Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 165

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 165

12 minuten leestijd

ADVALVAS —21 NOVEMBER 1980

Dr. L otty van den Berg-Eldering over 'gastarbeid'in Nederland

'De meeste buitenlandse werknemers zullen hier blijven' De komende tien j a a r zal het aantal buitenlanders in ons land nog flink toenemen. De prognose van het Sociaal Cultureel Planbureau is dat Nederland in 1990 zo'n 400.000 Marokkanen en Turken zal tellen tegen 170.000 nu. Die toename zit hem niet in de komst van nieuwe arbeidskrachten, maar in het relatief hoge geboortecijfer onder Turkse en Marokkaanse vrouwen en de toenemende gezinshereniging. Na al eerder in Ad Valvas aandacht besteed te hebben aan de sociaal-economische achtergronden van gastarbeid (zie het nummer van 3 oktober), gaan wij nu aan de hand van een gesprek met mevrouw Lotty van den Berg-Eldering in op de redenen van de overkomst van gezinnen uit de zogenaamde thuislanden en de problemen die zij ondervinden bij het inburgeren in de Nederlandse samenleving. Lotty van den Berg is als kultureel-antropologe verbonden aan het Nederlands Centrum Buitenlanders in Utrecht en promoveerde enige jaren geleden op het proefschrift 'Marokkaanse gezinnen in Nederland'. In het kader van het Studium Generale hield zij dinsdag 4 november een lezing op de VU. Net als in haar proefschrift zal dit artikel voornamelijk toegespitst zijn op de Marokkaanse gemeenschap in ons land.

Jannetje Koele wijn Ten tijde van het onderzoek van Lotty van den Berg (1974-1975), was het nog zo, dat een naar West-Europa migrerende Marokkaan of Turk zijn gezin over het algemeen onder de hoede van zijn familie achterliet. Hij zou immers na een paar jaar toch weer terugkeren. Tegenwoordig is het bijna regel geworden, dat de buitenlander zijn gezin naar Nederland over laat komen. Dit ondanks het feit, dat hun situatie hier vaak verre van rooskleurig is. Een belangrijke reden voor deze stap is, dat er grote moeilijkheden op kunnen treden rond het in het thuisland achterblijvende gezin. In de Marokkaanse samenleving, en vooral op het platteland, leven mannen en vrouwen nog streng van elkaar gescheiden. De man vmd je op straat, in het café en op de markt. De plaats van de vrouw is in huls. Haar belangrijkste taak, naast het doen van het huishouden, IS het krijgen en opvoeden van kinderen. Dat is het doel van het huwelijk en een noodzakelijke oudedagsvoorziening in een land waar AOW een nog onbekend verschijnsel is. De verantwoordelijkheid voor de jonge kinderen ligt bij de moeder. Bij de meisjes blijft dat zo tot ze trouwen. Als een jongen acht jaar IS, komt hij onder de hoede van zyn vader. De vader die in het buitenland werkt, draagt de zorg voor de opvoeding van zijn zoon doorgaans op aan een ander mannelijk familielid. Dat kan een grootvader zijn, een oom of een broer. Als er nu echter om de een of andere reden geen mannelijke plaatsvervanger is, moet de moeder de opvoeding van de oudere zonen ter hand nemen. Dat is praktisch vrijwel onmogelijk, want zij mag niet op de plaatsen komen waar haar zoon verkeert, zy kan geen controle uitoefenwi op wat haar zoon in die mannenwereld uitspookt. Zo'n jongen kan dan uit de hand gaan springen. Temeer daar hij zijn status op te houden heeft van zoon van een vader die in

Kerstkoor Vorig jaar heeft een gelegenheidskoor kerstliederen gezongen in de foyer van het hoofdgebouw. Omdat het zo goed beviel is men bezig dit jaar weer zoiets te organiseren. Elke woensdag wordt er van 12.15 tot 13.00 uur geoefend. De eerste repetitie is al geweest, maar iedereen die een beetje kan zingen is nog van harte welkom. De leiding is in handen van Daan Admiraal, de vaste dirigent van het VU-orkest.

het buitenland werkt. Dat kän betekenen: zelf niet werken en het in Europa zuurverdiende geld van vader over de balk smijten.

