Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 235

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 235

11 minuten leestijd

7

AD VALVAS — 23 JANUARI 1981

"Eigen aard" - ook financieel - nadrukkelijker beschermd dan in voorontwerp

Bijzondere universiteiten Icomen fors aan hun treldcen in wetsontwerp WWO '81 De bijzondere universiteiten Itrijg^en in de toekomst voor extreme gevallen de mogelijkheid de inschrijving te wpigeren van studenten waarvan zij vermoeden dat deze de 'eigen aard' van de instelling zullen gaan bestrijden. Dit blijkt uit het nog vertrouwelijke ontwerp van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs 1981 zoals dat door onderwijsminister Pais in de ministerraad is ingebracht. In dit wetsontwerp benadrukt de bewindsman overigens ook nog op andere plaatsen de bijzondere positie van de confessionele universiteiten binnen het wetenschappelijk onderwijs. Hij doet dat onder andere door het creëren van uitzonderingsbepalingen als het gaat om de landelijke taakverdeling en het toezicht van de toekomstige inspectie voor het wetenschappelijk onderwijs. De invoering van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs wil minister Pais regelen met behulp van een afzonderlijke invoeringsen overgangswet. Daarin wil hij met name ook nadere regels stellen voor de herindeling van de studierichtingen over de faculteiten. Anders dan in het in september 1979 openbaar geworden Voorontwerp van Wet komt Pais nu tot een indeling, ten behoeve van de algemene universiteiten (dus niet de technische universiteiten en de landbouwuniversiteiten - de hogeschool verdwijnt zoals bekend als aanduiding, red.) in 16 faculteiten. Dat zijn dan die der godgeleerdheid, wijsbegeerte, geneeskunde, tandheelkunde, diergeneeskunde, rechtsgeleerdheid, letteren (taalwetenschappen), historische en kunstwetenschappen, economische wetenschappen, bedrijfskunde, wiskunde, natuurwetenschappen (natuurkunde, sterrenkunde en geologie), scheikunde, biologie en farmacie (samen één faculteit), sociaal-culturele wetenschappen (sociologie, culturele antropologie, politicologie), psychologische en agogische wetenschappen (psychologie, pedagogie, andragogie en lichamelijke opvoeding) en ruimtelijke wetenschappen (geografie en planologie). De facultaire indeUng wil Pais per wet regelen, en niet zoals onder meer door de Academische Raad gevraagd, in het Academisch Statuut. In het wetsontwerp opent de bewindsman overigens wel de mogelijkheid tot een aanpassing aan plaatselijke tradities in universiteiten. Deze kunnen 'in bijzondere gevallen' in hun bestuursreglement tot een andere indeling beslissen. Voorwaarde daarbij - en daarin wijkt het wetsontwerp niet af van het Voorontwerp - is dat recht wordt gedaan aan 'doelstellingen van vermindering van bestuurslast, van doelmatigheid, flexibiliteit en het scheppen van optimale condities voor samenwerking en vernieuwing.' De ruggegraat voor de universitaire, bestuurlijke organisatie zoals Pais die ziet, blijft het zogeheten middenniveau: de faculteiten kortom. Op dit niveau biedt het Wetsontwerp enkele belangrijke wijzigingen vergeleken met hetgeen het Voorontwerp vermeldde. Nieuw is dat de faculteitsraad een lid van het door hem samengestelde bestuur kan afzetten 'wanneer hij ophoudt het vertrouwen van de raad te genieten'. In de faculteitsraad houdt Pais vast aan het lidmaatschap van buitenuniversitaire leden, zij het dat hij dit niet dwingend voorschrijft. Was er in het Voorontwerp nog sprake van dat deze buitenuniversitaire leden slechts een 'adviserende stem' in de raad zouden hebben, in het Wetsontwerp laat de bewindsman het aan de faculteiten zelf over om - In het faculteitsreglement - te bepalen of zij al dan niet stemrecht krijgen. De raad kan dan ook stemmen over de uitvoering van de coör-

