Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 445

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 445

12 minuten leestijd

ADVALVAS —19JUNI 1981

Ekonoom Kick van der Pol (VU) in spoor iiernieuwde belangstelling met proefschrift 'Marx contra Ricardo'

De klassieke ekonomen hebben nog niet afgedaan Nog niet zolang geleden woedden binnen wetenschappelijke kringen felle debatten over het al dan niet toelaten van de politieke ekonomie binnen de gevestigde muren van het universitaire bedrijf. De politieke ekonomie staat voor een stromiiig binnen de ekonomische theorie, die globaal gezegd, ekonomische processen wil analyseren in relatie met maatschappelijke verhoudingen en strukturen en die zich met name oriënteert op de nalatenschap van Marx. Een aantal jaren geleden liepen de gemoederen in Tilburg rond het al dan niet instellen van een hoogleraarschap politieke ekonomie zo hoog op, dat het thema de landelijke pers haalde. Bü de ekonomische f akulteit aan de VU ontwikkelt de diskussie zich in wat rustiger vaarwater. Vorig jaar besloot de f akulteit het vak politieke ekonomie officieel in het programma op te nemen. Maar ook binnen het onderzoeksprogramma is ruimte voor aandacht voor een meer op Marx georiënteerde benadering van de ekonomische theorie. In 1976 al promoveerde W. van Drimmelen op een onderzoek n a a r de arbeidswaardeleer van Marx. Op 5 juni jongstleden volgde Kick van der Pol in dat voetspoor met een proefschrift onder de titel 'Marx contra Ricardo, de wet van de dalende winstvoet.' Voor ons reden om de nieuwe doctor te ondervragen over deze hernieuwde belangstelling voor de klassieke ekonomen. Hoe is de hernieuwde belangstelling voor de klassieke ekonomen ontstaan? 'In de jaren zestig is een groep ekonomen in Cambridge in Engeland begonnen met het In twijfel trekken van de gangbare ekonomische theorieën. Als je de achtergrond van dit verschijnsel wilt verklaren, moet je bedenken dat toen de ekonomie nog een sterke bloei doormaakte. In feite zag men als grote ekonomische problemen de nadalen van de groei en het gegeven dat die groei niet iedereen in gelijke mate ten goede kwam. Daarom werd de verdeling centraal gesteld in de kritiek. Joan Robinson, de leidster van de Cambridge groep heeft op een gegeven ogenblik een lezing gehouden onder de titel "De tweede krisis in de ekonomische theorie." Volgens haar was de eerste krisis de onverklaarbare werkloosheid van de dertiger jaren. Deze krisis loste zich op met de nieuwe inzichten van Keynes. Via die inzichten was men weliswaar in staat het nationaal inkomen te maximaliseren en daardoor de werkloosheid op te lossen, maar het probleem nu was de verdeling van de groei. De theoretische verklaring van de verdeling vormde volgens haar de tweede krisis. Dus de diskussie startte met de vraag of we een goede verklaring voor de verdeling hadden en of we het met die verdeling eens waren. Die ontwikkeling binnen de ekonomische theorie mag natuurlijk niet geïsoleerd worden beschouwd. Tegelijkertijd ontstond binnen andere wetenschappen een parallelle kritiek op de gangbare theorie en was er een maatschappelijke onderstroom die een voedingsbodem vormde. Je kunt de opkomende kritiek niet los zien van de studentenbeweging die deze geheel droeg en van de hele maatschappelijke ontwikkeling aan het eind van de zestiger jaren. In de ontwikkeling die de studentenoppositie heeft doorgemaakt krijgt men de behoefte om in die hele versnelling van de maatschappelijke veranderingen ook de oorzaken daarvan te verklaren. In die periode zie je dat internationaal kritische studenten en wetenschappers teruggrijpen op de klassieke ekonomen, omdat die, dacht men, een handvat boden om tegen de aktuele problemen aan te gaan. Maar bij dat teruggaan naar de klassieke ekonömen - ik praat nu maar voor de ekonomie, ipaar dat zal bij andere wetenschappen hetzelfde zijn geweest - hebben ontzettend veel ontsporingen plaatsgevonden. Je had groepen studenten die vierentwintig citaten van Marx uit hun hoofd leerden en dat was het dan. Er was een enorme behoefte om op een bepaalde grootheid terug te vallen. Men ging terug naar de klassieken om de huidige maatschappij te kunnen analyseren, maar men verzandde eigenlijk in een vrij behoorlijk dogmatische beschouwing van de theoretische problemen uit Marx' tijd. De ekonomen-debatten

