Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 59

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 59

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 21 SEPTEMBER T979

Twee natuurkunde­studenten

schreven nota over samenwerkingsprojekten

met D erde Wereld

Derde Wereld­projekten hebben te weinig gevolgen voor rest onderwijs en onderzoeic „ . . . En dan komt het moeilqk over wanneer twee studenten in een notaatje laten doorschemeren dat het toch eigenlijk maar knudde is", zegt Harry. Eric corrigeert hem: „Nou, dat zeggen we ook niet. We zeggen alleen dat er veel meer uit te halen is". Harry geeft Eric gelijk en vervolgt: „We willen de Projekten niet bekritiseren, maar we zeggen dat het allemaal veel beter moet". Aan het woord zijn Eric Samson en Harry van der Zant, in jaren reeds vergevorderde natuurkundestudenten. Op 1 mei (toeval?) verscheen een nota van hun hand bestemd voor de subfakulteits­ raad Natuurkunde en Sterrenkunde. Het geschrift gaat over sa­ menwerkingsprojekten van de VU met universiteiten in ontwikke­ lingslanden in het algemeen en samenwerkingsprojekten van hun eigen subfakulteit in het bijzonder. „De subfakulteitsraad, die het in juni in behandeling nam heeft er een uur over gepraat en stelde zich achter de uitgangspunten, h»t algemene gedeelte", zegt Harry, die echter wederom door Eric wordt verbeterd: „niet achter de uitganspunten, maar achter de denktrant". Wat is nu het grote ongenoe­ gen van Harry en Eric? Het staat te lezen in de inleiding van hun nota: „Sinds 1970 heeft de subfakulteit Natuurkunde en Sterrenkunde betoond betrok­ ken te zijn bij de problematiek van de Derde Wereld door het begeleiden van Projekten in Jogjakarta, Indonesië, ( . . . en in Botswana en door zich in principe uit te spreken voor een samenwerking met de Satya Watjana­universiteit, ook in In­ donesië. Deze Projekten, hoe (relatief) omvangrijk ook, heb­ ben echter een tamelijk margi­ naal karakter, in de zin dat ze niet of nauwelijks geïntegreerd zijn in de overige bezigheden van de subfakulteit. De inzichten en deskundighe­ den op het gebied van de ont­ wikkelingssamenwerking drei­ gen daardoor bepertk te blijven tot een kleine groep binnen de subfakulteitsgemeenschap. Dit heeft zijn weerslag op de wijze waarop de projektaktiviteiten door de subfakulteitsraad bege­ leid worden, maar ook op de be­

Eric

Samson

trokkenheid ­bij de ontwikke­ lingsproblematiek van de sub­ fakulteit als geheel". „De inleiding tot het schrijven van de nota was", aldus Harry, „de behandeling in de subfa­ kulteitsraad van de wenselijk­ heid om dat derde projekt aan te gaan (samenwerking met de Satya Watjana­universiteit, CdZ). Dat vonden we heel be­ perkt. Men keek alleen naar de "ogelijkheden en problemen 1 de subfakulteitsraad zelf, of en er wel de deskudigheid en Ce tijd voor had en of men de U luiste personen kon vinden. Er werd veel te weinig gekeken naar de wenselijkheid van de samenwerkingspartner en de problemen die er sowieso zijn bij het verrichten van ontwik­ kelingssamenwerkingsproj ekten m Indonesië. Wij vonden dat zo'n subfakul­ teitsraad eens moest nadenken over de cdgemene beleidsvoor­ nemens, zodat niet steeds bij elke konkrete aanleiding de dis­ kussie opnieuw behoeft te wor­ den gevoerd. Dat is één gevoel van ontevredenheid; dat zo'n subfakulteit van moment naar momept leeft.. In het geval van

Wat betreft het onderzoek stel­ len zij voor een vooronderzoek uit te voeren naar de mogelijk­ heden om op de subfakulteit ontwikkelingsrelevant onder­ zoek te verrichten en het pro­ jektondersteunend onderzoek voort te zetten en uit te breiden. Voor een doeltreffende begelei­ ding van de proj ekten is het, zo staat in de nota te lezen, nood­ zakelijk kriteria uit te werken aan de hand waarvan afdelin­ gen, instituten en Projekten be­ oordeeld kunnen worden. Bo­ vendien zouden de door de sub­ fakulteit gestarte of te starten samenwerkingsrelaties en pro­ jektaktiviteiten moeten worden getoest.

