Ad Valvas 1979-1980 - pagina 423
AD VALVAS — 23 MEI 1980 voor de reis bij de Vereniging te ondersteunen. Ook werd de rektor van het Baptistenseminarie op VUkosten uitgenodigd voor het eeuwfeestcongres 'Concern about Science'.
Op 3juni in de universiteitsraad
Samenwerking met Nicarag in beslissend stadium De vraag of de Vrije Universiteit gaat samenwerlten met instellingen in Nicaragua is nu in een beslissend stadium gekomen. Op 3 juni zal de Universiteitsraad zich bezighouden met de mogelijkheden voor universitaire samenwerking met Latijns-Amerika en met name met Nicaragua. Voor het initiatief-comité 'VU voor Nicaragua' betekent dit dat het einde van zijn taak in zicht is gekomen. Het konkreet organiseren van universitaire samenwerking is immers niet een zaak van vrijwillig(st)ers, maar een taak voor officiële VUorganen. In dit artikel geeft het comité een kort overzicht van h a a r activiteiten die n u zullen uitmonden in een UR-behandeling van de samenwerking met Nicaragua.
Ruerd Ruben namens comité,, VU voor Zo komt de kwestie 'Nicaragua' terug bij de Universiteitsraad, waar alles ook begon toen de raad zich op 28 augustus vorig jaar unaniem uitsprak voor een financiële hulpaktie en een onderzoek naar de mogelijkheden voor universitaire samenwerking met Nicaragua. Het grote succes van de financiële aktle (opbrengst meer dan ƒ 60.000,-) maakte duidelijk hoezeer de vu-gemeenschap zich betrokken voelt bij de ontwikkelingen in Nicaragua. Ook de medewerking van diensten en vrijwillig(st)ers liet over die betrokkenheid geen twijfel bestaan. Na het welslagen van de financiële aktie kon het initiatief-comité zich
Nicaragua'
geheel concentreren op de mogelijkheden voor universitaire samenwerking.
Faculteiten
En die mogelijkheden bleken inderdaad aanwezig. Het rapport 'Perspektieven voor Universitaire Samenwerking van de Vrije Universiteit met Nicaragua', dat begin maart verscheen na de reis van VUekonoom Jan de Groot naar Nicaragua, maakt dat duidelijk. Voor de VU liggen er met name theologie, ekonomie en natuurkunde reële mogelijkheden. In de visie van het initiatief-comité kan samenwerking echter niet zomaar aan f akulteiten opgedrongen worden. Daarom hebben leden van
Akademische Raad tegen centralisatie De samenwerking tussen de universiteiten en hogescholen moet wel beter worden. Maar dit mag niet leiden tot een centralisatie van de besluitvorming. De instellingen moeten autonoom blijven. Hoe de besluitvorming in de Akademische Raad dient te gebeuren is echter een vraag. Dit was de strekking van de diskussie die de Akademische Raad vrijdag 9 mei wijdde aan de plannen van minister Pais voor een andere bestuurstruktuur, de Wet V^'etenschappelijk Onderwijs '81. In zijn voorontwerp van wet wil Pais een groter gewicht toekennen aan de Akademische Raad, het hoogste advies- en overlegorgaan van de universiteiten en hogescholen. De raad zou volgens Pais een aantal regelende bevoegdheden moeten krijgen naar de instellingen toe. Zo ver wenst de Akademische Raad zelf niet te gaan. Hij blijft voorstander van een 'horizontaal' model van samenwerking. Maar om de samenwerking te versterken wordt deze funktie in handen gelegd van de Dagelijkse Raad van de AR, die zal bestaan uit vertegenwoordigers van de colleges van bestuur van de afzonderlijke instellingen. De afspraken die in de Dagelijkse Raad gemaakt worden, zullen echter niet verder mogen gaan dan de bevoegdheden van de CvB's zelf. Op die manier blijft de autonomie van de instellingen onaangetast. De adviesf unktie van de AR moet in handen blijven van de plenaire vergadering. Op dit moment is de raad samengesteld uit afgevaardigden die worden aangewezen door de verschillende universiteitsraden. Minister Pais doet in zijn ontwerp voor de WWO '81 het voorstel ook mensen af te vaardigen uit de sekties van de adviesfunktie. In die sekties zijn de
