Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 352

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 352

14 minuten leestijd

ADVALVAS — 3 APRIL 1981

8 ciële middelen, dan zij tot n u toe heeft gedaan, in steekt. De R o t t e r damse wethouder Van de Ploeg hield hier dan ook een warm pleidooi voor. Drs. Vonk van h e t ministerie van Volkshuisvesting stelde daar tegenover, dat iets dergelijks grote financiële i n s p a n n i n g e n van de rijksoverheid zou vragen ' w a n t bouwen in de stad is vaak twee m a a l duurder dan elders'. Ook Hoekveld was door de gedachtengang van de verdichtingsbouwvoorstanders niet overtuigd. Hij voerde als beweegreden daarvoor aan: een opnieuw onaantrekkelijk worden van h e t wonen in de stad en h e t opgeven van r u i m t e voor andere bestemmingen. Hij zag als dreigend gevaar dat toekomstige ontwikkelingen n u al onmogelijk worden gemaakt. 'De rek die er nog in de stad zit, w a n t h e t gaat vooral om het volbouwen van n u nog lege cult u u r g r o n d , haal je er dan uit', be- weerde hij. Over de noodzakelijkheid van stadsvernieuwing in de ruimste zin verschilde n i e m a n d van mening, m a a r over de verwezenlijking e r v a n liepen de denkbeelden uiteen. Van de Ploeg noemde de stadsvernieuwing tot n u toe een druppel op de gloeiende plaat. Verval (links) en vernieuwing

(rechts) in Amsterdamse

binnenstad

. . . Op naar 'groene liart' van Nederland,

of . . .?

'n VU-symposium over 'Wonen in de stad' en de ontvolking

De stadmag niét dootl maar hoemorkun/edat? De laatste jaren is Nederland in een snel tempo verstedelijkt, terwijl het aantal stadsbewoners afgenomen is. Niet alleen het wonen speelt zich nu buiten de stad af, ook de bedrijvigheid trekt in een hoog tempo naar buiten. De stedelijke achteruitgang manifesteert zich het duidelijkst, waar het de woonen werkfunctie van de centraal gelegen stadsdelen betreft. Die delen van de stad ondergaan een verpauperingsproces. Deze 'stedelijke crisis' was onderwerp van het op 23 en 24 maart gehouden symposium 'Wonen in de stad' georganiseerd door de vakgroep ruimtelijke ekonomie van de economische faculteit (prof. P. Nijkamp) van de Vrije Universiteit. Deelnemers: prof. G.A. Hoekveld (VU), drs. F. Vonk (ministerie Volkshuisvesting), Gabriëlle Kooij-Braun (planologische afdeling gemeente Haarlem), drs. J. van de Ploeg (wethouder Rotterdam), ir. J.M. Ossewaarde (directeur GVB Amsterdam) en prof. H. Priemus (TH Delft). In de grote en middelgrote steden van Nederland doen zich ontvolkingsprocessen voor. Bovendien stagneren deze steden in ontwikkeling of g a a n d a a r i n zelfs a c h t e r u i t . Het sterkst doen deze tendenzen zich voor in de b i n n e n s t a d en de vóór de Eerste Wereldoorlog gebouwde wijken. Dit betekent d a t grote groepen bewoners en bedrijven de stad verlaten en zich elders vestigen. W a t A m s t e r d a m betreft vertrekken de bedrijven in zuidelijke richting, Amstelveen en De Meerlanden (Schiphol), terwijl de bewoners voor h e t grootste gedeelte ten noorden van h e t Noordzeekan a a l (Hoorn, P u r m e r e n d en Lelystad) neerstrijken. Dit vertrek heeft consequenties voor h e t wonen in de stad w a n t afname van de bedrijvigheid betekent werkloosheid. Het wegtrekken van de meer welgestelde bevolking leidt tot een verminderde koopkrachtige vraag en a a n de r a n d e n van de stad zien we dan ook, op goed bereikbare plaatsen, grote winkelcentra o n t s t a a n . D a t heeft weer (nare) gevolgen voor de -Winkelgebieden in de binnenstad. Duidelijk is dat de bevolkingssamenstelling van de oudere stadsdelen veranderingen ondergaat. De achterblijvers zijn vooral de sociaal-ekonomisch zwakkeren en ouderen. De groep vertrekkers bestaat voor h e t grootste deel uit 25- tot 40jarigen, die zich dat k u n n e n veroorloven. O m h u n woonwensen t e k u n n e n realiseren zijn zij op a n d e r e ' woongebieden aangewezen, n a m e lijk die m e t relatief veel grote flats

