Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 207

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 207

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 19 DECEMBER 1980

Eric Giesbers: 'Inspraak personeel diensten regelen als bij vakgroep'

Deel VU­personeel heeft nog steeds geen wettelijke in spraakregeling In 1970 zag de Wet Universitaire Bestuurshervor­ ming (W.U.B.) het levenslicht. Dit wilde echter niet zeggen dat er voor alle afdelingen binnen de univer­ siteiten en hogescholen een wettelijke inspraakpro­ cedure geregeld was. De universitaire beheerseenhe­ den vielen er buiten. Voor deze afdelingen, die buiten de faculteiten vallen, zijn in de loop van de zeventiger jaren aparte regelingen getroffen. Deze hadden meestal een tijdelijk karakter. Bij de VU is sinds januari 1979 een regeling van toepassing, die voorlo­ pig geldt tot begin 1981. Met de WUB wilde de wetgever uitdrukkelijk slechts de organisatiestructuur van de onderwijs­ en onder­ zoekseenheden wijzigen. Hierdoor ontstonden er be­ langrijke verschillen met de organisatie van het ambtelijk apparaat. Men probeerde dit op te vangen door de instelling van zgn. dienstraden. Hierbij ont­ brak n wettelijke basis zoals men dat bij de facultei­ ten ^^i vakgroepen kent. Aan de VU houden drie soorten organen zich bezig met de vertegen­ woordiging van het personeel van de beheerseenheden. Er vindt een werkoverleg plaats tussen de lei­ ding en alle medewerkers van een werkeenheid. In veel werkeenhe­ den was dit al een gewoonte gewor­ den. Formeel houden de leidingge­ venden de eind­verantwoordeUjk­ heid voor hetgeen in de werkeenhe­ den plaatsvindt. Daarnaast is er een dienstoverleg in de vorm van vertegenwoordigend overleg. Periodiek is er een samen­ komst van het hoofd van de dienst en vertegenwoordigers van het per­ soneel van die dienst. Dit overleg is complementair aan het werkover­ leg. A lle diensten en bureaus zdjn vervolgens vertegenwoordigd in de Contactraad. De raad bestaat uit negen leden, drie vertegenwoordi­ gers van de diensthoofden, de overi­ gen zijn gekozen leden meestal via het dienstoverleg. Deze regelingen hebben geen wet­ telijke basis. Ook in het vooront­ werp van de Wet op het Weten­ schappelijk Onderwijs 1981 zal deze basis ontbreken. Een reden om eens te praten met Eric Giesbers. Hij is beleidsmede­ werker op de afdeling personeelsza­ ken en heeft voor zijn studie een onderzoek gedaan over dit onder­ werp. 'De universiteiten zijn na het in werking treden van de WUB zelf begonnen met het maken van voor­ schriften. In Eindhoven is men het eerste geweest en naar aanleiding van de discussie tussen de T.H. Eindhoven en de departementen is sr uiteindelijk een reglement geko­ men. Een aantal instellingen heb­ ben dit overgenomen. Niet allemaal hetzelfde, maar in min of meer aan­ gepaste vorm. Wel allemaal op een wat informele basis. Er is alleen een soort adviesorgaan gekomen, by de VU de Dienstenraad.' /s er tijdens de acties van de zestiger jaren te weinig aandacht besteed aan dit deel van het personeel? 'Het was toen niet zo actueel. Men wilde de invloed van de studenten kanaliseren en dan moet je de inensen die bij het onderwijs en iaderzoek betrokken waren gelijk meenemen. Bij het ambtelijk ap­ paraat speelde dit helemaal niet, althans niet specifiek. Het is zelfs xo dat de minister er tijdens de behandeling van de WUB niets aan wilde doen.' Waarom geldt de Wet op de Onder­ nemingsraden niet voor de VU? 'In Principe valt de VU onder deze wet, maar men heeft een ontheffing gekregen. Er is een vergissing ge­ maakt bij deze wet. Toen hadden deze bijzondere instellingen, die ook onder de A VUB vallen, uitgesloten moeten worden. Je krijgt dan de moeiiy ke constructie van één werk­ gever met twee onderdelen waar­

Harry Endendijk van er één onder de WUB valt en de ander onder de Wet op de Onderne­ mingsraden.'

