Ad Valvas 1979-1980 - pagina 323
AD VALVAS —
7 MAART 1980
7
LOG m manffest tegen wetsontwerp tweefasenstruko/w:
Studentenaktie binnen en buiten het onderwijs straics vrijwel onmogeiijic Het wetsontwerp tweefasenstniktuur is er; eindelijk, m a a r eigenlijk toch nog te vroeg. Aan de ene k a n t weten we nu waar we aan toe zijn, aan de andere k a n t zijn we met al onze ideeën over alternatieven nog maar net begonnen te diskussiëren. Eerste aanzet tot diskussie met maatschappelijke groeperingen over de wet tweefasenstruktuur, en, meer algemeen, over de plaats van de universiteit in de maatschappij, is een manifest dat bij het officieel uitkomen van het wetsontwerp aan de pers gepresenteerd zal worden. Aan een groot aantal maatschappelijke groeperingen is steun gevraagd voor dit manifest. Niet alleen in de vorm van instemming, maar ook in de vorm van bereidheid tot diskussie. De tekst van het manifest maakt tevens het standpunt van de SBVU en het Landelijk Overleg Grondraden nog eens duidelijk. Herstrukturering is geen zaalc van de universiteiten alleen. Onderwijs en maatschappij sajn twee faktoren die elkaar in sterke mate beïnvloeden. De inrichting en inhoud van het onderwijs zijn eksponenten van het maatschappelijk gebeuren, terwijl ook het onderwijs het maatschappelijk gebeuren mede bepaalt. Voor het wetenschappelijk onderwijs geldt dat het mensen opleidt voor een, in ieder geval financieel, hoog gewaardeerde funktie. Die funktie is gebaseerd op respekt voor de deskundigheid van afgestudeerden. Daarnaast levert het wetenschappelijk onderzoek bruikbare resultaten voor de samenleving. Ondertekenaars van dit manifest hanteren echter een aantal andere uitgangspunten ten aanzien van de funktie van het onderwijs. (1) Onderwijs moet binnen de samenleving een kritiese funktie vervullen. Voor de deelnemers aan het onderwijs moet dat leiden tot maatschappelijke bewustwording en zelfontplooiing. In deze richting wordt op de universiteit door velen al gewerkt. De verbindingen met de maatschappij zijn vooral duidelijk m de, de laatste jaren opbloeiende, wetenschapswinkels en, b.v. vrouwenstudies. Ze zijn uiting van een maatschappelijke vraag aan de universiteiten van groepen mensen die traditioneel geen toegang hebben tot universitair onderwijs en onderzoek. Zo sluit de universiteit aan bij kritiese geluiden vanuit de samenleving en tracht die verder te ontwikkelen en door te geven. (2) Binnen het universitaire onderwijs moet ruimte zijn voor reflektie op waar men mee bezig Is, hoe men bezig wil zlJn en tot wat men opgeleid wil worden. Met name het punt van de latere beroepspraktijk krijgt op de universiteiten te weinig aandacht, terwijl de samenleving wel gekonfronteerd wordt met afgestudeerden in leidinggevende of invloedrijke posities. Omgekeerd zijn afgestudeerden nauwelijks toegerust voor een kritiese funktie in de maatschappij. (3) Iedereen heeft recht op onderwijs. Dit is zelfs een grondwettelijk uitgangspunt, maar het wordt zelden waargemaakt. De verhoudingen in de maatschappij zorgen nog steeds voor een selektie van deelnemers aan het wetenschappelijk onderwijs die niet berust op de mogelijkheden van iedereen. Het uitgangspunt 'iedereen heeft recht op onderwijs' is fundamenteel in tegenspraak met dat van het wetsontwerp tweefasenstruktuur. De overwegingen voor het beginnen met een herstrukturering van het wetenschappelijk onderwijs, op Europees nivo ontstaan In de jaren vijftig, zijn tweeërlei. Die van de kostenbeheersing delen wiJ: het universitaire onderwijs kost veel geld, zeker in vergelijking met de andere onderwijssektoren. Of de voorgestelde herstrukturering echter een, of de enige oplossing daarvoor is betwijfelen we.