Bewegingsvrijheid De achterblijvende vrouw kan met nog meer problemen gekonfronteerd worden. De familie waarbij ze verblijft - en dat is meestal de familie van de man - kan haar ernstig in haar bewegingsvrijheid beperken. Die familie is doodsbenauwd dat de vrouw schande over hen zal brengen door in kontakt te komen met een andere man. Daarom wordt er streng over haar gewaakt. 'Eens was ik op besoek bij een familie in Marokko, toen er een groep mmikanten voorbij trok om geld op te halen voor een feest ter gelegenheid van de verjaardag van de profeet. Om de groep goed te kunnen sien klom ik via een laddertje op het dak. Een jonge vrouw wier man in Frankrijk werkte, wilde ook graag de groep voorbij sien trekken, maar haar schoonmoeder verbood haar ook maar een voet op het laddertje te setten. Als haar zoon sou vernemen dat se haar gesicht buitenshuis had vertoond sou dit voor hem een reden kunnen sijn sijn vrouw weg te sturen. De schoonmoeder was erg gesteld op haar schoondochter en wilde dit voorkomen. Gedurende de periode dat haar man in Frankrijk werkte, sag de vrouw niet meer van de blauwe lucht dan de enkele vierkante meters boven de binnen^ plaats.'(citaat proefschrift) Het kan voorkomen dat de vrouw door de familie van de man slecht behandeld wordt, als een soort huishoudster bijvoorbeeld. Of er doen sich moeilijkheden van andere aard voor. Als protestreaktie op een dergelijke benarde situatie kan de vrouw siek worden. Ze sal er dan bij haar man op aan dringen het gesin mee te nemen naar het buitenland. ' Voor de meeste buitenlandse werk-' nemers die hier nu verblijven, is er in hun eigen land geen toekomst meer. De werkelijkheid is, dat ze hier zullen blijven. De meesten hebben in hun achterhoofd nog wel het idee, dat ze ooit terug zullen keren naar hun thuisland. Bijvoorbeeld omdat Nederland ze terugstuurt. Maar voor het overige zien ze zelf in, dat er voor hen geen weg terug meer is. Onmiddellijk dringt zich dan de vraag op, of wij als Nederlanders mogen verwachten dat al die buitenlanders zich maar zo snel mogelijk aan moeten passen. Of moeten zij hun eigen culturele identiteit kunnen bewaren, wat dat ook moge zijn. Vooral dit laatste standpunt is onder de by de buitenlanders betrokken hulpverleners nogal in de mode. Lotty van den Berg heeft

bepaald een andere mening. Buitenlanders die hier willen blijven, zullen zich in zekere mate aan moeten passen, vindt zij. Dat dient natuurlijk niet ongenuanceerd opgelegd te worden. Wel dienen we als Nederlandse samenleving grenzen te stellen aan wat we al dan niet kunnen accepteren van de cultuur van de buitenlander. Een voorbeeld uit de praktijk. In een abortuskliniek kwam een Marokkaanse man met zijn zwangere vrouw voor een abortus. De man deed het woord en regelde alles. Het hele gebeuren ging aan de vrouw voorbij. Zonder dat ze wist wat haar te wachten stond, werd de ingreep uitgevoerd. Zoiets had absoluut niet mogen gebeuren, vindt Lotty van den Berg. Zo'n gang van zaken is voor een deel wel toe te schrijven aan het kultuurverschil. In de Marokkaanse samenleving is de vrouw gewend dat haar man het woord voert. Maar een geval als dit zou in Marokko niet zo vlug zyn gebeurd. Dat het hier wel is gebeurd moeten we toeschrijven aan de migratiesituatie van de vrouw. Ze spreekt de taal niet en weet niet tot wie ze zich moet wenden voor bijstand. In Marokko zou ze de hulp van de familie wel hebben ingeroepen. Maar sommige Marokkanen worden hier bij wijze van spreken roomser dan de paus. Dit is nu typisch zo'n geval dat de grenzen overschrijdt van wat wij kunnen accepteren. (De betreffende abortuskliniek heeft ovengens de hulp van een Stichting voor Buitenlandse Werknemers ingeroepen om herhaling te voorkomen).

