Ad Valvas 1980-1981 - pagina 315
AD VALVAS — 13 MAART 1981
Linkse geschiedsschrijving van 'Het Studentenleven'
Opkomst en verval van traditionele studentencultuur De universiteit is rijk a a n allerlei gedenkboeken vol met nostalgische plaatjes en anecdotische verha len. Maar arm aan onderbouwde geschiedschrij ving. Eigenlijk zijn de afgelopen decennia alleen uit en rond de studentenbeweging pogingen onderno men de universiteit als producent van de weten schap historisch te analyseren. Met name de aan de ASVA gelieerde uitgeverij SUA heeft op dit terrein veel ondernomen. I n december vorig j a a r verscheen bij deze uitgeverij 'Het Studentenleven' van Rob Hagendijk. Het boek draagt als ondertitel 'Opkomst en verval van de traditionele studentenkultuur'. Een geschiedschrijving van met name het Corps uit linkse hoek, een unikum. Rob Hagendijk pakt het fors aan: 'Afhankelijk van waar men histo risch en geografisch de grensen trekt, begon het universitaire onder wijs in Nederland met de oprichting van de Leuvense universiteit in 1425 of met die der Leidse 150 jaar later,' luidt de eerste zin van hoofdstuk eén. En inderdaad aan het einde van het boek zijn we aangeland in 1980. Vijfhonderdvijftig jaar in nog geen tweehonderd pagina's. 'Er IS dan ook de laatste jaren kritiek losgekomen op de eerdere analyses van de eigen geschiedenis, waarin een bijna eklusieve nadruk wordt gelegd op de verwetenschappelij king van het produktieproces en de gevolgen daarvan voor beroeps en studiesituatie. Een nuancering en uitbreiding van dergelijke verkla ringen sou duidelijk meer recht doen aan sowel de historische feiten als de eigen behoefte Daarbij kan het van nut sijn de saken eens op een wat langere termijn te bekijken' Zo rechtvaardigt Hagendijk het be staan van dit boekwerkje. Maar bij een nadere beschouwing valt het toch wel weer mee. Na vijftig pagi na's komen we al bij het hoofdstuk 'Groei en differentiatie in het Am sterdamse studentenleven 1850 1940'.
Aartsvader corps Als we het boek ontdoen van de zichzelf onterecht aangemeten pre tentie het studentenleven door de eeuwen heen te beschrijven houden we een aardige analyse over van de ontwikkeling van de studentenor ganisaties aan de Universiteit van Amsterdam van de laatste eeuw. En daarin wordt heel precies de wor dingsgeschiedenis vertelt van aller
apolitieke, gezellige spelkarakter. Dat wordt bijvoorbeeld verwoord door één van de samenstelsters van het lANgedenkboek, dat vorig jaar verscheen en honderd jaar VUstu dentenleven in beeld brengt. In een interview in Ad Valvas stond: 'Stu deren, dat was de periode dat je je terugtrok en je standpunt ten aan zien van de maatschappij kon bepa len. En dat was ook de gedachte ach ter het corps: je trekt je zes jaar terug uit de maatschappij om daarna be ter voorbereid te gaan werken in die maatschappij. Je wilde haren was je inmiddels ook kwijt.' Deze twee ci taten geven het verschil aan tussen een analyse en een gedenkboek. Het eerste ontmistificeert en plaatst de universiteit midden in de maat schappij, of beter, er ergens boven aan als ivoren bastion van de elite. Het tweede bevestigt de onschuldi ge nostalgie.
Dkk de Hoog lei gezelligheidsverenigmgen, dis puten en de A SVA . A lles voortge sproten uit aartsvader het Corps. En dat maakt het boekje toch ook voor buitenstaanders van de ge meente universiteit interessant. Tenslotte is door de studentenbe weging het verschijnsel, gezellig heidsverenigmg en corps altijd doodgezwegen of op zijn hoogst be schimpt. Alsof het alleen maar zou gaan om uiterst rechtse volgelingen van Joseph Luns m de studenten weerbaarheid; een verschijnsel dat nog steeds bestaat overigens. Hagendijk wil laten zien 'hoe de organisatievormen van studenten door de eeuwen heen veranderen in samenhang met de algemene golf slag der maatschappelijke verande ringen.' Binnen zijn opvatting is dus het corps net zo goed een in de maatschappij verankerde instel ling als de studentenvakbonden. Net zo politiek dus, om het met andere woorden te zeggen, maar dan wel de politiek van traditionele elites, die de universiteit (en maat schappij) overheersen. 'De corpora voelden sich torenhoog verheven boven het grauw en nauw verwant mer het Oranjehuis en het Heil van het Vaderland. Door haar organisa tievormen, haar "mores" en haar goede relaties met de oudleden vormde het corps in alle oplichten een goede voorbereiding op de toe treding tot de maatschappelijke eli te.', schrijft hij op pagina 151. Het aardige is, dat vanuit het corps de zelfopvatting vaak precies te genovergesteld is aan deze analyse. Daar wordt de nadruk gelegd op het
Ook in Jaren vijftig al veel 'nihilisten' In zo'n analyse blijkt dat de univer siteit geen monolitisch blok is, maar dat allerlei tegenstellingen in de maatschappij zich binnen het ivoor nestelen en scheuren veroor zaken. Zo ook binnen het corps. Bij voorbeeld het gemak, waarmee vaak gezegd wordt dat vroeger, vóór de studentenvakbonden ontston den, iedereen lid van het corps was. Uit één van de tabellen in Hagen dijks boek blijkt, dat in de begin vijf tiger jaren minstens de helft van de studenten zogenaamde nihilisten waren, dus geen corpsleden. Maar inderdaad ook dat dat aantal na '68 opgelopen is tot 90% in 1972. Ook wordt maar al te vaak ver geten, dat de studentenbeweging uit de roemruchte jaren zestig niet de eerste progressieve oprisping ge weest IS. Hagendijk: 'De meest be kende uiting van maatschappelijke betrokkenheid was sonder twijfel de zogenaamde "eerste socialistische golf" onder studenten rond 1900, die de traditionele studentenkultuur bijna wegspoelde Daarnaast waren er echter allerlei andere, minder massale uitingen van een aktieve maatschappij opstelling. Hoewel vaak met geringe aanhang, vorm
Rijjool van de corpssenaat in 1927 (historische versamehng UvA)
ï,
l
Affiche van de sociaaldemokratische studentenclvb in de jaren deHig (his torische versameling UvA) den dese links gerichte clubjes het begin van een linkse politieke tradi tie onder studenten.'