Cok de Zwart het buitenlandbeleid viel het ons extra op, omdat w e daar enige ervaring mee hebben". Wanneer ik het antwoord kort wil samenvatten in de zin „Jul­ lie willen dus een beleidsplan, een algemeen kader voor sa­ menwerkingsprojekten ia de Derde wereld", zegt Eric: „Nou het ligt nog iets moeilijker. Kijk, de Projekten zijn er. Het gaat erom dat die Projekten vrü weinig kontakt hebben met wat er hier verder' gebeurt met on­ derwijs en onderzoek. Er zijn pakweg tien mensen op de hele subfakulteit, op zo'n 400 mensen die zich met de Projekten bezig­ houden. Dat betekent dat samenwerking nauwelijks een samenwerking is. Wij sturen daar mensen naar toe, die doen^ daar hun werk, maar daarvan komt niets terug. En dat terwijl er volgens ons best mogelijkheden liggen, die voor ons erg gunstig zouden kunnen zijn en ook de Projek­ ten ten goede zouden kunnen komen. Het is geen aanval op de mensen die er nu zitten, die zijn door hun ervaring uiterst deskundig geworden. Maar 't zou beter zijn wanneer de mensen hier in Nederland door het onderhouden van kon­ takten met lopende Projekten al wat deskundigheid zouden opdoen. Het gaat niet alleen om het ondersteunen van proj ekten via deskundigen, maar de des­ kundigheid kan volgens ons ook ten goede komen aan mensen die niet in zo'n projekt partici­ peren, maar in Nederland door­ gaan met het wetenschapsbe­ drijf. Een vaak gehoorde klacht is dat een projekt staat of valt met de mensen die je er naar toe stuurt. Dat zal wel waar zijn. Maar daar zit wel een enorme risikofaktor aan vast, die je best kunt verkleinen, door bijvoorbeeld hier mensen op te leiden die dat soort werk kunnen doen". Beiden zitten in een projekt­ commissie, waar beslissingen over Projekten worden voorbe­ reid. Ook het kontakt met de mensen die de Projekten in het buitenland uitvoeren loopt via zo'n commissie. Uit dien hoofde weten Harry en Eric dat ook de mensen die zijn uitgezonden van mening zijn, dat men hier in Nederland erg passief is, geen akties onderneemt en af­ wacht totdat er uit het buiten­ land vragen komen. „Ik vind dat wanneer je een samenwerkingsverband aan­ gaat, je daar de konsequenties uit moet trekken. Nu staat het geheel los. Het grootste deel van de mensen op de subfakulteit merkt er niets van. A ls het er niet was, zouden de zaken er net zo voorstaan", aldus Eric, die verder zegt „Kijk, als wij drie Projekten hebben als sub­ fakulteit van een universiteit, die toch op dit gebied vrij veel doet, dan is het toch doodzonde als je er niets uithaalt. Onze denktrant is dat op de subfakul­

Eerste aanzet Harry van der

Zant

teit meer aktiviteiten moeten komen, die een gevolg van deze Projekten zijn. Er blijft nu ge­ woon kennis liggen, die niet ge­ bruikt wordt. Dat is doodzonde. Wat nu gebeurt is het weg­ gooien van mogelijkheden."