Mariette de Heide namens de SRVU Daarnaast hebben overwegingen een rol gespeeld waarbij het doel waarschijnlijk was de heersende verhoudingen en ideologie te handhaven. Zo valt bijvoorbeeld te lezen in het rapport van de Trilaterale Kommissie uit 1975 'The crisis of democracy', waarin topmensen uit bedrijfsleven, politiek, leger, massamedia etc. zich zorgen maken over de kwaliteit van de Europese akademisi. Vanuit deze overwegingen begon in de jaren zestig in Nederland Posthumus met het ontwikkelen van herstruktureringsideeën. Tegen zijn plannen bestond een hoop verzet en onder het kabinet Den Uyl kwam een kompromis tot stand in de wet herstrukturering 1975, ontstaan onder druk van de studentenbeweging, met als belangrijkste resultaat de mogelijkheid tot vijfjarige kursusduren. Na een herprogrammeringsronde op de universiteiten kwam 80 % van de programma's uit op 5 jaar. Maar na de val van het kabinet Den Uyl maakte Pais hiermee korte metten: de programmavoorstellen werden goed bevonden voor de prullebak.
stellen. De grens moet bepaald worden door de eisen, gesteld aan de kwalifikatie van een afgestudeerde. De mogelijkheid tot reflektie moet daarin een ruime plaats hebben.
Selektie Maar niet alleen de inhoud van het onderwijs bepaalt de kwalifikatie van de afgestudeerde of dat wat er op de universiteit gebeurt. Ook de vele vormen van selektie die in de wet tweefasenstruktuur zijn ingebouwd zorgen daarvoor. Het is dan wel de bedoeUng dat de stops worden gereduceerd bij invoering van de tweefasenstruktuur, in feite worden ze slechts verschoven en verspreid. Verder worden de drie medische stops struktureel, terwijl van de andere nog maar valt te bezien of ze opgeheven kunnen worden. De selektieve propedeuse komt op een moment dat er nog geen overzicht over de hele studie gegeven is. Bovendien wordt geen rekening gehouden met de periode die nodig is om te wennen aan een heel nieuw, ander leven, andere eisen die aan je gesteld worden.
Maar ook de docenten worden naar de geesten gescheiden. Vanuit overwegingen van efficiëntie worden mensen aangenomen voor één onderzoeks- of onderwijstaak. Dat daarmee het verband tussen wat de wetenschapper in de studeerkamer uitpluist en het overdragen aan anderen (studenten én de maatschappij) verloren gaat, is wellicht een beoogd effekt. Juist de maatschappelijk relevante onderdelen vallen weg. Het onderzoek wordt nog maar voor weinigen toegankelijk en kontroleerbaar. Ook met de rechtspositie van het personeel neemt de wet het niet zo nauw: de verruiming van de funktie-omschrijving van zowel wetenschappelijk als technies en administratief personeel, zodat ze op meerdere plaatsen inzetbaar worden, is daarvan een verwerpelijk voorbeeld. Naast dit alles wordt een kwalifikatie, zoals tot uitdrukking komt in bovengenoemde uitgangspunten, ook niet bevorderd door een kursusduur van vier jaar. Voor geen enkele studie is een arbitraire grens te
Het laatste grote bezwaar is gericht tegen het arbeidsmarktargument. De minister hanteert een opvatting van de ekonomiese vraag naar akademisi. Naast onvoorspelbaar te zijn heeft dit begrip niets te maken met de werkelijke, de maatschappelijke behoefte aan afgestudeerden.
