Ad Valvas 1980-1981 - pagina 208
AD VALVAS — 19 DECEMBER 1980
Zes lAN-leden schreven'100 jaarstudentenl|ani
'Alsje teleurgesteldbent ga En dat zijn de ti
Jannetje Koelewijn
ren. Het werd allemaal opeens veel massaler. Langzaam maar zeker ontstond er een klimaat waarin studenten zich gingen afzetten tegen dat corps. Er werden steeds meer dingen buiten het corps om'georganiseerd. Er kwamen aparte sportverenigingen, aparte vakbonden etc. Maar toch bleef de invloed van het corps nog een hele tijd goed merkbaar. In het kursusjaar 57/58 had je op de VU bijvoorbeeld 24 kommissies op allerlei gebieden. En 20 daarvan hadden een corpsUd als voorzitter. Zo was tot 1958 de rector van het corps automatisch president van de SRVU. Het werd wel steeds minder totdat er begin jaren 70 een dieptepunt kwam. Van het oude corps was toen weinig meer over. De naam was inmiddels ook veranderd in lAN (Institutio Amicitiae Nostrae).'
Liesbeth: 'Dus als je een geschiedenis schrijft van het studentenleven, dan is dat inderdaad voor een groot gedeelte geschiedenis van het corps. Maar in het laatste gedeelte van het boekje dat over de afgelopen 20 jaar gaat, hebben we de aandacht eerlijk verdeeld over alle verenigingen en instellingen van de VU. De status van het corps is pas na de oorlog af gaan brokkelen. Er kwam toen een enorme toevloed van studenten die allemaal de afloop van de oorlog hadden moeten afwachten voordat ze konden gaan stude-
Hoe kijken jullie nu aan tegen het studentenleven van vroeger. Vinden jullie dat het bekrompen was? Hanneke: 'Bekrompen, dat kan je niet zo zeggen. Als je het met onze normen bekijkt wel, ja. Maar ik vind dat je de tijd in zijn eigen waarde moet laten. De wereld zag er toen heel anders uit. En ook de VUgemeenschap was niet te vergelijken met zoals die nu is. Iedereen was gereformeerd, bijvoorbeeld.' Paula: 'Het beeld van studenten, ook zoals ze dat van zichzelf hadden, was voor de oorlog anders dan
Mevrouw B.A. van der Linden, de laatste direktrice van het hospitium aan de Keizersgracht, met een van haar jongens. In de rij van eeuwfeestbundels is dit jaar ook het boekje '100 jaar studentenleven aan de VU' verschenen. Het is samengesteld door zes leden van de studentenvereniging lAN. Het initiatief voor het maken van een geschiedenis van het studentenleven is destijds uitgegaan van deze vereniging. De eeuwfeestkommissie zag er wel wat in en besloot het initiatief te steunen. Zonder dat ze precies wisten waar ze aan begonnen, gingen de zes lANleden aan de slag. Het was allemaal niet zo eenvoudig als ze hadden gedacht, maar op 5 september van dit jaar lag dan toch het resultaat van anderhalf jaar werken in de VU-boekhandel. Het is een aardig boekje geworden met veel leuke foto's. We hadden een gesprek met drie van de zes samenstellers: Hanneke Engel, een geschiedenisstudente, Paula Nieuwstraten, studente medicijnen aan de UvA en Liesbeth Lenderink, studente Engels. Liesbeth: 'Het is wel jammer dat er mensen zijn die als ze het boekje zien, zeggen: Het zal wel alleen over het corps gaan. En dan leggen ze het met een vies gezicht opzij. Dat is niet eerlijk. We hebben geprobeerd om een algemeen beeld te scheppen van het studentenleven zoals zich dat in een eeuw ontwikkeld heeft. Maar ja, het is nu eenmaal een feit dat vroeger iedereen bij het corps ging. Dat heeft wel tot in de jaren 50 geduurd.' Hanneke: 'Als je niet bij het'corps ging, dan had je een reden. Dan had je geen geld, of je was al wat ouder en had kinderen. Je was dan nihilist. Maar verder ging iedereen erbij. Nihilisten lagen eruit, ook op kollege.'
