Ad Valvas 1980-1981 - pagina 150
ADVALVASVEWBE Tot zover de door uw verslaggever wat persoonlijk opgevatte visie van prof. A nne van der Meiden op de driehoeksverhouding tussen me dia, pubUek en overheid. Deze Utrechtse hoogleraar in de leer der public relations was een van de inleiders tijdens het kongres over 'media en maatschappelijke ver antwoordelijkheid' dat vier en vijf november j.l. op de Vü plaatsvond. Van der Meiden gooide de knuppel in het hoenderhok dat in dit geval bestond uit bijna driehonderd jour nalisten, voorlichters, omroepbon zen, uitgevers, reklamejongens, ambtenaren, wetenschappers en een handje vol 'gewoon' publiek. Zijn betoog lokte een aantal onge meen felle reakties uit, zoals: 'Van der Meiden wil zeker terug naar de natuur. Erkent hij het beroep van journalist wel?' Van der Meiden, die zei zich een beetje de waakhond van de media te voelen, antwoordde daarop niet aan het beroep op zichzelf te willen tomen, maar de grenzen van de journalistieke vrijheid ter dlskussie te wUlen stellen. Hij noemde de me dia de laatste nietgedemokrati seerde bolwerken. Er zou een span ning bestaan tussen pers en pu blieksvrijheid. Als hij voor een keu ze geplaatst werd, aldus Van der Meiden, zou lüj de vrijheid van me ningsuiting voor elke burger ver kiezen boven de vrijheid voor de journalist. Dit onderscheid tussen twee soor ten vrijheden werd aangevochten door de journalist Gerard Schuyt, die zei de pers en andere media te beschouwen als middel voor de vrije meningsuiting van iedereen, afge zien van de vraag of ook iedereen aan bod komt.
Van Randwijk Hij viel Van der Meiden ook aan op diens uitspraak dat burgers de vrij heid dienen te hebben van bood schappen gevrijwaard te blijven. 'Ik wil als journalist desnoods een roe pende in de woestijn zijn', riep Schuyt in de VUaula uit. Hij noemde het voorbeeld van Van Randwijk die vlak na het einde van de laatste wereldoorlog elke week in Vrij Nederland schreef dat Neder land weg moest uit Indië, steeds meer lezers kwijtraakte, maar niet versaagde. 'Hij móést het recht heb ben dat te schrijven', aldus Schuyt, die vindt dat media niet verder kun nen gaan dan het periodiek explici teren van doelstellingen en uit gangspunten, iets dat met name bij de schrijvende pers te weinig zou gebeuren. Van der Meiden wil wèl verder gaan. Hij pleit bijvoorbeeld voor de oprichting van lezers, kijkers en luisteraarsbonden, al werid tijdens het kongres niet duidelijk welke be
voegdheden zulke bonden zouden moeten hebben. Hij sprak lovend over het initiatief van een Australi sche krant die regelmatig bijeen komsten belegt met een steeds wis selende groep abonnees en de daar gevoerde diskussies over het redak tiebeleid achteraf pubUceert. In Nederland is er één krant die uit gaat van een vereniging en die ook regelmatig met lezersleden over het redaktiebeleid praat, zij het zonder publikatie achteraf. Die krant is het Friesch Dagblad waar van één der drie hoof dredakteuren, Sytze Faber, spreker was op het kongres. Hij zei geen hoge pet op te hebben van publieksconsultaties, hoewel hij benadrukte ze zeker te willen handhaven. Slechts een klei ne groep lezers had naar zijn indruk behoefte aan deze vorm van feed back, zij het dat de gespuide kritiek doorgaans niet mals was en hem zeer tegen dit soort vergaderingen deed opzien. Eric Jürgens, voorzitter van de Ne derlandse Omroep Stichting (NOS) en eveneens inleider op het kon gres, signaleerde een groot verschil tussen de openbaarheid bij de mees te omroepen, van wie het perso neels en redaktiebeleid menig maal onderwerp van diskussie is in de schrijvende pers en de besloten heid bij de meeste kranten, over wier redaktie en personeelsperike len je zelden iets verneemt. 'Ik zie nog niet dat iemand van het Parool bij het NRC op de stoep staat om over een door de ander geschreven kommentaar te praten', merkte Jürgens op. Meer openheid bij de schrijvende pers zou hij toejui chen.
