Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 259

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 259

12 minuten leestijd

AD VALVAS — 6 FEBRUARI 1981

Prof. dr. C. de Galan ­ spreker op Studium Generale over arbeid ­ over werkloosheidsprobleem

'Allemaal inleveren voor meer werkgelegenheid' Hoe kunnen we de werk­ loosheid te lijf gaan. 'Door banen te scheppen en wel vooral in de kwartaire Sek­ tor,' zegt prof. dr. C. de Ga­ lan, hoogleraar ekonomie en arbeidsekonomie aan de rijksuniversiteit Gronin­ gen, lid van de Sociaal Eco­ nomische Raad en van de Partij van de A rbeid. Bin­ nenkort houdt De Galan een lezing op de VU in het kader van het Studium Ge­ nerale over 'A rbeid, nu en in de toekomst' Hij zal het dan vooral hebben over de humanisering van arbeid, ofwel de kwaliteit van werk. In het interview dat wij met hem hadden gaat het vooral over het pro­ bleem van de werkloos­ heid, ofwel de kwantiteit van werk. Een manier om werMoosheid te be­ strijden is: nieuwe banen scheppen. Een aantal jaren geleden sei u dat die banen vooral in de vierde sektor ­ dat zijn de door de overheid gesub­ sidieerde diensten ­ gekreéerd sou­ den moeten worden. Vindt u dat nog steeds? 'Ja in grote lijnen wel. In alle wes­ terse maatschappijen zie je de ten­ dens dat de werkgelegenheid in de industrie afneemt of op zijn best stabiel blijft. Ook in de kommercié­ le dienstensektor wordt de groei minder. De grote toeneming van de werkgelegenheid zit in de vierde sektor. Dat wil niet zeggen datje de hele industriële ontwikkeling maar op zijn beloop moet laten. Waar je kunt moet je omwille van de werk­ gelegenheid de afkalving van de in­ dustrie proberen te stuiten. Dat kan bijvoorbeeld door de export te stimuleren. Of door de industrie zo in te richten dat ze meer gericht is op werkgelegenheid dan op produk­ tie en rentabiliteit. Maar met zulke I maatregelen kun je hooguit ver­ I wachten dat er zich een zekere sta­ bilisatie in de werkgelegenheid in I de industrie voordoet. Echte groei moeten we zoeken in de kwartaire I sektor: welzijn, verzorging, kuituur, gezondheidszorg, noem maar op. En daarnaast zou de overheid bij­ voorbeeld ook de werkgelegenheid , m de bouw moeten stimuleren.' 'Er zijn wel mensen die denken: dat moet toch een keer spaak lopen met die voortdurende inkrimping van de industrie. Het land gaat zo naar de knoppen. Dat vind ik een foute redenering. Wat die mensen nu zeg­ gen van de industrie, dat zei men een eeuw geleden van de landbouw. Toen nam de landbouw een belang­ rijke plaats in in de ekonomie. Had je toen voorspeld: over een eeuw werkt nog maar 6 % van de beroeps­ bevolking in de agrarische sektor, dan zouden ze gezegd hebben: dat land is dan behoorlyk naar de kel­ der. Nou, dat valt wel mee. Net als de landbouw een eeuw geleden wordt nu de industrie steeds verder gemechaniseerd. Het aantal ar­ beidsplaatsen neemt dan onvermij­ delijk af. Op zich is dat helemaal met zo erg. Maar wil je de werkgele­ genheid handhaven, dan moet je banen scheppen in de derde en vooral vierde sektor. Daar zijn de bchoeftep voorlopig nog niet ver­ vuld. En nogmaals: vooral de werk­ loosheid in de bouw moet de over­ heid proberen te bestrijden.'

Wie betaalt? I Een probleem ts: wie moet dat in dese tijd van ekonomische terug­ I gang allemaal betalen? 'Dat is inderdaad een groot pro­ I bleem. Maar ook voor vergroting van de industriële afzet heb je fi­ nancieringsmiddelen nodig. Op ach is daar geen verschil tussen.