Bekrompen
nu. Studeren, dat was de periode dat je je terugtrok en je standpunt ten aanzien van de maatschappij kon bepalen. En dat was ook de gedachte achter het corps: je trekt je zes jaar terug uit de maatschappij om daarna beter voorbereid te gaan werken in die maatschappij. Je wilde haren was je inmiddels ook kwijt.' Liesbeth: 'Waar wij nu ook wel vreemd tegenaan kijken is dat schipperen van VU-studenten tussen aan de ene kant de christelijke moraal en aan de andere kant het lieve corpsleven met toneelspelen en drinken. Wij noemer! dat nu misschien schijnheilig. Maar in die tijd lag dat anders. Toen had men het gevoel datje zo wel tussen Scylla en
Tilburgse sociologen overnieuw boek "Vrijwillig initiatief in de Verzorgingsstaat"
Maatschappij wordt steeds onbegrijpelijker Onder 'verzorgingsstaat' kannen we een samenlevingsvorm verstaan, waarin een systeem van overheidszorg dat op demokratische wijze fonktioneert, garant staat voor het kollektleve welzijn van alle leden van de samenleving. Dit, bij handhaving van de ondernemigsgewijze produktie. Dat begrip 'verzorgingsstaat' vormt de laatste jaren een veelbesproken onderwerp, onder andere in kringen van politici, journalisten en wetenschappers. Veelvuldig kan men geluiden opvangen over de beleidsmatige onhoudbaarheid van die verzorgingsstaat (teveel welzijnswerk), over haar ekonomisch faillissement (overheidsbezuinigingen nodig) of over de negatieve gevolgen van de 'verzorging van de wieg tot het graf. Bij uitgeverij Van Loghnm Slatems verscheen onlangs een boek, getiteld 'Vrijwillig Initiatief In de Verzorgingsstaat'. Het is van de hand van prof. dr. Hans Adriaansens en van prof. dr. Anton Zijderveld, beiden als hoogleraar algemene sociologie verbonden aan de fakultelt Sociaal Kniturele Wetenschappen van de Hogeschool Tilburg. In het boek wordt op knltuursociologlsche wijze Ingegaan op geschiedenis, aktualltelt en toekomst van het 'partikulier inltlatier omtrent de verzorging van welzijn. Het Tilburgs Hogeschoolblad had een gesprek met een van de auteurs, professor Zijderveld, en met prof. mr. Paul van Seters, hoogleraar rechtssociologie aan de Tilburgse fakulteit Rechtswetenschappen. THB: Op veel plaatsen wordt in toenemende mate gesproken over het 'stagneren van de verzorgingsstaat'. Men lijkt daarmee te willen aanvoeren dat dat systeem van garanties voor het welzijn van overheidswege, haar beste tijd heeft gehad. Hoe denkt u daar over? Prof. Zijderveld: De Rotterdamse hoogleraar sociologie Van Doom komt in dat verband altijd met de punten 'onbeheersbaarheid' en 'onbetaalbaarheid'. Die onbeheersbaarheid is dan een gevolg van de uitwaaierende professionalisering in het verzorgtngsveld, en die onbetaalbaarheid neemt mede als gevolg van de energiekrlsis een omvang aan die we tot voor kort nauwelijks hadden kunnen vermoeden. Op hele harde ekonomlsche gronden stoot die verzorgingsstaat duidelijk aan grenzen, en dat is dan vooral wat wordt bedoeld met 'stagnerende verzorginsstaat'. Mijn koUega Adriaansens en ik zijn in ons boek daarbij vooral geïnteresseerd in de
dimensies die door veel sociologen en ekonomen verwaarloosd worden, namelijk de kuUurele dimensie. 25o je wilt, de meer kwalitatieve aspekten van die stagnerende verzorgingsstaat. En überhaupt het fenomeen verzorgingsstaat.
te doen is juist, zeg maar, die hele traditie van de kultuursociologie toe te passen. Niet alleen maar ergens OVER praten. Die kuituursociologische optiek is een manier van problemen benaderen zoals Mannheim dat deed, van, nou ja meer de Weberiaanse sociologie, maar dan toch genoeg aangeslagen door het meer normatief georiënteerde marxisme. Dit om niet helemaal in die 'Wertungsfreiheit' van Weber te blijven steken. Meer begaan met de problemen van beleid, dät is dus vooral de optiek in het verlengde waarvan wij trachten nieuwe dingen in de diskussie in te brengen. Zonder ze overigens helemaal na te praten. Het is natuurlijk wel duidelijk dat de ökonomische problematiek hierna de harde kern blijft. Maar die kuituur, dimensie, zo je wilt, die sociaal-psychologische dimensie, is hier in Nederland erg verwaarloosd. Waarschijnlijk vanuit het idee dat het wetenschappelijk te 'zacht' is, beleidsmatig te weinig 'pakbaar'.
