Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 173

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 173

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 28 NOVEMBER 1980

AZVU Startte vorig jaar als eerste acad. ziekenhuis afdeling interne oncologie

Het onderzoek van Pinedo naar potentiële preparaten tegen icanicer Sinds verleden j a a r kent het AZVU als eerste academisch ziekenhuis in Nederland een afdeling interne oncologie, oncologie is de leer van de gezwelgroei; op deze afdeling houdt men zich bezig met de behandeling van de kankerpatiënt in de ruimste zin van het woord. Men maakt daarbij gebruik van de meest moderne bestrijdingwijzen die op dit gebied gevonden zijn. Mede oprichter en hoofd van deze kliniek is professor H.M. Pinedo, een m a n die al een kleine tien j a a r bezig is met de bestrijding van kanker. Dit jaar werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar in de klinische oncologie. In zijn inaugurele rede beschrijft hij hoe deze afdeling zich een plaats heeft verworven in het Integraal Kankercentrum Amsterdam en wijst hij op de noodzaak dat de interne oncologie als superspecialisme wordt erkend. Waarom men nu juist aan de VU met een dergelijke afdeling is begonnen en welke resultaten wij ervan kunnen verwachten leest u in het onderstaande interview. 'Het is een must dat er meer van dergelijke afdelingen komen in ons land, het aantal kankerpatiënten neemt immers nog steeds toe. Van die mensen overlijdt één op de vier aan deze aandoening. Door oncologische afdelingen in te stellen kunnen wij de in de afgelopen jaren geboekte vorderingen op het gebied van de kankertherapie op grotere schaal gaan toepassen. Als men weet dat kanker de op één na meest voorkomende ziekte is, de hart- en vaatziekten staan bovenaan, dan kan men in mijn ogen onmogelijk stellen dat er geen geld voor vrij kan worden gemaakt. Prioriteiten moet men stellen op basis van de frequentie van de desbetreffende aandoening.' Het erkennen van de on-

Interview metprof, H, M, Pinedo cologie is dus volgens Pinedo van essentieel belang. Vfat is dan eigenlijk de reden voor het feit dat dese specialisatie nog niet algemeen is aanvaard? 'Dat komt, omdat men in Nederland erg voorzichtig is met het creëren van nieuwe specialismen. Men vraagt zich altijd af, of er wel ruimte voor is, en of er überhaupt wel werk is voor zo'n nieuwe specaUst. Vandaar dat specialismen hier in vergelijking met bijvoorbeeld de Verenigde Staten relatief laat ontstaan. Ze zijn er wel, ze functioneren ook, maar ze zijn niet erkend. Welnu op het moment hebben wij voldoende "know how" om patiënten op te vangen, die tot voor enige jaren geleden niet geholpen konden worden. Ik ben er dan ook van overtuigd, dat over vijf jaar elk academisch ziekenhuis een eigen afdeling interne oncologie heeft.' Alvorens we nader ingaan op het ontstaan van de kliniek en de activiteiten die daar plaatsvinden, eerst iets over de loopbaan van professor Pinedo. Na een studie medicijnen en een specialisatie interne geneeskunde in Leiden werd hij in het academisch ziekenhuis van Utrecht hoofd van de afdeling interne geneeskunde. In die functie is hij begonnen met oncologische werkzaamheden. Vervolgens is hij naar de Verenigde Staten getrokken, alwaar hij erg veel ervaring heeft opgedaan in het National Cancer Institute. Ruim een jaar later keerde hij terug en werd lector interne geneeskunde, opnieuw in Utrecht. Dit is hij gebleven, totdat men hem een bijzonder hoogleraarsstoel aan de VU aanbood.

Peter van Ei/k Waarom is men nu juist aan de VU met een oncologische afdeling begonnen? 'Het ontstaan van deze kliniek is voor een belangrijk deel voortgekomen uit de reeds bestaande samenwerking tussen het Nederlands Kanker Instituut en het AZVU. Langs diverse andere kanalen hadden dat instituut in het Antonie van Leeuwenhoekhuis en het academisch ziekenhuis al contact. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat men vanuit de kankerstichting juist de v u benaderde met de vraag, of zij bereid waren een bijzonder hoogleraarsstoel voor de interne oncologie te creëren. Overigens vonden er binnen het AZVU al wel oncologische activiteiten plaats. De grondlegger van de interne oncologie in dit ziekenhuis was professor Lopes Cardozo, die hier van 1970 tot 1976 als hoogleraar in de inwendige geneeskunde heeft gewerkt. Doordat hij echter geen eigen afdeling had kon hij er zich niet voor de volle honderd procent mee bezig houden. Hij adviseerde bij zijn afscheid om een aparte oncologische kliniek op te zetten. Die raad heeft men toen opgevolgd en vanwege mijn ervaring op dit terrein heeft men mij aangezocht voor de post van bijzonder hoogleraar. Ik heb die kans met beide handen aangepakt.' Wie sijn nu de medewerkers van professor Pinedo en wat sijn hun speciale taken? Pinedo: 'De medische staf van mijn afdeUng bestaat uit clinici, die naast de behandeling van de patiënt, zich ook bezighouden met klinische research. Daarnaast organiseren de stafleden om de twee maanden een voorscholingsdag voor belangstellende internisten uit het land. Ook de verpleegkimdige staf dient te voldoen aan een

