Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 111

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 111

9 minuten leestijd

3

AD VALVAS — 24 OKTOBER 1980

Negen eredoctoraten in zeven faculteiten Nog nooit in haar geschiedenis heeft de VU zoveel eredoctoraten verleend als nu btj haar honderdste dies natalis: negen in maar liefst zeven faculteiten. In 1965 werd dit aantal het dichtst benaderd toen de VU zes eredoctoraten verleende. In 1930 toen de VU een halve eeuw bestond waren het er vier. Enkele bekende eredoctoren uit het verleden: dr. H. Colijn, die de kappa in 1930 kreeg omgehangen; in 1950 dr. J. Schouten evenals Colijn een bekend anti-revolutionair politicus; in 1958 de christelijk-historische politicus dr. H. W. Tilanus; in 1965 toen de VU 85 jaar bestond: prins Bernhard, en dr. Martin Luther King om er twee van de zes te noemen; in 1972 dr. C. F. Beyers Naudé de bekende apartheidsbestrijder wiens stoel maandag leeg moest blijven omdat de Zuid-Afrikaanse regering hem niet het land uit liet gaan en in 1975 Dom Helder Camara de progressieve bisschop van Recife. De bekendste naam onder de eredoctoren van 1980 is waarschijnlijk wel die van dr. C. F. Bamaby (üe maandag een eredoctoraat werd verleend in de wiskunde en natuurwetenschappen, waarbij prof. dr. E. Boeker als erepromotor fungeerde. Smds 1971 is deze natuurkundige, die misschien een gedeeltelijke aanstelling op de VU zal krijgen als gastdocent, directeur van het SIPRI, het Stockholm International Peace Research Institute. Bamaby heeft zich vanaf dat jaar toegelegd op het onderzoek van de bewapeningsproblematiek en vooral op dat

llii

van de kernwapens. Bamaby, in 1927 m Andover (Hampshire) in Engeland geboren, studeerde aan de London University waar hij in 1954 zijn M.Sc. en in 1960 zijn Ph.D. behaalde. Als directeur van het SIPRI wist hij dit instituut uit te bouwen tot een internationaal erkend instituut dat belangrijke bijdragen levert aan een mondiale bewustwording van de gevaren van de bewapening en aan de erkenning van de wetenschap van oorlog en vrede. Met het verlenen van een eredoctoraat wordt ook de betrokkenheid van de VU tot uitdrukking gebracht bij diskussies binnen de kerken, de politieke partijen en maatschappelijke groeperingen over het probleem van de kernwapens.

'inleiding In de wijsbegeerte, logica, logistiek en natuurfilosofie' en later 'wijsbegeerte met bijzondere inachtneming van de natuurfilosofie'. Van Meisen heeft bijdragen geleverd aan de beschrijving van de geschiedenis van de natuurwetenschappen, aan de natuurfilosofie en aan de meningsvorming over de verantwoordelijkheid van de natuurwetenschapper met name vanuit christelijk gezichtspunt. Hij heeft de laatste decennia belangrijke bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van het denken over de natuurwetenschap en de technologie in hun filosofische maar vooral ook maatschappelijke kontekst. In de theologische faculteit is met prof. dr. H. M. Kuitert als erepromotor, een eredoctoraat verleend aan prof. dr. José Miguez Bonino

smds 1959 hoogleraar aan het ISEDET (Instituto Superior Evangelico de Educación Teologica) te Buenos Aires in Argentinië. Miguez Bonino geldt als een belangrijke vertegenwoordiger van de Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheologie. Als protestant neemt hy een eigen plaats m onder de overwegend rooms-katholieke vertegenwoordigers van deze theologie. Miguez is ook een van de voorzitters van de Wereldraad van Kerken en door zijn oecumenisch werk in kringen van kerk en zending internationaal bekend. In een uiterst moeilijke politieke situatie probeert hij een juiste relatie te leggen tussen geloof en politiek met bijzondere aandacht voor de betekenis van het Evangelie voor de armen. Ook internationaal gezien is het werk van Miguez Bonino van grote betekenis. Als president van de Wereldraad van Kerken heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de diskussies over een rechtvaardige en verantwoordelijke maatschappij. Het eredoctoraat zal zijn positie versterken en tevens steun betekenen voor de protestantse minderheid in ZuidAmerika met name in Argentinië. Miguez heeft enige ty d geleden toen hij Nederland bezocht aan de VU enkele gastcolleges gegeven.

