Ad Valvas 1979-1980 - pagina 202
6
Overheidsgelden terug te winnen door bescherming universitaire kennis met patenten
Voor wie zijn de inJcomsten uit exploitatie van op universiteit geproduceerde Icennis? „Publiceer of sterf": dat is het traditionele motto van het wetenschappelijk onderzoek: de wetenschapper, die zijn resultaten niet in drukvorm heeft zien verschijnen, heeft voor de buitenwacht eigenlijk zitten „nilisen". De publicatiedwang, die soms neurotische trekken kan gaan vertonen, vindt zijn fundamentele oorzaak in het feit dat wetenschappelijk onderzoek intellectuele arbeid is. Anders gezegd: een onderzoek is pas geslaagd als het in een consistent en controleerbaar verslag aan de wereld is geopenbaard.
fit instelling. Het is duidelijk dat dit beeld de realiteit geweld aandoet: de universiteit en hogeschool produceren kennis en daarmee in principe kapitaal. Beter dan dit gegeven te negeren is het zich op de gevolgen ervan te bezinnen.
Publiceren wordt ook wel gezien als een verantwoording van besteed overheidsgeld. Maar hoe te handelen als een wetenschappelijke vinding commercieel toepasbaar is en voor octrooiering in aanmerking komt? Eén van de voorwaarden voor toekenning van een octrooi-aanvrage is namelijk dat vóór indiening van de aanvrage geen enkele ruchtbaarheid aan de vondst is gegeven. Deze vraag klemt te meer nu universiteiten en hogescholen hun maatschappelijk nut moeten gaan bewijzen door een bijdrage te leveren aan de industriële produktie-vernieuwing, beter bekend onder de naam „innovatie". Deze term kwam voorheen slechts over de lippen van industrie-managers en marketingspecialisten, maar lijkt momenteel bij steeds grotere groepen in de samenleving ingang te vinden. Zelfs in hartje universiteit, waar tien jaar geleden samenwerking met het bedrijfsleven tot collaboratie met de vijand verklaard werd, lijkt men overstag te gaan; allerwegen gonst het van de optimistische latenwe-de-handen-in-elkaar-slaan geluiden. Maar is de overdracht van kennis aan het naar vernieuwing hunkerende bedrijfsleven wel adekwaat geregeld? De op 23 oktober gepresenteerde Innovatienota vertelt ons dat bij de drie TH's voor 2 miljoen zgn. ,.transfersbureaus" opgericht zullen worden, die tot taak hebben toepasbare kennis aan de industrie door te geven. In feite vond die overdracht altijd al plaats, vooral vanuit de technische hogescholen. Zelden werd echter iets vernom e n over financiële vergoedingen voor het op lange termijn exploiteren van door een hogeschool of universiteit geproduceerde kennis. Wat betreft de (on)mogelijkheden van octrooiering vindt de onderzoeker dan ook weinig steun bij zijn universiteit of hogeschool. Liever dan het heft in handen te nemen en met onderzoeksresultaten de boer op te gaan, laat men het initiatief aan de onderzoeker zelf over. Die onderzoeker zal daar trouwens weinig bezwaar tegen hebben als hij over soepele contacten beschikt met de industrie.
Octrooien
Zeker in het geval van buitengewoon hoogleraren zijn die relaties met het bedrijfsleven niet ongewoon, in tegendeel. Bovendien kunnen de meeste bedrijven over veel meer ervaring beschikken als het gaat om het indienen van een octrooi, sterker nog: het in handen krijgen van gepatenteerde kennis op een bepaald gebied kan voor een bedrijf van belang zijn om zijn marktaandeel veilig t e stellen. Die economische prikkel om de continuïteit te handhaven ontbreekt in de academische wereld. Het gevolg is dat de industrie tot nu toe incidenteel en meestal langs niet-pnblieke kanalen de vruchten plukt van vindingen, die met overheidsgeld tot stand gekomen zijn. Als de universiteiten en hogescholen zich overeenkomstig de innovategeest meer gaan toeleggen op de ontwikeling van toepasbare kennis, dan zal tegelijkertijd een proces van bewustwording op gang moeten komen over de rol als kennisproducent inclo-
Charles Crombach sief de commerciële en juridische voetangels en klemmen.
