Ad Valvas 1980-1981 - pagina 163
VEMBER1980 Tijdens het fonun, gevold met vertegenwoordigsters van diverse maatschappcsiüke . groeperingen werd het plan geformnleerd öm'ojp de universiteiten een aantal platformen op te richten waar de vrouwenbeweging problemen kan bespreken en hopelijk oplossen in samenspraak met niet-onderdmkkende vormen van wetenschap.
r i^ipatiebewegingen' leerde iet de wetenschap' Ten aanzien van de vrouwenstudies, dus eigenlijk ten aanzien van de vraag hoe het dan wel moet bleek de spreekster een standpunt te huldigen dat getekend is door de diskussies op de Universiteit van Amsterdam maar nog meer door het feit dat ze tot de vrouwen behoort die elke dag aan en in de slag moet met de wetenschap. Vooral vanuit haar eigen onderzoekspraktijk (met name haar onderzoek naar de abortusstrijd in Nederland) formuleerde Joyce Outshoorn kritiek op feministische stokpaar(ljes als de kwalitatieve onderzoeksmethode en de introduktie van gevoel en intuïtie in de wetenschapsbeoefening. Voorzichtig maar gedecideerd stelde ze dat ook de zo versmade kwan- • titatieve methode van statistieken, tabellen en cjjferijes voor bepaalde onderzoeken nuttig kan zijn en wel eens aspekten kan belichten die door middel van de 'kwalitatieve' diepte-interviews en dergelijke onder de tafel blijven. En ook een zekere mate van rationeel zijn achtte ze noodzakelijk; in een wetenschappelijke diskussie zal een bijdrage moeten voldoen aan de eis van intersubjektiviteit.
Aktie-onderzoek
RypkeSierksma. tegen de alledaagse en authentieke ervaring alswaarheidskriterium van: achter de katheder staat de persoon die alles weet en in de zaal zit de groep die het binnenkort te weten komt. In de woorden van een van de kongresvoorzitters: 'Het is een beetje frustrerend om te konstateren dat op een kongres over hoe je de studie anders kunt gebruiken, precies dezelfde werkvormen gebruikt (moeten) worden, als die van het instituut waar je tegen bent en datje wilt veranderen.' Om dit te doorbreken waren ook op de derde wereld dag vele werkgroepen waarin 'op voet van gelijkwaardigheid' verder gediskussieerd kon worden over vragen als: moeten wij kennis exporteren naar de derde wereld; welke kritena kan je daarbij hanteren; aan welke vorm van gezondheidszorg hebben ontwikkelingslanden behoefte; voldoet het buitenlandbeleid van de VU? etc.
schap, of het bekijken van vrouwen alleen in relatie tot mannen hetzij in hoedanigheden die van belang zijn voor mannen. Niet de eigen intrinsieke normen tellen: de man is norm, de vrouw is een afwijking daarvan. Ook zit de wetenschap vol aannames over de aard van vrouwelijkheid en mannelijkheid, die toch voornamelijk historisch en kultureel bepaald is. Het gevolg van dergelijke aannames is dan vaak dat dezelfde gedragspatronen verschillend worden beoordeeld en geanalyseerd, al naar gelang de sexe. Zo wordt in de psychologie nog al eens gesteld dat behoorlijk agressieve en kompetente vrouwen geestelijk ongezond zijn, daar deze eigenschappen niet overeenstemmen met de vrouwelijke aard. Tel al dit soort mechanismen by elkaar op en je knjgt het effekt dat
Ook op het gebied van de elkaar bestrijdende basishoudingen tegenover vrouwenstudies probeerde Joyce Outshoorn te schipperen. Ze bleek niets te moeten hebben van het werken binnen de officiële wetenschap, zij het dan met aangepaste vraagstelling. Vrouwenstudies moeten geen korrektie zijn van de wetenschap, maar een transformatie ervan. In dat laatste model past het zogenaamde 'aktieonderzoek' veel beter, dat uitgaat van een bewuste partijdigheid in de wetenschap, een gemeenschappelijke solidariteit tussen onderzoekster en onderzochte en bovendien de onderwerpskeuze wil laten afhangen van algemene doelen van de vrouwenbeweging. Weliswaar besprak Outshoorn deze tweede basishouding lovend, maar aan kritiek ontbrak het