In dezelfde faculteit kreeg prof. dr. A. G. M. van Meisen een eredoctoraat uit handen van rector prof. H. Verheul. Van Meisen promoveerde in 1941 aan de RU Utrecht op het proefschrift: Het wijsgerig verleden der atoomtheone'. Van 1946 tot 1977 was hij hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen met aanvankelijk als leeropdracht Mr. Yap Thiam Hien, een Indonesische christen-jurist die gedurende een groot aantal jaren tal van politieke gevangenen heeft verdedigd, kreeg m de rechten-faculteit het eredoctoraat uit handen van prof. dr. A. van Doom, die prof. mr. I. A. Diepenhorst wegens ziekte verving. Yap geniet internationaal ruime bekendheid. Ook op dit ogenblik werkt hlj voor de verdediging van een aantal studenten In Indonesië. Hij verricht dit werk met een geheel belangeloze inzet voor het bevechten van recht en gerechtigheid op een wijze die van veel deskundigheid en moed getuigt.

Yap werd in 1913 te Banda Aceh in Indonesië geboren. Na zijn opleiding aan de Hollands Chinese Kweekschool in het toenmalige Batavia werkte hij als onderwijzer o.a. aan zendingsscholen. Zijn juridische opleiding volgde hij aan de Rechts Hogeschool te Batavia en de RU Leiden waar hij in 1947 de doctoraalbul behaalde. Vanaf 1950 tot heden is hij als advocaat en procureur werkzaam in Jakarta. Yap bekleedt op dat moment ook een aantal funkties binnen de Wereldraad van Kerken en is lid van de Internationale Commissie van Juristen te Geneve. In de geneeskunde werden twee eredoctoraten verleend. Een aan drs. S. Kruyt en een aan tandarts P. E. R. de Maar. Als erepromotor van mevrouw Kruyt trad prof. J. P. Kuiper op. Mevrouw Kruyt werd in 1913 geboren te Mojawamo in Indonesië. Vanaf 1957 is zij werkzaam als arts-directrice in het Mardi Santosa ziekenhuis te Surabaya. Als arts heeft mevrouw Kruyt zich beziggehouden met de toepassing van de moderne klinische verloskunde en gynaecologie. In een periode waarin in Indonesië 'moederen kinderzorg' nog sterk onderontwikkeld was, heeft zij steeds de verloskunde gecombinbeerd met de zorg voor babies en kleuters, waardoor zij het begrip 'kraamkliniek' een veel wijdere betekenis heeft gegeven. Zij zette een driejarige opleiding tot vroedvrouw op, ter verbetering van de verloskundige hulp in de dorpen.

Dit werk werd uitgebreid tot een veelomvattende family-care, waarin adviezen worden gegeven over hygiëne en voeding en over de preventie van ziekten. In een tijd waarin in Indonesië over een verantwoorde gezinsplanning nog niet werd gedacht vond zij een wijze van voorlichting die motiverend bleek te zijn om daadwerkelijk family-planning te realiseren. Zij heeft zich intensief ingezet om vanuit de door haar opgezette Stichting voor het Gezinswelzijn sociale hulp te verlenen aan allerlei behoeftigen. Het instituut is sinds het eind van de jaren zestig ook van groot belang geworden voor de opvang en rehabilitatie van politieke gevangenen. Mevrouw Kruyt heeft in een vroeg stadium de locale kerkelijk gemeenten weten te betrekken bij medisch en sociaal werk. Dit alles werd tot stand gebracht in een land waar het begrip sociaal wrk onbekend was en waar men bevreesd was voor 'christianlsering'. De heer F. E. B. de Maar, wiens erepromotor prof. P. A. E. Sillerius Smith was, is in 1912 te Groningen geboren en sinds 1934 werkzaam als tandarts in Den Haag. Daarnaast is hij vanaf 1954 beheerder van de tandheelkundige afdeling in het Utrechts Universiteitsmuseum, in welke funktie hij belangrijk werk verricht. Hij is er in geslaagd een unieke verzameling van belangrijke historische voorwerpen op het gebied van de tandheelkunde bijeen te brengen die een groot aantal zeldzame exemplaren bevat en die een overzicht geeft van de ontwikkeling van de tandheelkunde gedurende de laatste vier eeuwen. De verzameling is ook zeer waardevol voor het onderwijs in de tandheelkunde aan alle Nederlandse universiteiten. De heer De Maar is zowel nationaal