Qmien van Koolw^ J(^an Korttmy dinerende taak ter zake van het onderwijs en onderzoek: iets wat de bewindsman in het Voorontwerp nog aan het faculteitsbestuur had toevertrouwd. Wel al veel duidelijker - maar nog niet geheel helder - Is Pais als het gaat over het facultelre begrotingsplan. Beter dan in het voorontwerp wordt omschreven aan welke randvoorwaarden het plan dient te voldoen. Binnen het geheel van de universitaire begroting krijgt het facultaire begrotingsplan een zwaardere plaats. De universiteitsraad zal er in de toekomst nog slechts 'bij gemotiveerd besluit' van af kunnen wijken. In zowel de faculteitsraad als het bestuur houdt Pais vast aan een meerderheidspositie van de wetenschappelijke staf. Anders dan in het vorige nummier gesuggereerd hanteert Pais voor. deze nieuwe personeelscategorie uiteindelijk een vrij ruime formulering. In de praktijk komt het erop neer dat het grootste deel van het wetenschappelijke korps zich straks tot de wetenschapiielijke staf mag rekenen. Het betreffende wetsartikel spreekt behalve van hoogleraren en houders van onderwijsopdrachten van 'andere in de faculteiten werkzame personeelsleden, die, anders dan op proef, zijn aangesteld tot het geven van wetenschappelijk onderwijs en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek'. Uit de memorie van toelichting wordt duidelijk dat assistent-onderzoekers en andere wetenschappelijke assistenten niet tot de wetenschappelijke staf behoren. Pais houdt wat betreft de organisatie van het basisniveau - de vakgroepen - vast aan het principe dat er daar eigenlijk geen plaats is voor vertegenwoordigers van de studenten. De wetenschappelijke staf in zijn geheel maakt deel uit van het vakgroepsbestuur. Overigens is het lidmaatschap van de vakgroep gekoppeld aan de bijdrage die studenten en het overige personeel ten behoeve van deze eenheid leveren. Bij de studenten denkt de bewindsman dan aan hen die als studentassistent een 'substantiële bijdrage leveren aan de werkzaamheden van de vakgroep'. Meer mogelijkheden tot meespreken krijgen de studenten door middel van de zogeheten studierichtingscommissies. Pais schrijft de instelling van deze adviescommissies (subcommissies van de facultaire onderwijscommissie) nu dwingend voor. De samenstelling ervan moet in het faculteitsreglement worden geregeld, maar de bewindsman gaat er in zijn Memorie van Toelichting van uit dat de 'studenten hierin In ruime mate zijn vertegenwoordigd'. Bovendien moet, anders dan

in het Voorontwerp was geregeld, de faculteitsraad voortaan de studierichtingscommissie om advies vragen alvorens zij een onderwijsprogramma mag vaststellen.

dierproeven Op het niveau van het universitaire toi)bestuur brengt het nu in het Catshuls liggende wetsontwerp weinig verrassingen voor degene die kennis heeft genomen van het Voorontwerp van Wet. Pais houdt vast aan het bestuurlijke zwaartepunt by het College van Bestuur in plaats van bij de (gekozen) universiteitsraad, zoals in de thans geldende Wet Universitaire Bestuurshervorming het geval is. Wel komt de bewindsman in zijn wetsontwerp wat terug van de drastische overheveling van bevoegdheden zoals hij die in het Voorontwerp aankondigde. Behalve het budgetrecht krijgt de raad nu weer de bevoegdheid de richtlijnen voor de organisatie en coördinatie van de onderwijs- en wetenschapsbeoefening vast te stellen. Voorts kan de raad richtlijnen geven voor de facultaire begrotingsplannen en (Pais!) voor de dierproeven (het wetsontwerp regelt onder meer de instelling van de al eerder door de bewindsman bepleite Dierexperimentcommissie). Evenals dat op facultair niveau het geval is, regelt het wetsontwerp nu de afzetbaarheid van de leden van het College van Bestuur. In het Voorontwerp was daartoe al een aanzet gegeven, het wetsontwerp biedt de universiteitsraad meer mogelijkheden omdat thans ook de kroonleden worden genoemd die weliswaar niet direct door de universiteitsraad, maar door de instantie die deze heeft benoemd, de Kroon - 'als uiterste middel' kunnen worden afgezet. Het kiezen van de leden van de universiteitsraad gaat volgens het wetsontwerp in de toekomst - zonder rekening meer te houden met een evenredige vertegenwoordiging van de faculteiten - binnen de drie wel gehandhaafde geledingen: wetenschappelijk personeel, technisch en administratief personeel en studenten. Zij mogen, zo waarschuwt Pais in de Memorie van Toelichting nadrukkelijk, hun budgetrecht niet al te zwaar opvatten. 'Het houdt niet meer in dan het recht om besluiten te nemen, gericht op vaststelling of wijziging van de universitaire begroting. Uit dit budgetrecht mag niet worden afgeleid dat elk besluit dat financiële consequenties heeft derhalve tot de competentie van de universiteitsraad hoort'.

Winnaars De grote winnaars in het wetsontwerp zoals Pais dat nu aan zün collegae heeft voorgelegd, zijn duidelijk de bijzondere universiteiten. Aanmerkelijk sterker en met aanzienlijk meer nadruk wordt de 'elgen aard' van de confessionele universiteiten (de Vrije Universiteit, de Katholieke Universiteit in Nijmegen en de KathoUeke Hogeschool te Tilburg - ook financieel - beschermd. Het toegenomen belang van deze categorie universiteiten binnen het wetenschappelijk onderwijs blijkt onder andere uit het nu opnemen van een afzonderlijk hoofdstuk 'Bijzondere Universiteiten' in de Memorie van Toelichting, terwijl deze in het Voorontwerp van Wet als zodanig vrijwel niet ter sprake kwamen. Dat bUjkt ook uit hetgeen ter zake over de inspectie van het wetenschappelijk onderwijs is vermeld. In het wetsontwerp valt nu te lezen dat de 'Inspectie derhalve geen afbreuk doet aan de eigen aard en zelfstandigheid van de Instellingen, zoals in de wet tot uitdrukking zijn gebracht'. In het Voorontwerp sprak Pais bij dit artikel alleen nog over 'zelfstandigheid'. Hierboven werd al melding