Janne^

Koekwip

Wel in de manier waarop je de financiën int. In de industrie is dat meestal rechtstreeks. Een brood, tandpasta of een auto, dat moet je betalen. De overheid int geld via belastingen.' 'Maar wat kan de overheid nu doen om aan geld te komen voor banen in die vierde sektor. Je kunt aan drie dingen denken. De eerste mogelijk­ heid is dat je de belastingen ver­ hoogt. Maar dat betekent datje het geld .ergens anders vandaan haalt. Elders is er dan minder. Je koopt dan als het ware werkgelegenheid m de vierde sektor met verminde­ ring van werk in de andere sekto­ ren. Daar schieten we dus niet veel mee op. De tweede mogelijkheid is dat de overheid haar financierings­ tekort vergroot. Technisch is dat niet zo'n probleem, de overheid kan zelf geld maken. Maar gezien het toch al zo grote tekort is dit geen aantrekkelijke oplossing. Boven­ dien gaat zo'n operatie ten koste van de betalingsbalans en veroor­ zaakt het inflatie.' 'Er blijft eigenlijk maar één bron over en dat is vermindering van andere overheidsuitgaven ten voor­ dele van uitgaven ten behoeve van werkgelegenheid. Dat wil dus zeg­ gen: matiging van inkomens, vooral van die in de overheidssektor. Lo­ nen gaan naar beneden ten voorde­ le van mensen die aan werk gehol­ pen worden. En dit is een prima financieringsbron, dat is ook wel uitgerekend.' De koopkracht vermindert dan wel. 'Ja, Inderdaad, maar je moet het zo zien: je beperkt de hoogte van de inkomens van een aantal mensen. Maar daar staat tegenover dat je mensen aan het werk helpt die nu niet werken. Die mensen gaan dan op hun beurt een inkomen verdie­ nen. De totale pot van inkomens vermindert niet. Wat je doet is die inkomens herverdelen, ten nadele van degenen die al werken, maar ten voordele van degenen die werk krijgen. Op zo'n manier snoei je niet lukraak in de inkomens. Je doet dat bewust om de werkgelegenheid te stimuleren.' 'Kijk, in Nederland laten we terecht niemand omkomen van honger en dorst. A ls je werklozen niet aan werk helpt, moetje ze een uitkering geven. En dat moet ook betaald worden uit de inkomens van de wer­ kenden. Ik geef de voorkeur aan een regeling waarbij je de werkgelegen­ heid bevordert. De prijs hiervan is inderdaad dat per hoofd van de bevolking minder kan worden uit­ gegeven. Dan moeten we maar wat minder uitgeven aan luxe goede­ ren.' Vindt u dat behalve de inkomens ook de banen eerlijker verdeeld moeten worden. 'Op zich wel, maar de prijs daarvan is zeer hoog. Ik ben helemaal niet tegen een gelijkmatiger verdeling van arbeid en een geleidelijke ver­ mindering van arbeidstijd over een week of een heel mensenleven ge­ meten. Kijk, verdeel je een baan van 40 uur over twee mensen die dan elk 20 uur werken, dan krijgen die mensen ook maar een half inko­ men. Zolang er nog behoefte is aan meer verpleegsters, politie­agenten etcetera, dan kies ik ervoor om via loonmatiging banen te scheppen. Als die behoefte er niet meer is, dan moetje inderdaad aan herverdeling van arbeid gaan denken.'

Inventariseren Op welke manier scheppen we ba­ nen in de vierde sektor? 'In de eerste plaats moetje inventa­ riseren waar de behoeften {.»­ecies liggen. Dat is soms niet zo eenvou­ dig. Een schoolklas bevat op het moment geloof ik gemiddeld zo'n 28 leerlingen. Uit onderwijskundig oogpunt zal het best aantrekkelijk zijn om daar 20 van te maken. Maar wie bepaalt nu of dat nuttig is. Dat

zijn meestal de onderwijskundigen. Het is zelden zo dat de ouders spon­ taan de straat op gaan om te zeg­ gen: onze klassen moeten kleiner. Het gebeurt weleens een doodenke­ le keer, maar dan meestal nog op initiatief van de leerkrachten. Het beleid moet dus maar aangeven waar er nog meer mensen nodig zijn.' 'Na de inventarisatie moet de over­ heid konkrete plannen voor ar­ beidsplaatsen maken. Het moet niet zo zijn dat de overheid eerste maar eens laat inleveren en dan gaat kijken wat er met het geld gaat gebeuren. Dat inleveren moet wel duidelijk effekt hebben op de werk­ gelegenheid.' Denkt u dat so'n aanpak van inko­ mensmatiging politiek haalbaar is? 'Ja, dat geloof ik zeker. Althans, als ik naar de programma's van de poli­ tieke partijen kijk. En ook de vak­ bond vindt tegenwoordig handha­ ving van de koopkracht minder be­ langrijk dan werkgelegenheid. Bo­ vendien, we zijn al aan het matigen. Alleen, en dat vind ik radikaal ver­ keerd, de overheid doet met dat geld niets voor de werkgelegenheid. Sommigen denken zelfs aan een personeelsstop bij de overheid. Dat vind ik een absoluut verkeerde poli­ tiek.'

c^.

i'

"^'/

Recht op werk Vindt u dat in tijden van grote werk­ loosheid bepaalde mensen meer of minder recht op werk hébben. 'Nee, zeer uitdrukkelijk nee. A lle mensen die willen werken moeten daar ook zonder uitzondering de gelegenheid toe hebben. Ik vind het bijvoorbeeld ook niet rechtvaardig om te zeggen dat werkloos zijn voor jongeren erger is dan voor ouderen en dat daarom die jongeren aan werk geholpen moeten worden ten koste van die ouderen. Voor oude­ ren IS werkloos zijn net zo erg. En ook de tegenwoordig weer zo popu­ laire redenering dat kostwinners voorrang moeten hebben boven niet­kostwinners deel ik niet. De overheid heeft zich er helemaal niet mee te bemoeien of Gerard kost­ winner is of niet. En ook de belas­ tingdienst heeft daar niets mee te maken. Ik vind ook dat belastingen strikt individueel geheven zouden moeten worden. Waarbij iemands draagvermogen natuurlijk wel in aanmerking moet worden geno­ men.' 'Wat wel van het hart moet: ik vind dat wij met z'n allen altyd zo ontzet­ tend bevangen worden door de kwa­ len van het moment. Ik bedoel: in de jaren zestig zou een gesprek als dit begonnen zijn met het probleem: gebrek aan mensen. De grote vraag naar arbeidskrachten. In die jaren verschenen daar boeken over en brochures, noem maar op. Iedereen had het erover.'

