Ad Valvas 1979-1980 - pagina 61
lEMBER 1979
laagzang
in de universitaire
jaarredes
verstoorbaar voort dige opmerkingen giemaakt, öie er op duiden dat de dialoog' tassen de minister en ïijn aandaehtsveld niet optimaal is. En die *• 'oi.*>» op duiden dat Den Haag te weinig ingaat of in wil gaan op suggesties d, iemïsehe wèreïcS dan toch wel over zichzelf weet op te hoesten. De gang var ad de tweefasenstruciuur van Pais, die in de A cademische Raad sneuvelde en sprekend bewijs van. Ook is het toekomstbeeld dat de meeste opec aaars schilderden weinig zon äiig. Op korte termijn Ujkt die negatieve teneur op zijn plaats. De nog geheime, maar inmiddeis uitgelekte pl:;nn?n van de mimstc t:?.v. rie WUB en t.a.v. het universi taire Mderzoek staan ametraa ingen in die sferen nuttig en weißelijk achten. p. ö
Vandaar dat Pais in de iaarredes heel W a t suggestieve typeringen n a a r zijn hoofd eslingerd kreeg. JOHA .N' KORTENR.4Y van Folia Civitatis en HEIN MEIJERS van Quod Novum vroegen de bewindsman wat hij er van vond om door het forum van zijn voormalige collegae betiteld t e worden als „brokkenpiloot". A ls ook om te ver nemen dat de „greep" die hij heeft op de univeisiteit „verstikkend" is. Dat hij „ge speend is van visie" op de universiteit die nu conform „de donkere Middeleeuwen" in de „machtsgreep van Kerk en Staat is".
paal. Voor w a t betreft de p r o blematiek van de tweefasen structuur zelf. Het lijkt mij vanuit een oogpunt van onder wijskundige doelstelling een desideratum dat zelfs zou m o e ten worden nagestreefd, als we zwommen in het geld. Ik ben er nog steeds van overtuigd, ik heb althans geen eiikel over tuigend argument van het t e gendeel gehoord, dat wy op d e ze manier moeten doorgaan. De vraag is nu, onder welke modaliteiten moet j e dat doen. Een tweefasenstructuur k u n je natuurUjk op een bepaalde m a nier ingedeeld denken. Over het principe en over die moda liteiten had ik n u juist gaarne advies gekregen van de A ca demische Raad. Waimeer nu de gehele tijd klaagzangen worden aangeheven zou het misschien weleens kunnen zijn, dat die ook in een andere richting moeten worden gewend. Men moet zich afvragen of de advi sering waar ik nadrukkelijk om heb gevraagd en waarvoor een half jaar de tijd is gegeven, heeft geresulteerd in een a d vies van die kwaliteit die men toch redelijkerwijs zou mogen verwachten. U merkt, ik wil mij niet in het allerminst hard uitlaten of met beschuldigende vingertjes gaan wijzen, of, zoals bepaald m o
gelijk zou zijn, ook met aller lei epitheta gaan w^erken. Ik zal dat niet doen. Ik stel alleen dat de jaren tachtig en negentig voor het hoger onderwijs bepaalde kon sekwenties zullen hebben wat betreft h u n structurering en hun wijze van werken. En dat nu, staande aan het begin van die periode en achter ons kij kend naar elf j a a r van discus siëren over allerlei vormen van herstructureren en discus sies die, laat ik het weer vrien delijk zeggen, niet al te veel hebben opgeleverd, het m o ment is bereikt, dat wij de plicht hebben om konstruktief met elkaar verder te komen. Nogmaals en dit dan voor de Isatste keer, als minister heb je je verantwoordelijkheden t e genover de universiteit en h o gescholen en verantwoordelijk heden tegenover de samenle ving. Die noodzaken je, zo er vaar ik het althans, om duide hjke beleidsmaatregelen te n e men. Ik zal ze ook nemen, al
thans ik zal ze voorbereiden. Nogmaals, gaarne samen, en dan moet er goed overleg m o gelijk zijn. Gaat dat niet, dan zullen de maatregelen toch ge nomen moeten worden. En dan de modaliteiten waar onder die maatregelen geno m e n worden, ja, die zijn dan niet zo diepgaand met elkaar besproken, als ik zelf graag gewild zou hebben. Ik moet konstateren dat bijvoorbeeld het afgelopen half jaar waarin de A cademische Raad tot zijn advisering had kunnen komen, misschien niet, om een mode woord te gebruiken, op optima le wijze is gebruikt.