Annemiek van de Mort^ en eensgezinshuizen in h e t groen. O m d a t dit soort woningen in de vier grote steden al sinds j a r e n niet meer gebouwd wordt, sprak prof. Hoek- , veld van een 'dwangstructuur'. De vrijgekomen woningen worden ingenomen door een nieuwe categorie: jongeren waaronder veel alleenstaanden, volgers van dagonderwijs, k u n s t e n a a r s en ^werkende jongeren. De h u r e n in deze gebieden zijn laag, waardoor zij zich zelfstandig wonen k u n n e n veroorloven. 'Deze nieuwe vestigers zijn geen blijvers. Zij zullen over h e t algemeen, n a een proces van paarvorming te hebben doorgemaakt en een opleiding te hebben voltooid, deze gebieden weer verlaten', volgens Hoekveld. Vooral S a a r Boerlagei, een van de aanwezigen en afkomstig van de Universiteit van Amsterdam tekende tegen deze typering bezwaren aan. Voor h a a r was h e t helemaal niet vanzelfsprekend, d a t mensen n a een proces van p a a r v o r m i n g de stad verlaten. Bij steeds meer (getrouwde) vrouwen bestaat de behoefte om een zelfstandige b a a n te hebben en de mogelijkheden daarvoor zijn in de stad r u i m e r als daarbuiten. Hoekveld bleef zijn twijfels over h e t a a n t a l van de door Boerlage geschetste groep houden. Dat nog steeds mensen de stad verlaten is een feit en de woningen,

veelal verlaten door jonge gezinnen, worden onmiddellijk betrokken door een nieuwe generatie jongeren. Daarom verandert de samenstelling van de bevolking in deze stadsdelen niet.

Waarheen? De vraag is n u waar de wegtrekkende groepen dan wel terecht moeten komen. Opmerkelijk was in dit verband, d a t de hooggeleerden Hoekveld én P r i e m u s allebei tot de conclusie k w a m e n dat de 'groene h a r t ideologie' verlaten moest worden. Woningen moeten gebouwd worden bij de bedrijven die zich inmiddels in h e t groene h a r t hebben gevestigd; terwijl m e n nog slechts enkele j a r e n geleden algemeen van oordeel was, d a t h e t groene h a r t van Holland, ruwweg h e t groene weidegebied tussen Amsterdam, Haarlem, Den Haag, R o t t e r d a m en U t r e c h t o n a a n g e t a s t moest blijven. Volgens prof. P r i e m u s moeten we m a a r heel snel w e n n e n a a n h e t idee, dat d a t groeiie h a r t er niet meer zou zijn. Tegen deze gedachtengang rezen v a n u i t h e t publiek sterke bezwaren. Een meerderheid der a a n w e z i gen sprak zich uit voor verdichtingsbouw, dat wil zeggen h e t volbouwen van de nog resterende stukken grond, in de stad. Een voorbeeld d a a r v a n zou h e t met woningen bebouwen van oude havengebieden in R o t t e r d a m k u n n e n zijn. Men k a n zich dan richten op een 'compacte stad'. Hiermee k a n h e t draagvlak van vooriiieningen gehandhaafd blijven. Minder r u i m t e in de buitengebieden hoeft opgeofferd te worden a a n woningen en tegelijkertijd k a n tegemoet gekomen worden a a n de grote vraag n a a r woningen in dé stad. Dït verdicht bouwen moet gekoppeld worden a a n h e t proces van de stad vernieuwen, waarbij de in de periode 1920-'40 gebouwde b u u r t e n niet vergeten mogen worden. Zij zullen de stadsvernieuwingsgebieden van morgen zijn, w a a r i n dezelfde problemen zich zullen voordoen. Vele symposiumgangers meenden, d a t met het oog op h e t voorkomen van een verdere a a n t a s t i n g van h e t groene h a r t een op deze wijze uitgevoerde vernieuwing en herstelling van oudere stadsdelen moet worden voorgestaan, zodat daar een dicht aaneengesloten en goed bewoonbare bebouwing ontstaat.

Duur Dit alles is echter alleen mogelijk, wanneer de overheid er meer finan-

Bovendien mogen we a a n n e m e n dat h e t stadsvernieuwingsproces met h a a r huidige tempo tientallen j a r e n in beslag zal n e m e n . K a n de stad m e t h a a r problemen hier op wachten? Moet de stad een vroegtijdige dood sterven, m.a.w. is e u t h a nasie op de stad toegestaan? Als de stad sterft, sterft h e t ommeland en sterft de samenleving dan ook niet? Van de Ploeg: 'Geld stoppen in steden heeft dientengevolge zin!' De belangrijkste problemen met betrekking tot de stadsvernieuwing concentreren zich volgens hem rondom de volgende thema's: de gebrekkige organisatie bij de gemeente, h e t juridisch i n s t r u m e n t a r i u m en de geldelijke middelen. Als oplossing daarvoor noemde hij: een minder 'regelneefachtige' opstelling van de centrale overheid, een samenwerking tussen a m b t e n a r e n en bewoners b i n n e n zogen a a m d e projectorganisaties, versnelde plannings- en onteigeningsprocedures en vergaande v e r r u i ming van de financiële steun. D a t h e t w a a r h e t die steun betreft bijvoorbeeld een pijnhoop is in Den Haag, was meer d a n duidelijk n a h e t flitsende betoog van prof. Priemus. Wil je als gemeente geld g a a n halen in Den H a a g voor jestadsvernieuwing, d a n moetje door een oer-