ten het ziekenhuis erg goed begeleid te worden. Mensen met deze aandoening gaan een lange lijdensweg, maken in veel gevallen lange reizen en moeten in feite voortdurend worden verzorgd. De behandelende arts kan dat onmogelijk alleen op zich nemen.' Is deze inrichting naar Amerikaans model? 'Nee, beslist niet. Uiteraard heb ik bij de inrichting van de kliniek wel gebruik gemaakt van de daar opgedane kennis en ervaring maar je moet wel kritisch blijven ten opzichte van de dingen die je daar ziet. Met name de begeleiding die ik zojuist noemde is hier veel beter. Wij behandelen heel de patiënt, terwijl men in Amerika alleen de ziekte behandelt; men werkt daar meer volgens het "open-dicht" principe. Ik ben het met een dergelijke aanpak volstrekt oneens.' Binnen de kliniek kunnen we verschillende activiteiten onderscheiden. Naast het feit, dat er patiënten worden behandeld en internisten worden opgeleid, wordt er aan klinisch onderzoek gedaan. Met betrekking tot het onderzoek in het algemeen stelt Knedo, dat dat maar marginaal plaatsvindt in Nederland en dat aan die situatie een eind moet komen. Hij licht die uitspraak als volgt toe. 'Wat het onderzoek betreft moeten we onderscheid maken tussen basaal en klinisch onderzoek. Basaal onderzoek speelt zich af in het laboratorium, terwijl klinisch onderzoek nauw samenwerkt met patiënten. Aan klinisch onderzoek doet men hier nog maar weinig, terwijl juist dit soort onderzoek geleid heeft tot belangrijke doorbraken in de kankertherapie. Door bijvoorbeeld met effect van nieuwe medicamenten bij patiënten te bestuderen, worden gegevens verkregen die uiteindelijk kunnen leiden tot een nieuwe therapie. Op het moment is het nog zo, dat die therapieën elders worden ontwikkeld en getest, en dan vervolgens door ons worden toegepast; wij dragen daar op geen enkele wijze aan bij. Ik ben van mening dat het voor een academische afdeling als de onze een absolute noodzakelijkheid is, dat we aan dit klinische onderzoek meewerken. De ontwlkkeUng van nieuwe therapieën en medicamenten is toch bij uitstek een taak voor een academisch ziekenhuis.' Met wat voor onderzoek bent u momenteetbezig? Hier aan de VU zijn we bijvoorbeeld bezig met het bestuderen van het effect van potentiële nieuwe antikanker preparaten. Het andere deel van mijn dagtaak, ik heb aan de VU een halve fljerkweek, ligt in het van Leeuwenhoekhuis, waar ik mij onder andere bezig hou met het zoeken naar goede manieren om het publiek voor te lichten. Over de resultaten van de verschillende onderzoeken zegt Pinedo, dat dankzij nieuwe preparaten en een beter gebruik van de reeds bestaande mid-

Wij behandelen fjééi de patiënt aantal extra eisen. Men moet op de hoogte zijn van de diverse voedingen en medicamenten die de patiënten krijgen en men moet om kunnen gaan met de vaak recent ontwikkelde apparatuur. Verder vind ik het erg belangrijk, dat de oncologie-verpleegkundige de waarde van de klinische research inziet en actief participeert in het onderzoek dat op de afdeling plaatsvindt.' 'Tenslotte zijn ook een maatschappelijk werkster en een geestelijk verzorger opgenomen in de vaste staf. Kankerpatiënten dienen naar mijn mening, zowel binnen als bui-

delen duidelijke vorderingen zijn geboekt in de kankerbestrijding. Bovendien wijst alles erop, dat van klinisch oncologisch onderzoek belangrijke ontwikkelingen mogen worden verwacht.

