Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 458

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 458

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 26 JUN11981

De kabinetsformatie is in volle gang, al heet het nu nog informatie. Voor de ambtenaren van wetenschapsbeleid een spannende tijd. Het is immers nog maar zeer de vraag of het in de rekensommetjes met aantallen ministers uitkomt dat er een nieuwe minister voor wetenschapsbeleid komt. De afgelopen zeven jaar is wetenschapsbeleid uitgegroeid tot een algemeen erkend beleidsterrein, maar tegelijkertijd zijn er vele spanningen geweest door het coördinerend karakter van het werk. Andere ministeries zagen vaak met lede ogen dat stukjes autonomie ingeleverd werden. Hoe zal het de komende vier jaax gaan met het wetenschapsbeleid? Wordt het werk voortgezet, of zal er stagnatie optreden? Welke kant moet het eigenlijk uit en moet er wel gestuurd worden. De Universitaire Pers organiseerde een gesprek tussen Kees van den Anker (PvdA), Martin Beinema (CDA), Nel Ginjaar-Maas (VVD) en minister Ton van Trier. De D'66 deskundige Chel Mertens liet het op het laatste moment afweten, het groepsproces binnen de zo vergrote fractie liet het zelfs niet toe dat een vervanger gestuurd werd. De discussiepartners waren het in grote lijnen met elkaar eens: wetenschapsbeleid is heel belangrijk en zou eigenlijk een eigen minister moeten hebben. Of die er komt hangt minder van inhoudelijke argumenten dan van politiek cijferwerk af. Jos Veldhoven (THD-nieuws), Lin Tabak (Utrechts Universiteitsblad) en Simon Vink (Wagenings Hogeschoolblad) maakten het gesprek van nabij mee en geven hun indrukken. Fokele Trip (PPR), als voorganger van Van Trier in het kabinet-Den Uyl de eerste minister voor wetenschapsbeleid in de parlementaire geschiedenis, ook uitgenodigd voor het gesprek, was door een communicatiestoring afwezig. Hij was bereid om toch zijn visie te geven. 'Aan onderzoek wordt in ons land grofweg zes miljard gulden uitgegeven, waarvan drie door het bedrijfsleven en drie door de overheid. Eén miljard ofwel één zesde gaat rechtstreeks naar de universiteiten, twee miljard naar ander onderzoek. Die twee miljard zou je optimaal moeten sturen - die drie miljard van het bedrijfsleven kün je niet sturen - maar de universiteiten moet je een zo groot mogelijke vrijheid laten. D.oe je dat niet, dan snijdt je een stuk fundamenteel onderzoek dus vernieuwing af. En een stuk kritiek, want de universiteiten hebben vaak als enigen de mogelijkheid om het onderzoek wat elders verricht wordt kritisch te volgen. Eigenlijk zouden de universiteiten helemaal vrij moeten zijn, zouden ze via de universiteitsraad zelf de verschuivingen moeten aandurven.' En over de politieke toekomst van Wetenschapsbeleid: 'Wederom een afzonderlijke minister, gekoppeld aan OW (vanwege de kontinuïteit) of aan Algemene Zaken. Vanwege de primair koördinerende taak géén staatssekretaris, die op zijn beurt afhankelijk is van een vakminister die zelf ook weer onderzoek in zijn portefeuille zou hebben. Daarom ook geen eigen beleidstaken, behalve de verantwoordelijkheid voor TNO en ZWO, die naar hun aard koördinerend zijn.'

'Het wetenschapsbeleid zoals dat de afgelopen jaren tot ontwikkeling kwam,' zegt Van Tner, 'heeft ook in de Kamer steeds meer erkenning en waardering gekregen ' Toch is het wetenschapsbeleid pas m de schijnwerpers gekomen toen duidelijk werd dat het by de kabinetswisseling als ministerspost weleens zou kunnen verdwijnen. Van Tner voorzag dat en schreef een politiek testament, een pleidooi voor behoud en versterking van een zelfstandig ministerschap Felle tegenstand kwam van Onderwijs en Wetenschappen, waar men van mening is wetenschapsbeleid moet terug naar waar het vandaan kwam, naar OW De politieke partijen hebben hun standpunt bepaald- het CDA aan het ene uiterste wil een minister met een eigen portefeuille, de VVD aan het andere wil er helemaal geen Daartussen bevinden zich PvdA en D'66. In dit gesorek heten de woordvoerders blijken dat inhoudelijke argumenten binnen hun partij een kleine en binnen de formatie waarschijnlijk helemaal geen rol zullen spelen Gmiaar-Maas 'Ik weet niet of wij nou zo extreem zijn. Wij denken aan een bewindspersoon voor onderzoek, technologie en informatie bij Ekonomische Zaken Daar heeft natuurlijk achter gezeten dat het wetenschapsbeleid essentieel is voor de ekonomische ontwikkeling. Maar wat ons betreft zal daar geen