woud van regelingen heen, die geen enkele s a m e n h a n g met elkaar vertonen. Priemus: 'In 1974 heeft de overheid een n o t a getiteld " H u u r subsidie en Subsidiebeleid" h e t licht doen zien, m a a r deze heeft als grootste bezwaar d a t zij geen enkele s a m e n h a n g m e t de praktijk vertoont en m a g d a a r o m als afleidingsm a n o e u v r e gezien worden'. Sindsdien is er geen enkele "poging meer gedaan om h è t woud van regelingen s a m e n te voegen tot één geheel. Gabriëlle Kooij-Braun uit H a a r l e m wees op een anders zijn van de problematiek in de vier grote steden en de middelgrote steden v a n Neder-

Hooggeleerden: 'groene hart' aanspreken land. In Haarlem, voorbeeld van een middelgrote gemeente, bestaat de oude woningvoorraad uit eengezinshuizen. Deze woningen werden door de eigenaar-bewoner opgeknapt, waardoor de locale overheid zich slechts indirect hoefde bezig te houden m e t renovatie. Zij veronderstelde, d a t de gunstige ontwikkelingen die zich in de H a a r l e m s e praktijk voordoen, in de grote steden niet mogelijk zijn. In grote steden bestaat h e t grootste deel van de oude woningen uit meergezinshuizen en bij h e t opk n a p p e n d a a r v a n door de elgenaarbewoner(s) zouden zeker coördinatieproblemen o n t s t a a n . Woontechniseh, en d a t is de b i n n e n k a n t van de woning zou er nog wel iets te regelen zijn m a a r bouwtechnisch, en d a a r m e e wordt de b u i t e n k a n t , de fundering, h e t dak, h e t schilderwerk e.d. bedoeld, zou m e n niet vaak tot-overeenstemming k u n n e n komen. Bovendien wie garandeert, d a t meerdere bewoners dezelfde eisen hebben. De meningen waren verdeeld en tegelijkertijd weer niet verdeeld op dit Symposium. De stad m a g niet dood. D a t vond iedereen. De vraag bleef: hoe zorg je daarvoor? Annemiek van de Mortel is s t u d e n t e sociale geografie a a n de VU.

Recht op inzage en kortektie Vervolg van pag. 3

Wijzen we t e n s l o t t e op h e t r e c h t van elke w e r k n e m e r op de VU om de gegevens over h e m in te zien en zo nodig t e corrigeren. W a n t h e t is n a t u u r l i j k niet leuk als j e opleiding niet juist s t a a t vermeld of s t r a k s - je h o u d i n g t.o.v. de g r o n d slag. Als j e in de verkeerde geleding s t a a t geregistreerd zodat j e een fout stembiljet krijgt. Volgens M e u l m a n worden er beslist fouten g e m a a k t . Inzien is gratis, correctie ook evenals h e t weer c o n t r o l e r e n v a n zo'n correctie. Eigenlijk zouden t r o u w e n s ook alle reglementen in Ad Valvas of 'bij ontstentenis van deze mogelijkheid' in een door Pers en Voorlichting uit te geven bulletin moeten worden gepubliceerd volgens de al-

Adverteerders

opgelet!

Met ingang van heden moeten advertenties voor Ad Valvas worden opgegeven bij .

Bureau Van Vliet B.V., Postbus 20, 2040 AA Zandvoort. Tel. 02507-14745.

gemene regeling. I n Ad Valvas zal de verschijning van systeemreglem e n t e n in elk geval steeds worden aangekondigd. De reeds uitgeb r a c h t e regeling van h e t personeelssysteem VUBIS-P evenals a n dere om nog komende regelingen zijn in h u n geheel in te zien op h e t Informatiecentrum, k a m e r ID-03 van h e t VU-hoofdgebouw.

Politici komen naar de VU in verkiezingstijd In h e t kader van de verkiezingen zal h e t CDA-tweede kamerlid H a n s de Boer op woensdag 8 april de CDA-politiek toelichten en zijn visie op de a a n s t a a n d e formatie n a a r voren brengen. Begin mei zullen de h e r e n van Agt, Den Uyl en Terlouw h u n opvattingen n a a r voren k u n nen brengen, waarschijnlijk in k C 07 in h e t hoofdgebouw v a n de VU. De politici zijn afzonderlijk uitgenodigd, zodat de geïnteresseerden h u n a a n d a c h t specifiek op één prog r a m m a k u n n e n richten. Over deze drie manifestaties, die door h e t Politiek Gezelschap a a n de VU georganiseerd worden in samenwerking m e t h e t b e s t u u r der s.v. I.A.N., volgt nog berichtgeving in Ad Valvas en vla affiches. De avond m e t H a n s de Boer vihdt plaats op 8 april op sociëteit LANX, H e r e n g r a c h t 384a, en begint om 20.00 u u r precies.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 352

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's