Ad Valvas 1980-1981 - pagina 281
AD VALVAS — 20 FEBRUARI.1981
5
Hoe het koor van filosofen "dissonanten" blijft weren
't Strenge christelijke geweten van de CIF Veel konflikten rond de wij^igerige vorming, het verplichte nummer in de studie van elke VU-student waarover we twee AV's geleden uitvoerig schreven, is in feite te herleiden tot de dubbele benoeming van de meeste docenten wijsgerige vorming: één in de Centrale Interfaculteit en één in de faculteit zelf. Zoals in de recente nota over wijsgerige vorming al wordt gesignaleerd lopen de belangen van de CIF en de betrokken faculteit bepaald niet parallel. Een verschijnsel echter dat zich op alle universiteiten voordoet, de dubbele benoeming is wettelijk zo geregeld. Bij de VU komt er echter nog een extra 'komplikatie' bij: dat wat ex-student-assistent medische filosofie J a n van der Mannen de 'gewetensfunktie' van de CIF noemt. Volgens hem oefent de CIF via de dubbele benoeming een enorme macht uit door sommige h a a r niet welgezinde kandidaten te weren en anderen die wel in h a a r wijsgerig straatje komen te pushen. Een mening die natuurlijk niet wordt gedeeld door prof. Schuurman, voorzitter van de kommissie wijsgerige vorming en zelf > docent filosofie bij wis- en natuurkunde. Hieronder schetsen we in ruwe schetsen het benoemingsprentje zoals dat uit de gehouden interviews n a a r voren kwam. Schuurman: 'WetteUjk kan bijvoorbeeld een hoogleraar medische filosofie niet alleen als hoogleraar in de medische faculteit zijn genoemd want er is nu eenmaal een interfaculteit filosofie. Als je hem alleen by geneeskunde zou benoemen zou hij geen promoties in de filosofie mogen begeleiden. Schuurman vindt het ook nodig dat de CIF vla die dubbele benoeming een inbreng heeft in de selektie van kandidaten. Al was het alleen al om de wijsgerige kwalificatie die de kandidaat moet hebben. Een faculteit is zo meent hij eerder geneigd te letten op iemands vakmanschap binnen een bepaalde discipline. Daarnaast moet hij dan ook nog filosofisch georiënteerd zijn. Vanuit het eigen gezichtspunt vindt hij dat standpunt begrijpelijk maar 'zo iemand moet in staat zijn een doctoraal programma vakfilosofie te geven'. Alleen methodologische interesse bijvoorbeeld is onvoldoende. Bovendien moet een student filosofie die zich wil specialiseren in de medische filosofie bij de medisch filosoof kunnen afstuderen. Een ander punt is dat een benoeming alléén in de vakfaculteit de wijsgeng docent in eeh isolement zou plaatsen. Jan van der Mannen denkt er heel anders over. Dat bij een docent die alleen in de vakfaculteit wordt benoemd niemand zou kunnen promoveren als fUosoof is niet zo'n probleem. Immers je kunt toch ook binnen geneeskunde promoveren op een wijsgerig onderwerp. (Schuurman: 'Ja als geneeskundige') En de eerste student wijsbegeerte die van de CIF naar geneeskunde verhuist om daar hij de medisch filosoof af te studeren moet nog komen. Die wettelijke regeling en vooral het argument van de kwalificatie die daarom zo belangrijk is worden volgens Jan als een prachtig handvat gebruikt om kandidaten die niet in het wij^erig denken van de CIF passen buiten de deur te houden. Eerst wordt daartoe gegrepen naar het kwalificatie-kriterium, vervolgens als dat is doorgeprikt wordt er naar het kriterium van de doelstelling gegrepen en als dat ook niet lukt omdat de kandidaat met die doelstelling geen moeite heeft wordt hij nog eens extra op de doelstelling van de VU doorgezaagd.
Twee heren dienen Op papier lykt die dubbele benoeming heel reëel om op die manier aan het dreigende isolement van de wijsgerig docent te ontkomen, maar werkt het zo? Het gevolg is dat Irü alle ethische en filosofische implicaties van het medisch bedrijf op z'n bordje krijgt geschoven zodat de docenten geneeskunde die aspecten verder kunnen verwaarlozen. De wijsgerig docent blijft in z'n isole-
relatie leggen met de levensovertuiging die iemand heeft. Het maakt nogal verschil welk mensbeeld je hebt. Of je de mens ziet als ingewikkeld stel atomen en moleculen of als geschapen naar Gods beeld. Daar ligt een punt van toetsing. Dat moet je zo openhartig mogelijk bespreken. Daar zitten meningsverschillen.' Uit een eerder door ons geciteerd stuk van het CIF-bestuur aan de hoogleraren en lectoren van de CIF getiteld 'De CIF, correctie op een vertekend beeld' bleek ons dat ingeval van instemming met de doelstelling er vervolgens vaak doorgevraagd werd over de relatie tussen die instemming en het eventuele werk als docent. Daarom legden we de vraag voor of er soms nog meer verfijnde instemmingscritena worden gesteld. Schuurman meent dat niets daarop wijst en Valenkamp constateert dat er bij de CIF een grote diversiteit van interpretaties t.a.v. de doelstelling bestaat.