Als het cil een netelige zaak is voor een universiteit of hogeschool om het auteursrecht op de pennevruchten van haar me-
ten een bijdrage aan de technologische vernieuwing zouden kunnen leveren. De minister van Wetenschapsbeleid schijnt ook die mening toegedaan te zijn, want de universiteiten krijgen geen transferbureaus voor overdracht van kennis aan de industrie. De realiteit is anders. Op 31 augustus jl. bijvoorbeeld tekenden de Rijksuniversiteit van Groningen en Sluis Machinefabrieken BV te Drachten een overeenkomst „inhoudende de overdracht van indus-
De Innovatienota helpt ons wat dat betreft niet veel verder; om NRC/Handelsblad (28-9-'79) te citeren: „Terloops wordt geschreven over het octrooibeleid aan de TH's en universiteiten. Veel vergaarde kennis wordt daar niet anders gebruikt dan in imponerende wetenschappelijke artikelen, die door elk geinteresseerd (buitenlands) bedrijf in een produkt kunnen worden vertaald. Aan de mogelijkheid om gemeenschapsgelden terug te winnen door het beschermen met patenten (de Stanford-universiteit heeft zo met de transistor handen vol geld verdiend), wordt niet gerefereerd.
(Red.)
Intellectueel eigendomsrecht Het octrooirecht valt onder het zogenaamde inteUectnele recht; hieronder resorteren onder andere het auteursrecht (inclusief reprorecht), het kwekersrecht en het merkenrecht. In principe komen de inkomsten, die uit „intellectuele" prestaties vooi(tvloeien en in loondienst tot st£uid zijn gekomen, toe aan de werkgever. Dit betekent bijvoorbeeld dat volgens de wet een hoogleraar, die een populair boek geschreven heeft, dat over zijn vakgebied handelt, de revenuen van deze commerciële produktie moet overmEiken op de bankrekening van de imiversiteit, waar hij bij aangesteld is. De wet is hier mijlen ver verwijderd van de praktijk, want dit gebeurt slechts hoogst zelden. In de regel is de universitaire werkgever namelijk niet op de hoogte van dergelijke projecten. Het wetenschappelijk personeel beschouwt zich gewoonlijk eigenaar van zijn geestelijke voortbrengselen, ook als zij materieel gewin opleveren.
'Kei\i rAÊ Nié-r sctAfeUN" Hoe D\e Vjerehrsc^PiPPeRS
oor Oöé^^. »(è^
KRM6-
en \jePs.<.o?eH \,j^
dewerkers te exploiteren, nog moeüijker is het om in eigen huis een octrooibeleid VEin de grond t e krijgen. Hoewel een octrooi met name de functie heeft een commercieel interessante vondst te beschermen tegen ongepast gebruik van an-
op literatuurlijst
Deze lucratieve gewoontes wortelen in de Europese traditie: ideeën, kennis, enzovoort, zijn voor het gevoel verheven boven geldzaken en juridische haarkloverijen, ze zijn „zuiver" wetenschappelijk, immaterieel. Hiermee hangt samen het beeld van de „academia" als non-pro-
3 ^ 3é Loo^^
Her ß^Kooo."
Veel docenten zetten eigen boeken
Vaak moeten stadenten voor hun stadie boeken aanschaffen, die geschreven zijn door medewerkers, die ze zelf op het programma gezet hebben. Indirect komt een deel van deze studiekosten in de vorm van royalties bij dezelfde medw erkers terecht en niet bij de universiteit, dus de overheid, die hen financieel in staat gesteld heeft de boeken te schrijven. Onlangs deelde prof. Heertje, auteur van diverse economische (!) bestsellers mee, dat hij een BV opgericht had om zijn werken die in vele talen overgezet zijn, beter te kunnen „beheren".
De onlangs verschenen Innovatie-nota legt veel nadruk op het leveren van op de universiteiten en hogescholen geproduceerde kennis aan het bedrijfsleven. De instellingen zouden zich veel meer moeten oriënteren op het bedrijfsleven, dat ook meer invloed zou moeten hebben op de instellingen. Dit alles in het kader van het streven de industriële vernieuwing in ons land krachtiger impulsen te geven. Weinig aandacht besteedt de nota echter aan de rol van universiteiten en TH's als kennisproducent en de verkoop van die kennis. Slechts terloops wordt geschreven over het octrooibeleid aan de TH's en universiteiten. Veel vergaarde kennis wordt niet anders gebruikt dan in imponerende wetenschappelijke artikelen, die door elk geïnteresseerd bedrijf echter in een (verkoopbaar) produkt kunnen worden vertaald. Aan de mogelijkheid om gemeenschapsgelden terug te winnen door het beschermen met patenten wordt ook niet gerefereerd. Voor het Wagenings Hogeschoolblad ging Charles Crombach eens na hoe het zit met de financiële vergoedingen voor het exploiteren (e_n pubUceren) van door universitair personeel vergaarde kennis.