als internationaal zeer bekende vanwege zijn bijzondere bijdragen op het gebied van de geschiedenis van de tandheelkiinde. Bij Letteren kreeg prof. dr. G. Daby een eredoctoraat. Prof. W. J. Wleringa hing hem de cappa om. Duby werd in 1919 in Parijs geboren. Hij was van 1951 tot 1970 hoogleraar in de middeleeuwse geschiedenis in Aix-en-Provence en doceert sinds 1970 aan het College de Prance te parijs, waar hij als leeropdracht heeft: 'l'hlstoire des sociétés médiévales'. De heer Duby behoort tot de meest vooraanstaande historici in Frankrijk. Hij heeft zich gepresenteerd als een gekwalificeerd onderzoeker van sociale structuren, gebruik makend van materieel-kwantitatieve gegevens. Aanvankelijk beperkte zijn specialisatie zich tot de sociaal-economische geschiedenis met inbegrip van de agrarische geschiedenis. Gaandeweg openbaarde zich een verschuiving en verruiming in het onderzoeksterrein, waarbij hij zich begaf op het nog weinig gebaande pad van de menteliteitsgeschiedenis als aanvulling op de door hem reeds gebruikte onderzoeksmethoden. Dit bracht hem ertoe literaire bronnen te plaatsen naast de materieel-kwantitatieve gegevens, omdat deze bronnen de werkeUjkheidsbeleving van een bepaald tijdstip weerspiegelen. De beoefening van de geschiedenis, zoals Duby die voorstaat, relativeert de waarde van de uitkomst van de materieel-kwantitatieve benadering en vraagt voor de religieu-

geboren. In 1948 slaagde h^ voor het accountantsexamen van het Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIvRA). In 1957 werd hU benoemd tot lector In de administratieve organisatie en de controleleer aan de Universiteit van Amsterdam en in 1965 volgde zijn benoeming tot buitengewoon hoogleraar met dezelfde leeropdracht, alsmede in de methodologie van de automatische informatieverwerking aan diezelfde universiteit. De heer Frielink heeft een open oog voor de maatschappelijke betrokkenheid van de verschillende aspecten van de accountancy en de informatieverwerking. Zo is h]j zeer nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de beroepsregels voor het accountantsberoep. Onderwerpen als de openbare accoimtant als vertrouwensman in het maatschappelijk verkeer en het vraagstuk van de privacy in relatie met de automatische informatieveinwerking hebben steeds zijn belangstelling gehad. De heer H. Algrs tenslotte kreeg in de sociale wetenschappen een eredoctoraat uit handen van prof. dr. E. Diemer, zelf van origine journalist. Algra in 1896 in Hardegarijp

geboren was tot 1922 werkzaam als onderwijzer, later als leraar geschiedenis. Van 1935 tot 1978 was hy hoofdredacteur van het Priesch Dagblad. De heer Algra heeft bijzondere verdiensten op het gebied van de commentariërende en opiniërende journalistiek. Gedurende een lange reeks van jaren heeft hij een markante bijdrage geleverd aan de diversiteit van meningen binnen de Nederlandse samenleving. Hy heeft getracht, met name ten dienste van de voorlichting en de vorming van het protestants-christelljk volksdeel, actuele gebeurtenissen en ontwikkelingen, vooral op politiek en maatschappelijk tei> rein, te beschrijven vanuit een duidelijke visie, geïnspireerd door het Elvangelle.

Grote afwezige: Pramudya De grote afwezige in deze eregallery is tenslotte Pramudya Ananta Tnr. De studentenfraktie van de subfaculteit SKW besloot indertijd Pramudya voor te dragen i.v.m. zijn ze waarden tot een herziening van de optiek daaromtrent. Daardoor ontstaat ruimte voor een interpretatie en reconstructie van het verleden waarin aandacht kan worden gevraagd voor de waarden vtm het christendom in de samenleving. Prof. A. B. Frielink kreeg in de economische wetenschappen een eredoctoraat uit handen van prof. drs. J. W. Schoonderbeek. Frielink werd op 19 november 1917 te Amsterdam

werk op het gebied van de sociale geschiedenis en sociale filosofie, zijn puur literaire aktiviteiten die hem tot de meest bekende Indonesische schrijver maakten, de voortdurende aandacht in zijn werk voor de dagelijkse problemen van de gewone mensen in Indonesië en zy n politiek-kulturele aktiviteiten. Pramudya's langdurige gevangenschap

Vervolg op pag. 6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 111

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's