Dirk de Hoog werden steeds abstrakter en gingen alsmaar verder weg van de problematiek waar we vandaag de dag voor staan. Die zaak is toen op een geweldige manier vastgelopen.' Maar toch niet so, dat alle aandacht voor de politieke ekonomie verdwenen is? 'Het is opvallend dat de studenten, die de motor van het gebeuren waren, inzagen dat dat abstrakt geanalyseer nergens toe leidde. Maar ze vervielen in een overreaktie naar de andere kant. Op een gegeven ogenblik stortte iedereen zich voor honderd procent op het empirisch onderzoek, waarbij de theorie volstrekt werd losgelaten. Vragen of het CBS de arbeidsquote wel goed berekende en of de bij het planbureau gekonstateerde één procent stijging van de loonkosten wel klopte, vormden de belangrijkste diskussie onderwerpen.

is en zijn processen in die technische ontwikkeling aan te wijzen, die leiden tot een bepaalde wetmatigheid?'

Verschillen Waarin verschillen de klassieke ekonomen fundamenteel met de andere ekonomische stromingen? 'Een paar punten zijn te noemen. Het belangrijkste is, dat de klassieken veel meer dan de anderen de nadruk leggen op de ontwikkelingen binnen het produktieproces. De stroming van Keynes daarentegen heeft erg veel aandacht besteed aan de vraagzijde van de ekonomie. Wat dat betreft denk ik dat veel ekonomen nu de kous op de kop krijgen, omdat nu aan de produktiekant verschrikkelijk veel problemen afspelen op Sektor- en struktuumivo, waar we betrekkelijk weinig van af weten. De klïissieken onderscheiden zich verder omdat hun ekonomische analyse niet starten op het nivo van het individu, maar bij groepen. Veel neo-klassieken daarentegen beginnen hun analyse bij de Robinson Crusoe en worden de overwegingen van het ekonomisch Subjekt in individuele kategorieën gegoten. Je zou misschien heel slordig en globaal kunnen zeggen, dat de oude politieke ekonomie zich verhoudt tot de neo-klassieken als sociologie tot psychologie. Dan bega ik een boel zonden, maar misschien is het dan duidelijk. Een ander geschilpunt is, dat de klassieken ervan uitgingen dat bezitsinkomens geen vergoeding waren voor een produktieve prestatie, maar dat die inkomens op macht gebaseerd waren, terwijl in het latere denken tegenover elk inkomen een produktieve prestatie staat. Wat ook nogal belangrijk is, is dat de klassieken ervan uitgingen, dat er niet in principe harmonie heerst op de markt, maar dat er so wie so ongelijke verhoudingen bestaan vanwege het feit dat er bezitters en niet bezitters zijn. Terwijl in ieder geval in het meest abstracte model van de subjectieve richting harmonie heerst op de markt en in ieder geval niet a priori ongelijkheden

Kick van der Pol: 'Krisis binnen marxistische ekonomie'. In Engeland werd het debat voortgezet zonder die verschrikkelijke dogmatisering en zonder in de empirische overreaktie te vervallen. Eén van de onderwerpen die däar een rol speelde was de problematiek van de winstvoet, welk onderwerp centraal staat in mijn proefschrift. Daarbij is niet interessant of de winstvoet al dan niet daalt op de wijze die Marx of Ricardo voorspeld hebben, maar interessant Is om te zien hoe zij het ekonomisch proces analyseren en hoe zij op de problematiek van de winstvoet gekomen zijn. Daarbij bleek dat bijvoorbeeld technische ontwikkelingen een belangrijke rol speelden en dan kom je op allerlei interessante vraagstukken die aktueel zijn voor de problematiek van vandaag de dag. In hoeverre is de technische ontwikkeling als een soort manna uit de hemel komen vallen, buiten ons om? Of heeft het te maken met allerlei maatschappelijke invloeden op de manier waarop de ekonomie ingericht

