Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 295

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 295

10 minuten leestijd

7

AD VALVAS — 22 FEBRUARI 1980

KmfmÊÊÊJgngArcbkaedes orgßomeertleaageacYclus

Geschiedenis endesociaie wetenschappen: een gelulddge liefde? Is het werkelijk zo dat de Nederiandse geschiedwetenschap in de bezemwagen zit? Ook voor historici hier te lande is het de laatste j a r e n duidelijk geworden dat het peloton der meer ondernemende geschiedwetenschappers in het buitenland zo langzamerhand a a n de einder dreigt te verdwijnen. Terwijl in Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten het geschiedbedrijf zich reeds in hoge mate georiënteerd heeft a a n de sociale wetenschappen en zich zo van een verhalende tot een analyserende wetenschap ontwikkeld heeft, bestaat er in Nederland nog steeds een aarzeling, zo niet wantrouwen, tegen een dei^elijke aanpak. Anderzijds is bij de sociale wetenschappen vanaf de jaren '50 op internationaal niveau de behoefte gegroeid om menselijk gedrag in een historische dimensie te bestuderen. Over de vraag in hoeverre de sociale wetenschappen en de geschiedwetenschap een heilzame invloed op elkaar k u n n e n uitoefenen, organiseert Archimedes, kiesvereniging a a n de subfaculteit geschiedenis op de V.U., in dit semester een lezingencyclus. Dat deze cyclus zowel voor historici als sociale wetenschappers belangwekkend is, spreekt vanzelf. Zolang als er mensen bestaan, hebben zü zich beziggehouden met de functie van de geschiedenis binnen hun eigen leefgemeenschap: in het gebruik van riten en mjrthen werd het steeds herhalen van de geschiedenis als een primaire levensvoorwaarde bevestigd. Geschiedenis kon (en kan nog steeds) een stichtende of rechtvaardigende werking hebben. In de middeleeuwen wilde men door bestudering van het verleden trachten te bepalen hoever men verwijderd was van de Wederkomst van Christus op aarde en was geschiedenis het verhaal van Gods handelen door middel van de mens. Duidelijke uitgangspunten voor het bestuderen van bronnenmateriaal en het op basis daarvan leggen van wetenschappelijk verantwoorde verbanden bestonden echter niet vóór de 18de eeuw. Dit laatste gebeurde pas echt in de tijd van de Verlichting. Toen ging men, in navolging van de natuurwetenschappen, de kritische bronnenstudie verbinden met een reconstructie van het verloop van gebeurtenissen. Deze geschiedwetenschap (want dat was het nu geworden) werd beoefend in de 18de eeuwse Duitse academies zoals bv. in Göttingen. Volgens het denken van de Verlichting trachtte men hier het menselijk gedrag te begrijpen in zijn ruimtelijke en historische samenhang (vgl. Rousseau): zowel empirisch onderzoek van bronnen als op uitgesproken hypothesen geDaseerde analyses van sociale structuren werden als even zinvolle methoden beschouwd. Doordat het gebrekkige begrippenapparaat echter nog niet op abstracties was afgestemd, slaagde men er niet in om dit chronologisch beschrijven en synchronisch (=vanuit één moment) vergelijken te tot wat men noemde een 'sociale cultuurgeschiedenis'.

Waardevrij Rond 1830 ontstond er in Berlijn een nieuwe historische richting die zich onder de leiding van Leopold von Ranke ging toeleggen op een uiterst kritisch bronnenonderzoek. Men wilde de geschiedenis reconstrueren louter op basis van historische documenten. Deze methode heeft een weerslag op de geschiedschrijving: door de aard der documenten beperkte men zich tot het bestuderen van politieke, militaire en rechtsgeschiedenis vanuit een nationalistische invalshoek. Men was er van overtuigd dat de objectieve zin der geschiedenis door hardnekkig bronnenonderzoek onthuld kon worden, m.a.w. geschiedbeoefening werd als waardevrij beschouwd. Door het bena-

drukken van het unieke in elke gebeurtenis, die haar waarde 'in zichzeir droeg, werd elk zoeken naar causale verbanden, laat staan naar structuren, met behulp van toetsbare hypothesen als zinloos bestempeld. Deze aanpak betekende, naast het positieve van een strenge bronnenkritiek, een grote inperking van het ideaal dat de historici van de Verlichting zich gesteld hadden (nl. het schrijven van een universele geschiedenis waarin de mens in relatie tot zijn totale omgeving onderzocht zou worden). De z«n. hermeneutische stroming die Ranke c.s. vertegenwoordigden is tot de Tweede Wereldoorlog van onmetelijke invloed geweest op de Westeuropese geschiedschrijving.