Moerman Hoe staat Pinedo nu tegenover de 'resultaten' van alternatieve geneesheren, als bijvoorbeeld Moerman? 'Een figuur als Moerman moeten we als het gaat om wetenschappelijk onderzoek gewoon vergeten. Als je zijn resultaten bekijkt sta je steeds voor het feit, dat je niet weet wat er anders met zyn patiënten

zou zijn gebeurd. Dit komt omdat hij zonder controle groep werkt. Het bUjven slechts indicaties die hij heeft. De echte wetenschappelijke waarde van zijn therapie is nog nooit goed onderzocht. Wat echter een schandalig gevolg is van het bestaan van deze "alternatieven", is het feit, dat dit in sommige gevallen mensenlevens heeft gekost. Er zijn patiënten geweest, die indien zij zich in een eerder stadium in het ziekenhuis hadden gemeld, genezen hadden kunnen worden, maar die na zo'n één of twee-jarige altema-

regionaal ziekenhuis laten behandelen.'

Voorlichting ''Daamaast kan de Internist-oncoloog door middel van voorlichting ervoor zorgen dat aankomende huisartsen en internisten van de VU een bredere kennis van de oncologie krijgen. Door dit vergroten van de kennis aan de basis van de gezondheidszorg kunnen op den duur alle Nederlandse kankerpatiënten profiteren van de meest recente en toekomstige vorderingen op het gebied van de kankerbestrijding.' Deze gegevens in aanmerking genomen en het feit dat ook deze afdeling van het AZVU kampt met een belangrijk beddentekort resulteren in de vraag of Pinedo zijn kliniek denkt te kunnen uitbreiden op de korte termijn? 'Ik denk niet dat die uitbreiding valt te realiseren; voorlopig ben ik blij dat ik kan functioneren. Wel hebben we natuurlijk oplossingen >>W<S(ii

tleve behandeling niet meer gered konden worden. Dergelijke praktijken mogen natuurlijk nooit meer voorkomen. Overigens wil dat niet zeggen dat de oncologische wereld voorbij wil gaan aan die alternatieve genezingswijzen. Alleen zal er wel een grondig wetenschappelijk onderzoek moeten worden gedaan in samenwerking met die "alternatieven", en daaraan kleven nogal wat morele en financiële bezwaren.' Met betrekking tot de opleiding tot internist-oncoloog stelt Pinedo, dat dat een voorwaarde is, om tot een meer gecoördineerd kankeronderzoek te komen, ten einde alle patiënten een gelijkwaardige en adequate behandeling te kunnen geven. Hoe zullen de aan de VU opgeleide internist-oncologen in de praktijk dan gaan functioneren? 'Het is de bedoeling, dat deze internist de hier uitgeteste therapieën in niet-academische ziekenhuizen gaat continueren. De standaardtherapieën die in toenemende mate ter beschikking zullen komen, kunnen dan zowel binnen als buiten het academisch ziekenhuis en het kankercentrum worden toegepast. De desbetreffende internist-oncoloog weet wat zich hier afspeelt en kan bijvoorbeeld speciale gevallen naar ons doorsturen. Een dergelijke werkwijze, waarin samenwerking op het brede oncologische terrein tussen perifere ziekenhuizen en het Integraal Kankercentrum Amsterdam centraal staat, leidt tot een belangrijke verbetering van de hui-' dige situatie. De patiënt die niet in de buurt van Amsterdam woont, en dat is de overgrote meerderheid, kan zich dan bijvoorbeeld in een

moeten vinden voor het toenemend aantal patiënten. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de multidisciplinaire samenwerking binnen het ziekenhuis. Daarnaast behandelen we veel mensen poliklinisch en beperken we onze research tot het echte klinische experimentele onderzoek. Zodra een facet in het onderzoek routine wordt, kan een ander ziekenhuis die taak van ons overnemen.' Tenslotte komt het gesprek op de kankerbestrijding in het algemeen. Ondanks de vorderingen die de diverse wetenschappers maken overlijdt een kwart van de patiënten. Bovendien weet men nog slechts zeer weinig van de oorzaken die deze ziekte verwekken. Pinedo daarover: 'Ofschoon er veel werk wordt verricht op het gebied van de preventieve kankerbestrijding, zijn daaruit nog relatief weinig resultaten voortgekomen. Wel is algemeen bekend dat niet-roken de kans op het krijgen van longkanker aanmerkelijk verkleint. Ook van het werken in de asbest industrie is bekend, dat het de kans op kanker vergroot. Met betrekking tot alle andere stoffen waarover men regelmatig in de media leest, kunnen nog geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraken worden gedaan.' Op het gebied van de kankerbestrijding moet nog enorm veel worden gedaan. Van irofessor Pinedo en de zijnen weten we, dat zij voor de volle honderd procent daaraan zullen blijven werken. Of zij met behulp van hun specialistische oncologische kennis tot belangrijke ontdekkingen zullen kunnen komen, zal de komende jaren moeten blijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 173

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's