Individuele vrijheid Je kunt stellen dat wanneer bepaalde kultuuruitingen de individuele vrijheid van een persoon aantasten, dat er dan wat moet gebeuren, vervolgt Lotty van den Berg. Marokkaanse en Turkse ouders menen vaak nog dat ze het recht hebben om hun minderjarige zoon of dochter uit te huwelijken. Dat is een kulturele regel die niet meer in over-

nogal eens dat een Marokkaan die naar ons land wil komen, trouwt met een meisje uit een gezin dat hier al verblijft. Op grond van dat huwehjk kan hij dan een verblijfsvergunning krijgen. De overheid wil hier nu iets tegen gaan doen. Wij Nederlanders keuren een dergelijk 'schijnhuwelijk' immers af. Maar voor Marokkanen is zo'n handelswijze heel normaal. Je trouwt niet op de eerste plaats omdat je van elkaar houdt, maar uit rationele motieven. Naast geld en aanzien heeft de mogelijkheid tot migratie naar Nederland zich nu als nieuw motief aangediend. We hoeven dit

gebeuren, bijvoorbeeld door aan de ene kant een buitenlandse vrouw om te leren gaan met allerlei huishoudelijke apparatuur, maar aan de andere kant zich ook met de opvoeding van de kinderen te bemoeien. Professionele hulpverleners en vrijwilligers maken zich ook wel schuldig aan betutteling. Dan krijgt een Marokkaanse ' rouw tijdens de Nederlandse taallessen meteen maar allerlei normen en waarden opgedrongen. De positie van zo'n vrouw is echter niet met die van Nederlandse vrouwen te vergelijken. Dat kan voor jouw begrippen onaanvaard-

'Buiten/anders moeten zich leren aanpassen' met klakkeloos te accepteren. Maar we moeten wél beseffen, dat een in onze ogen verwerpelijke zaak, in Marokkaanse ogen de gewoonste zaak van de wereld kan zijn. Een laatste voorbeeld in dit rijtje van de juiste weg zien te vinden tussen twee kultuurpatronen. Soms blijven buitenlanders langer in hun thuisland dan het verlof duurt. In een bepaald geval gebeurde dit, omdat de betreffende man veertig dagen rouw in acht moest nemen voor zijn overleden vader. Bij terugkomst verwachtte hy, dat de sociale dienst de gederfde inkomsten zou vergoeden. Een typisch geval van van twee kulturele walletjes proberen te eten. Iemand die de rouwpenode in zijn eigen land wil doorbrengen, zal daar ook de konsekwenties van moeten aanvaarden. Hulpverleners en advokaten hebben er nogal een han(^e van, de buitenlanders bij voorbaat in het gelijk te stellen. En het kan gebeuren dat een buitenlander daar dankbaar gebruik van maakt.

baar zijn, maar je brengt niet zo een, twee, drie verandering in hun situatie. Het is ook de vraag of we dat zomaar mogen doen. Een Marokkaanse vrouw die Nederlandse les wil, vraagt niet meer dan dat. Als ze niet tevreden is met haar situatie en dat te kennen geeft, dan mogen we er eventueel wat aan doen. En dat nog met de nodige voorzichtigheid om geen tegenovergesteld effekt te krijgen. Lotty van den Berg vindt dat buitenlanders alle gelegenheid moeten krijgen om te leren zich in Nederland als mondige mensen te handhaven. Nederlandse les voor iedere buitenlander zou daar bijvoorbeeld toe bij kunnen dragen. Maar dan moeten Nederlanders wel hun ambivalente houding opgeven. Aan de ene kant willen we de buitenlander in zijn eigen culturele waarde laten. Maar aan de andere kant worden hem of haar wel allerlei normen en waarden uit onze samenleving opgedrongen, waar hij of zij niet om gevraagd heeft. Omdat wij menen te weten wat goed voor de buitenlander is. Het proefschrift 'Marokkaanse gesinnen in Nederland' is verkrijgbaa" bij de boekhandel. Het is uitgegeven bij Samson m de serie sociologie.