dachte en niet alleen maar k r e terige opmerkingen zijn. Ik heb de rede van meneer Borgman met meer dan gemid delde belangstelling gelezen. In open gedachtenwisseling met de Academische Raad, het ging toen om de 40% die naar de tweede fase kan doorstromen, is wel eens gezegd: is die 40% nou niet te laag. Moet het niet 41 of 43 of 45 procent zijn. Ik vraag mij in gemoede af, ook ziende naar ervaringen in het buitenland, of er überhaupt wel voldoende gegadigden zijn om die 40% vol te maken. En ik heb bij herhaling ook in het overleg gezegd: ik be schouw dit als een rekenvoor beeld, niet natuurhjk helemaal eên slag in de lucht, maar wel om te indiceren dat er niet een automatisme is dat iedereen die een doctoraal examen heeft af gelegd maar naar de tweede fa se kan doorstromen. Ik geloof dat dat niet nodig is. Men kan dan wel zeggen: dat is een ver kapte numerus fixus. Maar er is niets verkapts aan. Ik geloof dat het heel duidelijk is dat on ze plannan voor de tweede fa se een zekere kwantitatieve beperking inhouden."
loop naar de universiteiten b e kijkt en je baseert je op de ge ledingen waaruit nu de univer sitaire populatie wordt gere cruteerd, dan is de redenering van de heer Borgman geloof ik sluitend. Maar ik geloof dat er in de samenleving nog grote groepen zijn die belangstelling hebben voor hoger onderwijs waar ze totnogtoe niet aan toe kwamen. Vandaar dat we dit jaar in de troonrede de oprichting van de open universiteit hebben a a n gekondigd. Vandaar ook dat ik het niet onmogelijk acht dat zelfs in het laatste deel van de jaren tachtig waar de heer Borgman over spreekt, er be paalde groeperingen zijn — denk eens aan veel gehuwde vrouwen die hun studie niet hebben kunnen afmaken — die toch interesse hebben voor het volgen van hoger onderwijs. Ik acht het niet uitgesloten dat naast de open universiteit ook andere universiteiten en hoge scholen nog extra belangstel ling te verwerken krijgen. Zui
Voorhands ontbreken er nog harde gegevens over deze door u gehoopte en verwachte extra toeloop. „Dat is juist. Blaar ook w a t dit betreft kan j e natuurlijk ook een beetje kijken naar met ons vergeh) kbare, hoog ontwikkel de landen e n j e afvragen of het hoger onderwijs toch niet wat meer mensen t e verwerken krijgt Ik wil niet uitsluitend naar de ervaringen in de Ver enigde Staten wijzen, m a a r als j e zo ziet naar het percentage van de bevolking dat tertiair onderwijs in Nederland volgt, in vergelijking tot andere l a n den van de Europese gemeen schap, dan staan vrtj, vriende hjk gezegd, bepaald niet boven aan:" (GVPD)
Sprake van oneigenlijk gebruik
doelstelüng
CvB: 'Fouten gemaakt rond vertrek Ank de Liefde'
Er is sprake geweest van „onei genlijk" gebruik van de doel stelling van de VU in een van de gesprekken, die vorig jaar op de medische faculteit met de wetenschappelijk mede Een andere kwestie is of je in werkster A nk de Liefde zijn ge dezen wel van dé A cademische voerd nadat zij voor ontslag bij Raad kunt spreken. Zowel in het CvB was voorgedragen. Die de Raad als elders in de aca konklusie heeft het CvB mede demische wereld wordt er ge op grond van wat daarna ge lukkig ook genuanceerd ge beurde, getrokken uit een on dacht over dit probleem. Der derzoek, dat het heeft ingesteld gelijke nuanceringen komen naar de gang van zaken, die n a a r mijn smaak onvoldoende leidde tot het vertrek van me tot hun recht in zulke generali vrouw De Liefde. Het CvB serende formuleringen als: dé heeft dit in de universiteitsraad Academische Raad wijst af. Niet geantwoord op vragen van het onbelangrijke groepen denken WPraadslid