beslist niet. Onkritisch gebruik van aktieonderzoek benadrukt teveel de overeenkomsten tussen vrouwen en versluiert de toch ook bestaande verschillen. Daarbij kan de aanpak van gemeenschappelijke soUdariteit teveel toedekken. Het verdedigde tussenstandpunt was min of meer opgebouwd uit de positieve kanten die de Amsterdamse feministe onderkende in de eerste basishouding. Het precies zijn op een vraagstelling en het hanteren van 'objektieve' methoden van onderzoek zijn geen zaken die in het verdomhoekje moeten, betoogde ze. Wetenschappelijke regels hebben soms best wel zin, temeer daar wetenschap nog wel meer is dan een toeleveringsbedrijf voor aktiegroepen (of voor het bedrijfsleven) en een eigen moment heeft. Er is altijd nog zoiets als fundamentele wetenschap, aldus Joyce Outshoorn, en dat werd haar niet door iedereen in dank afgenomen. Haar lezing was echter wel een goede inleiding op de twee centrale vragen op het vrouwengedeelte van het congres. Is er een andere manier van wetenschap bedrijven die de onderdrukking kan opheffen? en, tegelijk, wat is dan de relatie van die wetenschapsbeoefening met de aktiviteiten van de vrouwenbeweging buiten de poorten van de universiteit? In de traditie van de (tweede golf van de) vrouwenbeweging zijn die vragen erg nauw met elkaar verbonden, en wel in de nog altijd heftige diskussies rond de vorm en Inhoud van de zogenaamde vrouwenstudies.
lijk geworden. Er lag in de gekozen thematiek een tweeduldigheid die het vasthouden van de rode draad niet al te makkelijk maakte. De inleidende lezing ging dus nader In op het onderwerp 'vrouwen en wetenschap', op de rol van wetenschap als overbrengster van de patriarchale theorie en de mogelijke strijd daartegen. Direkt daarop echter ging men in groepjes uiteen om te praten over de ideologie die Ugt achter het zoveel mogelijk weren van vrouwen van de arbeidsmarkt. Daarmee verdween de wetenschap en de universiteit meteen uit het vizier ten bate van een veel algemenere diskussie over vrouwen en ideologie. Natuurlijk was er door de organisatoren een verband gelegd tussen het eerste en tweede gedeelte van de dag; het was de bedoeling dat in de workshops niet alleen gepraat zou worden over de arbeidsmarktproblemen, maar ook over de mogelijke vormen van wetenschapsbeoefening die die problemen aan de orde zouden kunnen stellen. Echter, de algemene indruk uit de werkgroepjes was wel dat het zoeken naar een andere rol voor de wetenschap wat in het gedrang was geraakt ten koste van het bespreken van de algemene ideologische oorzaken achter de belemmeringen bij het veroveren van een betaalde baan. Dat laatste gebeurde dan uitgesplitst naar deelonderwerpen als de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen - ondanks de in 1975 in werking getreden Wet op gelijk loon - of de ideologie achter de arbeidsbeschermende wetten. Een voor de VU extra interessant
Aan het slot van het kongres werd ruim aandacht geschonken aan andere initiatieven en alternatieven voor het onmaatschappelijke karakter van de studie. Daarbij moet het onderwijs 'beter aansluiten bij je interesses, want dat maakt het studeren leuker.' Een van de vormen waarin dat kan gebeuren is de wetenschapswinkel (ook wel: wewi). In het verleden werd by de wewj te ste-k gedacht aan een vraagbaak, waar wetenschappelijke kennis als het ware als doosjes informatie over de toonbank ging, los van de maatschappelijke setting van degenen die de kennis gebruikten. Zowel voor de gebruikers als voor de wetenschapswinkeliers was dit 'bemlddelingsmodel' een onbevredigende situatie. Nu gaat de gedachte meer uit naar een wat meer gestruktureerde vorm van samenwerking tussen universitaire onderwijsprojekten en maatschappelijke groeperingen. Het kongres werd besloten met de aanname van een motie, waarin er bij het kollege van bestuur op aangedrongen wordt