Vakbonden Waarom sijn de regels van de over­ heid niet gehanteerd om tot in­ spraak te komen? 'Het specifieke van de overlegstruc­ tuur bij de overheid is, dat het alleen gaat om vakbondsvertegen­ woordigers. De vakbonden hadden kunnen aandringen op de instelling van een dienstencommissie, maar dat hebben ze nooit gedaan omdat er van de kant van het departement een regeling zou komen in het rechtspositie­reglement. Dit duur­ de echter zo lang en in het eind van de zeventiger jaren is deze discussie opnieuw begonnen. Het rechtsposi­ tie­reglement is er nu nog niet; er is een concept. Daarbij komt nog dat er sinds 1978 bij de rijksoverheid een discussie aan de gang is juist over het punt van de relatie tussen de overlegorganen en de vakorganisa­ ties. Bij de gemeenten bestond het laagste overlegorgaan niet meer al­ leen uit vakbondsvertegenwoordi­ gers. De vakorganisaties hebben heel lang vast gehouden aan een geslo­ ten samenstelUng, maar ongeveer 1978 hebben ze gezegd, dat dit poli­ tiek gezien niet meer vol te houden is. Dit werd als een realiteit aan­

vaard. Van die tijd af Is de duscussie weer in volle gang.' Is er iets geregeld in het vooront­ werp van de Wet op het Weten­ schappelijk onderwijs? 'In het voorontwerp staat dat de instellingen niet eens verplicht zijn om dienstraden In te stellen. Er staat in dat het College van Bestuur dit kan doen met inachtneming van een algemene maatregel van be­ stuur, die er nog moet komen, die de dienstraden nader zal reglemente­' ren. Van deze algemene maatregel van bestuur is nog niets bekend, ook niet in concept. Er staat dus alleen dat het CvB de bevoegdheid krijgt dienstraden in te stellen, niet dat het verplicht is.' Hoe is dit overleg aan de VU gere­ geld? Er is een werkgroep geweest over het werk­ en dienstoverleg. De re­ sultaten daarvan zijn uitvoerig be­ sproken in de diverse onderdelen en dit leidde tot een voorlopig regle­ mentinjanuari 1979 voor twee jaar. Ik heb begrepen dat er nu op korte termijn afspraken gemaakt worden voor de evaluatie. De regeling zal gewoon doorlopen, maar er moet natuurlijk wel gekeken worden of er aanpassingen nodig zijn. Als het definitief gaat worden moet de re­ geling natuurlijk in het bestuurs­ reglement komen. Op zich heeft de structuur zoals die er nu is wel gefunctioneerd, maar het is alle­ maal een beekje vrijblijvend. Een voorbeeld hiervan is de beroepsmo­ gelijkheid van het dienstoverleg met de algemene en vage formule­ ring. Aan de T.H. Eindhoven had men een regeling die de mogelijkheid bood om zich bij geschillen te wen­ den tot het CvB, maar dit is niet geaccepteerd door het departe­ ment, éij de VU gaat het meer over het algemeen functioneren van het overleg.'

departement, omdat het een bij­ zondere instelling is. Men had hier dus verder kunnen gaan als bij de andere universiteiten. Dat Is in le­ der geval niet gebeurd, de Vtr gaat niet verder. Men heeft geen ge­ bruik gemaakt van de mogelijkhe­ den die er waren.' Hoe siet de toekomst er uit? 'Ik vrees dat het toch wel uit zal draaien op een gelijkschakeling van het ambteUjk apparaat van de uni­ versiteiten met de departementale situatie. Volgens mij is dat geen

'Nee, het Is bij alle instellingen nog een beetje vaag. Ze zitten allemaal met het probleem dat het departe­ ment zich ontzettend terughon­ dend heeft opgesteld. Voor de VU geldt niet de toestemming van het