held machtspoUüek bedrijft. Hy noemt bovendien geen namen zodat niemand wordt geschaad. Schuurman: 'Maar is er nu één vak als filosofie waar zo'n sterke relatie bestaat met de levensovertuiging'. Jan: 'Daar komen we bij de kern want de CIF beschouwt zich als het christelijk geweten van de VU'. Schuurman: 'Beschouwt zich mede als dat geweten ja; heb ik niets op tegen, verwacht dat van iedereen'. Het CIF-bestuur schreef, dat de CIF de exclusieve plek dreigt te worden waar de VU expliciet kleur bekent. Schuurman: 'Nee dat wordt ons verweten, men zegt dat wU het geweten zijn'. Toch concludeert eerdergenoemd stuk, dat de konsekwentie is dat de CIF-docenten hier voor een gezamenlijke verantwoordeUjkheid staan en dat die konsekwentie voelbaar Is bij de uitvoering en taken waarvoor de CIF zich gesteld ziet. Schuurman zegt even later dat 'geweten' ook graag
Kandidaat mbte imeriffie betrokkenheid'
Jaap KameiAg ment. Schuurman brengt daar tegen in dat ook bij benoeming alleen in de medische faculteit die geïsoleerde positie een probleem zou blijven. Het grootste nadeel van de dubbele benoeming vindt Jan echter dat prima kandidaten omdat ze ook in de CIF moeten worden benoemd het daardoor niet halen. 'Als we een benoemingskommissie los van de CIF hadden gehad waren er bij ons nu een volwaardige vakfilosoof en een algemeen filosoof geweest bij geneeskunde.' Jan: 'Ik heb van de CIF altijd tegenwerking ondervonden bij dingen die wij met ons onderwijs wilden'. Schuurman: 'Datzelfde kan ik voor de CIF zeggen. De CIF heeft een andere optiek. Het kost altijd weer veel inspanr.mg om dat in zo'n benoemingskommissie uitgelegd te krijgen. En Schuurman is ook wel eens wispelturigheid bij medische studenten tegengekomen: de eisen van de studenten wisselden soms. 'Niet als het om benoemingen ging', brengt Jan daartegen in wat Schuurman niet kan bevestigen.
Jan van der Mannen: 'Misschien wordt hier gedoeld op het kriterium innerlijke betrokkenheid dat gehanteerd wordt'. Er valt een veelbetekenende stilte. 'Dät kriterium, waarmee ook nog getoetst wordt (is) of een kandidaat innerlijk betrokken is bij de doelstelling'. Schuurman: 'Ik denk dat je
te zijn en dat ook van iedereen op de v u te verwachten. 'Hebben ze zichzelf toe verpUcht bij het ondertekenen van de doelstelling. Wat voor Schuurman die gewetensfunktte o.a. inhoudt wordt duidelijk als we even later vragen of bij de wijsgerige vorming alle stromingen op hun eigen mérites worden behandeld.
dat wat gevaarlijk zegt op die manier. Er wordt gezegd: 'werkt zijn instemming dóór in zijn filosofie?' Nergens wordt erbij gezegd hoe en waar dat doorwerkt maar ligt die levendige relatie er wel. Op de stelling van Jan dat die innerlijke betrokkenheid naast instemming ook als doorslaggevend kriterium wordt gehanteerd verduidelijkt Schuurman: 'Maar dan met het oog op het werk'. Jan weet echter uit zijn ervaring als lid van een benoemingskommissie dat die innerlijke betrokkenheid in absolute zin verlangd werd. 'Ik heb tegen deze extra toetsing zowel in de benoenüngskommissie als in de faculteitsraden van CIF en medische faculteit krachtig geprotesteerd. Ik vind dit een uiterst gevaarlijk kriterium omdat je er alle kanten mee op kunt.