R. L. Bergsma. In er, ook binnen instellingen die het bewuste gesprek werd m e in de Raad negatief waren, an vrouw De Liefde gevraagd haar ders over. Dat vind ik een excuses aan prof. Lohman, met hoopvol teken." wie zij een conflict had, aan te bieden. Daarbij was haar door Bedoelt u te zeggen dat de een adviseur van het faculteits Academische Raad niet repre bestuur gevraagd of het voor sentatief is voor het uitdrukken haar als christen geen genot van de gevoelens van de uni moest zijn om de minste te mo versiteiten? gen zijn. „Laat ik hier niet meer over Waarop zij had geantwoord, dat zeggen dan dat er in de univer de doelstelling daarvoor niet ge sitaire wereld bepaald meer maakt was. Mevrouw De Liefde nuanceringen leven, dan in zo'n was alleen bereid zelf haar ex globaal negatief oordeel naar cuses aan te bieden als Lohman buiten komen." „Een tweede punt dat u uit de had toegegeven, dat hij aanlei reed van de heer Borgman r e ding had gegeven tot de proble Doelt u dan bijvoorbeeld op de leveert betreft de maatschap men. Wat de laatste weigerde. opmerkingen die de Groningse pehjke plaatsbaarheid van af Het is het CvB nu gebleken, dat rector Jan Borgman maakt gestudeerden van de eerste fa in dit gesprek tussen enkele le over de tweefasenstructuur. Hij se. Ik geloof dat in de samen den en adviseurs van het facul vreest dat de tweede fase „een leving van de toekomst, het teitsbestuur en A nk de Liefde verkapt en sterk verlate nume omherbijscholen, het volgen de doelstelling ter sprake werd rus fixiLs" zal behelzen. Hij van cursussen om bij te blij gebracht met het oog op een noemt uw suggestie om het ven of om nieuwe technieken verzoeningspoging. Niettemin aantal toegangsplaatsen tot de en vaardigheden bij te leren, acht het een dergelijk hanteren tweede fase mede te laten be eerder regel dan uitzondering van de doelstelling niet passend. palen door „verhoudingen op zal zijn. Mevrouw De Liefde is onlangs de arbeidsmarkt" een „ernstige door het college voor een ge Er is dan veel behoefte aan en vooralsnog overbodige be sprek uitgenodigd en daarbij goede, maatschappehjkbruik perking van de vrijheid bij het heeft dit haar zijn spijt over het bare opleidingen, waarin men afronden van een bijna vol gebeurde betuigd en toegege de fundamenten legt die ener tooide studie". Borgman wees ven, dat hier duidelijk fouten zijds het functioneren in de ook nog op het voor het rea zijn gemaakt. Ook prof. Lohman maatschappij mogelijk maken liseren van „een hoger onder heeft in een gesprek met oud en anderzijds ook de mogeüjk wijs voor velen" niet onbelang CvBvoorzitter Van Nes toege rijke demografisch gegeven, heid bieden dat die omher geven ongelukkig te zijn met de bijscholing in een latere fase dat de geboortegolf inmiddels gang van zaken. Hij had ook be van het leven goed kan worden is afgelopen, hetgeen na het grepen dat zijn opstelling t.g.o. verwerkt. A ls je die opvatting lagere en het middelbare on mevrouw De Liefde nogal k ü hebt, dan bestaat er weinig derwijs vanaf 1985 duidelijke was geweest. A nk de Liefde was twijfel over dat in een cur gevolgen zal hebben voor de blij over het gesprek dat zij met toeloop tot de universiteit. susduur van vier jaar voor ver Van Nes had maar zou zich, zo reweg de meeste studierichtin Steekt u van dergelijke opmer zei ze ons, pas echt gerehabili kingen, of überhaupt van jaar gen een bevredigend pakket teerd voelen als Lohman ook kan worden gedoceerd. redes iets op? tegenover de vakgroep zijn spijt Ik vraag me overigens ook af zou betuigen. Lohman verklaar of het collegejaar de helft moet „Ja zeker, ja zeker. De