Bij de vakgroep zie je heel duidelijk dat het personeel betrokken is bij het beleid. Iedereen die professio­ neel bij de vakgroep betrokken is heeft ongeveer de zelfde stem. Er zijn dus behoorlijke verschillen. Bij de dienst is het diensthoofd verant­ woordelijk, btj de vakgroep hét vak­ groepsbestuur. Op dit moment is de " staf het hoogste orgaan bij de dien­ sten, men zou het ook om kunnen draaien.' dan is de d i e n s t r a p het hoogste orgaan gelijk aan het be­ stuur van de vakgroep. Het gaat dan niet om allerlei kleinigheden, maar het gaat dan om het algemene beleid van een dienst, zoals een meeijarenplan of een begroting.'

^ï^ t goede ontwikkeling. We komen met name in de problemen omdat de huidige overlegstructuur volledig losgekoppeld is van het overleg dat het bestuur van de universiteit heeft met de vakorganisaties. We krijgen dan een structuur die gelijk is aan die van de Wet op de Onder­ nemingsraden op het nivo van de algemene diensten en op het nivo van de diensten afzonderlijk. Net als bij deze wet kunnen de vakorga­ nisaties Hjsten indienen evenals

VU liet icansen liggen Is het bij de VU slechter of beter gere­ geld dan aan de andere instellingen voor wetenschappelijk onderwijs?

men de vakorganisaties volledig buiten sluiten. De structuur bij de departementen is veel te bureau­ cratisch, te veel gericht op het over­ leg met de vakorganisaties, veel tft bestuurlijk en niet gericht op mede­ zeggenschap van de mensen direct in htm eigen werkomgeving. Mijn voorkeur gaat uit naar een perso­ neelsvertegenwoordiging zoals men dat ook in de vakgroepen kent.

vrije leden als ze een bepaald aantal handtekeningen kunnen verzame­ len.

Vakgroep als voorbeeld Ik denk dat men heel goed moet scheiden het algemene overleg op het universitair nivo en het overleg binnen de organisatorische eenhe­ den. Binnen deze eenheden moet

De inspraakprocedures van het personeel van de beheerseenheden en van het personeel van de facul­ teiten vertonen grote verschillen. Het ziet er niet naar uit dat dit in de toekomst zal veranderen, ook al is het vrij vreemd dat er binnen één instelling twee soorten inspraak­ procedures bestaan.

Prof. Oosterhuis met emeritaat Prof. dr. H.K. Oosterhuls, hoogle­ raar in de chemische fysiologie aan de VU heeft afgelopen dinsdag zijn afscheidskollege gegeven. Met in­ gang van 1 januari gaat hij met emeritaat. Hij was de eerste hoogle­ raar op dit vakgebied aan de medi­ sche fakulteit. In februari 1946 promoveerde hij cvun laude bij prof. dr. B.C.P. Jan­ sen op een proefschrift met de titel 'Antibiotica uit schimmels'. Zijn onderzoek verrichtte hij groten­ deels in de oorlogsjaren. Door het gebrek aan kommunlkatiemldde­ len tn die tijd kon hij niet weten dat in Engeland iemand een soortgelijk onderzoek bezig was. Maar nauw­ keurige analyse maakte duidelijk dat de Nederlandse onderzoekingen eerder waren verricht, zodat het goed voor hem afliep. Ook n a zijn promotie werkte Oo­ sterhuis verder aan antibiotica. Maar na zijn benoeming tot lector aan de VU zette hij dit niet voort. Hij verlegde zijn onderzoek naar electroforese met behulp van fU­ treerpapier voor de bestudering van in het bijzonder serumeiwit­ ten. De oratie die hij hield bij het aan­ vaarden van het ambt van hoogle­ raar hl 1957 luidde dan ook 'De rol van proteïnen in het dierlijk orga­ nisme'.

Ad Valvas wordt, gelezen ,

'J^;'t't'.\'.',',','J.',

,•

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 207

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's