Ad Valvas 1980-1981 - pagina 88
AD VALVAS — 10 OKTOBER 1980
J ' S 'fr,
Wandschildering bij de bibliotheek van Wis en Natuurkunde van Brandie Oosterwold.
Wanneer de gezondheid de representatie, om de stand van firma op te houden) verder veel van een universiteit zou de kleurloze ruimten; veel rommelige mogen worden afgemeten werkpanden, loodsen, onderstuk aan het aantal tentoon ken en achterhuizen, waaraan wei stellingen in een jubileum nig of niets wordt ten koste gelegd. milieuvervuiling, die hand over jaar geen waterdichte De hand toeneemt, vormt steeds meer maatstaf zouden we moe voorwerp van kritiek. Bewoonbaar ten concluderen, dat de heid en leefbaarheid hebben met Vrije Universiteit een on andere dingen bijvoorbeeld ge gemeen dat je erover gekende bloeiperiode door zondheid gaat praten als ze er niet meer zün maakt. Een dezer dagen, of uit het gezichtsveld dreigen te om precies te zijn: op dins verdwijnen. Dan wordt er actie ge dag 14 oktober, wordt er voerd. Overigens is er by aUe acties die we voeren nauwelijks ruimte weer een geopend, de zo voor ook nog een ten bate van onze veelste in de reeks die het werkomgeving. Er zijn ook belang eeuwfeest al heeft opgele rijker zaken. Maar toch, zou het verd. Ze vindt plaats in de niet voor de hand liggen dat we, aan strijd tegen de auto's in Exposoriumruimte in het behalve de stad, aan strijd voor een redelijke restaurant van het hoofd huisvesting, aan strijd voor het be gebouw. Omvang en opzet houd van de Waddenzee, en wat er zijn be>cheiden van aard, meer is, ook bereid zyn te denken aan actie voor verbetering van de maar daar moet a a n wor kwaUteit van het milieu waarin we den toegevoegd, dat het dagelijks een groot deel van de dag onderwerp voor ieder van doorbrengen voor ons werk? ons belangwekkend is: Op de vrijdag van 'Festivu' vierden de Campus ruim 20.000 mensen onze werkomgeving. Het op feest, wat gelijk staat met de bevol gaat om de campus en de king van een kleine stad. Zo'n cam kunstwerken daar, zowel pus is dan ook ergens te vergelijken op het terrein als in de ge met een stuk stadskern; ook in dit opzicht, dat we niet al te sterk letten bouwen. op de milieukwaliteit.
Prof. dr. C. A. van Swigchem Die gebouwen zijn groot, modem, zakelijk en over het algemeen tame lijk Ideurloos; het terrein is voor het grootste gedeelte rommelig en vor meloos. Het is geen zaak waar we ons dagelijks over op winden. We zün dan ook niet gewoon veel te verwachten van onze leefomgeving buitenshuis. Integendeel, we zijn er aan gewend geraakt, dat de pu blieke ruimte is verloederd en ver vuild, de straten en pleinen verwor den tot verkeersgoten en parkeer plaatsen. Het voetgangersdomein en het woonerf zijn als wapen in de strijd geworpen tegen de verwor ding van de stad tot garage, maar alleen hier en daar kunnen ze voor een klein gebied een verandering ten goede te weeg brengen. In die vervuilde stad hebben som migen een mooi huis, anderen een middelmatig, sommigen een bene denmaats onderkomen, anderen niets. Als we het niet hebben over de plaats waar gewoond wordt maar over die waar gewerkt wordt, is het beeld ook niet zo gunstig. In de binnenstad bijvoorbeeld zün kanto ren met een paar werkkamers die erg mooi ingericht zijn en een prachtig uitzicht hebben (goed voor
Middagpauzedienst Donderdag 16 oktober wordt weer een middagpauzedienst op de VU gehouden. A dri van der Wal gaat dan voor in de kerkzaal op de 16e eta ge van het hoofdgebouw om 13.00 uur De dienst duurt een half uur
Om de waarheid te zeggen, we zün ook niet in die richting opgevoed. Ons onderwüs houdt zich bezig met alle mogeUjke nuttige zaken, maar zoiets als het leren zien van onze omgeving is er niet by. Wat is eigen lyk onze maatstaf voor het beoorde len van onze werkomgeving?
maken hebben met een bouwwerk waarin twee maal zo veel personen moeten werken (6000) als waarvoor het gepland werd. Dat het in de tijd toen het gebouwd werd niet alleen voor A msterdam het grootste ge bouw was qua vloeroppervlak, maar ook het goedkoopste in bouw kosten per m'. Vakmensen, die er aan gewoon zyn zulke harde gege vens in hun oordeel tn te bouwen zyn van mening, dat de gebouwen op de vucampus, vooral die van de latere tyd, in hun soort zo slecht nog niet zyn.
