IS één, maar om aan die verbanden over te laten meer bestedingen te genereren dan het nationaal inkomen verschaft, dat is een ander verhaal.' Op het symposium kwam nogal eens als kritiek op het boek naar voren, dat daarin de verschillende denkers naar hun eigen intenties beoordeeld zijn, maar niet gekonfronteerd worden met de politieke uitwerking van hun Ideeën. Er kan immers een spanning bestaan tussen de intenties van een auteur en de al dan niet bedoelde maatschappelijke effekten van geschriften en denkbeelden. Zo heeft in de dertiger jaren binnen reformatorische kringen, maar met alleen daar, nogal wat verwarring bestaan over de ware aard van het opkomend natio-
naal-socialisme. Opvattingen over de korporatistische staat uit fascistische bewegingen sloten voor een deel aan bij denkbeelden uit calvinistische kring.
Restauratie Kuiper en Woldring hebben, hoewel zij beiden bestuurslid zijn van de ARP, beoordelingen van het politieke optreden van christelijke politici buiten het boek willen houden. Dat zou volgens hen een andere probleemstelling zijn geweest en misschien een tweede deel opgeleverd hebben. Wat ze overigens niet van plan zijn te gaan schrijven. Maar kunnen mensen met dit boek in de hand een restauratie van het oude reformatorische bolwerk bepleiten? Woldring, enkele dagen na het symposium tegen ons: 'Ik hoop van niet en ik zou het ook hardgrondig verwensen als dat zou gebeuren. Het zou een ramp zijn als men dit boek zo zou interpreteren dat het bedoelt maatschappijhervormende processen terug te draaien. Dat is niet onze intentie, want als wij aan het eind van het boek de balans opmaken dan laten we bepaalde denkbeelden heel duidelijk liggen, zoals die denkbeelden die teveel uitgaan van bepaalde verstarde gezagsverhoudingen. Daarvan zeggen we dat ze onvruchtbaar zijn gebleken.' Als motto boven het symposium zouden de auteurs willen zetten: het niet exklusief zijn, maar wel expliciet maken van bepaalde christelijke vooronderstellingen. 'Als christen ben ik op kommunikatie gericht, op het stichten van gemeenschapszin, op dialoog', zegt Woldnng. Maar als we hem vragen de lynen uit het boek door te trekken naar de diskussie over christelijke partijvorming en het CDA moet eerst de bandrekorder uit om te onderhandelen hoe deze problematiek in Ad Valvas aan de orde wordt gesteld. Het resultaat is het volgende slotwoord van Woldring:
Drie onder één dak 'Als het nadenken over geloof, wetenschap en politiek alleen zou zijn het ophalen van historische zaken
Je broederlijk bijeen Er waren meer sprekers op het symposium, die vraagtekens zetten achter de opzet van het boek. VUpolitikoloog dr. J. van Putten vond het onbegrijpelijk dat twee sociologen al die protestanten min of meer broederlijk bijeen hadden gebracht in een boek. 'Het is toch beke,nd dat protestantisme en maatschappijkritiek niet hand in hand gaan. Sommige protestanten zijn maatschappijkritisch en vele anderen zijn dat niet.' Daarnaast kritiseerde hij de zijns inziens merkwaardige tweedeling 'gereformeerd-hervormd', die in het boek terug te vinden is, aangezien veel maatschappij kritici van christelijke huize zich eerder hebben laten inspireren door het politieke leven dan door een bepaald kerkelijk milieu. 'Het was waarschijnlijk beter geweest', zo stelde Van Putten, 'de diverse denkers te behandelen vanuit de vraag of zij al dan niet tegen christelijke partijvorming waren.' Juist op dit punt waren volgens hem veel diskussies en konflikten geweest in de protestantse wereld. 'Opvallend is dat twee sociologen, die toch weet moeten hebben van de sociale en politieke processen uit de tijd van de door hen bestudeerde auteurs, daar zo weinig aandacht aan hebben besteed.' Hadden zij dat wel gedaan, aldus Van Putten, dan waren de auteurs waarschijnlijk minder gemakkelijk aan het einde van hun boek tot 'synthetiserende konklusies' gekomen. Met dit laatste verwijst Van Putten naar het slothoofdstuk 'Balans en Evaluatie', waarin de schrijvers trachten ondanks de veelvormigheid van de m het boek behandelde maatschappijkritiek, de kontouren van een gemeenschappelijke reformatorische Identiteit in het sociaalwijsgerige denken te schetsen. Het hoofdstuk mondt uit m 'dynamisch normatieve kernbegrippen', waarin volgens de schrijvers 'de hoofdlijnen van het denken van de voornaamste besproken auteurs tot uit-
De organisatoren van het symposium hadden ook enkele sprekers van buiten de VU uitgenodigd. Eén van hen was de Utrechtse socioloog Thoenes (naar zijn eigen zeggen een 'heidens humanist'). Thoenes' positie was er een van een geïnteresseerde waarnemer, die het reformatorisch denken als een fascinerende aktiviteit aanschouwt en het alleen al uit het oogpunt van monumentenzorg voor de Nederlandse samenleving zou willen behouden. Als buitenstaander ('u doet nogal streng tegen elkaar, maar toch wil ik u feliciteren met het honderdjarig bestaan') keek hij naar 'het verschijnsel'.''Ik ben op zoek naar een toekomst met interessante Subkulturen. Het christendom is daar één van. Wat ik positief vind aan bepaalde christelijke opvattingen is dat ze het bestaande niet heiligt en een maatschappelijk alternatief als mogelijkheid ziet. En wat ikjammer vind is dat het zo verbaal blijft; allemaal woorden . . . ook nu weer zo'n dik boek . . . ' ^
en het doortrekken van lijnen uit het verleden naar de toekomst, dan laat ik het voor gezien. Als* je niet het pathos hebt van veröïitwaardlging over de ontmenseUjfcende verhoudingen, het probleem van de ekonomische groei, de kernbewapening, de multinationals, wanneer je die diepe verontwaardiging niet laat doorklinken 'en In een zeker messiaans licht wilt ontmaskeren, dan blijft het inderdaad een subkulturele kuriositeit zonder waarde. Het CDA kan een kolos gaan worden als men alleen maar de traditie over zich heen laat l^omen en zonder meer de CHU, KVP en ARP als doel op zichzelf in éen organisatie wilt inpakken. Het § ^ t om de vraag wat het CDA legitimeert; wat zijn de elementen die werkelijk aan een kritische en normatieve bezinning op de samenleving bijdragen, en dan zijn restauratieve elementen daarin niet opgenomen. Als het alleen maar gaat om drie onder één dak, dan kunnen 2e wat mij betreft op het dak gaan zitten.'
')DT HES Woldnng en dr D Th Kuiper, ke/ormatorische maatschappijkritiek Ontwikkelingen op het gebied van sociale filoso/ie en sociologie in de kring van het Nederlandse protestantisme van de 19e eeuw tot heden Uitg Kok/Kampen 1980 Prijs ƒ 55.—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's