gemaakt van de bescherming van de eigen aard tegen studenten die deze mogelijk zouden willen bestrijden. Zo krijgen de confessionele universiteiten het recht om in bijzondere gevallen 'Inschrijving van studenten te weigeren op grond van een dreigende of reeds gebleken inbreuk op de eigen aard van de betrokken universiteit'. In de Memorie van Toelichting voegt de bewindsman er aan toe dat toepassing van dit artikel uiteraard 'In zeer extreme gevallen' plaats zal vinden. De belangrijkste winst - zeker vergeleken met de bestaande structuur - - hebben de confessionelen evenwel geboekt op het terrein van de bekostiging van het onderwijs, de financiering van de tweede fase en de (landelijke) taakverdeUng. In het Voorontwerp sprak artikel 167 nog o ver de zorg van de regering 'voor gelijkwaardige ontwikkelingskansen voor de uit 's rijks schatkist bekostigde universiteiten'. Zij neemt daarbij, rekening houdend met het onderscheid tus-

sen openbare en bijzondere instellingen 'de vereisten van een redelljke taakverdeling tussen de Instellingen In acht'. Dit artikel is in het wetsontwerp verdwenen. Onder het hoofcije 'algemene beginselen' valt nu te lezen dat rekening moet worden gehouden met de eigen tiard van de bijzondere universiteiten en wel 'In dier voege, dat de bijzondere instellingen in staat worden gesteld tot de voorzieningen die de eigen aard van de Instellingen redelijkerwijze meebrengt'. Dit is dan het laatste lid v£^ een artikel waarin verder de financiering van de tweede-fase-opleidingen wordt geregeld. Een soortgelijke clausule is van toepassing op de meer algemene bekostiging van het onderwijs en onderzoek en van de academische ziekenhuizen. En wat voor de uiteindelijke uitkomst belangrijker lijkt, op de landelijke taakverdeling die mede ten grondslag ligt aan de financiering van het onderwijs en onderzoek. Het is duidelijk dat het bezoek dat een delegatie van de drie confessionele universiteiten eind 1979, begin 1980 aan het departement brachten om met name over de bekostiging van de tweefasenwet te spreken vrucht heeft opgeleverd. De positieve uitkomst voor de openbare (rijks)universiteiten bestaat uit de beroepsregeling zoals die in het Wetsontwerp wordt getroffen tegen beslissingen van de minister. Maar dat beroep Ujkt er toch vooral op gericht de eigen aard te beschermen. (Mare, Folia Civitatis, GUPD}

Gewogen.... en te zwaar betonden Op dinsdag 27 januari organiseert het vrouwenprojekt van het Vormingscentrum VU de eerste avond van een serie van vijf rond het thema 'zelfagressie'. De avond gaat over eten en alles wat ermee samenhangt. De film 'Size 10' wordt gedraald, er Is een diaserie, twee vrouwen vertellen iets over hun ervaringen met eten en het vrouwenkoor 'De Rond999s' treedt op. Voor veel vrouwen vormt de weegschaal of de spiegel een belangrijk obstakel, schrijft de projektgroep. Uit een toelichting:: 'Mijn weegschaal slaat door als opeens biykt dat ik de ritssluiting van m'n broek niet meer dicht krijg. De eindeloze spiraal van lekker eten, teveel eten, dik worden, jezelf niet aantrekkelijk meer vinden, onzeker worden, op dieet gaan. chagrijnig worden, volhouden, door de knieën gaan voor een zak drop of iets dergelijks en opnieuw beginnen. Ik ken geen vrouw, die zich niet bewust is van haar gewicht. Voor veel vrouwen is het zelfs bepalend voor hun gevoel van eigenwaarde: als je je te dik of te dun voelt, denk je al snel

dat ledereen het ziet, ga je je onzeker voelen, je ongemakkelijk bewegen, etc.' 'Sommige vrouwen gaan zo ver dat ze zichzelf bijna doodhongeren, anderen zoeken hun heil bij de weightwatchers.' 'Wy denken dat te veel of te weinig eten uitingen zyn van hetzelfde probleem: van jongs af aan hebben we geleerd onszelf en andere vrouwen te beoordelen naar ons uiterlijk; bovendien hebben vrouwen de neiging om problemen "naar binnen te slaan", gevoelens van onvrede op jezelf te richten. In dit geval door jezelf te straffen met hongeren of onaantrekkeiyk vet te worden, een nogal* tjrperende reaktie van vrouwen.'. De andere avonden van de serie gaan over: seksualiteit; geweld; zelfverdediging en psychiatrie. Alle vrouwen zyn van harte welkom. Plaats en tyd: Pylades, Leidsegracht 108 om 20.00 uur. Er is koffie met taart. (Red.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 235

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's