deren, lijkt het soms of de uitvinder meer lasten dan lusten van zijn vinding oogst als hij een octrooi-aanvrage overweegt. Om een haalbare aanvrage in te dienen moeten specialisten van een octrooi-bureau ingeschakeld worden. Dat is een kostbare onderneming. Wordt een aanvrage uiteindelijk door de octrooiraad erkend, dan moet de gelukkige uitvinder steeds op de loer liggen of zijn kip met de gouden eieren niet intussen door iemand anders (hier of in de „buitenlanden" waar het octrooi ook aangevraagd of toegewezen is) geslacht wordt. Een enerverende bezigheid dus. Geen wonder dat bij traditioneel niet-commerciële instellingen geen haast gemaakt wordt om onderzoeksresultaten langs deze weg te gelde te maken. Men zou verwachten dat alleen de TH's en niet de universiteit
triële eigendomsrechten, verbonden aan octrooi-aanvragen, c.q. verleende octrooien op het gebied van silo-ontlading". Het betrof hier de ontwikkeling van een apparaat, dat de uitstroom van plakkerige poeders regelmatig kan doen verlopen. H„c contact tussen het Lab voor Technische Scheikimde en Sluis was tot stand gekomen via de Noordelijke Ontwikkelingsmij.'
onderwerpen; het commerciële oog is onder meer gericht op DNA-recombinatie. In de farmaceutische industrie is men hier hard bezig, maar ook aan de universiteiten en de hogescholen heeft dit onderzoek belangstelling. Het merkwaardige is nu dat van recombinatietechnieken nog niet duidelijk is of ze patenteerbaar zijn. In de VS zit het Hooggerechtshof wat dat betreft ook met de handen in het haar. Het Nederlands Octrooibureau, dat ca. 20 procent van de asinvragen in ons land helpt indienen en verdedigen, zegt een aanvrage op dit gebied nog niet bij de hand gehad tehebben. (GXJPD. Wagenings Hogeschoolhlad)
Forumdiskussie
Ontwikkeling in India: 'van bovenaf of onderop?' In het kader van het interfakultaire bijvak ontwikkelingsproblematiek zal op donderdag 20 december a.s. (11.00 uur; zaal lOA-00) een forumdiskussie plaatsvinden met als thema: „Ontwikkeling in India: van bovenaf of onderop?"
Bij de Technische Hogeschool te Eindhoven bestaat een geïnstitutionaliseerd contact met de De vraagstelling richt zich op Rijksnijverheidsdienst (Economische Zaken) voor kennisover- het probleem langs welke weg en d.m.v. welke organisatiedracht aan met name het kleihet armoedepronere bedrijf. Opdrachten van struktuur bleem in India kan worden opbedrijven (contractresearch) lijken uitermate geschikt om ' geheven op langere terrnijn. In octrooieerbare kennis op te le- hoeverre is accommodatie binveren. Een nauwkeurige rege- nen 't bestaande maatschappeling van het een en ander is lijk bestel mogelijk en kan via bestaande politieke strukturen hier dus wel op zijn plaats. Bij de TH in Eindhoven is die er al. van bovenaf het ontwikkelingsIn Artikel 3 van die regeling proces geleid worden naar werstaat onder meer te lezen dat kelijke verdeling en participavan de uit het contractonder- tie van de armste groepen. Of zoek voortvloeiende octrooien ligt het perspektief om de door de TH afstand gedaan noodzakelijke institutionele gedaan wordt tegen een rede- hervormingen te bewerkstellilijke overeen te komen vergoe- gen juist in aktie van onderop ding. Misschien een ietwat vage (o.a. elementen uit de Ganformulering, maar toch een dui- dhiaanse beweging)? De spredelijke aanzet tot regulering. kers die op deze problematiek zullen ingaan zijn: Mw. Loes Schenk (UvA). Drs. DNA G. Waardenburg (Erasmus UniSchat Veel vernieuwde resultaten versiteit), Drs. Piet (Consultant Adult Education) verwacht de Innovatienota VEin en Prof. dr. J. W. Schoorl (vakbiotechnologisch onderzoek. Bacteriële waterzuivering be- groep NWS. VU). Voorzitter hoort daar ook toe. Biotechnolo- van de diskussie is Dr. J. P. gie omvat een breed scala vn Eeddema. •.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's