Paisondemokratisch Naast deze inhoudelijke problemen bestaat er ook onvrede met de manier waarop de minister te werk gaat. Het wegblijven bij overleg en het naast zich neerleggen van adviezen tonen dat zijn demokratie-opvatting niet de onze is. Het zonder meer
Niet economische vraag maar maatscliappeliße behoefte Slechte begeleiding door de massaliteit, gerichtheid op het reproduceren van kennis, massale tentamens, vastlegging van de inschrijvingsduur, welke niet eens de mogelijkheid biedt van studie te veranderen (de verbruikte tijd blijft verbruikt) een prosentueel vastgelegde selektie naar de tweede fase: dit alles werkt niet drempelverlagend. Het recht op onderwijs voor iedereen kent nauwelijks waarborgen, ruimte voor reflektie is er niet en de kritiese funktie van het onderwijs is twijfelachtig. De konsekwenties voor mensen die bulten de studie om met dingen bezig willen zijn, zijn ook enorm.
overboord zetten vanjaren herprogrammering, het ontkennen van de verhoudingen op de universiteiten, het niet eens aandacht schenken aan uitspraken van de verzamelde instellingen, verenigd in de Akademiese Raad, doet ons nog meer twijkelen aan de demokratiese gezindheid van minister Pais. Zo zijn pogingen om op hem welgezinde fakulteiten nu al vast tweefasenstrukturen in te voeren om zo later deze fakulteiten (financieel) te kunnen bevoordelen tegenover andere (letterlijk uitgesproken in het universiteitsblad Polis Civitatis) evenmin getuigen van een demokratiese opvatting; de parlementaire be-
Verzet De eenheid die pp de universiteiten ten aanzien van de tweefasenstruktuur bereikt is, vond haar verwoording in o.a. de afwijzende uitspraak van de Akademiese Raad. Deze universitaire afwijzing bleek niet voldoende te zijn de minister er van te overtuigen dat zijn voorstellen niet akseptabel zijn. Op deelpunten neigt de minister ook wel tot toegeven: de gescheiden financiering van eerste en tweede fase bijvoorbeeld, gaat niet door. Dit betekent dat de invloed van Den Haag, met name op de toelating tot de tweede fase, behoorUjk wordt teruggedrongen. Maar tenslotte beslist de Kamer. Universitair verzet alleen is dus lüet voldoende. Zo'n wet valt ook maatschappelijk gezien volledig buiten de verhoudingen.
Alternatieven Een logiese volgende stap ih het verzet is dan ook een landelijke bundeUng. En niet alleen tégen de wet tweefasenstruktuur. Daarmee alleen verandert er niets op de universiteiten. Er moeten alternatieven ontwikkeld worden in de richting van een kritiese, maatschappelijke en demokratiese universiteit. Ook een demokratiese: het mede verantwoordelijk ziJn van iedere betrokkene voor wat er op de universiteiten gebeurt is een voorwaarde voor de inbreng van kritiese, maatschappelijke geluiden. Wat we ook niet willen is een universiteit waarin de maatschappij geen enkele rol meer speelt; waarin de autonome wetenschap heilig is. w y willen een universiteit die een onderdeel vormt van een progressieve beweging in Nederland. Eerste voorwaarde op dit moment voor een alternatief op basis van bovengenoemde uitgangspunten is het intrekken van het wetsontwerp tweefasenstruktuur. Dat is dan ook de eerste eis van de ondertekenaars van dit manifest. Maar dat niet zonder de eis van een kritiese, demokratiese en maatschappeiyke universiteit.
Waddenzee in Broodje Film
Scheiding onderwijs en onderzoek Door de tweefasenstruktunr ontstaat een scheiding tussen onderwijs en onderzoek. Vanuit het bovengenoemde eerste uitgangspunt is de noodzaak te verdedigen dat studenten in aanraking komen met het onderzoek. En wel zo, dat ze Ieren zelfstandig onderzoek te doen. Maar dit is binnen het wetsvoorstel niet mogelijk. Wat de student leert is het reproduceren van de kennis van een ander.
Zowel het je organiseren als studenten in de studentenbeweging of binnen het onderwijs, als vrouwen in de vrouwenbeweging en het onderwijs, als buurtbewoners in buurten, als politiek denkenden in politieke partyen of aktiegroepen, zowel dat, als allerlei ontspannende dingen worden binnen het kader van het wetsontwerp vnjwel onmogelijk.
sluitvorming heeft immers nog niet plaatsgevonden. Naast het zo marginaal mogelijk demokraties funktioneren, voert de minister ook een poUtiek van koppelverkoop: vanuit dezelfde visie op het wetenschappelijk onderwijs maakt de minister ook voorstellen voor de bestuursstruktuur van en het onderzoek op de universiteiten. En dan de haast die overal mee gemaakt wordt. Fatsoenlijke adviesprocedures op de universiteiten en daarbuiten zijn niet mogelijk. Waar is de minister eigenlijk ba^ig voor?