Wanneer ik vraag wanneer de heren met konkrete voorstellen komen zegt Harry: „Je verwijt ons dat we niet konkreet ge­ noeg zijn. Dat is niet aardig en ook niet helemaal terecht. Het ig een langzaam proces waarin je vanuit algemene idealistische doelstellingen toewerkt naar

Ontwikkelingsproblematiek inbouwen in het onderwijs De subfakulteitsraad heeft zich dan wel achter de denktrant van de nota gesteld, met betrek­ king tot de konkrete voorstellen die in de nota worden gedaan heeft zij zich nogal op de vlakte gehouden. Eric: „Het blijkt dat het bestuur zich niet gemakke­ lijk Iaat verleiden tot lange ter­ mijnplanning. De voorstellen, die wij aan het eind van het rapport doen om de ontwikke­ lingsproblemen in het onder­ wijs in te bouwen bleek af te ketsen op allerlei technische problemen. Ja, we mogen nu eenmaal de studie niet verlen­ gen. Er wordt aan alle kanten getrokken aan het onderwijs­ progranuia, alles moet terug. Al die problemen maken het voor het bestuur ontzettend moeilijk om dit soort initiatie­ ven te honoreren. Maar ik ge­ loof wel dat in de vergadering de toezegging is gedaan dat men, wanneer wij met goede, konkreet uitgewerkte voorstel­ len komen, daarnaar wil kijken en ervoor openstaan."

Integreren In de nota zetten Ifarry en Eric uiteen welke initiatieven moe­ ten worden ontplooid om „ont­ wikkelingsrelevante aktivitei­ ten een geïntegreerd onderdeel te laten vormen van de subfa­ kultaire bezigheden". Op het gebied van het onderwijs zou in het voorkandidaatsprogramma meer aandacht moeten worden geschonken aan de relatie na­ tuurwetenschappen­ ontwikke­ lingsproblematiek, terwijl in de doktoraalfase het aandeel van de subfakulteit m onderdelen van het doktoraalbijvak „ont­ wikkelingsproblematiek" zou moeten worden vergroot. Verder stellen zij voor deskun­ digen op het gebied van de Der­ de Wereldproblemen uit te no­ digen voor het houden van kol­ loquia en ontwikkelingsrelevan­ te thema's op te nemen in de lijst van onderwerpen voor stu­ dentenkolloquia. Tot slot zou­ den de mogelijkheden tot inte­ gratie van bestudering van de problematiek in beroepsvoorbe­ reidende studie­onderdelen, zo­ als de Leraren­ en A lgemene Variant moeten worden ver­ groot.' ' '

een konkrete uitwerking. Ik vind dat we een eerste aanzet hebben gegeven, een eerste ter­ reinverkenning van hoe een (sub)fakulteit aan de slag moet met die hele algemene, hele vage uitspraken zoals bijvoor­ beeld in de nota „Internatio­ nale Samenwerking VU" zijn neergeschreven. We hebben toch in ieder geval de mogelijk­ heden aangetoond hoe je iets konkreet kunt maken. Dat het in eerste versie nog niet uit­ mondt in konkrete plannen vind ik misschien nog wel een voordeel. Dan heb je nog even tijd om je te bezinnen op die hele lange weg van algemene uitspraken. Het is een proces dat op meer fakulteiten op gang gebracht zou moeten worden. Ik geloof ook wel dat daar be­ hoefte aan is. Wij hebben nu mogelijkheden geschapen om de diskussie, die waarschijnlijk op gang gaat komen te kunnen voeren. Het is niet iets wat al­ leen op de Bèta­fakulteiten speelt." Nu de subfakulteitsraad gezegd heeft konkrete plannen af te wachten, gaan Harry en Eric verder. „We gaan beginnen die punten eruit te halen die voor het oprapen liggen. Ik geloof," zegt Eric, „dat in het onderwijs enorme mogelijkheden liggen. Dat heeft mits uitgewerkt, de beste kans van slagen. Maar wat betreft voorstellen met be­ trekking tot onderzoek, dat is eigenlijk niet zozeer de taak van studenten. Dat eist veel studie en tijd. Wij zijn ook geen experts, wij studeren natuur­ kunde, wat op zich natuurlijk al een heel merkwaardig vak is. A ls je je nu met dit soort zaken gaat bezighouden ben je redelijk ver van huis. We pro­ beren ons zo veel mogelijk te oriënteren. Daar zijn we nu liard mee bezig".