Lin Tabak Jos Veldhoven en Simon Vink hard punt van gemaakt worden. Op langere termyn zou wetenschapsbeleid wel een zelfstandig vakministerie moeten worden, maar ik denk dat op dit moment de tijd daarvoor zeker met rijp is. Van Trier heeft in zijn testament zelf aangegeven wat er dan allemaal gereorganiseerd zou moeten worden Dat IS een ingrijpende zaak, dat kun je niet van de ene op de andere dag doen' Van Trier 'Als je het met doet bij de kabinetsformatie, waarbij je de koers weer uitzet voor vier jaar, wanneer zou het dan moeten gegebeuren'' Tussentijds''' Ginjaar 'Nee, tussentijds daar geloof ik ook met in Maar wat de heer Van Trier allemaal by anderen wil weghalen is natuurlijk best het éen en ander en ik denk datje een geleidelijke ontwikkeling moet hebben' Van Trier 'Erg veel weghalen' Als ik bijvoorbeeld kijk naar Frankrijk en Duitsland daar is van nog veel grotere overgangen sprake geweest, die ook in een keer zijn uitgevoerd Ik denk dat je geen twaalf jaar kunt wachten om dne keer in de vier jaar een klem stapje te ma-

koe Dus blijft die ander over Maar ik denk zo, ik hoop met dat de heer Van Trier me dät kwalijk neemt en ik weet het ook niet omdat ik er niet bij geweest ben, dat Van Tner juist omdat hij een koordinerende funktie heeft, in de ministerraad als een soort horzel bezig geweest is in andere portefeuilles En het zou dus kunnen zijn dat zijn kollega's denken- als die lastige man opgeruimd IS zal het wat rustiger worden vnjdagsmorgens ' Van Trier 'Ik denk niet dat m de ministerraad het horzeleffekt zo sterk IS Natuurlijk heeft het tot ontwikkeling brengen van een nieuw beleidsterrein dat inbreuk maakt op gevestigde terreinen met weerstanden te maken En dat was ook m hoge mate ons deel Maar ik heb het gevoel dat de moeilijkheden veel meer liggen op het nivo van alle mogelijke gevestigde ambtelijke instanties dan op kabinetsmvo.' Ginjaar 'Sommige bewindslieden zijn natuurlijk de spreekbuis van hun ambtenaren ' Van Trier 'Dat komt wel voor

ja

Beinema 'Ik heb de indruk, Nel dat je een aantal van die bewindslieden kent

Minnter Ton van Trier van Wetenschapsbeleid ken, maar datje van de kabinetsformatie gebruik moet maken om op grond van de ervaringen uit de afgelopen regeringspenode tot een nieuwe opstelling te komen ' Van den Anker 'Ook wij vinden wetenschapsbeleid een zo belangrijk beleidsgebied dat het als eenheid gehandhaafd, versterkt en uitgebreid moet worden. Dat met name de koordinerende bevoegdheid met betrekking tot het onderzoek dat vanuit verschillende departementen plaatsvindt onderstreept wordt Dat m ieder geval het afzonderlijke direktoraat-generaal voor het wetenschapsbeleid gehandhaafd wordt. We vinden een eigen budget voor het wetenschapsbeleid een essentiële zaak en willen ook die hele technologische innovatie- en informatiegeschiedenis in dit pakket opnemen, en ZWO en TNO Er IS een grote samenhang met beleid ten aanzien van universitair onderwijs en onderzoek en met post-akademisch onderwijs. Konklusie wetenschapsbeleid dient aangehaakt te blijven bij'' OW en zeker niet naar Ekonomische Zaken te gaan Waarbij we open laten of het een staatssekretaris voor het hoger onderwijs en het wetenschapsbeleid samen moet zijn, of een minister, aangehaakt bij het ministerie van OW Het is duidelijk dat zowel voor het een als het ander in het kader van de rekensommetjes bij de formatie wel een aantal dingen te zeggen zijn ' Ginjaar 'Maar Kees, een punt. Een staatssekretans zit er m het Catshuis in de regel niet bij en als jij zegt: het beleid moet versterkt worden, dan moet je niet met een staatssekretans op de proppen komen. Dan moet je gewoon afwachten wat je minister voor je geregeld heeft. En dat zou betekenen dat het wetenschapsbeleid iets gaat worden van de tweede orde Dat is onafwendbaar ' Van Trier 'Ik wil heel sterk ondersteunen dat een staatssekretans zoals die nu funktioneert ontzaglijk veel moeite zou hebben om dit beleidsterrein te ontwikkelen. Ik heb het zelf in deze regenngspenode meegemaakt als minister Ik denk dat het voor een staatssekretans nog veel moeilijker is ' UP Het CDA wü dus een minister Maar in hoeverre is dat bij deformatie een breekpunf Beinema 'Nou, breekpunten daar strooien wij met zo mee We zijn voor verzelfstandiging, versteviging en uitbreiding. Dat vergt inderdaad een minister en geen staatssekretans Onderschuiving bij Ekonomische Zaken lijkt ons fataal en falikant fout, alleen al omdat je dan een facet van het wetenschapsbeleid wat het raakvlak ekonomie heeft, heel sterk omhoog haalt. En in de tweede plaats omdat de randvoorwaarden die je inbouwt bij dat departement het grootste gevaar lopen ondergesneeuwd te worden ' Ginjaar 'Ik vind wel, als je met die portefeuille gaat schuiven, dat in ieder geval het universitaire onderzoek moet blijven bij de bewindsman die het wetenschappelijk onderwijs doet, omdat onderzoek en onderwijs voor ons onverbrekelijk verbonden zijn Als je dat uit elkaar gaat halen bewys je de universiteiten een hele slechte dienst' UP Een kwade geest zou kunnen