fakulteiten uit de verschillende steden per richting gebundeld. De Akademische Raad vindt echter dat hij nadrukkelijk namens de universiteiten én hogescholen dient te spreken en dat er dus geen afvaardiging uit de sekties moet plaatsvinden. Evenzo vindt de raad dat het lidmaatschap van een college van bestuur onverenigbaar is met het lidmaatschap van de plenaire vergadering. De meningen bleken sterk verdeeld over de vraag öf de leden van de raad met last en ruggespraak aan de AR-vergadering mogen deelnemen. Het is nu gebruikelijk dat de instellingen hun afgevaardigden met mandaten naar de Akademische Raad sturen. Minister Pais wil hiervan af. Bij de stemming over het voorstel de afgevaardigden 'zonder last, maar wel met verantwoording achteraf' aan de beraadslagingen te laten deelnemen, staakten de stemmen. Sommige instellingen vrezen zodat een afgevaardigde zonder mandaat het gevaar loopt zijn achterban onvoldoende te vertegenwoordigen. Andere instellingen zijn van mening dat mandatering het overleg in de raad frustreert. Weer anderen vinden dat deze kwestie aan de instellingen zelf moet worden overgelaten en dus niet in de wet moet worden vastgelegd. De verschillende standpunten zullen nu naar Pais worden gestuurd, die maar moet zien wat hij er mee doet. De raad was er vóór het aantal afgevaardigden per instelling op drie te handhaven. Het voorstel dat niet meer per instelling wordt gestemd, maar dat elke afgevaardigde een stem krijgt, werd met krappe meerderheid verworpen. De voorzitter van de AR en de kroonleden zouden slechts een adviserende stem dienen te hebben. (GUPD.Utrecht)
het comité in de afgelopen maanden uitvoerige gesprekken gevoerd met fakulteitsbesturen^ vakgroepen en geïnteresseerde docenten en studenten. Dat resulteerde o.a. in een uitspraak van de f akulteitsraad van theologie dat men bereid is nadere kontakten te leggen met het Baptistenseminarie in Managua om na te gaan of beide partijen het eens kunnen worden over mogelijke samenwerking.
Geld
Nu is samenwerking niet alleen een kwestie van goede wil, maar zeker ook van financiële middelen. Ook aan deze kant van de zaak heeft het comité aandacht geschonken. Met hulp van de NUFFIC werd duidelijk, dat er behalve de bij de VUbestuurders bekende PUO-fondsen, meer mogelijkheden zijn, zoals fondsen voor internationaal onderwijs, suppletie-programma's, een literatuurfonds etc. Verder biedt de eigen VU-begroting en de begroting Internationale Samenwerking van de Vereniging mogelijkheden en ' voor theologie kan er wellicht aangeklopt worden bij de kerken. Het initiatief-comité is er dan ook van overtuigd dat de financiën geen werkelijk beletsel vormen voor samenwerking.
Echter, zodra het initiatief-comité te berde brengt dat samenwerking met Nicaraguaanse instellingen wel moet plaatsvinden in een universitair kader en dat de UNAN - de grote staatsuniversiteit - de meest aangewezen partner is, ziet men onoverkomelijke problemen. Ook voor de door het comité gevraagde ambtelijke ondersteuning - een funktionaris bij het Bureau Buitenland die Spaans kent en de samenwerking met Nicaragua/Latijns Amerika helpt voorbereiden ziet het College geen ruimte. En zo blijft de organisatie van de reis van de 3 ekonomen 'gewoon' het werk van het initiatief-comité en de betrokkenen . . .
Beslissend
Het bestuur van de ekonom^iese fakulteit gaf het comité alle'vrijheid om contacten te leggen mét leden van de fakulteit. En dat heeft inmiddels opgeleverd dat 3 ekonomen - prof. dr. H. Linnemann, drs. J.P. de Groot en drs. A. van Noord - eind augustus naar Nicaragua zullen vertrekken om een bijscholingscursus aan docenten te verzorgen, te helpen bij het opzetten van de bibliotheek en behulpzaam te zijn bij de herziening van de onderwijsprogramma's aan de (ekonomiese fakulteit van de) nationale universiteit UNAN. Het bestuur van de subfakulteit natuurkunde zag in de huidige omstandigheden - er zijn al veel buitenlandse contacten - niet direkt mogelijkheden, maar het was van harte bereid tot overleg met het comité.