Positieve aspecten van hoofdgebouw In het hoofdgebouw, om dat vooral te noemen, is er bewust naar ge streefd aan de verschillende ruim ten een eigen karakter te geven en tegelyk te zorgen dat het geheel een
Over een tentoonstelling 'Campus en Kunstwerken' en de mogelBefl
Hoe kunnen we hetlci op de VU tot iets eenheid bly ft. Er is samenhang, ook voor de leek die in het gebouw rond loopt, omdat de structuur en de maateenheid van de opbouw overal afleesbaar zyn: wie eenmaal attent is geworden op de betonnen kolom van het skelet vindt die vrijwel op elke plek terug als een soort van maatslag: in de werkkamer, in de publieke ruimte, in de collegezaal, in de bibliotheek, etc. A ls hy dit eenmaal heeft ervaren, maakt hij het ook mee als het ritme op een
enkele plek, met name bü de hal van de foyer, door verdubbeling van de maat wordt gevarieerd omdat om de andere een kolom is w^rgelaten. De wandvakken zün ingevuld tus sen de kolommen en er is niet een wandbekleding over de kolommen heengetrokken. Dat wil dus zeggen: de aanduiding van de totaalstruc tuur is overal manifest gebleven, en vormt een tegenspel tegenover de gevarieerdheid van de ruimten.
Agressieve gevoelens De meesten van ons ondergaan een groot modem gebouw apathisch. Voorzover er bewust op gereageerd wordt is dat meestal negatief; het gebouw roept in vele gevallen zelfs een bepaalde agressiviteit op: de ra men die niet open kunnen, de te lage plafonds, de bügeluiden; de omvang van het geheel, het laby rinthachtige en tegelyk de eenvor migheid en kleiuloosheid; de on herkenbaarheid van de plek, het onpersoonhjk karakter van het ge heel. Het opsieren van zo'n gebouw met een paar grote kunstwerken zou zoiets zyn als het decoreren van techniek en grootschaligheid. Dat willen we dus niet. Toch is het beter met een kritische instelling, dat wel de zaak om te draaien, en iets te verwachten van het grote moderne gebouw. Daarby moeten we uit gaan van de realiteit. Als we vergelijkingen maken met een oud stadsmilieu of nog sterker een dorp of een iandelyke omge ving, valt het oordeel zonder meer ongunstig tiit, maar dan is er ook een verkeerd verwachtingspat roon. We zyn verplicht elk gebouw te beoordelen naar zün genre en naar de ruimte Oetterlyk en figuurUjk) die aan architect en opdrachtgever ter beschikking stond. A ls we het hoofdgebouw tot voorbeeld nemen, moeten we er van uitgaan dat we te
De voorruimte van de coüegezalen van biologie en geologie verfraaid door de kunstenaars Frans en Marja de BoerLichteveld.
Het is de moeite waard om, behalv Ie Ie aan het structuur en maatprmcij lei pe, bewust aandacht te schenii ng aan de ruimteUjke opbouw. t,si DEin kunnen we het beste bij Ml^die 1 begin beginnen. Het bordes aanili[ dez De Boelelaan, en de door een in o wand daarvan gescheiden hal itis het inwendige van het gebouw tani bedoeld als overgangszone ti koir buiten en binnen, en andersom et hebben een soort van 'slulsfi irzor Die hal is vervolgens 'ouverture' euM wat het gebouw te bieden h( tyd rechts de hoofdtrap, die eire geeft tot een aantal gemeenscha])}' ruimten; recht voor ons uit een i pe 'zuUenhal', waarboven zich 'toren' bevindt voor de faculteit«! (voorzover in het hoofdgebouwr onetnoof dergebracht), links, tenslotte, vooiefttietv by een boekwinkel, het blok waai stati de bibliotheek is ondergebracM lieu Het geheel is gegroepeerd rondoi erst za twee binnenhoven, die voor am] deel beplanting kregen als en, c zacht element. Er is trouwens v ami gezorgd, dat, waai je ook in «)mplex van de ene vleugel ovei^i lan 1'iopt in de andere, er steeds ea^ ite i k uttzicht is op de buitenwereld. bej I »it aUes moge zo zün, dit neemt m ferle A eg dat het gebouw voor de and(| ]ers\ pe ir ri! gebouwen op de campus I letzelfde op de meesten overkoa| tttei thui .tls onoverzichteUjk, eentonig ..'lijs. Hier kan en wil de beeldendl 'ka 1 iinstenaar te hulp komen. Zijn bill |iet 1 trage voorziet op twee essentieP Hen punten in een behoefte: hij zorgt«' i m < \>KiT met zyn object, beschilder! |die <>r wat hy ook maar doet, dat i ^ t e brok kleur wordt toegevoegd en vet« gern <ii!r dat de plek, die zich in de' |en ( I leid van soortgely ke ruimten in 1M| en gebouw onvoldoende onderschei(l| [gen identiteit krijgt, herkenbai bdeh wordt. Pld,i D: Ieder, die in het hoofdgebouw ron« loopt kan zien dat we met dit sootll gev van toevoegingen tot verbeteriijl Ime
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's