Vlnr MKame

Minister van Trier in gespreic metm

Hoe ver gaan muiii stellen, dat bij de tweefasenstruktuur het onderwijs en onderzoek al gereed gemaakt zijn om uit elkaar gehaald te worden Van den Anker 'Het hoeft met eens een kwade geest te zijn. Maar op dezelfde gronden van die onderlinge verwevenheid heb ik juist bepleit dat het hele wetenschapsbeleid aan OW gekoppeld blijft'

Beinema 'Het is voor mij helemaal geen heilige koe dat het bij OW moet blijven Ik zie daar voordelen m Ginjaar 'De heer Van Tner heeft ook de nadelen leren kennen ' Beinema ' .maar het is een sekundair punt Ik vind dat het een belangrijke post is, en of die nu aansluit bij OW of bij Algemene Zaken, nou, dat is sekundair Ik zal al blij zijn als het wetenschapsbeleid by de kabinetsformatie genoeg aandacht krijgt' Van Trier 'Onderwys en onderzoek binnen de universiteiten, ik heb het ook geschreven, die moeten bij elkaar blijven, onder de verantwoordelijkheid van de minister die ook verantwoordelijk is voor de universiteiten Maar ik vind, en dat is overigens een afspraak die al gemaakt IS, dat het universitaire onderzoek voorzover het dan de voorwaardelijke financiering betreft, bespreekbaar moet zijn met de minister voor wetenschapsbeleid Onder dezelfde voorwaarden als het andere onderzoek dat door de overheid betaald wordt' UP Zullen inhoudelijke argumenten, zoals die hier naar voren zijn gekomen, ook een rol spelen bij de formatie, of gaat het daar vooral over getallen'' En in dat geval, heeft het wetenschapsbeleid in het geheel van het overheidsbeleid de aandacht die het verdienf Van Trier 'Ik geloof dat die getalsverhoudingen in de laatste fase van de kabinetsformatie een rol spelen en dat, onder de posten die dan ter diskussie staan, het wetenschapsbeleid een voor de hand liggende schuifpost IS Dat IS jammer, want Ik vind dat het inhoudelijk moet worden bekeken' Van den Anker 'Ik kan geen prognose geven, ik kan alleen proberen die te beïnvloeden door nu myn intentie te geven En dan simt ik aan bij wat Van Tner zegt. En mijn party? Och, zo'n party is een konglomeraat van mensen met allerlei speciale belangstellingen En by mensen die zelf met direkt betrokken zyn heeft het natuurlyk met zo'n geweldige pnonteit.' Beinema 'Ik geef toe dat de politieke werkelykheid wel weer zo zou kunnen zyn dat deze post een soort sluitpost m de rekensommen wordt. Ik konstateer tegelykerty d dat zelfs in die formatiekringen dan zou blyken, dat in de maatschappy het belang van wetenschapsbeleid tot nog toe sterk onderschat wordt.' Ginjaar 'Er zyn natuurlyk twéé ministers zonder portefeuille. Maar éen (die van ontwikkelingssamenwerking UP.) is een soort heilige

Over de doelstellingen van het nederlandse wetenschapsbeleid bestaat bij de deelnemers aan de discussie geen enkel verschil van mening. Deze doelstellingen, oriëntatie van de wetenschappelijke inspanning op maatschappelijke belangen, bevordering van de kwaliteit, bevordering van de doelmatigheid en democratisering van de besluitvorming, zijn in 1974 door minister Trip in zijn nota Wetenschapsbeleid vastgelegd. Sindsdien zijn zij 'kabinetso verstijgend' gebleken, zoals Van den Anker het uitdrukte. Algemeen was men van mening dat bij de concretise-

Over doelstelling wetenschaps' beleid weinig verschil van mening ring daarvan de centrale overheid niet meer moet doen dan het aangeven van de grote lijnen en zich zeker niet met details moet bemoeien. Mevrouw Ginjaar: 'In deze samenleving verwacht men langzamerhand alle heil van de overheid. Alles wat er mis is moet de overheid maar even regelen. Wij beginnen tot de conclusie te komen dat de macht van de overheid, de macht van de politiek, beperkt is. Als het dan gaat over wetenschapsontwikkeling, over innovatie en over technologische vernieuwing, dan hgt daar natuurlijk een taak voor de minister van Wetenschapsbeleid. Maar ik vind het ook heel belangrijk wat men zelf doet in de samenleving, wat er bijvoorbeeld gebeurt op een laboratorium van een bedrijf als Philips.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 458

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's