nu eens eindelijk met plannen voor een wetenschapswinkel te komen. Daarnaast werd besloten een follow-up te geven aan dit kongres. Een aantal werkgroepen zullen zich de komende tijd gaan bezig houden met de volgende thema's: vrouwenbeweging en wetenschap, de wetenschapswinkel en het buitenlandbeleid van de VU. Op de laatste dag van het kongres werden dan ook de agenda's getrokken en circuleerden al diverse deelnemerslijsten. Op het kongres 'Wetenschap en emancipatiebewegingen' zijn zeer uiteenlopende onderwerpen aangesneden. Door zowel de natuur- als maatschappijwetenschappen te bekijken op hun vooronderstellingen
Vrouwen op de universiteit 'gast aan tafel' De vrouwen aan de universiteit krijgen te maken met een heel dubbel beeld, stelde de congresmap op de 'vrouwenpagina's'. Aan de ene kant wordt er van ze verwacht dat ze meedraaien in het wetenschappelijk wereldje, ook logisch nadenken en afstandelyk zijn. Gevoelens behoren niet thuis in het beoefenen van de wetenschap. Aan de andere kant verwacht men van haar dat ze zich vrouwelijk gedraagt, lief is en niet met haar mening op de voorgrond treedt. Een gedrag als het ware dat past bij een gast aan tafel, en zo betitelde Joyce Outshoorn in haar inleidende lezing dan ook de vrouwen op de universiteit, zij het dan vanuit het door haar gesignaleerde effekt van een aantal basismechanismen in de wetenschap. Dat de wetenschap haar (sic) funktie als instandhoudster en voedster van de patriarchale ideologie kan vervullen wilde Joyce Outshoorn namelijk zoeken in dingen als het negeren van vrouwen in de weten-
vrouwen 'er helemaal niet zijn' in de traditionele wetenschap. Outshooms lezing stelde nu de moeilijkheden en mogelijkheden bij het ontwikkelen van alternatieve met-onderdrukkende vormen van wetenschapsbeoefening aan de orde. Feministische wetenschappers hebben te maken met een meerfrontenoorlog, zo stelde ze. Gezien de traditionele rol van de wetenschap hebben zij. niets te verwachten van de 'burgerlijke' wetenschap, maar kunnen ze zoveel verwachten van de 'linkse' wetenschap? Dat IS nog lang niet duidelijk. Kritiek op opvattingen van mensen als Althusser en Foucault is zeker op zijn plaats. Bekeken vanuit feministische optiek falen ook hun theorieën daar waar ze een algemeenheidsclaim leggen. Theorievorming over bijvoorbeeld de rol van 'de' intellectueel maakt het stellen van vragen als 'hoe zit het met de vrouw?' niet mogelijk, en werkt daarom evenzeer versluierend.
'Rode draad moeilijk te vinden. In de konkrete opzet van de congresdag was het bediskussieren van die vragen toch wel een beetje moei-
Op het kongres ook aandacht voor de problemen van indianen in Amerika. deelonderwerp was de specifieke rol van de christelijke ideologie achter het weren van de vrouw van de arbeidsmarkt. Daarnaast werden nog besproken de ongelijke verdeling tussen mannen en vrouwen van betaalde en onbetaalde arbeid, en de kwalijke gevolgen van automatisering juist voor vrouwen.
Platformen Al met al kwam de relatie tussen wetenschapsbeoefening en 'maatschappelijke' vrouwenproblemen zo'n beetje alleen aan het begin van de dag en tijdehs het afsluitende forum aan de orde.
en emancipatorische gehalte, is geprobeerd de fakultalre opsplitsingen in de universiteit te doorbreken en gemeenschappelijke ervaringen te onderzoeken. De samenhang tussen de verschillende programmaonderdelen was echter niet altijd even duidelijk. Misschien was daarvoor de centrale probleemstelUng toch te weinig uitgewerkt. Blijft staan dat vier dagen lang enthousiast getracht is verbindingen te leggen tussen de studie en maatschappelijke problemen. En daar ging het uiteindelijk om. Of, zoals een eerstejaars op de laatste dag van het kongres het formuleerde: 'Ik heb hier geleerd dat het ook anders kan met de wetenschap.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's