Pluriformiteit Over de bijdrage van de schrijvende pers aan de politieke meningsvor ming, algemeen beschouwd als één der belangrijkste maatschappelijke verantwoordelijkheden van de me dia, werd nogal lovend gesproken. Van der Meiden had weliswaar eni ge vraagtekens geplaatst en Hou waart (voorlichter van het minis terie van binnenlandse zaken) had even het commerciële element van de pers aangestipt, zonder dat ie mand daar verder op inging, maar overigens viel er weinig kritiek te beluisteren. De vakgroep kommunikatieweten schap van de VU, die het kongres georganiseerd had, doet reeds jaren lang onderzoek naar de pluriformi teit van de Nederlandse dagbladen en stelt vast dat we ons daarover, althans wat betreft de landelijke pers, weinig zorgen hoeven te ma ken. In de kongresmap heeft onderzoe ker dr. Jan van Cuilenburg in cij fers weergegeven hoe verscheiden
•f^'^/?^;V/^'yyy4/,'',^//^iKi'?^^P/ ^ ï ^ ^ ft''V? '/y^ ^yV,/^/:iyfyyp^,V///yy'^^^,^,M''.^/,!^^^'^fy^y
^^rslag van hëtbima laatste ièüwfmstcongms
Media, publH vele visies op één Hier volgt een verslag van een mediakongres, ÏE past u vooral op. Ik geef u de feiten vast gekleurc'i 3ÏI| gefilterd door. 't Zit er dik in dat ik uit ben op se» tie en bij u het befaamde doemdenken oproep do» u | te doen geloven dat niets deugt. Mijn funktie is iel van waakhond over het universitaire gebeureni maar tien tegen één dat ik ben verworden tot eenl briesende leeuw die rond gaat n a a r wie hij kan verf slinden. Mijn eventuele slachtoffers kunnen niet opl voldoende bescherming lekenen tegen simiad» laf ster of andere schade, ü , b e t publiek, benft V0«r m^j waarschijnlijk weinig meer dan een vei^EameUnJ abonnees» I n feeti geval b e n t a een ¥Olwii»i*dig«l partner in ons konminnikatieproiëes« U s t a a l steedsl terzijde « n b e n t niet in s t a a t t a t eigen nienwsg3|
Simon Kooistta qua inhoud de Nederlandse dagbla den ten opzichte van elkaar zijn en hoe groot de pluriformiteit van elke krant afzonderlijk is, d.w.z. hoeveel politieke meningen in elke krant aan bod komen (zie tabellen). Op de vraag of de vakgroep in haar onderzoek niet voorbijgaat aan de kritische theorie, volgens welke sprake Is van een verval van open baarheid en vervlakking van het nieuws, antwoordt Van Cuilenburg in gesprek met ons: 'Er wordt veel afgegeven op de media. Wij wilden wel eens onderzoeken of die kritiek hard te maken is. Welnu, het blijkt gewoon dat de kritiek niet overeen stemt met onze gegevens. Natuur lijk spelen ekonomische faktoren een rol. Je ziet wel een verschuiving naar het midden en er is wel een tendens naar meer amusement, maar het betekent niet dat dingen niet gezegd kunnen worden. Ik ben biy met het Bedrijfsfonds voor de pers dat althans de materiële basis van verschillend gekleurde bladen veilig stelt'. Vooral bij de radio zie je een ver
gaande profilering. Bij de tv min der. Die tv is vooral een huisbio scoop. Uiteindelijk is de klant ko ning. Je kunt natuurlijk wel willen dat de koning anders is, maar ik geloof dat je niet kunt ontkennen dat elk volk de pers krijgt die het verdient'.