Verzet Met name vanuit de sociale wetenschappen ontstond er echter in de eerste jaren van de 20ste eeuw een sterke kritiek op deze specialistische en detaillistische vorm van geschiedwetenschap die alle contact met de eigen tijd scheen te hebben verloren. Die 'maatschappijwetenschappen' vinden hun oorsprong in de 18de eeuw, toen men de samenleving ging ontdekken als een geheel van sociale verbanden. Aanvankelijk nog nauw met de ge-

zeer diep historisch perspectief plaatst. Weber wil vla ideaaltypen komen tot een omlijnde begripsvorming waaraan menselijk gedrag getoetst kan worden; in één van zijn historische studies wordt op deze wijze de calvinistische levensovertuiging in verband gebracht met de opkomst van het kapitalisme.

A-historisch De meeste sociale wetenschappers gingen echter a-hlstorisch te werk. De psychologie beperkte zich tot de freudiaanse opvatting dat het men» selijk gedrag een zuivere constante in de geschiedenis is en daarom niet in aanmerking komt voor een historische benadering. Ook de sociologie zat gevangen in een statische maatschappijopvatting, gedeeltelijk te wijten aan de onderzoekmethode die op observatie in het heden was afgestemd. Daarbij kwam nog dat de sociale wetenschappen onder de invloed van het functionalisme stonden waarbij de historische dynamiek geheel naar de achtei^rond werd verdrongen ten gunste van 'constante' functionele elementen in de samenleving. Aldus groeiden de geschiedwetenschap en de sociale wetenschappen in de Jaren 1870-1930 steeds verder uit elkaar. De verwijten van de sociale wetenschappers en sommige historici aan het adres van de verhalende geschiedwetenschap waren gericht tegen het weren van alle theorievorming, het vermeende unieke karakter der gebeurtenissen en de naïve ideeën over de historische objectiviteit en waardevrijheid van het wetenschappelijk bedrijf. Ook protesteerden zij tegen het verwaarlozen door historici van materieel-economische factoren waarop Marx immers geattendeerd had, het weinige begrip voor de betekenis van sociale structuren en mechanismen en het uitsluitend gericht zijn op de maatschappelijke bovenlaag met verwaarlozing van de andere bevolkingslagen.

Keerpunt Een keerpunt in deze ontwikkeling vonnde de oprichting van het Franse historische tijdschrift 'Annates' in 1929. Onder leiding van liUcien Febvre en Mare Bloch werd daarin de strijd aangebonden met de traditionele geschiedwetenschap. In nauwe samenwerking met de andere sociale wetenschappen tracht de Annalen-school te komen tot één algemene structuralistische mens-wetenschap die

Nederlandse historici aarzelen met liefdesbekentenis schiedbeoefening verbonden, verwijderden zij zich in de tweede helft van de I9de eeuw steeds verder van de geschiedwetenschap. De reden hiervoor was dat de 'rankeaanse' historici zich terugtrokken in hun geschiedschrijving van unieke feiten, terwijl de sociale wetenschappen juist vanuit hun vraagstelling naar de samenhang tussen de onderdelen zich op de eerste plaats wilden richten op een analyse van de werkelijkheid. Noch de experimentele onderzoekers, noch de modelbouwers toonden belangstelling voor het historische aspect. Men minachtte eenvoudig de verhalende geschiedenis, omdat het elke vergehjkende modellenbouw onmogelijk maakte en geen wetenschappelijk toetsbare duidelijkheid verschafte. Een enkele uitzondering hierop vojrmen Karl Marx en Max Weber. Van de eerste Is genoegzaam bekend hoe hij een eigentijdse klassenanalyse in een

een historische dimensie bezit. Via empirisch verkregen (vooral getalsmatige) gegevens wil men de onderliggende structuren in de maatschappij blootleggen die de evenementen conditioneren (let wel, niet: determineren). Vooral Ferdinand Braudel is na 1945 de drijvende kracht geweest achter de accentverschuiving van mentaliteitsgeschiedenis naar de bestudering van deze structuren als onafhankelijke grootheden. Belangrijke onderzoeksterreinen worden: de demografie, klimatologische en agrarische geschiedenis, maar daarnaast ook objecten als de dood, het gezin, tovenarij en hekserij als sociale verschijnselen etc. Momenteel is de richting der Annalen toonaangevend in Frankrijk en heeft een grote invloed gehad op de Bïigelse en Amerikaanse geschiedbeoefening. Een tweede opmerkelijke richting

in de sociaal georiënteerde geschiedwetenschap ontwikkelde zich In Duitsland in het begin van de jaren '60. Hier ging men op zoek naar een synthese tussen de 'waardevrije' geschiedwetenschap van gebeurtenissen en de structurele benadering (H.U. Wehler, J. Kocka). De nadruk hierbij Ugt op de sociaal-economische structuren. Men maakt o.i.v. Max Weber gebruik van ideaaltypen en modellen. Deze modellen worden empirisch getoetst aan de werkelijkheid en kunnen steeds worden aangepast, zodat ook aan culturele en Institutionele factoren recht gedaan kan worden. Het theoretische kader wordt dus slechts gebruikt als een zich steeds wijzigend raamwerk