Veiligheid en milieu
Van der Jagt nu diensthoofd Per 1 februari is dr. VJ. van der Jagt benoemd tot hoofd van de dienst veiligheid en milieu. Vanaf februari vorig jaar was Van der Jagt al waarnemend hoofd van deze dienst. Hij werd dit nadat het college van bestuur het toenmalige hoofd van DVM de heer SJ. van As uit zijn funktie had ontheven. Tussen Van As en de medewerkers van de dienst bestonden destyds ernstige verschillen van inzicht, de samenwerking onderling was slecht en er bestond geen reeël uitzicht op verbetering van die situatie. Met de benoeming van de heer Van der Jagt is de situatie nu weer genormaliseerd. Het nieuwbenoemde diensthoofd is chemicus, veertig jaar oud en promoveerde in 1974. In 1968 werd hy wetenschappeiyk medewerker by scheikunde, in 1974 werd hij dat by het Radio Nuclide Centrum, waar hy coördinator voor het wetenschappeiyk onderzoek werd en tevens plaatsvervangend directeur. (Red)
In Broodje Film wordt ditmaal (12 maart) een Nederlandse film gedraaid. In opdracht van de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee maakte Johan van der Keuken 'De platte jungle'. Een anderhalf uur durende dokumentslre, zo spannend als een speelfilm. In kleur, en dat Is vooral erg mooi bij de opname van de vegetatie en het zeegedierte. Het tema van de film kan misschien worden afgeleid uit de naam van de opdrachtgever: het behoud van de Waddenzee. Het onderscheid mensnatuur staat centraal. Rond dit centrale tema bouwt Van der Keuken een verhaal met by voorbeeld: de pierenstekers op het Texelse wad, die niet kunnen opboksen tegen machines, die hun werk overnemen. Boeren die willen mechaniseren en boeren die trachten een kleinere bedrijfsvorm in stand te houden. De problemen van de vissers. De vakbondswerker, die voorstander is van uitbreiding van industrie, maar zich tegeUjkertyd bewust is van de negatieve effekten op langere temujn. En voorts de vakantiegangers, de diverse vrijbuiters en kleine baasjes in dit randgebied, en de demonstranten tegen de meest fatale dreiging: de kernenergie. Portretten van mensen wier problematiek niet alleen het funktioneren van een kapitalistiese produktiewijze duldehjk maakt, maar ook laat zien hoe je daartegen in het geweer kunt komen. En daarmee is
de film meer dan alleen maar een registratie van de verloedering van het Waddengebied. De struktuur van de film is zo, dat Van der Keuken de werkeUjkbeid niet voor zichzelf laat spreken. Het gefilmde materiaal wordt geordend en in een komp>ositie gegoten die de visie van de regisseur weerspiegelt. Maar ook al is de visie van de regisseur onmiskenbaar, er is geen sprake van opdringerigheid. Andere visies worden in hun waarde gelaten en komen autentiek over. De beelden, de vertolkte meningen, de muziek van Willem Breuker, het geheel vormt een zeer boeiende film, zeer de moeite waard!
Weer chemiewinkel op THEindhoven De chemiewinkel van de Technische Hogeschool Eindhoven kan weer onderzoek verrichten. De chemiewinkel is in 1976 opgericht, maar de afgelopen twee jaar is er nagenoeg geen werk verzet wegens onvoldoende belangstelling vsin de zy de van de studenten. Nu heeft een groep van vyftien scheikundestudenten de winkel opnieuw bemand. Deze groep staat klaar om, eventueel samen met wetenschappeUjke medewerkers van de THE, onderzoek te verrichten ten behoeve van bevolkingsgroepen zoals buurtcomité's en werkgroepen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's