Ad Valvas 1980-1981 - pagina 151
5-VEMBER1980 ''/^A'^4^y'4'^9^^r4
-
•• 'f/i'^"'j''i^^A///^V/fyV^^, .
y^"
^
"vy
BH maatschappelijke mantwoordelijkheidl
Én overheid: hoeksverhouding Ir^eger vernam u 't nieuws in de kroeg, de kerk en li| de kapper en had u nog enig zicht op de totstandl^miag van het nieuws. De arbeidsdeling en schaaleilprotËBg hebben de sociale kontrole echter grojp^deeiSt verloren doen gaan en u moet het nu doen ket m^ïlÈséa als ik die er voor betaald worden het ^euws^ bij i» te brengen. U hebt mij niet gekozen. Ivenmln hebt « atlj jgrevraagd over die koitgres t e uhrijven, u hebt er %e>e:n inspraak in gehad. Maar, 111 Met helemaal in doemdenken te laten vervalen, de overheid kan u te hulp schieten met wettelij! maatregelen die mijn macht a a n b a n d e n leggen. Ie 'waakhond' moet weer vast.
NOS-voorzitter Jürgens Uet in zijn inleiding weten eveneens bang te zijn voor de toestroom van buitenlandse tv-programma's, zij het uitsluitend op ekonomische gronden. Hij wU geenszins de 'free flow of information' beknotten, zoals iemand hem verkeerd begreep. Integendeel, het gaat hem erom dat de overheid maatregelen neemt om de ekonomische basis van de eigen omroepen veilig te stellen tegenover de mogelijke konkurrentie van buitenlandse commerciële zenders. Voor Jürgens een kwestie van cultuurpolitiek. Het behoud van de eigen culturele identiteit en de nutsomroep (c.q. de NOS) ziet hij als de twee pijlers voor het overheidsbeleid. 'Dat is mijn normatieve invulling van de overheidsverantwoordelijkheid met betrekking tot de media', zo zei hij. Dergelijke 'prealabele' opvattingen miste hij bij de andere sprekers, ook bij de eerste inleider van het kongres, de nog niet genoemde Britse prof. James D. Halloran. Deze had wel een aantal normatieve elementen op een rijtje gezet die z.i. relevant zijn voor welk nationaal mediabeleid dan ook, voor elke politieke, sociale en culturele kontext. Om een paar voorbeelden te noemen: • de informatieve, opvoedende en ontspanningsfunkties van de kommunikatiemedia zouden alle drie een even hoge prioriteit moeten hebben. • Negatieve commerciëleen marktinvloeden moeten gereduceerd worden en er dient research plaats te vinden naar de sociaalekonomische effekten van reklame. • Voor de journalist zijn vrijheid en verantwoordelijkheid ondeelbaar; elke censuur is uit den boze. • pluraliteit en diversiteit van informatie zijn noodzakelijk. • onderzoek van 'nieuwswaarden' en de gevolgen daarvan is nodig.
Bevrijding ofonderdruicking 'Het is verbazingwekkend', zei Halloran, 'hoe weinig beroepskommunikatoren weten of willen weten over de sociale gevolgen van hun werk', een gebrek aan sociaal verantwoordelijkheidsgevoel dus. Dit terwijl kommunikatie, zo citeerde Halloran uit het recente MacBride rapport, zowel een machtsinstrument, een revolutionair wapen, een commercieel produkt of een vormingsmethode kan zijn. 'Het kan zowel het doel van bevrijding als van onderdrukking dienen, zowel de ontwikkeUng van de individuele persoonlijkheid als het drillen van mensen tot éénvormige wezens'. In hoeverre werken ónze media bevrijdend of onderdrukkend? In hoeverre dragen ze bij aan de persoonlijke ontplooiing en in hoeverre aan persoonlijke vervlakking? Een abstrakt probleem misschien dat veel sociaal-culturele wetenschappers bezighoudt, maar op dit kongres geen hoofdpunt van diskussie was. Op dit kongres stond de theorie van de sociale verantwoordelijkheid centraal. 'Geen theorie in de zin dat het een aantal verschijnselen verklaart', zegt Van Cuilenburg in gesprek met ons, 'het is eerder een algemene kode waarnaar journalisten zich zouden kunnen richten wat betreft de maatschappelijke verantwoordelijkheid'. Het kongres heeft volgens hem dan ook nauwelijks wetenschappelijke relevantie gehad, maar des te meer maatschappelijke relevantie. De dertien werkgroepen die de eerste kongresdag bij elkaar geweest zijn kwamen de tweede dag met een waslijst vol praktische aanbevelingen en konklusies, zij het niet allemaal even nieuw. Zo is gebleken dat journalisten nauwelijks op de hoogte zijn van de mogelijkheden die de Wet Openbaar Bestuur hen biedt bij het verkrijgen van informatie bij de overheid. Geopperd werd het
idee van een informatiekamer, analoog aan de Algemene Rekenkamer, die de uitvoering van de wet zou moeten kontroleren. De vraag rees of de vakgroep kommuiukatiewetenschap van de VU geen applicatie (bijscholtngs)cursus kon opzetten voor journalisten. Een werkgroep onder leiding van overheidsvoorlichter Houwaart bepleitte meer zelfstandigheid voor de overheidsvoorlichters in het algemeen. Van Cuilenburg wil graag een vak 'mediakunde' naast maatschappijleer: 'Men besteedt vele uren per dag aan krant en tv. Je moet mensen leren omgaan met media. Ze bijbrengen dat er altijd sprake is van selektie, hoe ons omroepsysteem in elkaar zit en dat soort dingen'.