Dialoog Het behoeft hier verder geen betoog meer hoe zinvol een confrontatie tussen de geschiedwetenschap en de (andere!) sociale wetenschappen is. De laatsten dwingen de historicus om zijn, soms onbewuste, vooronderstellingen duidelijk te formuleren; verder helpen zij streven naar een begrippenapparaat dat door exacte definities tot meer heldere discussies kan lelden; zij wijzen ook op de noodzaak tot een gedisciplineerd verwerken van gegevens en een systematisch vergelijken van historische verschijnselen, omdat uit geïsoleerde gebeurtenissen moeilijk conclusies te trekken zyn. Het belangrijkste is echter dat wan-

De Nederlandse gescbiedwetenscbapper achtergeraakt in bet peloton

waarmee orde geschapen kan worden in de chaos van feiten. Dit laatste is niet het geval met marxistisch gerichte historici. Voor hen biyft het model van waaruit wetenschap bedreven wordt altijd voorop staan. Uitgaande van de sociaal-economisch bepaalde iqaatschappijanalyse van Marx wordt het menselijk gedrag beschouwd als gedetermineerd door deze factoren. Echter ook hier staat men open voor verklaringsgronden van andere aard (Hobsbawm, Thompson). In de Oostbloklanden volgde men tot voor kort op gedisciplineerde wijze Marx' theorieën (Polen als positieve uitzondering daargelaten) waardoor feiten nog al eens op al te bruuske wijze aan het abstracte model werden aangepast. Tot slot dient nog vermeld te worden de 'New economie history' zoals die sinds de jaren '60 in de V.S. bedreven wordt. Hier maakt men gebruik van econometrische modellen die getoetst worden door reeksen kwantitatieve gegevens als variabelen met elkaar te combineren. Ook van de kant van de sociale wetenschappen Is de belangstelling voor het historische element vanaf de jaren '50 toegenomen. Reeds eerder raakte de economie geïnteresseerd in historisch-kwantitatleve gegevens in verband met het conjunctuurverloop in het economische leven. Dit leidde In de jaren '30 tot een explosie op het gebied van de hlstorisch-economische literatuur. De laatste decennia raakten historisch georiënteerde 'klassieken' als Marx en Weber steeds meer in de belangstelling bij de sociologische wetenschap, kennelijk vanuit het besef dat een synchronische benadering van de maatschappij ontoereikend is om menselijk gedrag bevredigend te verklaren. Ook de historische demografie vond in de jaren '60 een grote opgang. Sinds enkele jaren toont ook de culturele antropologie een toenemende interjB^ii^.vopr hpt verleden. . .

neer de geschiedwetenschap een werkelijk sociaal geëngageerde wetenschap wil zijn, gericht op maatschappelijke veranderingen, haar een weg daartoe geboden wordt via de probleemstellingen en maatschappijanalyses van de sociale wetenschappen. Toch zal de geschiedwetenschap óók als sociale wetenschap steeds een eigen plaats blijven iimemen. Wat haar nl. onderscheidt van de andere sociale wetenschappen is haar vertrouwdheid met een zich steeds wijzigende werkelijkheidsbeleving die voor elke periode anders is. Hierdoor zal zij eigentijdse hypothesen en modellen voortdurend moeten toetsen op hun toereikendheid om momenten met een totaal ander tijdsbewustzijn in hun volheid te belichten. Hierin ligt echter ook de onschatbare waarde van de geschiedwetenschap voor de sociale wetenschappen: juist door het menselijk gedrag tegen haar historische achtergrond te benaderen is een meer fundamentele oplossing van problemen mogelijk. Tevens kan via de geschiedwetenschap onderzocht worden welke modellen sterk tijdgebonden zijn en welke een meer universele betekenis hebben.

Lezingencyclus In Nederland heeft men zich tot nu toe hoofdzakelijk nog maar in de sociaal-economische geschiedwetenschap om deze problematiek bekommerd. Historici in de aparte tijdvakken (oudheid, middeleeuwen, nieuwe tyd) lonken af en toe aarzelend naar de materie, maar tot daadwerkelijke onderzoeksprojecten, vergelijkbaar met wat in het buitenland gebeurt, is het tot nog toe niet gekomen. Evenmin is er sprake van een gestuctureerde dialoog tussen historici en sociale wetenschappers. Om een klein deel van deze leemte te vullen wordt op de subfaculteit geschiedenis dit semester een lezln-

Vervolg op pag. 16

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 295

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's