GeenCPN'ers
Konfrontatk De konfrontatie tussen de commissie wijsgerige vorming en drie studenten heeft dan toch eindelijk plaatsgevonden. Het ging er behoorlijk fel aan toe vorige week in het dispuut tussen prof. dr.ir. E. Schuurman en drs. M. Valenkamp (mevrouw drs. A.T. Bruggemann-Kmyff was verhinderd) aan de ene kant en de studenten Jan van der Mannen, Huib Maas en J a n van der Wal aan de andere kant. Wangen gloeiden en stemmen sloegen over van tijd tot tijd. Af en toe ontaardde de diskussie in een welles-nletes waarbij de vertrouwelijkheid van de benoemingsprocedure ons soms parten speelt: het checken der feiten is moeilijk. Gelukkig werd de sportiviteit opgebracht zich niet te veel achter die vertrouwelijkheid te verschuilen. Wat bet idee van het kenze-plan voor de wijsgerige vorming, twee weken door prof. Schuurman gelanceerd, betreft; de hooggeleerde is vast van plan ermee verder te gaan. Hij wil graag per faculteit studenten bij de plannen betrekken en hoorzittingen honden zodat de studenten inbreng krijgen. Jan van der Mannen zou echter eerst graag nog wat meer duidelijkheid over het keuze-plan hebben. Hoe ziet het er precies uit, wat is de exacte bedoeling en hoe is de kritiek van stndentenzijde in het plan verwerkt. Het grootste nadeel lijkt hem dat er niet voldoende wordt aangesloten bij de meer vakgerichte wijsgerige interesse van de meeste studenten. Het plan behelst zoals bekend elke woensdag het derde en vierde uur reserveren voor zo'n veertig verschillende colleges algemene en wijsgerige vorming, (zie AV van 6 febr.) (J.K.)
Jan: 'En dan nog iets. Ik heb de oprichting van de vakgroep medische filosofie meegemaakt. We kregen toen eindeloze toestanden om ons onderwijsprogramma door de CIF te krijgen. En alleen al het maken van een vakgroepsreglement gaf eindeloos geharrewar tussen eisen van de CIF en de medische faculteit. Met deze konstruktie valt niet te werken. Je kunt nu eenmaal geen twee heren dienen'. Schuurman, die twee keer samen met Jan van der Mannen in een benoenüngskommissie zat bij medische filosofie: 'Ik heb de opzet van medische filosofie vaak als voorbeeld genoemd en vond de inzet van de studenten daar positief maar er zijn inderdaad twee verschillende optieken. Als je er van meet af aan vanuit gaat dat er botsingen komen krijg je ze ook. Valenkamp voegt er aan toe dat je niet moet generaliseren vanuit de medische faculteit. In andere faculteiten loopt het veel minder vaak spaak. Schuurman: 'Het is trouwens zeker niet zo dat de CIF steeds tegenover geneeskunde staat.' Op onze vraag wat nu bij selektiekrïteria als kwalifikatie, didaktische bekwaamheid en instemming met de doelstelling de doorslag geeft is prof. Schuurman erg duidelijk. 'Als iemand zegt niet te kunnen instemmen dan leggen we zo'n kandidatuur vrij unaniem terzijde. Daar maak ik geen geheim van. Zeker bij iets als filosofie mag je toch een
Hij heeft er niet al te veel moeite mee op dit punt wat uit de school te klappen omdat hij vindt dat de CIF onder de vlag van de vertrouwelijk-
Schuurman- 'Wij benoemen hier geen marxistisch filosoof aan de VU. Waarom niet? Omdat een marxist niet kan instemmen met de doelstelling. In Groningen is daar een speciale leerstoel voor, dat is wat anders. Maar u kent toch de beweging 'Christenen voor het socialisme'? Schuurman: 'Er zijn ontzettend veel christenen die socialist zijn maar ik heb het over een marxist. Een lid van de CPN ondertekent met zijn lidmaatschap bepaalde dingen die fundamenteel strijdig zijn met de VU. Dat kan toch niet?' De CPN heeft geen moeite met christenen onder z'n leden. 'Nee dat zal wel niet maar omgekeerd wel wij met CPN-ers onder ons als die instemmen met de idealen van de CPN. Jan: 'We hebben toch ook een gelovig Joodse hoogleraar op de VU? Schuurman: 'Ja maar we heb-
ben een dispensatieregeling'. Jan: 'Die kan dus wel toegepast worden als men niet met de doelstelling instemt. Maar iemand, een CPN'er bijvoorbeeld die van harte instemt, die mag niet. Schuurman: 'Een CPN'er wordt hier nooit benoemd. 'Voor zover dat in mijn vermogen ligt zal ik me daartegen verzetten. Jan: En als zo iemand zegt wel te kunnen instemmen dan voegt u dat extra kriterium toe? Schuurman: 'Dat is ook zo'. Jan: 'Ik weet dat dat kriterium van innerlijke betrokkenheid ook is gehanteerd waar het geenszins om een CPN'er of mandst ging maar om iemand met een andere signatuur, niet eens in politiek maar in wetenschappeUjk-reUgieus opzicht: een antroposoof. Schuurman: 'Niet waar'. De sfeer wordt intussen met de minuut geêmotloneerder. Schuurman zegt als zijn collega Valenkamp opmerkt dat we
Vervolg op pag. 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's