'Geritsel' Een andere konklusie die nog wel eens een staartje kan hebben: het ministerie van CRM heeft nauwelijks een beleid voor toewijzingen van zendmachtigingen voor het kabelnet. De Amsterdamse wethouder Wolffensperger, verantwoordelijk voor het Amsterdamse kabelnet, vermeldde in zijn toespraak ter gelegenheid van een door het gemeentebestuur aan de kongresgangers aangeboden borrel vol trots dat de plaatselijke gemeenteraadsvergaderingen binnenkort op het kabelnet te beluisteren zijn, zoals de vergaderingen van de Tweede Kamer dat al zijn. Desgevraagd vertelde de wethouder dat ofwel de gemeente een speciale zendmachtiging krijgt van CRM ofwel dat Radio Stad speciaal voor dit doel uitbreiding van zendtijd krijgt. Betekent dit dat straks elke gemeente aanspraak kan maken op ruimte die het plaatselijk kabelnet biedt? Een precedent Ujkt geschapen, zo geeft ook een aanwezige rijksambtenaar toe, die anoniem wil blijven, maar wel weet te melden dat de zendmachtiging voor de Tweede Kamer-uitzendingen niet
De politieke opstelling van de landelijke dagbladpers in 1974 e n 1978 (gerangschikt v a n m e e r n a a r m m d e r progressief in 1978)* krant
De Waarheid Trouw NRC/Handelsblad De Volkskrant De Tijd Het Parool Algemeen Dagblad Nederlands Dagblad Reformatorisch Dagblad De Telegraaf zittend kabinet Den Uyl Van Agt
politieke richting 1974
politieke richting 1978
**)
1.53 2.50 2.66 2.85
3.47 2.68 2.63 3.21 3.85 5.14
-
••)
3.28 4.31 4.52 4.76 5.21
*•) **)
5.49
, 2.46
*•)
•*)
4.32
* schaal lopend v a n 1 p t = meest progressief/minst behoudend tot 7 p t == minst progressief/meest behoudend • • niet van toepassing d a nwel niet onderzocht
Ex-journalist en landdrost van de Zuidelijke IJsselmeerpolders Han Lammers bespeelde bij wijze van intermesso het orgel van de VU-aula tijdens hed congres. verleend is op grond van een beleid, maar op grond van 'geritsel', omdat de betreffende ambtenaren het een goede zaak vonden en de Omroepwet nu eenmaal niet voorziet in dit soort gevallen. Tot zover enkele van de 'resultaten' van weer een eeuwfeestkongres, bijna het laatste, waarbij de VU we-
derom heeft blijk gegeven niet tevreden te zijn met wetenschappelijke zelfbevruchting, maar een universiteit probeert te zijn die beleidsrelevant bezig is. Iets dat zeker de politicologen van deze universiteit die ook al het kongres 'Haagse machten' organiseerden van harte aanspreekt.
De interne politieke pluriformiteit van afzonderlijke landelijke dagbladen (gemeten aan de openheidsnorm)* krant Algemeen Dagblad Nederlands Dagblad Het Parool Reformatorisch Dagblad de Volkskrant NRC/Handelsblad Trouw De Telegraaf De Waarheid
openheidsgraad 71 % 61 % 54% 47% 38% 35% 31 % 24% 2%
"»
* Maximale openheid = 100%; maximale geslotenheid = 0%
Vorige week noodeditie, tot eind '80 dunne nummers
Utrechts Universiteitsblad zit met geldproblemen Het Utrechts Universiteitsblad verkeert in een financiële noodsituatie. Afgelopen vrijdag is het verschenen met een noodeditie. De redaktie weigert het gewone nieuws te verslaan en gebruikt de voorpagina om aandacht te vragen voor de financiële perikelen. Verder bevat het nummer uitsluitend advertenties en officiële mededelingen. Het bedrag dat de universiteit voor het jaar 1980 heeft toegewezen, blijkt onvoldoende om tot het einde van het jaar op een normale wijze het Universiteitsblad te produceren. Het college van bestuur heeft een aanvraag van het bestuur van de Stichting Utrechts Universiteitsblad om een aanvullende subsidie afgewezen. Het stichtingsbestuur heeft nu de redaktie opgedragen om tot 1 januari alleen nog miaar dunne nummers te maken, waarin hooguit drie foto's per keer mogen staan en waarin niet meer met de gebruikelijke steunkleur mag worden gewerkt. De vijftien journalistieke medewerkers die het blad telt moeten tot 1 januari op non-aktief worden gesteld.
Deze maatregelen zijn voor de redaktie onvaanvaardbaar. Vooral de behandeling van de medewerkers gaat buiten de perken. Ten eerste zijn die medewerkers voor het goed funktioneren van het blad van essentieel belang. En ten tweede zijn veel van hen voor een deel afhankelijk van het inkomen dat zij by het U-blad verd-enen. En dat inkomen wordt van de ene op de andere dag afgekapt. Een extra zorg voor de redaktie is het voornemen van het college van bestuur om in het begrotingsjaar 1981 250.000 gulden op het blad te bezuinigen (een kwart van de begroting) en de krant niet meer per post te verzenden, maar in bakken in de gebouwen te leggen. Het blad zou daardoor veel lezers niet of niet meer op tijd bereiken. De redaktie vindt dat bij het CvB onvoldoende belangstelling bestaat voor een behoorlijke kommunikatie binnen de universiteit. Ze heeft nu een dringend beroep gedaan op de leden van de universiteitsraad om dit te korrigeren. De raad zou alsnog kunnen besluiten dat de produktiekosten van het blad normaal door de universiteit worden vergoed. (Red.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's