Sociologie over boord Toch kan het boekje niet alleen maar positief benaderd worden. Het levert zeker veel informatie op, die bruikbaar is. Maar het grote manko is de wijze waarop ontwik kelingen verklaard worden. In het voorwoord staat het zo mooi: 'De wijse waarop en de kondities waar onder strukturele veranderingen in de samenleving het gedrag en het denken van studenten beïnvloeden, dienen nader te worden onder zocht. ' Maar lees dan bijvoorbeeld op pagi na 155: 'Veranderingen in de samen leving gingen in de jaren vijftig en zestig gepaard met veranderingen m de situatie van studenten en an dere jongeren Dit kwam onder meer tot uiting in de opkomst van de •studentenbeweging en het verval
van de gezelligheidsverenigingen "oude stijl". Ten dele ging het daar bij om strukturele, blijvende veran deringen, ten dele ging het om de doorwerking van meer tijdsgebon den politiek en sociaalkulturele omstandigheden.' Als dat dan het resultaat is van dat nader onderzoek moet de hele so ciologie maar over boord gezet wor den, want dat veranderingen sa men hangen met veranderingen is net zo'n waarheid als één plus één twee is. Waarom dat zo is, daar gaat het om. Maar zolang er hoogleraren sociologie bestaan die nog niet eens kunnen formuleren wat ze willen onderzoeken, moet een net afgestu deerde niet al te kwalijk genomen worden een aaneenrijging van mooie begrippen te verwarren met een verklaring. Het Studentenleven. Opkomst en verval van de traditionele studen tenkultuur. Rob Hagendijk. Een uit gave van de SUA 1980 f 22,50.
Van Trier contra cieVonhoff
V"
<A ^<^
Minister van Trier van Weten schapsbeleid vindt dat zijn minis terie in een volgend kabinet op dezelfde wijze moet voortgaan. Wel acht hij het zeer wenselijk dat de komende minister over een ei gen portefeuille gaat beschikken. Van Trier zei dit op dinsdag 3 maart in de Tweede Kamer bij de behandeling van zijn begrotings onderdeel, het Wetenschapsbud get 1981. Hij verwierp hiermee de geldigheid van de aanbevelingen van de commissie Vonhoff, die on langs de afschaffing van de minis ters zonder portefeuille had voor gesteld. 'Er dient een vraagteken te worden gezet bij het gemak waar mee de commissieVonhoff alle 69 coördinaties op het kabinetsni veau over één kam scheert,' aldus de minister.
' ^ '^^~f''~h%
k:imm.,>^^Më ':^<jj' *xi v ; 5'*i^
nh
'Ji
:^V A ^^ ,f ' t S ^^ O/ii'
\^.».^
Buiten Van Triers afwijzing van de plannen van de commissieVon hoff, leverde de kamerbehandeling weinig nieuws op. Het CDA kamerlid Lansink was verbaasd over het feit dat Van Tner
met betrokken was geweest bij het besluit van onderwijsminister Pais inzake de inf ormaticaopleidmgen. Daarnaast vroeg hij de minister om zo snel mogelijk met een eigen standpunt over het mobiliteit sprobleem bij wetenschappelijke onderzoekers te komen. Het on langs verschenen rapport van TNO over de dreigende vergrijzing van de universiteiten (zie elders in dit nummer) vereist maatregelen op een zo kort mogelijke termijn, zei Lansink. De onderwijsspecialist van D'66, Mertens, verweet Van Trier dat hu op het gebied van de microelectro nica geen echte beslissing had ge nomen. 'De beslissing om geen cen trum voor microelectronica, maar drie kernen in te stellen was geen echte beslissing.' Bovendien vond Mertens dat de vermindering van het kemenergieonderzoek te lang zaam gaat. Nederland neemt name lijk nog steeds deel aan de financie ring van de Kalkarreactor in Duits land en de Super Phénix in Frank rijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's