De kommissie Buitenlandbeleid van de Universiteitsraad en het College van Bestuur werden voortdurend op de hoogte gehouden door het comité. Het College reageerde zeer positief op het voorstel voor de missie van de 3 ekonomen en op de voorstellen voor samenwerking met het Baptistenseminarie. Het bleek bereid de subsidie-aanvrage
Universiteits krant
Eerste vondst vastzittende
Groningen
VU-biologen ontdekken agressief groeiend reuzenwier bij Texel
uit persdienst De Universiteitskrant Groningen is eind vorige week uit de Gemeenschappelijke Universitaire Pers Dienst (GUPD) gestapt. De redaktie nam dit besluit, nadat in een GUPD-vergadering de overige bladen uit het samenwerkingsverband unaniem geweigerd hadden enige passages uit een in februari 1980 uitgegeven persbericht te herzien. In dat persbericht sprak de GUPD er zijn bezorgdheid over uit dat de redaktieraad van de Groningse krant, waarin ook direkt betrokkenen uit de universitaire gemeenschap zitting hebben, vóór verschijning van de krant een oordeel kon vellen over de geschreven artikelen. De nieuwe hoofdredakteur van de krant, Siard Dwarshuis, was m konflikt gekomen met zijn redaktie, omdat het voormalige stichtingsbestuur van het blad hem had toegezegd, dat deze situatie zou worden veranderd. In de praktijk veranderde er echter niets. In het persbericht stond dat menig artikel was gesneuveld bij het gewraakte proces en dat bij de weigering van de redaktie om met de nieuwe hoofdredakteur samen te werken, de grenzen van menselijk fatsoen herhaaldelijk verre waren overschreden. De Universiteitskrant Groningen verlangde rektif ikatie van deze uitspraken, maar de zusterbladen bleven bij hun uit-' spraken. Inmiddels heeft het Groningse blad een nieuw statuut, waarin de macht van de redaktieraad is verminderd. De positie van de hoofdredakteur is echter teruggebracht tot beneden het niveau waarop Dwarshuis was aangesteld. Hij is niet meer in funktie en zoekt een andere baan. De GUPD heeft opnieuw een persbericht verstuurd, waarin wordt verklaard dat Dwarshuis de dupe is geworden van toezeggingen van het voormalige stichtingsbestuur van de Universiteitskrant Groningen, die niet gestand zijn gedaan. (GUPD.Utrecht)
Ondersteuning
Op 3 juni komt de samenwerking met Nicaragua in de Universiteitsraad. Dan zal duidelijk worden in hoeverre het de VU ernst is met het aanbod van samenwerking, in hoeverre men bereid is er geld en menskracht in te investeren. Wil de VU werkelijk gaan samenwerken met Nicaragua - in een vorm die méér omvat dan een eenmalig gebaar of een contact met een verwante instelling - of was de U.B.motie van vorig jaar niet meer dan een mooi gebaar? Het initiatief-comité heeft er alles aan gedaan om contacten te leggen en mogelijkheden aan te wijzen, soms zelfs op een ietwat onconventionele wijze. Maar tot universitaire samenwerking besluiten kan het niet. Dat zal de Universiteitsraad moeten doen.
p/anten in
anstand?
VU-biologen hebben vorige maand aan de Texelse kust een aantal jonge vastzittende loten van het agressief groeiende Japanse bessenwier <Sargassum muticum) ontdekt. Reeds gedurende enkele jaren werd deze soort aangespoeld op het strand aangetroffen, maar voorzover bekend is dit de eerste vondst van vastzittende exemplaren in Nederland. Volgens drs. Prudhomme van Reine van het Rijksherbarium te Leiden, die zich al enige jaren met de problematiek rond deze soort bezighoudt, zijn planten van de huidige grootte al in hun tweede jaar. opgestuurd worden aan: Dr. H. SteHet belang van deze gebeurtenis genga. Biologisch Laboratorium wordt duidelijk als we de situatie in Vrije Universiteit, De Boelelaan Groot-Brittannië beschouwen: 1087, 1081 HV Amsterdam, tel: 020Sargassum muticum, afkomstig uit 5483547; en drs. W.F. Prudhomme Japan en waarschijnlijk meegekovan Reine, Rijksherbarium, Schelmen met geïmporteerde oesters, penkade 6, Leiden. werd aan de Engelse zuidkust voor het eerst gevonden in 1973 op het eiland Wight, en heeft zich daarna met name in westelijke richting uitgebreid. Eenzelfde explosieve uitbreiding heeft het'Japweed' sedert 1945 aan de Noordamerikaanse westkust te zien gegeven. Blijkens rapporten kan de soort tot 10 meter lang worden en in grote hoeveelheden voorkomen, één en ander tot hinder van de kleine scheepvaart. Van biologisch belang is, dat het Japans bessenwier wegens zijn agressief karakter andere soorten algen van de laagwaterzóne zou kunnen verdringen en aldus zorgen voor een verandering in de bestaande flora. Vanuit biologenkringen worden daarom in Engeland al 'uitroei-excursies' gehouden. Het is dus noodzakelijk dat de ontwikkeling van deze soort in Nederland vanaf het eerste stadium in de gaten wordt gehouden. De planten bestaan uit een hechtschijf met daaraan één of meer vertakte stengels van enkele milimeters doorsnee, die meerdere meters lang kunnen worden; ze zijn bezet met vele kleine, min of meer gekartelde blaadjes en ronde drijfblaasjes. In de zomer komen bovendien kleine kegelvormige voortplantingsorganen massaal voor. De meest waarschijnlijke vindplaatsen zijn verharde dijkhellingen, op laagwaterniveau. Vondsten (met name van vastzittend materiaal) kunnen gemeld en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1979
Ad Valvas | 494 Pagina's