zijn ingebakken. Ik denk dat deze punten de grote verschillen zijn tussen de klassieken en de latere ekonomische opvattingen. En dat zijn allemaal punten die weer opgepikt konden worden in de zeventiger jaren. Maar zoals gezegd is dat toch ergens fout gelopen.Zeker op het vaste land van Europa hebben de marxistische ekonomen in mijn ogen zich veel te veel vastgebeten in het verleden.' Waarin verschillen Marx en Ricardo van elkaar? Het belangrijkste verschU is, dat Ricardo ervan uitgaat dat het ekonomisch proces zich afspeelt op basis van wetten, die altijd en overal hetzelfde zijn. In principe gaat hij ervan uit, dat de ekonomie niet bepaald wordt door maatschappelijke verhoudingen. Daarentegen zegt Marx, dat aan een ekonomisch proces aspekten zitten die overal geldig zijn, maar dat daarnaast en er dwars doorheen allerlei invloe-

den spelen die afhankelijk zyn van de 'nrichting van onze maatschappij. Wat dit betreft is er geen groot onderscheid tussen Ricardo en de meer gangbare ekonomische theorieën. Ook thans worden de maatschappelijke verhoudingen meer als een gegeven beschouwd en zijn er tal van ekonomische principes en wetten die worden geformuleerd alsof ze onder alle tijden en omstandigheden gelden. Juist op dat punt wordt Marx interessant en bestaat de behoefte om te actualiseren in hoeverre de maatschappelijke verhoudingen hun invloed doen gelden op de huidige ontwikkelingen van de produktie en hoe we daar greep op kunnen krijgen. Ik denk dat zowel in theoretisch opzicht als m het politieke denken vandaag het ekonomisch proces veel te veel gezien wordt als een natuurlijke ontwikkeling.'

Technologie In je proefschrift speelt technologische vernieuwing een belangrijke rol. Wat kunnen we wat dat betreft van de klassieken leren? Ik denk dat je van de manier waarop Marx technologische ontwikkelingen analyseert een boel kan leren, mits het niet een kwestie is van wat strooien met citaten. De les is, dat technologische vernieuwing niet van buitenaf ontstaat, als manna uit de hemel komt vallen, maar dat het vanuit de ekonomie zelf voortkomt. Dat betekent, dat de ekonomische wetenschappen techniek niet als een gegeven moet beschouwen, maar als een grootheid die verklaard moet worden. Marx laat zien, dat de technische ontwikkelingen gestuurd worden door de problemen die er in het produktieproces bestaan. Voor de industriële revolutie zat de ontwikkeling van het produktieproces aan alle kanten vast. Marx toont aan dat de ondernemers daarop reageren met een specifiek soort mechanisatie. Nu valt op dat veel ekonomen de techniek buiten hun werkveld vinden vallen.' Hoe zie je de huidige positie van de politieke of marxistische ekonomen? 'Je kunt op het ogenblik vaststellen dat eind zestiger jaren iedereen sprak over de krisis in de ekonomische theorie. Als je daar nu op terugkijkt moetje vaststellen dat op dat moment ook een politieke krisis gaande was in het Oosten en het Westen. Praag en Parijs '68 liepen parallel. Er was een krisis rond tanende gezagsverhoudingen, er waren geweldige problemen in Vietnam etc. Tegen die achtergrond kwamen allerlei nieuwe maatschappelijke problemen naar voren, waar ekonomische en andere wetenschappers nauwelijks raad mee wisten. Veel studenten gingen terug naar Marx. Maar nu moet je vaststellen dat er een krisis is binnen het marxisme. En ook die krisis heeft een politieke achtergrond. Ik denk dat het niet los te zien is van bijvoorbeeld een mislukkend historisch compromis in Italië en een mislukte alliantie tussen socialisten en communisten in Frankrijk, ondanks de verkiezingsoverwinning van Mitterand. In het algemeen gaat het om het ontbreken van een progressief alternatief voor de huidige ekonomische krisis. Vandaag zitten de zich marxist noemende ekonomen in een ongeveer vergelijkbare positie als hun "burgerlijke" collega's in de zestiger jaren. De alternatieven waarmee de marxisten komen voor het oplossen van de huidige ekonomische krisis zijn alles behalve florissant. Het is het herhalen van platgewalste keyniaanse paden, die volstrekt niet toegesneden zijn op de huidige problemen. En dat was in feite ook de krisis van de ekonomen in de zestiger jaren die met hun theorieën geen betrokkenheid hadden op de problemen die de oppositie op dat moment zag. De huidige problemen zijn niet in eerste instantie een gevolg van on-