'f ^'.f

^"^ Prof. dr. C. de Galan hoog ontwikkelde welvaartsstaat. Die oplossingen zijn er best. Neem nou bijvoorbeeld hoogleraren. A ls die nu eens allemaal vier dagen per week gingen werken, nu ja, betaald werden voor vier dagen, dan zou dat voor de universitaire begroting nogal wat schelen. A ls je op zo'n manier begint, dan zou binnen en­ kele jaren het werkgelegenheids­ probleem binnen het hoger onder­ wijs voor een belangrijk deel ver­ dwenen zijn.' Maar het is wel dit soort fantasie die op weerstanden stuit. 'Ja, natuurlijk is het niet leuk als je inkomen achteruit gaat. Maar als er zulke belangen op het spel staan, dan vind ik het egoistisch als je niet

wat wilt inleveren. Naar draag­ kracht natuurlijk. Niet iedereen kan zomaar 20% in inkomen ach­ teruit gaan.' 'Hoe dan ook vind ik niet dat we alles zo zwaar moeten zien. Het lijkt er wel eens op of er aan alle dingen die we verworven hebben geen posi­ tieve kanten zitten. Neem nu ons stelsel van sociale zekerheid. De meeste ekonomen hameren altijd maar op wat het allemaal kost. Als­ of het niets opbrengt. En dat doet het wel, namelijk uitkeringen. A l die mensen die redelijk kunnen le­ ven van hijn A OW, dat is toch een verworvenheid. We moeten eens wat beter kijken naar wat we alle­ maal wel hebben.'

Facultair Studium Generale

Natuirwetenschappen en gezondheidszorg

Krisissfeer 'Nu zijn we vol van die werkloos­ heid. Niet dat ik daarmee het pro­ bleem onderschat. Maar misschien zal ook wat dit betreft over tien, twintig jaar blijken dat het een tij­ delijk iets is geweest. Wat relative­ ren kan geen kwaad. En neem nou die hele krisissfeer. In zekere zin beleven we de krisis van de wel­ vaart. In konsumptie, in omzet, in het zich welbevinden is de ekonomi­ sche knsis nauwelijks te merken. Wat we nu beleven is ook niet te vergelijken met de krisis van de jaren dertig. Toen hadden de men­ sen domweg geen eten, moesten ze hun kinderen op twee verschillende schoenen naar school laten gaan. Daar is nu allemaal geen sprake van. Waarmee de werkloosheid van nu natuurlijk niet minder verve­ lend is.' 'Wij denken zo eng in die dingen. We zouden wat meer onze fantasie moeten gebruiken om oplossingen te verzinnen voor de nare kanten die nu eenmaal kleven aan onze

Het studium generale van de facul­ teit Wiskunde en Natuurweten­ schai pen heeft dit jaar als thema, 'Natuurwetenschappen en gezond­ heidszorg'. Juist om dit thema is dit studium 'generale ook interessant voor mensen van de faculteit Ge­ neeskunde. Het facultaire studium generale wil laten zien waardoor en hoe de natuurwetenschappen zo'n belangrijke rol in de gezondheids­ zorg met name de geneeskunde zijn gaan spelen en welke konsekwen­ ties dat voor de geneeskunde heeft. De film Opname van het Werk­ theater leidt het studium generale in. Verder bestaat het programma uit dne delen. Het eerste deel gaat in op de natuurwetenschappelijke benadering van geneeskunde. In het tweede deel wordt een aantal toepassingen van natuurweten­ schap in geneeskunde behandeld. Ook het geladen onderwerp dierex­ perimenten komt aan de orde. Het derde deel is gewijd aan recombi­ nant DNA ­onderzoek.

Het studium generale is verplicht voor alle tweedejaars studenten van wiskunde en natuurweten­ schappen, maar alle geïnteresser­ den uit de universitaire gemeen­ schap kunnen de lezingen volgen. Die lezingen vinden steeds plaats op vrijdag van 11.40 tot 12.45 uur. Het programma met de sprekers, data en zalen erin en een achtergrond­­ dokumentatiemap is verkrijgbaar b)j drs. Ida Stamhuis, Boelelaan 1083, kamer 0­548 (aanwezig op donderdag en vrijdag), telefoon 548 2986.

Middagpauzedienst In de middagpauzedienst van 12 febrauri gaat ds. S. A. Boonstra voor. De dienst begint om 13.00 uur en wordt gehouden in de kerkzaal op de 16e etage van het hoofdge­ bouw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 259

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's