Trage antwoorden

Lotty van den Berg-Eldering eenstemming is met het Marokkaanse en Turkse huwelijks- en personenrecht. Volgens dat recht moet een minderjarig kind instemmen met het door de ouders geplande huwelijk. We moeten niet uit het oog verliezen dat de Turkse en Marokkaanse kuituren niet statisch zijn. Ook daar is de laatste decennia veel veranderd, met name op het gebied van de individuele vrijheid. Als een Marokkaans meisje bijvoorbeeld hier tegen haar zin in door haar ouders wordt uigehuwelijkt, dan moet het recht op persoonlijke vrijheid van het meisje prevaleren boven de traditioneel bepaalde handelswijze van haar ouders. Maar schikt zo'n meisje zich nu naar de beslissing van haar ouders, dan moeten wij er ons niet mee bemoeien. Ook op ander (huwelijks)gebied wordt de Nederlandse samenleving de laatste tijd gekonfronteerd met het feit dat Marokkanen en Turken hoe dan ook een ander cultuurpatroon hebben dan wij. Zo gebeurt het

Betuttelen Meer begrip tussen vertegenwoordigers van beide kuituren is noodzakelijk, maar we moeten uitkijken voor betuttelen van de buitenlanders. Sommige Nederlanders stellen zich behoorlijk aanmatigend op, al is het met de beste bedoelingen. Ten tijde van haar onderzoek maakte Lotty van den Berg het volgende mee. 'Een versekeringsagent die bij veel Marokkaanse gesinnen versekeringen afsloot belde eens de verloskundige op met de mededeling dat een bepaalde Marokkaan niet goed voor sijn vrouw sorgde; hij was bijna nooit thuis en bovendien had hij nog een vrouw in Marokko. Hij vroeg haar of svj er niet voor kon sorgen dat het echtpaar geen kinderen meer kreeg.' (Polygamie is nog steeds wettelijk toegestaan in Marokko) (citaat proefschrift) Ook de Nederlandse buren van een Marokkaans gezin willen nog wel eens flink bemoeizuchtig zijn. Ook dit kan met de beste bedoelingen

De PvdA-Kamerleden Van den Anker en De Hamer stellen zich op het standpunt, dat de benoemingen van zeven leden van de universiteitsraad van de rijksuniversiteit van Groningen veel te lang uit blijven. Zij hebben minister Pais gevraagd te vertellen waarom deze benoemingen zo lang uit blijven. In schriftelijke vragen wijzen beide kamerleden erop, dat eind maart a! een aanbeveling door de UR werd opgesteld. Briefwisseling over de gang van zaken wordt, aldus de kamerleden, gekenmerkt door snelle antwoorden van de universiteit en door trage antwoorden van de zijde van het departement.

AR: Geen kollegegeldverhoging De academische raad heeft de verhoging van het kollegegeld, een plan van minister Pais, afgewezen. De verhoging is niet alleen een onaanvaardbare lastenverzwaring, ze is ook in strijd met het door Nederland ondertekende internationale verdrag over ekonomische, sociale en kulturele rechten. Daarin wordt erkend dat hoger onderwijs voor iedereen gelijkelijk toegankelijk moet worden gemaakt om te komen tot volledige verwezenlijking van het recht van een ieder op onderwijs. Geleidelijke invoering van kosteloos onderwijs is hiervoor een passende maatregel, aldus de raad in een advies aan de bewindsman.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 165

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's