'Een leugen' De laatste uitspraak werd ook ge daan door Sytze Faber die de media 'de spiegel van de samenleving' noemde, zich daarmee scherp profi lerend tegenover de op het kongres door Van der Meiden geventileerde mening dat de afspiegelingstheorie 'een leugen' is. Faber, die het hoofd redakteurschap van het Presch Dagblad weet te verenigen met een Tweede Kamerlidmaatschap voor het CDA, heeft echter wel de indruk dat onze samenleving en derhalve ook de media een vervlakkingspro ces doormaken, dat, naar hü vreest, versterkt zal worden door de komst van nieuwe media als de satelliet tv, viewdata en teletekst. De over heid heeft z.i. een belangrijke taak bij het behouden en vergroten van wat hy noemt de 'institutionele plu riformiteit', maar de overheid mag zich onder geen beding inlaten met
Hit dishusitie panel bestaande uit de Inleiders i an tiet congy es md aUroorj;itter prof WF d< Gaau Fortwan luisttrthier opdi tiuedi tnlaatstt gresdag naar stemmen uit de saai
con
de inhoudelijke pluriformiteit. Dus hij is wel voor het bedrijfsfonds voor de pers en, zoals hij zelf zegt, het sti muleren van regionale radio en tv, maar als we hem juist begrijpen niet voor de oprichting van een overheidskrant die meningen weer geeft die in andere bladen niet aan bod komen. Politicoloog en oudjoumalist prof. Jan van Putten noemde Paber's be toog 'zwartgallig en feitelijk minder juist'. Je kunt alle nieuwe media volgens hem niet over één kam scheren. Viditel (de Nederlandse naam voor viewdata) maakt het bij voorbeeld mogelijk, aldus Van Put ten, dat de overheid en anderen informatie bij de mensen thuis brengen die de politieke menings vorming kan bevorderen. De kon klusies over vervlakking vond hij te gemakkelijk getrokken. Zelf kon stateerde Van Putten dat er eerder méér dan minder wordt gestudeerd, dat de kwaliteit van regionale dag bladen is toegenomen en dat de oplage van een 'kwaliteitskrant' als NRC in één jaar met veertien pro cent is gestegen. De 'paniek' over de buitenlandse tvuitzendingen die straks per satelliet ons land binnen komen vond hij misplaatst, zolang we de ontvangst van buitenlandse radioberichten, de vertoning van buitenlandse films in onze biosco pen en het optreden hier van inter nationale theatergroepen wèl ac ceptabel vinden. Alleen bij schaar ste aan kanalen mag de overheid regelend optreden, vond Van Put ten. Tot slot maakte de politicoloog van de gelegenheid gebruik Faber in diens hoedanigheid als politicus enige suggesties van de hand te doen. Het kamerlid zou zich bij de komende behandeling van de CRMbegroting kunnen inzetten voor uitbreiding van bevoegdheid voor het reeds enkele malen ge noemde bedrijfsfonds. Een voorstel van het fonds om het nieuwe tijd schrift 'Bladeren' te steunen werd onlangs door de minister afgewe zen, zodat het blad inmiddels weer ter ziele is. 'Kennelijk maken nieu we bladen geen kans', aldus Van Putten, die voorts pleitte voor een fusiecontroleregeling en Faber op het hart drukte niet te antwoorden dat we maar moeten wachten op de nieuwe Perswet, want hij had uit betrouwbare bron vernomen dat de voorbereidingswerkgroep van deze wet nog niets tot stand had ge bracht.
'Simplisme' Faber zegde toe de suggesties ter harte te nemen en hoopte 'dat er iets van zal doorklinken op de open bare commissievergadering van CRM. We moeten zorgen dat nieu we plantjes kunnen opbloeien', al dus Faber. De overige kritiek wees hij van de hand. Hij bleef bij zijn persoonlijke indruk inderdaad, bewijzen had hy niet dat er min der naar elkaar geluisterd wordt en dat de kommunikatie vervlakt tot 'clichés' en 'simplisme'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's