Prof. Van Seters: Dat lijkt mij ook wel de kracht van de analyse van Adriaansens en Zijderveld, dat ze een doelbewuste poging ondernemen om de analyse op een nieuw nivo te tillen. Een aspekt van de problematiek in de krisis van de verzorgingsstaat wordt daarin fundamenteel naar voren gehaald. Je hebt in die zogenaamde krisis drie nivo's van analyse, te weten het nivo van de betaalbaarheid, van de openbare financiën, ten tweede het nivo van de beheersbaarheid, zoals recent breed uitgemeten in bijvoorbeeld het rapport van de kommissie Vonhoff, en ten derde dus dat kultuursociologische nivo dat de twee auteurs trachten te ontwikkelen. Prof. Zijderverld: Wat wij proberen
Prof. Van Seters: Een ander belangrijk punt van eminent belang in de huidige diskussie over de verzorgingsstaat zoals die in Nederland wordt gevoerd, vind ik dat de kultuursociologische traditie waarop de twee auteurs voortborduren, een wetenschappelijk alternatief biedt voor de journalistieke kritiek waaraan de verzorgingsstaat steeds meer bloot staat. Die wordt geïllustreerd door bestsellers als 'De Nieuwe Vrijgestelden' van Vuijsje en, het afgelopen jaar, 'D e Markt van Welzijn en Geluk' van Hans Achterhuls. Eén van de aantrekkelijke kanten van de analyse van Adriaansens en Zijderveld is dat zij proberen zo duidelijk mogelijk te presenteren. Zij ontkrachten daar-
mee de opvattingen als zouden er voor de problemen in die verzorgingsstaat enkele pasklare oplossingen bestaan. Die sociale en kulturele struktuur van de verzorgingsstaat zijn volgens hen niet van de ene op de andere dag, of zelfs generatie, te veranderen. Hun konklusle lijkt te zijn dat in de moderne samenleving geen of weinig plaats is voor vrijwilligerswerk In de traditionele zin. Als je dan die konklusie mag uitbreiden tot de analyse van de professionalisering en burokratisering van verzorging in het algemeen, dan denk ik dat ik daarop een wat positievere kijk heb dan zij. Dit betekent natuurijk niet dat ik blind ben voor de gevolgen van de modernisering van de verzorging, van de burokratisering, van gevestigde belangen, en van de inkapseUng door de overheid via subsidieregelingen. THB: Wat moet je nu eigenlijk precies vestaan onder dat begrip verzorgingsstaat? Is dat een lanß, of een bepaalde kUUuur, of een politiek stelsel? Prof. Zijderveld: Wat wij stellen is dat datgene wat vroeger juist aan privé-initiatief werd overgelaten, de verzorging van welzijn in brede zin, dat dat in toenemende mate een overheidsioa/c gaat worden. Dat is rationalisering van de verzorging. Je krijgt in dat proces van modernisering van de samenleving als het ware een automatisme waarin de overheid steeds meer gedwongen wordt om verzorgingsstaat te worden. Je ziet dat in de Derde Wereld bijvoorbeeld. Over het algemeen beperkt men het begrip 'verzorgingsstaat' verder tot wat men demokratische systemen noemt. Dan zou Rusland geen verzorgingsstaat zijn. Ik ben het daar niet mee eens.
Charybdis door kon varen. Maar het is zo gemakkelijk om dit soort dingen belachelijk te maken. Dat wilden we beslist niet doen in het boekje. Sommige mensen vinden dat het daarom niet kritisch genoeg is.' En het studentenleven nu, wat vinden jullie daarvan? Paula: 'Iedereen zegt dat nu na de drukke jaren van het demokratiseren de apathie, de maatschappelijke ongeïnteresseerdheid weer helemaal terug is bij de studenten. En dat zie je ook om je heen. Ik denk dat dat te maken heeft met teleurstelling. Het gaat toch niet allemaal zoals we willen. Maar het is een trieste zaak dat er niet eens genoeg Het begrip kun je niet beperken tot parlementaire systemen. Dus, onafhankelijk van het poUtieke systeem, kan verzorging in toenemende mate een overheidstaak worden. Dat kan heel radikaal gebeuren, zoals in socialistische systemen, minder radikaal, zoals in westeuropese systemen en heel minimaal, vergeleken bij Rusland en WestEuropa, in Amerika, w y hebben verder in diè zin ook nog een duidelijkere omschrijving van het begrip verzorgingsstaat, dat wy er op wijzen dat daarin het maatschappelijk middenveld atrofieert. Wat vroeger veelal in dat maatschapelijk middenveld gebeurde, namelijk de verzorging van het welzijn van mensen, wordt in toenemende mate een taak van de overheid. Vrijwillige verenigingen komen hierdoor op de achtergond te staan. THB: In een verzorgingsstaat is het belangrijk dat burgers voorzien zijn van informatie, van juridische en sociologische kennis. Dreigen instellingen als rechtswinkels en Maatschappelijke Advies en Informatie Centra door schaalvergroting niet een verlengstuk te worden van die verzorgingsstaat, die voor veel mensen zo onoverzichtelijk en ingewikkeld is,'dat zij hun rechten nauwelijks kennen? Prof. Zijderveld: Je ziet dat juist via subsidies onder andere allerlei vrijwiUigersaktivitelten in het netwerk van die verzorgingsstaat terecht komen. Dan moeten er ook vaak professionelen aan te pas komen, waardoor dan, zeg maar, dat in het stramien van die gerationaliseerde verzorging terecht komt, en . . . Prof. Van Seters:... wordt ingekapseld. Prof. Zijderveld: Precies, wordt ingekapseld, door de wetmatigheden van de bürokratische verzorgingsstaat. Het gaat dan nog niet eens om ideologische wetmatigheden. Daaraan gekoppeld vind ik dus een heel belangrijk punt inderdaad, informatie, kennis, juridische en sociologische kennis, in éérste instantie op een eenvoudig nivo. Wél een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's