UR vraagt CvB om hardere

opstelling

Uitstel ondertekening van meerjarenafspraken '80­'84 tot tweede helft oktober De ondertekening van de meerjarenafspraken tussen de minister van onderwijs en wetenschappen en de universiteiten en hoge­ scholen voor de periode 1980­1984 zal niet volgende week, zoals het plan was, maar eerst in oktober plaatsvinden. Tot dit uitstel is besloten omdat het overleg over de nieuwe meerjarenafspraken niet tijdig kon worden afgerond. De meerjarenafspraken 1980­1984 komen neer op een bijstelling van de tot 1983 geldende afspraken op een paar onderdelen en een uitbreiding naar 1984. B innen de Permanente Planningscommissie van de Academische Raad (PPC), die vorige week vrijdag en afgelopen maandag bijeen was, heerste eenstemmigheid over de noodzaak van uitstel. De minister heeft daar nu in bewilligd. Een nieuwe ondertekeningsdatum is er nog niet, maar wel staat vast dat de ondertekening tot de tweede helft van oktober is uitgesteld. Vorige week verklaarde de uni­ versiteitsraad zich in grote lij­ nen akkoord met het tot dusver door het college van bestuur gevoerde onderhandelingsbe­ leid, al was de raad van mening dat het college op sommige punten een wat harder optre­ den tegenover het departement zóu moeten laten zien. Met na­ me de studenten van de PKV­ fraktie en het DA K vonden dat nodig. De PKV had er zelfs een motie voor /opgesteld, maar die werd later ingetrokken toen de portefeuillehouder in het CvB, diens voorzitter drs. H. J. Brinkman, had laten blijken met het raadsgevoelen rekening te zullen houden. De PKV zei m de motietekst beleidsmatige aspekten als het vooruitlopen op de door Pais voorgestane tweef asenstruktuur en nieuwe salaris­ en inscha­ lingsmaatregelen die in de per­ sonele middelen zullen worden verdisconteerd niet met zoveel woorden in de meerjarenaf­ spraak te willen zien opgeno­ men. Het zgn. slotbeding — overlegruimte voor het zoveel mogelijk beperken van numeri fixi — zou daarvoor voldoende ruimte bieden. Ook zou onver­ kort dienen te worden vastge­ houden aan het doorberekenen van de prijskompensatie en het

overboeken van de saldi perso­ nele en overige lasten naar het volgend jaar (volgens minister Pais zou dat voor wat betreft het saldo personele lasten — ƒ 4,2 miljoen voor de VU — slechts voor de helft kunnen worden toegestaan). Anders zou de VU op de „minlijn" i.p.v. de „nullijn" komen te zitten. Het DAK dacht in dezelfde richting en vond dat het CvB zijn nek meer zou moeten uitsteken of zijn poot meer zou moeten stijf houden, zoals woordvoerder drs. Sijbolt Noorda (ook voorzitter van de commissie planning) zei. Op een paar kanttekeningen n a had de commissie planning de raad geadviseerd met de CvBlijn in te stemmen. De commissie is met het CvB van mening dat het instrument meerjarenafspraak in de huidige omstandigheden (nullijn) waardevol is. De feitelijke w a a r d e ervan hangt echter van goede onderhandelingen met het departement af. De commissie wees hierbij op wat door ex-CvBvoorzitter dr. K. van Nes bij de opening van het academisch jaar begin deze maand in het bestuursverslag over de meerjarenafspraken was gezegd (zie Ad Valvas 7 september). (J.v.d.V.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's

Ad Valvas 1979-1980 - pagina 59

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979

Ad Valvas | 494 Pagina's