voldoende bestedingen, maar zitten aan de produktiekant. Dat betekent, dat je daarop moet ingrijpen. Veel progressieve ekonomen stellen het voor alsof er ekonomische medicijnen zijn, die geen pijn doen. Dat is politiek natuurlijk wel aantrekkelijk, maar het is niet erg realistisch.'

Mentoren gevraagd Voor de Sociale Introduktie, die plaatsvindt van 24 tot en met 27 augustus zijn nog mentoren nodig. Met name voor rechten en ekonomie worden mensen gezocht die de komende eerste jaars een week willen begeleiden in hun eerste kennismaking met universiteit en stad. De mentoren krijgen op vrijdag 21 augustus een trainingsdag. Aanmelden kan bij de kontaktpersoon op de faculteit of bij de kommissie Sociale Introductie, tel. 548 4524 (Anneke of Mieke).

Agenda: p/annen '8f-'82

Open bijeenkomst voor TAS-vrouwen 'Kom-Kom-Kom'. Zo begint de niet mis te verstane oproep van de TASVrouwenkemgroep voor een open bijeenkomst (dus bestemd voor alle TAS-vrouwen) op woensdag 1 juh. Na een muzikale opening worden de plannen voor '8I-'82 besproken: vrouwenspreekuur, nieuwe kursussen (talen, kommunikatietraining) en themabijeenkomsten (bijv. deeltijdarbeid; de vrouw en haar ontplooiingsmogelijkheden). De vergadering begint om 12.00 uur (fjrood meenemen; voor koffie en thee wordt gezorgd) op een nader te bepalen plaats (informatie en opgave bij Wilma Hompe, k. 1 D-lO VUhoofdgebouw, tel. 2679 of Pieke Dopper, PAW, tel. 735165).

ACC zoekt bestuur Het A.C.C., de culturele organisatie op de VU, is op pad voor nieuwe bestuursleden. Voor het bestuur worden een stuk of zeven energieke, enthousiaste lieden gezocht die het werk van de afgelopen jaren willen voortzetten. Om dat te doen hoefje echt nog niet wortel geschoten te hebben in theater of filmhuis. Werken bij het A.C.C, is werken voor andere mensen. Maar dat niet alleen. Het is ook werken voor jezelf, want er valt veel te leren. Je maakt niet alleen kennis met het reilen en zeilen van de culturele incrowd, maar vooral leer. je samen met andere mensen iets tot stand te brengen. Maandelijks wordt een bescheiden vergoeding op je giro bijgeschreven zonder dat je beurs eronder lijdt. Per week kost het bestuurswerk ongeveer twee dagen. Wat de taakverdeling betreft het volgende. Voor de organisatie van het Broodjes-programma zijn drie mensen nodig, twee voor de taak samenwerkingsprojekten met andere organisaties en iemand voor het A.C.C, deel van de Sociale Introduktie in augustus, wat gekombineerd wordt met het penningmeesterschap. Tenslotte zoeken we nog iemand voor de publiciteit. Alle overblijvende taken worden gezamenlijk waargenomen. Mocht je interesse hebben bel dan eens op of kom langs bij het A.C.C, combinatiegebouw Uilenstede 108. Tel. 5484533.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 445

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's