werk de tegenover ons dan eerst pre duren van het kalenderjaar. wijze die ik gekozen heb om cies te willen weten waarover niet meteen met een Ontwerp Er zou daar ook nog enige in hij spijt zou moeten betuigen. tensivering mogelijk zijn. A ls van Wet te komen, maar eerst Van Nes moest de zaak maar je dan bovendien ziet dat er in met een Voorontwerp waar al verder afhandelen. het voorontwerp een uitloop len die er in geïnteresseerd zijn De konklusies van het door het mogehjkheid voor de studie hun mening over kunnen ge CvB verrichte onderzoek zijn duur is tot vijf, en in sommige ven, die w^erkwijze toont wel voor de vergadering van de UR gevallen zelfs zes jaar, dan zeg aan dat ik erg veel betekenis ook meegedeeld aan de raadsle ik, nou, in zo'n periode kan je toeken aan opmerkingen. Maar den Bergsma en Knol (TA S), heel wat afstuderen. dan moeten dat natuurUjk wel met wie de oudCvBvoorzitter Als je het derde punt, de toe goed gefundeerde, goed door
Veel behoefte aan maatschappelijk bruikbare opleidingen'
ver demografisch geredeneerd zou je inderdaad kunnen zeg gen, dat zo lond 1987 de groot ste numerieke toevtoed is v e r dwrenen. Ik ben e r echter niet van overtuigd dat wij in 1987 al de piek zullen hebben b e reikt"
Van Nes een gesprek had over met name de vragen in de raad van Bergsma over het gebruik van de doelstelling. In d e r a a d zei Van Nes de hele zaak bin nenkort, n a nog wat informatie heen en w^eer, als gesloten t e kiumen beschou^ven. „Niet dat daarmee alle scherpe k a n t e n van wat er gebeiurd is zijn w^eg genomen maar het hoofddoel is bereikt namelijk dat alle be trokkenen elkaar straks vteex recht in de ogen kunnen zien. We hopen, dat achteraf gezegd mag worden, dat de w^onden zijn genezen en er alleen litte kens zijn overgebleven. De heer Bergsma, die het 'n goede zaak vond dat A d Valvas dit soort dingen signaleert, had alle lof voor de w^ijze w^aarop de heer Van Nes de zaak heeft onder zocht en voor de verzoeningspo gingen, die hij in het w e r k heeft gesteld. Ook 't raadslid J. Knol die de zaak in de openbaarheid bracht en het coUege een brief schreef is blij met deze afloop van de affaire. Prof. Lohman heeft verklaard er geen enkel bezwaar tegen te hebben met mevrouw^ De Lief de kontakt op t e n e m e n over het onderzoek, dat zij bij bio mechanica verrichtte. (Wat ove rigens nog niet is gebeurd. Red.) Mevrouw De Liefde heeft daar ook geen bezwaar tegen. Het is wellicht mogelijk het on derzoek door iemand anders als promotieonderzoek voor t e zet ten, waarbij dan mevr. De Lief de als adviseur ksm optreden. De moeilijkheden ontstonden niet zo lang n a d e komst v a n prof. Lohman als hoogleraar. Zonder overleg met de betrok kenen bij biomechanica kreeg hij toen ook de leiding v a n deze afdeling. Lohman voerde w e r k besprekingen in w a a r het on derzoek van steeds een mede wrerker aan de orde w^erd ge steld. De manier Txraarop d a a r bij het onderzoek w^erd beoor deeld en kritiek werd geuit werd door verschillende mede werkers en vooral A n k de Lief de als afbrekend ervaren. Dit leidde tot een gespannen sfeer en tenslotte tot harde wroorden over en ^veer. Waarop Lohman Ank de Liefde voordroeg voor ontslag met als centraal a r g u ment, dat zij niet wUde mee werken aan de werkbesprekin gen. A nk de Liefde verklaarde echter niets tegen werkbespre kingen t e hebben m a a r dan wel op een andere manier. Loh man's kritiek op h a a r onderzoek sneed volgens h a a r geen h o u t Haar onderzoek virordt trouw^ens op precies dezelfde wijze voort gezet (JJÜ.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's